Antwerpse strijd (1)

Antwerpse strijd (1)

dinsdag 8 november 2011 16:33

Volgend jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Willen Antwerpenaren meer van hetzelfde, of is het tijd voor wat anders? Welk beleid krijgen ze nu? Patrick Janssens schreef er een boek over. En in dat boek staan ook opvattingen over wat sociaaldemocratie vandaag betekent. Meer dan stof genoeg. Hier volgt een eerste stukje met bedenkingen.

‘Voor wat hoort wat. Naar een nieuw sociaal contract’

De Antwerpse burgemeester heeft onlangs zijn visie op sociaal beleid neergeschreven. ’t Stàd besteedt namelijk veel middelen aan leefbaarheid, maar krijgt fenomenen als kansarmoede, onderwijsuitval en soms weinig leefbare sociale huisvesting moeilijk onder controle. Pleiten voor méér middelen is niet voldoende, aldus Janssens. We hebben een nieuw contract nodig: een heldere visie op wederzijdse rechten en plichten tussen burgers en overheid. ‘Antwerpen toont de weg’ is Janssens’ boodschap. En dat klinkt goed: Antwerpenaren verwachten niets minder van hun burgemeester.

De bijdrage van Janssens

Dit ‘nieuwe’ contract slaat volgens Janssens vooral op het naleven van enkele verzekeringsprincipes. Echt nieuw is dit niet: inhoudelijk sluit Janssens aan bij de ‘Derde Weg’, van bijvoorbeeld  Anthony Giddens, Tony Blairs huissocioloog.

Janssens meent dat de samenleving wél compensaties moet garanderen voor moeilijke leefomstandigheden, maar liefst alleen wanneer je er als burger niet verantwoordelijk voor bent, bijvoorbeeld voor ziekte. Wederkerigheid betekent dat je rechten verwerft als je bijdraagt. Je hebt dus rechten in de mate dat je ook plichten vervult.

Daarbij leiden nieuwe sociale kwesties – door globalisering en migratie – tot nieuwe risico’s, stelt Janssens vast. En die zijn in Antwerpen niet gering. Meer dan een kwart van alle ‘nieuwkomers’ vestigde er zich het afgelopen jaar. De Belgische staat dwingt grote steden ook om lasten op te vangen van zijn falend federaal migratie, integratie- en veiligheidsbeleid. Janssens beschrijft hoe hij deze uitdagingen aanpakt: kordaat, streng, actief.

En vaak met (te) korte riemen. Ten eerste zijn academici de kwalijke gevolgen van globalisering en migratie nog aan het ontdekken, wat niet meteen helpt (Prof. Deleeck, bijvoorbeeld, zag deze evoluties eigenlijk over het hoofd, aldus Janssens). Ten tweede beperken Vlaamse, Belgische of Europese regels de lokale beweegruimte.

En dat is vervelend, want Janssens wil vooral een renderend systeem: resultaten voor de ingezette middelen. Zeker wanneer de steun voor ‘solidariteit’ bij de brede bevolking afbrokkelt en het moeilijker wordt om meer algemene inspanningen te vragen. Als lezer denk je dan dat de federale regering wel degelijk lastenverhogingen voor de middenklasse zal doorvoeren, maar goed. Alvast niet zijn soort aanpak, lijkt Janssens te suggereren.

Ondertussen doet Antwerpen volgens Janssens wat het kan, balancerend op de rand van  haar beleidsbevoegdheden. Het Antwerpse beleid is daarbij strenger en veeleisender dan van andere steden, beweert de burgemeester, en zou liefst nog strenger zijn, als andere overheden het maar toelieten. Zo hanteert het OCMW het principe ‘niets voor niets’ en is OCMW-steun gekoppeld aan inburgering (die complexloos strenger verloopt dan wat de Vlaamse NV-A minister vraagt). Ook het spijbelbeleid is strenger.

En voor Janssens is het Vlaamse laksheid die desocialehuisvestingsmaatschappij hindert in een streng optreden tegen asociale huurders. De burgemeester zou het allemaal liever anders zien, en de nodige wettelijke mogelijkheden krijgen om de verschillende diensten zo op mekaar af te stemmen dat ieder zijn verantwoordelijkheid wel moet opnemen.

Vele burgers vinden de verworvenheden van onze welvaartstaat te vanzelfsprekend, meent Janssens. ‘Voor wat hoort wat’ tracht dus een perceptie te corrigeren over ‘links’ beleid: de burgemeester wil uitleggen hoe zijn bestuur belastinggeld goed gebruikt én strijdt voor een leefbare stad. Want ook dat is verantwoordelijkheid. En dit maakt evengoed deel uit van Janssens’ contract: hij lijkt geen politicus die potentiële kiezers door dienstbetoon wil binden.

Enkele kanttekeningen

Het heeft iets ontstellends dat een sociaaldemocraat in 2011 over plichten en bijdragen nog een boek hoeft te schrijven. Wie ooit voorstelde dat ons sociaal systeem vrijblijvend, plichtenvrij was, heeft het sociale systeem op lange termijn ondermijnd. Goed, het boek van Janssens biedt een duidelijk en ambitieus antwoord. Maar nu dreigt dezepoliticus wel in een ander uiterste te vervallen. Want de noodzaak tot wederkerigheid geldt uiteraard niet alleen voor steuntrekkers, maar evengoed voor bankiers, aandeelhouders en raadsleden van bedrijfsbesturen. Dat lijkt misschien ver verwijderd van de Antwerpse problematiek, maar in die raden van banken en bedrijven zetelen ook politici.

Over verantwoordelijkheid nemen gesproken… Met de bedragen – ettelijke miljarden – die mannen in maatpakken door ongecontroleerde speculatie, hebzucht en zelfoverschatting de deur uit gooien kan je wel even voort voor een sociaal beleid. En de crisis die we vandaag kennen, duurt al enkele jaren.  In 2008 hebben politici dus een geweldige kans gemist om orde op zaken te stellen, om excessieve bonussen aan te pakken, kortetermijnspeculatie te ontmoedigen en een kritische zelfanalyse te maken over de eigen betrokkenheid in dit dure en pijnlijke verhaal.

Er zijn wel enkele toegevingen: aangezien ook politici in het Dexia-verhaal fouten hebben gemaakt, verklaarde Patrick Janssens dat hij bereid is om zijn vergoedingen als bestuurslid terug te storten (DS 31/10/2011). Een mooi gebaar. Maar wanneer volgt de diepgaandere kritische zelfanalyse van ‘linkse’ politici over hun betrokkenheid bij een fout financieel beleid? Hoe komt het dat er zo’n algemene verblinding was tegenover wat ‘succes’ betekent in dat neoliberale model? Hoe komt het dat politici tegen misbruiken amper (durven) optreden? Heeft de sociaaldemocratie (fataal?) te lijden onder haar eigen succes: dat wie opgeklommen is op de ladder zich nu vooral wil identificeren met de ‘slimme’ jongens van Wall Street, van ‘The Economist’, van ‘Harvard Business School’?  Het blijft wachten op een grondigere verheldering.

Verder valt er in Janssens’ boek amper een woord over het hinderlijke en mogelijke asociale gedrag van de arrogante middenklasser of rijke burger, die achterpoortjes van regels opzoekt – of laat opzoeken – om zoveel mogelijk profijt uit het sociale contract te halen (en de eigen bijdrage te minimaliseren)…  Zo’n schadelijk gedrag komt natuurlijk eveneens voor, en ook hiertegen zou de (lokale) overheid best zoveel mogelijk optreden. 

Janssens heeft andere verstandige mensen een eigen bijdrage laten schrijven: Frank Vandenbroucke en Bea Cantillon.  Beide academici volgen zijn invalshoek, maar niet geheel kritiekloos.  Wordt dus vervolgd…

Janssens, P. (2011). Voor wat hoort wat. Naar een nieuw sociaal contract. Antwerpen: De Bezige Bij. Met bijdragen van Bea Cantillon en Frank Vandenbroucke.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!