Nieuws, Wereld, Europa, Afrika, Politiek, Soedan, Zuid-Soedan -

Zweden onderzoekt olieschandaal in Zuid-Soedan

De Zweedse justitie onderzoekt of een Zweeds oliebedrijf betrokken is bij grove mensenrechtenschendingen in Zuid-Soedan. In het Oost-Afrikaanse land volgen leiders uit het middenveld het onderzoek met argusogen.

dinsdag 29 november 2011 15:34

James Ninrew herinnert zich levendig de dag dat Soedanese soldaten zijn gemeenschap aanvielen. “Ze gebruikten helikopters om de huizen te bombarderen”, vertelt de gemeenschapsleider over de aanval op Koch in januari 2000. “Daarna schoten de soldaten een oudere man en zijn vrouw dood.” Ze hadden de pech dat er onder hun dorp enorme olievoorraden waren ontdekt die toegewezen waren aan een consortium onder leiding van het Zweedse oliebedrijf Lundin Oil.

Het voorval is een van aanklachten uit een rapport van 2010 waarop de Zweedse openbare aanklager Magnus Elving zich baseerde om recent een onderzoek in te stellen dat kan uitmonden in een proces tegen Lundin Oil. Auteur van het rapport is de Europese Coalitie voor Olie in Soedan (ECOS). De organisatie houdt Lundin verantwoordelijk voor de wreedheden die het leger en milities hebben begaan tegen burgers in het gebied waar het consortium actief was sinds 1997.

Carl Bildt

“De start van de ontginning hier heeft een wrede oorlog ontketend”, staat in het rapport. Nog volgens ECOS raakten bijna 200.000 mensen ontheemd, werden duizenden gedood en werd er ook geplunderd, verkracht en gefolterd. Daarom vraagt de organisatie aan Zweden, Oostenrijk en Maleisië om te onderzoeken of hun bedrijven uit het consortium “medeplichtig zijn aan de oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid”.

Aanklagers zijn intussen begonnen met het interviewen van veertig mensen. Om wie het gaat, is niet bekend. Op het moment van de vermeende misdaden zat de huidige Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, Carl Bildt, in de raad van bestuur bij Lundin. Hij zou niet bij de veertig zitten, maar Elving gaf geen commentaar op de vraag of de minister later in het onderzoek zou worden ondervraagd.

Habbekrats

Lundin wees de aantijgingen van ECOS al van de hand. “Er staan geen nieuwe bewijzen in dit rapport. Het somt insinuaties en valse beschuldigingen op die gebaseerd zijn op misleidende informatie”, schreef Ian Lundin, voorzitter van de raad van bestuur, in een brief aan de aandeelhouders na de publicatie van het rapport.

In 2003 bestelde Lundin een studie om de aanklacht te weerleggen dat het betrokken was bij schendingen van de mensenrechten. Volgens dit rapport had Lundin de gemeenschapsleiders net als de lokale en centrale autoriteiten geraadpleegd alvorens te starten met zijn operaties. Het bedrijf vond dat een olie-industrie de lokale gemeenschappen ten goede zou komen, en spendeerde op drie jaar tijd 1,3 miljoen euro aan ontwikkelingsprojecten.

Kathelijne Schenkel van ECOS verklaart dat de meeste mensen die Lundin heeft geconsulteerd in feite “belangrijke politiek-militaire leiders waren en toenmalige bondgenoten van de regering in Khartoem”. De 1,3 miljoen euro die Lundin uitgaf aan ontwikkeling noemt ze en habbekrats in vergelijking met de schade die het consortium heeft aangericht in het gebied. “Lundin verkocht zijn aandeel in 2003 voor 106,5 miljoen euro, ofwel 75 miljoen euro netto winst”, aldus Schenkel.

Katalysator voor vrede

Lundin geloofde naar eigen zeggen dat de olierijkdom een katalysator kon zijn voor de vrede in een land waar al bijna twintig jaar burgeroorlog woedde. Maar ECOS betwist dat het bedrijf onwetend was over het menselijk leed dat gepaard ging met de start van de ontginning: “Lundin was al zes jaar actief in Soedan voor het de overeenkomst tekende met de regering voor proefboringen in het gebied. Toen al had de regering de kwalijke reputatie dat ze de burgerbevolking viseerde als oorlogswapen en manier om de olieontginning veilig te stellen.”

Ninrew hoopt dat het onderzoek in Zweden zal leiden tot een strafzaak, al zou dat niet per se compensatie betekenen. Hij meent dat de Zweedse regering druk moet zetten op Lundin om de getroffen gemeenschappen te helpen om scholen, ziekenhuizen en wegen te bouwen. Compensatie of niet, “het proces kan een voorbeeld stellen voor bedrijven die naar Zuid-Soedan willen komen zonder voorafgaand overleg met de lokale bevolking”, besluit Ninrew.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!