Kerim Kucun in zijn supermarkt Sima in Mechelen (foto: Pieter-Jan De Pue)
Nieuws, Samenleving, België, Turkije, Mechelen, Vluchtelingen, Assyrische christenen, Kerim Kucun, Hassana -

De tragedie van de vlucht

MECHELEN - "Het mooiste aan België is voor mij dat ik hier zonder angst kan slapen. Ik ben hier veilig." Kerim Kucun (43 jaar), vader van vier zonen en één dochter, woont sinds 1997 in België. Op zijn 18de vluchtte hij samen met zijn familie naar Duitsland. Sinds 2004 baat hij in Mechelen samen met een aantal partners een grote supermarkt uit, Sima genaamd.

donderdag 17 november 2011 11:25

Hoewel hij hier een hogere levensstandaard heeft dan in zijn geboortedorp Hassana, in het zuidoosten van Turkije op nog geen 20 km van de Syrische grens, is hij toch niet gelukkig. “Mens-zijn is meer dan eten, drinken en slapen. Ik zit op mijn honger, te wachten op meer menselijkheid”, aldus Kucun.

Tussen de raderen in Turkije

“We zijn Assyrische christenen die al eeuwen in het tweestromengebied tussen de Eufraat en de Tigris leven. We zijn de enige christenen die nog de taal van Jezus, het Aramees, spreken. Maar in 1993 werd ons eeuwenoude geboortedorp van de kaart geveegd”, getuigt Kucun met een door verdriet overslaande stem.

De jaren tachtig waren turbulente jaren in Turkije. Na drie opeenvolgende staatsgrepen door het Turkse leger groeide het verzet onder een deel van de bevolking. In het oosten van het land ontaardde dit in een gewapend conflict tussen de Koerdische rebellen en het Turkse leger dat nog altijd doorgaat.

“En wij zaten vast in dat conflict dat in ons gebied werd uitgevochten. Als we weigerden de Koerdische rebellen te helpen, werd ons dat kwalijk genomen. Maar als we niet meewerkten met het Turkse leger, was dat nog een groter probleem. Niets is erger dan in angst te leven. Mijn ouders wilden vooral hun kinderen in veiligheid brengen voor het te laat was. Ze lieten alles achter en kwamen in Duistland terecht”, vertelt hij.

Duitsland

Het was in 1987 toen de jonge Kerim Kucun, de oudste van de familie, samen met zijn ouders, broers en zusters naar Duitsland vluchtte. “Via een omweg kwamen we in Duitsland terecht. In die tijd kon men nog zonder visum naar Lissabon vliegen. Maar toen onze vlucht een tussenstop maakte in Frankfurt, vroegen we daar onmiddellijk asiel aan”, zo vertelt hij.

Nog geen half jaar na aankomst in Duitsland, overleed de moeder van het kroostrijke gezin van negen kinderen. “Toen mijn moeder stierf, was mijn jongste zus anderhalf jaar oud. We vermoeden dat mijn moeder door een verkeerde medische behandeling is gestorven, want voor onze vlucht was ze nog kerngezond. Aangezien we op dat moment de taal niet kenden en onze asielaanvraag nog in behandeling was, hebben we ons stil gehouden”, aldus nog Kucun.

In 1993, in hetzelfde jaar dat Kucuns geboortedorp Hassana door het Turkse leger na gedwongen evacuatie werd platgebrand, verloor hij nog drie broers in een autoaccident. “We verloren niet alleen ons geboortedorp, met alle tradities en herinneringen aan de goede oude tijd, maar ook onze familie ging kapot”, zegt hij.

België

Omdat Kerim Kucun in Duitsland moeilijk werk kon vinden, besloot hij om samen met zijn vrouw en zijn kinderen naar België te verhuizen. Van 1997 tot 2004 werkte hij als arbeider in een Antwerps carrosseriebedrijf tot hij de kans kreeg om samen met een aantal partners in Mechelen een eigen zaak op te richten.

“In Mechelen leven nog honderden families afkomstig uit Hassana, maar toch heb ik heimwee naar vroeger, naar mijn geboortedorp dat nu niet meer dan in mijn verbeelding voortleeft. Ik ben meer dan twintig jaar weg uit mijn dorp en telkens ik terugkeer ben ik blij dat de bergen er nog zijn. De fruitboomgaarden waar mijn ouders samen met zo’n 80 procent van de andere dorpsbewoners van leefden, zijn weggebrand. De leegstaande huizen, ooit bewoond door meer dan honderden gezinnen, zijn zo goed als volledig geplunderd. We zijn te lang weg om Hassana terug op te bouwen”, vertelt hij.

Uit heimwee naar de fruitboomgaarden van vroeger die in de vallei, aan de voet van de berg Judi hun vruchten afwierpen, kweekt Kucun in de schaduw van de industriële muren van zijn warenhuis een vijgenboom, druiven, appels en kersen. “Deze jonge bomen geven mij iets terug van vroeger”, zucht hij opgelucht.

Ontvangst in de gastlanden Duitsland en België

“In het begin, toen we de taal nog niet kenden en echt hulpbehoevend waren, kwamen mensen ons oude kledij brengen, brachten ons naar waar we moesten zijn en deden boodschappen voor ons. Maar vanaf het moment dat ze zien dat je jezelf kan redden, nemen ze afstand van je. Dat heb ik nooit begrepen”, aldus Kucun.

Hij vraagt zich af waarom niemand van wie hem ooit hielp zijn relatie met hem in een hechte vriendschap heeft omgezet. Hij vermoedt dat sommige mensen afgunstig zijn op ondernemende vreemdelingen. “Kijk, als minderheid hebben we in België meer rechten dan in ons thuisland Turkije. Maar dat is op papier. Niemand verbiedt ons hier om onze moedertaal te spreken en als we willen, kunnen we onze traditionele kledij dragen zonder dat de politie ons lastig valt. In Turkije mochten we zelfs tot voor kort ons eigen Nieuwjaar, Kha b’ Nisan, op 1 april, niet vieren.”

“Maar in België blijven we, hoe hard we ons best ook doen, nog steeds vreemdelingen. Als mijn zoon op de voetbaltraining te laat komt opdagen, moet hij als straf rondjes lopen, terwijl een Vlaming niet dezelfde straf opgelegd krijgt”, vertelt Kucun. Hij geeft toe dat dit soort zaken te klein zijn om zich druk over te maken, maar ze zijn een voortdurende bron van ergernis. “Je wordt regelmatig geconfronteerd met je anders zijn. En dat is lastig”, voegt hij er aan toe.

Geen echte christenen te zien

“In onze dorpen leefden we volgens onze christelijke visie waarbij het gezin de steunpilaar vormde van de samenleving en de solidariteit, samenhorigheid, behulpzaamheid tussen de mensen was spontaan en vanzelfsprekend. We hoopten dan ook hier in deze ‘christelijke’ samenleving aan te treffen. Helaas zien we dat de maatschappij hier nog meer op individuen steunt en dat gezinnen veelal versnipperd zijn of zelfs niet meer bestaan.”

Kerim Kucun is vooral onder de indruk van het aantal gescheiden ouders dat hij in de voetbalclub van zijn zoon ontmoet. Bijna 60 procent van de spelers leeft met gescheiden ouders. Voorts vindt hij het spijtig dat de mensen hier zich vooral zorgen maken over de aardse behoeften.

“Ik ken dorpsgenoten die zich hier goed voelen omdat ze in veiligheid leven en hun brood kunnen verdienen. Maar ik voel me hier leeg, omdat ik die mentale voeding mis. Ik mis de samenhorigheid, de solidariteit, het groepsbelang boven je eigen belang stellen, de onvoorwaardelijkheid en de ongedwongenheid van de contacten”, licht hij toe.

De eeuwenoude traditie met uitsterven bedreigd

“Vluchten houdt een groot verlies in. Vroeger waren we niet rijk, maar we waren gelukkig. Mijn vader werkte in de tuinbouw en weefde op ambachtelijke wijze shella en sapikka, de traditionele kledij die we droegen, met het garen dat mijn moeder spon.”

“Hier hebben we meer luxe, maar gelukkig ben ik niet, want ik zie onze taal, tradities en cultuur stilaan uitsterven”, vertelt Kerim Kucun. Hij vindt het jammer dat zijn kinderen geen interesse voor hun Assyrische culturele erfgoed tonen. De taal kunnen ze nog wel spreken, maar ze lezen en schrijven lukt niet meer. Bovendien dromen zij er niet van als hun vader om ooit Hassana opnieuw op te bouwen.

“Ik zie hoe sommige van mijn dorpsgenoten hier ook zijn veranderd. Ze worden ook individueler terwijl we vroeger meer solidair waren. Zelfs tussen mij en mijn kinderen voel ik al het verschil. In mijn ouderlijke huis gebruikten we termen als ‘ons huis’, maar mijn kinderen spreken hier in termen van ‘mijn kamer’. Als mijn ouders bezoek kregen, bedienden wij onze gasten. Mijn kinderen gaan naar hun kamer in plaats van de gasten te bedienen. Ik neem het ze niet kwalijk, het merendeel van de dag zitten ze op school en ze leren vooral zich te ontplooien als een individu.”

Hij troost zich alleen met het idee dat zijn familie veilig is en ze niet hoeven te sterven in een oorlog. Kerim Kucun meent dat de tragedie van de vlucht zit in het feit dat hij hier bouwt, terwijl wat hij achterliet onherstelbaar kapot is.

take down
the paywall
steun ons nu!