Interview, Nieuws, Cultuur, Interview, Lieven tavernier -

Luisterpost: Interview Lieven Tavernier: “Niemand die nog maatschappelijk relevante dingen in zijn muziek durft te steken”

Gentenaar Lieven Tavernier mag dan altijd voor de luwte gekozen hebben, toch bewijst zijn deze week verschenen cd ‘Witzand’ nog maar eens dat hij tot de top drie van de Vlaamse singer-songwriters behoort. En als hij zijn mond open doet, dan gaat het over het ontbreken van politiek in de huidige muziek, Nescio, Tsjechov, Boontje, Randy Newman, Gent, hip hop en de kracht van muziek.

dinsdag 15 november 2011 17:26

Lieven Tavernier (°1947) is een schitterende songschrijver. Bewijzen daarvoor zijn onder meer zijn door Jan De Wilde gecoverde classics ‘De fanfare van honger en dorst’ en ‘De eerste sneeuw’. Maar zeg het vooral niet tegen Tavernier zelf. Waardering voor zijn oeuvre en zijn nieuwste cd Witzand worden haastig weggewuifd. Ook een interview met de man is voortdurend zelfdenigrerende schijnbewegingen pareren.

Zoals hij schermt met woorden en zegt dat hij een heel moeilijke jongen is, maar tegelijk voert hij een beklijvend gesprek dat veel dieper gaat dan de meeste promotiepraatjes. Witzand bevat als vanouds ijzersterke teksten, waarover straks meer, maar ook muzikaal is ze meer dan de moeite waard. Koen Gisen (producer van An Pierlé en The Bony King Of Nowhere) zorgde ervoor dat de muziek tegelijk heel diep gaat en toch ingehouden is.

Hoe is dat gegroeid?

“Het lag niet zo voor de hand dat Koen en ik zouden samen werken. Blijkbaar kende hij mijn werk en is hij samen met An (Pierlé) fan, als ik dat zo mag zeggen. Ik kwam met hem in contact via mijn zoon die in Vooruit werkt. Koen doet daar de programmatie. Mijn eerste cd werd geproduceerd door Patrick Riguelle en de volgende drie waren in een productie van Nils De Caster, een van mijn muzikanten. Hij speelt nog altijd bij mijn groep De Zondaars, maar we hadden allebei het gevoel dat we rond waren. Nils heeft de productie van die drie cd’s met heel veel liefde gedaan en er veel werk in gestoken. Maar hij vond dat er een andere invalshoek mocht komen. Bij Koen was die er zeker. Hij is een ‘popjongen’, maar de samenwerking verliep heel goed. In die mate dat het inderdaad heel ingehouden was en dat hij niet werkte met de instelling van ‘we moeten Tavernier even de 21ste eeuw binnen brengen’.”

Het was ook niet zo dat Gisen koos voor een aanpak in de stijl van de laatste platen van Johnny Cash?

“Ah, je denkt natuurlijk aan mijn hoge leeftijd (lacht). De demo die ik had ingestuurd was een beetje in de americana-stijl en ik dacht dat het ook die richting zou inslaan. Hij koos echter voor een heel mooie invalshoek, een beetje in de stijl van Daniel Lanois. Het lijkt allemaal bijzonder eenvoudig, maar er zitten zoveel lagen in. Ik heb daar geen verstand van, maar hij wel.”

Bij jouw songs moet ik spontaan aan andere schrijvers denken. ‘Aan De Stroom’ herinnert me bij voorbeeld aan Titaantjes van de Nederlandse schrijver Nescio.

“Een mooie referentie, ik heb liever dat je naar Nescio refereert dan naar Bart Peeters. Ik ben blij dat er nog mensen zijn die Nescio kennen. Dat ligt echt niet voor de hand. Ik denk aan die anekdote over Louis Paul Boon die in de jaren ’50 aan een paar Vlaamse schrijvers over Nescio vertelde en de reactie was: ‘Allez, Boontje, jij altijd met jouw Latijnse schrijvers.’
‘De Fanfare van Honger en Dorst’ is een beetje als Titaantjes. Ik heb ook Over Water geschreven, een roman over Gent en dat is dan weer een uitgewerkte versie van ‘De fanfare van honger en dorst’. Nescio was de man van de klare lijn. Zijn schrijven is zeer verraderlijk, het lijkt allemaal heel eenvoudig, maar dat is het verre van. Samen met Tsjechov is hij altijd een lichtend voorbeeld voor mij geweest. Schrappen, kuisen, schaven… zo moet het zijn. Maar het mag nooit zo lijken. Bij sommige mensen merk je dat er aan gezwoegd is en dat zegt me niets. Ik heb liever dat men van mijn teksten zegt dat ze simpel zijn, dat lijkt me een goed criterium.”

Je hebt het bij één roman gehouden?

“Ik ben een gedichtenman. Heel lang geleden heb ik die roman gepubliceerd en die werd zeer goed ontvangen. Achteraf kreeg ik heel vaak de vraag: “Oké, je schrijft nu wel die liedjes, maar waar blijft die tweede roman?’ Terwijl ik voor mezelf vind dat ik mijn weg nu wel gevonden heb. Ik heb bij het schrijven van een roman problemen met bij voorbeeld de bruggetjes die je nodig hebt om naar een volgend hoofdstuk te gaan. In de teksten die ik schrijf, is elk woord onvervangbaar. Misschien komt er nog wel eens een roman, maar liedjes als ‘Het huis van liefde’ en ‘Aan de stroom’ zijn echt mijn ding.”

De titelsong heet ‘Witzand’. Waar komt dat woord vandaan?

“Ken je Noord-Frankrijk ? Tot een paar eeuwen terug kwam Vlaanderen tot aan Boulogne. Ik ga daar wel eens op vakantie, naar Wissant, een verbastering van het Vlaamse Witzand. Als je daar op de kaart kijkt, dan hebben al die gemeenten vervormde Vlaamse namen. Het verhaal uit dat liedje speelt zich daar dus af. Ik leg het uit omdat ik niet wil dat men denkt dat ik refereer naar de verschrikkelijke Kristien Hemmerechts, want die heeft een roman die Wit Zand heet. Ik weet wel niet waar het verhaal vandaan komt. Het was er opeens en Koen herkende er een Amerikaanse murder ballad in, terwijl ik dat in mijn naïviteit niet eens gezien had.”

‘De boodschapper’ is dan weer haast apocalyptisch, politiek.

“Het is een van de weinige songs van de plaat die al ouder is. Dit liedje stamt uit de periode van Sail Away, de derde cd van Randy Newman. Dat is het begin van de jaren ’70. Ik wou toen iets in zijn stijl schrijven met de ironie van ‘God’s Song (That’s Why I Love Mankind)’. Het was een zeer religieus nummer met een dubbele bodem en ik moest voor mezelf vaststellen dat ik dat niet kon. Het had ook een Randy Newman-achtige melodie. Twee jaar geleden heb ik daar nieuwe muziek op gevonden. Met die ben ik naar Koen getrokken en tijdens het opnameproces heb ik daar een ‘All Along The Watchtower’-achtige gitaar aan toegevoegd. Ondertussen was de tekst ook al drie keer veranderd. Van ironisch-religieus, naar de boodschapper op zich, naar meer en meer een politiek en maatschappelijk standpunt.”

“Eigenlijk kwam dat er onder invloed van de Gentse hiphopgroep Rauw en Onbesproken. Mijn jongste zoon is één van de zangers en ik ben een paar keer naar hun concerten geweest. Ik ben niet echt in het genre geïnteresseerd, maar die gasten maken tenminste nog maatschappelijke statements. Waar gebeurt dat nu nog? Wie durft nog iets te zeggen? Wie heeft er nog een mening? Niemand die nog maatschappelijk relevante dingen in zijn muziek durft te steken. Zij maken zich tenminste kwaad. Dat gevoel heb ik gecombineerd met een referentie naar Büchners pamflet De Hessische Landbode. De man (schrijver van onder meer Woyzeck en Danton’s Tod) was in 1834 al een vroege ‘Amadees’ en wilde de boeren in opstand laten komen. Hij schreef in dat pamflet onder meer ‘Friede den Hütten! Krieg den Palästen!’. Dat werd bij mij: ‘Oorlog aan de paleizen / Vrede op het land’. Op al mijn cd’s heb je zo’n songs, want ik vind dat de maatschappij aanwezig moet zijn. Maar al mijn jongere collega’s zwijgen, niemand is nog kwaad. Terwijl ik echt denk dat er nu net heel veel redenen zijn om ons kwaad te maken of om iets te formuleren. Ik heb de song naar Radio 1 gestuurd en als single aangeboden, maar ik kreeg nul op het rekest.”

“Al mijn jongere collega’s zwijgen, niemand is nog kwaad. Terwijl ik echt denk dat er nu net heel veel redenen zijn om ons kwaad te maken of om iets te formuleren”

 

Het is niet het enige politieke element. Is in het Frans zingen (‘La Cathédrale’) ook niet een beetje een politieke daad tegenwoordig?

“Vreemd genoeg wel. Ik hoor het ook van Sarah D’hondt, een meisje dat met me meezingt. Met haar band zingt zij steengoede Franse chansons en ze krijgt heel vaak de reactie: ‘Wat doe jij nu? Waar haal je het vandaan om Franse liedjes te zingen?’ Dat soort idee is nog nooit bij mij opgekomen. Blijkbaar ligt het tegenwoordig gevoelig, maar het zal me worst wezen. De inspiratie voor het nummer komt van bij een Franstalige, Gentse auteur. Hij heette Franz Hellens, dat was zijn schrijversnaam, want hij was de zoon van de bekende Gentse professor Émile Van Ermengem. Hij schreef onder meer Le rendez-vous dans une église.”

Een andere literaire referentie is de titel van ‘Zij kent haar licht niet’. Die verwijst naar een versregel van Frederik van Eeden?

“Voor die regel, jonge vriend, moeten we weer naar Nescio. In een dagboekaantekening van hem stond dat van Eeden nog niet de slechtste was, want hij had tenminste één goede regel geschreven (gelach) en die was ‘Zij kende haar licht niet’.”

Heel wat van jouw collega’s zijn al jaren weg gedeemsterd of zelfs overleden.

“Ik heb er altijd voor gekozen om heel langzaam te werken, natuurlijk ook omdat ik bang was om met mijn werk naar buiten te komen. Ik weet nu stilaan wat het waard is en koester een soort van Tavernierlandschap waarin ik me thuis voel. Tegelijk dacht ik ook bij de opnamen van deze cd: als dit de laatste is, dan moet het wel in orde zijn. Ik ga nooit iets uitbrengen waarvan ik niet volledig tevreden ben. Ik heb nu trouwens genoeg materaal opgenomen voor twee platen en heb ook nog een project klaar liggen met een brassband van 40 man. Dat is ook opgenomen en hopelijk komt het volgend jaar uit.”

Ondertussen zit je met ‘De fanfare van honger en dorst’ en ‘De eerste sneeuw’ flink in het collectieve bewustzijn van de Vlaamse luisteraars genesteld.

“Ik word nooit gedraaid op de radio en toch staat ‘De eerste sneeuw’ op 3 en ‘De fanfare’ op 11 in de 100 op 1. Ik vind het zeer fijn dat mijn songs zo ‘blijven’, ook al is het in de versie van iemand anders. Soms komt je muziek heel ver. Ik heb een nichtje die op palliatieve zorgen werkt en er is daar een dame die haar laatste maanden ‘doet’. Zij draait altijd maar mijn nummers. Mijn nichtje vertelde haar dat ik haar oom ben. Gisteren ben ik bij die dame gaan zingen, ze had er zo naar uitgekeken. En die vrouw zei toen: “Als ik die liedjes hoor, moet ik geen medicijn nemen.”

Witzand van Lieven Tavernier is nu uit bij Coast To Coast
www.lieventavernier.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!