Nieuws, Wereld, Afrika, Cultuur, België, Filmmagie -

The invader

‘Brussels by Night / Veel strangers in de strijd / Wie geld heeft is allright / ’t Is duur dat is een feit / Hier zoekt een vent een meid’. De regels van Raymond van het Groenewoud galmen nog door de straten van de hoofdstad mits enige verbeelding, net daarin dringt Brussels beeldend kunstenaar Nicolas Provost sterk binnen met 'The Invader', zijn visueel potente langspeeldebuut en festivalhit.

dinsdag 29 november 2011 16:22

De Afrikaanse vluchteling Amadou kletst aan op een zuidelijke kust van Fort Europa. Zoals een schipbreukeling van het Vlot van Medusa, dat in de Romantische schilderkunst ook al hoop en illusie verenigde in de verheven heroïek van het (universele) lijden van de antiheld. De paria’s op het vlot toonden niet uitgemergeld, wel als Griekse atleten, zoals het massief gebeeldhouwde gabarit hier van de aangespoelde Amadou.

We bevinden ons in een gecreëerde tegenwereld van de harde alledaagse realiteit, waar Romantici in uitblonken. Een openingsclose-up van de gespreide dijen van een nudiste leidde via een lange camerabeweging zonder cut naar deze aanspoeling en een verankerde blik tussen haar en Amadou (wie in het gelaat keek van de mythologische Medusa – wier schoonheid zelf werd veranderd in het monsterlijke – versteende). Van het vrouwelijke geslacht (Venus’ schelp) naar een (her)geboorte uit het zeeschuim in het geanticipeerde droomparadijs. Het openingsbeeld herinnert aan Courbets ‘L’Origine du Monde’ en ontsluit ideeën over schoonheid, de blik, de vrouw als absolute reddingsboei en de hele tocht als (evidente) seksuele metafoor.

In de titelsequentie dringt de man via een gespiegelde weergave van een tunnel, een techniek uit Provosts korte werk (Papillon d’amour,…) die hier een centrale spleet in het beeld creëert, de Europese hoofdstad binnen. Anders dan in de tunnels van Exoticore, waar Sawadogo als metrobestuurder nog de controle over had, geeft hij hier niet zelf de richting aan; z’n lot ligt in handen van mensenhandelaar Omar. De tunel, een motief voor deze film in bewegingen, vormt zich uit abstracte beelden aandoend als een futuristische rollercoaster.

Ook de kijker is een illusie armer aan het eind van de tunnel, die een beeld van een tweesplitsing bevat. Wat zich aandient als experimenteel, komt na de proloog veeleer op het traject van een ‘mainstream’ misdaaddrama langs rudimentaire narratieve stations, weinig aangedreven door betrokkenheid of spanningsboog. ‘The Invader’ wordt zowel visueel voortgestuwd, als door de fysieke intensiteit van Sawadogo die de film draagt.

Amadou wordt in Brussel door de uitbuiters in een garagekelder geparkeerd. Wanneer hij van z’n clandestiene job wordt verjaagd – we zien hem met een fallische drilhamer boren in ‘ons grondgebied’ – en wordt geconfronteerd met grote schulden, vlucht hij in een nachtelijke, urbane Wanderlust (een motief in de Romantische gemoedsbeleving van het individu). Zoals in de Plot Point-trilogie bestaan sommige straatscènes uit verborgen camera, geïnterageerd met de reacties en gedragingen van authentieke passanten.

Brussel wordt geraffineerd in beeld gezet. Hoewel ze een niet te verwaarlozen openstaande affaire heeft bij Omar, zoekt de exotische Amadou de ‘sleutel’ tot ultieme redding bij de blanke vastgoedmakelaarster Agnès, die zich beweegt achter transparante maar ontoegankelijke of slechts kortstondig penetreerbare glazen constructies, de ‘Central Plaza’ van deze modernistische en technologische wereld (met congressen over nanotechnologie door haar technocratische man). De stad kan visueel gelezen worden (“Je creëert een structuur waar je personages in rondwandelen”). Het is geen toeval dat de taxi-achtervolging, die een soort tweede beweging van hoop inzet, tussen Amadou en Agnès start aan de overkant van de (ondertussen gesloten) cinefiele videotheektempel Excellence. Van daar gaat het naar hotel Marivaux… het gerenoveerde filmpaleis Cinéma Marivaux (1922-1992). Vooral daar, bij de kennismaking tegen de statige zuilen in de hal, heeft de Italiaanse Stefania Rocca de gratie van een Monica Vitti over zich. Wie jaagt hier welke projecties na?

Provost spreekt graag over beeldhouwen, maar in feite schaaft de Ronsense recyclagemeester alsmaar verder aan z’n zelfde oerbeelden – denk aan de seksuele invasie van Sawadogo in de moderne villa van een blanke vrouw in Induction. Toch kan de vraag gesteld worden of z’n beeldende manier van denken niet krachtiger tot uiting komt in kort werk i.p.v. het dragen van een speelfilm. Voegt ‘The Invader’ nog echt veel (nieuws) toe aan de forçe van het middellange Exoticore?

‘Terminus’ doemt op boven Amadous hoofd in de metrotunnel. Zijn idealistische Sturm und Drang slaat om in een finale destructieve draaikolk. Het arcadische decor uit de proloog komt weer boven drijven in de vorm van een muurhoge droomprent bij een bubbelbad en krijgt een nare nasmaak. Evenals de gefixeerde blik op geëtaleerd vrouwelijk naakt, nu in een pornografisch kijkpanopticum. Een totaal vervreemde Amadou dringt binnen tussen de kijkers van de hoge schone kunsten op Agnès’ expositie van een Chinese kunstenaar. Er hangen portretfoto’s van een zwarte man en een vrouw tegen een zeeblauwe achtergrond, iets wat gekadreerd en gecontroleerd geconsumeerd kan worden. Een epiloog stelt alles tot dan toe opnieuw in vraag en kaatst de illusie via, ditmaal impliciete, spiegelingen op de kijker terug. In wiens tegenwereld werden we meegevoerd?
 

sociale thriller / reg. Nicolas Provost / sce. Nicolas Provost, François Pirot & Giordano Gederlini / fot. Frank van den Eeden / muz. Sacha & Evgueni Galperine/ mon. Nico Leunen / act. Issaka Sawadogo (Amadou), Stefania Rocca (Agnès), Dieudonné Kabongo (Omar) / pro. Versus Production / BE / 2011 / 95’ / dis. O’Brother

‘The Invader’ loopt vanaf 23 november in Belgische bioscopen.

take down
the paywall
steun ons nu!