“Duitse loondumping moet worden gestopt”
Opinie, Nieuws, Economie, België - ACV en ABVV

“Duitse loondumping moet worden gestopt”

In de discussie die losbarstte over de stijgende lonen worden enkele belangrijke gegevens over het hoofd gezien, menen de vakbonden ABVV en ACV. U vindt die cijfers hieronder op een rij.

dinsdag 8 november 2011 11:54

Het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven publiceerde dinsdag zijn nieuw technisch verslag. Ook deze keer wordt dit technisch verslag door sommigen misbruikt voor een onterecht offensief tegen onze loonvorming en tegen de index. ABVV en ACV kunnen dit niet aanvaarden.

Naast het technisch verslag moet men ook rekening houden met de andere belangrijke elementen om een correct debat te kunnen voeren:

1. Een reeks loonkostsubsidies (4,4 miljard euro in 2012 voor fiscale subsidies, dienstencheques en activering uitkeringen) worden, wegens een veto van de werkgevers, in het CRB rapport niet meegerekend. Als men dit wel doet, daalt het loonkostverschil met de 3 buurlanden in een klap tot 1,5 procent. Bovendien stegen de lonen in de periode 2011-2012 met 6,3 procent in België tegen 6,0 procent in de drie buurlanden. Dit kleine verschil van 0,3 procent wordt volledig toegeschreven aan de snellere stijging van de prijzen in België.

2. De hoge productiviteit van Belgische werknemers wordt niet in rekening gebracht. Die productiviteit per gewerkt uur bleek in 2010 volgens Eurostat nog steeds 6,29 procent hoger te liggen dan bij de drie buren en 7,65 procent volgens de berekeningen van de Conference Board.

3. Dé doelstelling van de wet van 1996 – namelijk een betere werkgelegenheid – wordt ruimschoots behaald. Het loonniveau, waarop nu de focus wordt gelegd, is slechts een middel om deze doelstelling te halen. België kende van 1996 tot 2011 in de privésector een stijging van het werkgelegenheidsvolume (aantal gewerkte uren) met 15,6 procent, tegen een gemiddelde van 5,8 procent bij de drie buren en amper 3,0 procent in Duitsland. Dat betekent voor België een werkgelegenheidsvoorsprong van 9,3 procent op de drie buren.

4. Concurrentievermogen is veel meer dan enkel de loonkost. Daarom besteedt de CRB altijd uitgebreid aandacht aan de inspanningen inzake innovatie en opleiding. Opnieuw moet worden vastgesteld dat België op dit vlak ruim onder de Europese en nationale doelstellingen blijft. We kampen met een innovatiehandicap van 34,7 procent en met een opleidingshandicap van 43 procent. Of nog: met een loonmassa in 2010 van 135,2 miljard euro wordt de werknemers voor 1,1 miljard euro tekort gedaan aan opleiding.

Bovendien worden de hoge energieprijzen, de belangrijkste oorzaak van inflatie in België, nog steeds niet aangepakt.
Gezinnen en bedrijven betalen in België voor energie fors meer dan in de buurlanden. Die hoge energieprijzen stuwen de inflatie en dus de index de hoogte in.

ABVV en ACV dringen andermaal aan om snel werk te maken van een controle op de energieprijzen. ACV en ABVV willen dat de overheid de energieregulator (CREG) de macht geeft om de elektriciteit- en gasprijzen veel sterker te controleren. Op die manier wordt de inflatie bij de bron aangepakt. Morrelen aan de index zou bijzonder schadelijk zijn voor het consumentenvertrouwen. En bijgevolg de binnenlandse vraag ondermijnen. Dat België beter aan de recessie van 2009 weerstond, wordt in het rapport van de CRB mede toegeschreven aan het standhouden van onze binnenlandse vraag.

Er rijzen ook steeds meer fundamentele vragen bij het mechanisme van internationale loonkostvergelijkingen. De vakbonden hebben het altijd verstandig gevonden om de loonevolutie in de buurlanden te monitoren. Maar de koers van loondumping die Duitsland nu al jaren voert, maakt deze oefening almaar zinlozer.

Want welk land gaat er eigenlijk in de fout? Het land dat tracht de koopkracht van zijn werknemers te beschermen en hen te laten delen in de groei? Of het land dat zijn problemen tracht te exporteren door een beleid van aangehouden sociale dumping, in het bijzonder loondumping? Dat is precies wat Duitsland al jaren doet. Volgens de laatste Eurostatcijfers is het aantal personen met risico op armoede van 2005 tot 2010 in Duitsland met 2.688.000 gestegen. Het aandeel van die groep in de bevolking is met 28 procent gegroeid. Een groeiend aandeel in die groep zijn werkende armen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!