Opinie, Nieuws, Economie, Internationaal Vakverbond (IVV), China, Europese vakbonden, Watmet, Carlos Polenus - Carlos Polenus

Wat met ‘Wang’ in China?

Hoe doet China het de laatste tijd op sociaal vlak? Carlos Polenus, adviseur bij het Internationaal Vakverbond schetst enkele trends.

zaterdag 12 november 2011 13:07

China is niet uit de actualiteit te branden. Voor nationalisten is het een Han dictatuur die andere volkeren onderdrukt, voor democraten is het een autoritair politiek systeem dat oprukt naar het statuut van supermacht, voor ondernemers is het een droomland met gigantische markten en grote ondernemersvrijheid. Namelijk de vrijheid om lage lonen te betalen, lange werktijden op te leggen en oeverloos te verontreinigen.

Formele arbeidsmarkt

De sociale evolutie van “Wang“, de hardwerkende Chinees, is echter weinig gekend. In 2007, na vier jaar academische voorbereiding en debat, is een nieuwe arbeidswet aangenomen. Een nationale wet voor alle arbeiders, bedienden en ambtenaren tegelijk. Opmerkelijk daarbij is dat het internet ingeschakeld werd. In 2006 verwerkte een professor met zijn team, de meer dan 190.000 online opmerkingen. Het eindspel met marchanderen kon beginnen.

De pro-business vleugel kon enkele zaken uit de wet houden. Bijvoorbeeld: het strenge ontwerp voor interim werk. Het enige land in de wereld dat een gelijkaardige stap voorwaarts zette was Brazilië. Onder president Lula gingen de vakbondsrechten er gevoelig op vooruit. Ondermeer het initiatiefrecht om een vakbond op te richten, bescherming van de syndicale gekozenen in bedrijven, effectieve controle op de toepassing van arbeids- en sociale wetgeving.

In China kreeg een werkende bevolking van meer dan 300 miljoen nu ondubbelzinnig recht op een schriftelijk arbeidscontract. Het lijkt voor ons een vanzelfsprekend iets. Een arbeidscontract met duidelijk uurloon, wekelijkse arbeidsduur, berekening van de overuren, verbod op lijfstraffen schept echter een formele arbeidsmarkt.

Een werkgever die al 6 maanden geen loon meer betaalde aan een migrant-arbeider uit het platteland, kon niet meer zeggen voor de arbeidsrechtbank dat hij deze werknemer niet kende. Loon achterhouden of gewoonweg niet uitbetalen is nu diefstal, willekeurige en fysieke sancties zijn verboden, afdanken zonder opzeg of schadevergoeding is onwettelijk.

De toepassing van deze wet werd geïmplementeerd via een mediatie regelgeving. Die richtte een landelijk systeem van individuele mediatie comités op. Dit gaf de arbeiders-migranten de gelegenheid om gratis klacht neer te leggen zonder in de werk-provincie te moeten blijven. En zonder een dure advocaat te moeten nemen.

De meer dan 600 000 klachten op één jaar bewezen snel het nut. De ACFTU, de Chinese monopolie vakorganisatie, onderhandelde en promootte deze wet maar is op het terrein, in de bedrijven, geen actieve factor. In het algemeen heeft de ACFTU meer impact op de nationale regelgeving dan toezicht in de bedrijven zelf.

Wetenschappelijke studies stelden in 2010 vast dat elf procent meer werknemers beschikten over een geschreven contract en dat zes procent een lopende procedure had die op de nieuwe arbeidswet steunt. Vooral de migrant-arbeiders, de meest kwetsbare groep op de arbeidsmarkt, vaart goed bij deze wetgeving. Er zou nog een geschatte grijze zone van zestien procent zijn dat geen geschreven contract heeft en/of geen beroep doet op de toepassing ervan.

Landbouwers en studenten

Het is belangrijk om het belang in te schatten dat men de achtergrond van de Chinese arbeidsmarkt kent. Ze is erg gesegmenteerd. Er zijn ongeveer tweehonderd miljoen boeren-arbeiders die vanuit de binnen provincies naar de welvarender kustprovincies komen werken. Ze verdienen er veel meer dan op het platteland. Maar dit ten koste van zware sociale, culturele en fysieke uitbuiting. Ze hebben ook niet dezelfde rechten als de urbane werknemers. Doordat ze het recht op een stuk land op het platteland behouden, hebben ze quasi geen toegang tot urbane sociale diensten zoals kinderopvang, scholen, gezondheidszorg, huisvesting…

Velen keerden, na enkele jaren, terug en vertelden horror verhalen. Maar ze hebben zich ook enige moderniteit en vaardigheden eigen gemaakt. Soms begonnen ze iets op het platteland. Rond 2008-2010 bereikte het één kind beleid in China zijn demografisch kantelmoment.

De bevolking veroudert en de toestroom op de arbeidsmarkt daalt. Daarenboven wil de jonge generatie van het platteland niet meer hetzelfde slavenwerk doen. Ze willen naar de stad maar om er te blijven en de voordelen van de moderniteit op te nemen. Ze zijn groot geworden met de TV die beelden van de Expo in Shanghai en de Olympische Spelen in Beijing toonde.

Om toch voldoende werkers aan te trekken verbeterden sommige kuststeden en -provincies hun verblijfsvoorwaarden. Dertig territoria verhoogde het lokale minimumloon. Deze minimum lonen vormen in China geen minimum maar eerder een te bereiken doel voor migranten op de arbeidsmarkt.

Om aan de schaarste aan werknemers te voldoen schakelden bedrijven ook massa’s studenten in. Ze werken mee aan de productielijnen van de exportproducten zoals de iPods, ippons, iTabs Blitse merken zoals Nokia, HP, Sony, Dell enz… leveren, via de supply chain China, aan de onbewuste consumenten van het Westen.

99 procent van de werknemers blijft er minder dan één jaar werken. Vooral de armere studenten verdienen zo het toekomstige schoolgeld en hun leraars behouden zo hun banen. Deze laatsten werven groepen studenten in blok voor 6 maanden industrie “praktijk’”.

Acties

Toen de studenten in de Honda fabriek in Nanhai (Guangdong provincie) vaststelden dat de verhoging van het provinciaal minimum loon niet op hen van toepassing was, organiseerden ze een staking.  De studenten vallen onder het Ministerie van Onderwijs en dus buiten de arbeidswet, maar slaagden erin om met een succesvolle staking mee te surfen op de loonsverhogingen. Het was de aanzet voor een hele reeks van werkonderbrekingen, demonstraties en stakingen.

Tussen 2010 en 2011 namen meer dan duizend exportgerichte bedrijven uit Guangdong deel aan acties. Ook buiten de provincie Guangdong grepen werkers naar het wapen. Het is opvallend dat de eisen zich beperkten tot het “economische”. De Chinese pers had veel sympathie voor de acties en de sociale media ondersteunden en verspreidden de beweging.

De ACFTU reageerde snel op deze opportuniteit om het bestaand stelsel van collectieve onderhandelingen in overdrive te zetten. Van een bestaand recht op informatie over de lonen naar een stelsel van een onderhandeld loon. Onderhandeling gevoerd tussen gekozen werknemers en hun bedrijfsleiders. Bovenop de politiek van minimumlonen nu ook promotie van sector- en bedrijfsonderhandelingen.

En hier speelt het samenwerkingsakkoord tussen de ITUC en de ACFTU zijn rol; de knowhow betreffende collectieve onderhandelingen, industriële relaties, stakingsrecht, mediatie bij collectieve geschillen enz.. worden uitvoerig uitgewisseld tussen beide organisaties. Het moment is daar om verantwoordelijkheid te nemen. Dankzij een progressieve samenwerking met academici en syndicale activisten in China kunnen we als internationale vakbeweging een verschil maken.

Carlos Polenus

Carlos Polenus is China-adviseur bij de wereldvakbond IVV. Hij schreef dit artikel voor chinasquare.be.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!