Onbehagen regeert in Libië na de dood van Khaddafi
Verslag, Nieuws, Wereld, Libië -

Onbehagen regeert in Libië na de dood van Khaddafi

TRIPOLI — "De oorlog is voorbij en Khaddafi is begraven. Wat willen we nog meer?", zegt Adnan Abdulrafiq, eigenaar van een restaurant in Tripoli. Maar de problemen in het land zijn met het einde van de oorlog niet voorbij.

zondag 30 oktober 2011 20:05

Het restaurant van Abdulrafiq ligt op 50 meter afstand van Martelarenplein in Tripoli, het belangrijkste verzamelpunt in de stad. Waar vroeger Khaddafi met veel machtsvertoon voor het volk verscheen, zwaaien nu Libiërs met de nieuwe Libische vlag, die tot voor kort verboden was. De vlag is te zien op billboards, autostickers en sjaals. Overal zijn halskettingen, portemonnees en sleutelringen in de nieuwe kleuren te krijgen bij geïmproviseerde stalletjes.

“Iemand verdient hier veel geld aan, ik vraag me af of het Qatar is”, zegt jongere Hafiz, verwijzend naar de onvoorwaardelijke steun van Qatar aan de revolutie.

Op de muren hangen posters met teksten die oproepen tot verzoening, maar ook foto’s van vermiste Libiërs, met de tekst “Heeft u deze persoon gezien?” en de datum van de verdwijning en een telefoonnummer.

In de afgelopen twee maanden was Tripoli een favoriete bestemming voor opstandelingen uit Misrata en Nafusa, een bergketen honderd kilometer ten zuidoosten van Tripoli. Hoewel hun rol bij de val van Tripoli ongetwijfeld van vitaal belang was voor degenen die in opstand kwamen tegen Khaddafi, mogen ze van veel inwoners van de stad nu wel vertrekken.

“Ze schieten elke nacht in de lucht, zelfs met geschut op hun pick-ups”, klaagt Nawja Shakh, een voormalig docent Arabisch was op een middelbare school. “Wist je dat er bij de moord op Khaddafi meer dan zestig mensen per ongeluk gewond zijn geraakt?”, zegt de 35-jarige vrouw. Vijftig meter verderop maakt een man een foto van zijn kinderen, die een kalasjnikov vasthouden.

Sharia

Selah Rahman, een 30-jarige inwoner van Tripoli, is ook niet blij met de aanwezigheid van deze “wetteloze” milities.

“Gisteren zei er eentje “Allah-u-Akbar (God is groot) tegen mij. Omdat ik niet op dezelfde manier teruggroette, beschuldigde hij mij ervan een aanhanger van Khaddafi te zijn. Hij zou me arresteren, zei hij.” Rahman zegt dat hij de revolutie vanaf het begin gesteund heeft. Maar hij is bang dat hij problemen krijgt.

“Ik wil een modern en seculier land, geen middeleeuws emiraat”, zegt hij. De aankondiging afgelopen zondag dat de toekomstige wetgeving in Libië gebaseerd zal worden op de islamitische sharia-wetgeving, heeft tot onrust geleid bij burgers in Tripoli die vrezen dat religie een te grote rol zal gaan spelen in het nieuwe Libië.

In Tripoli is nog weinig te merken van die gevreesde invloed. De gebedsoproep van de moskeeën vermengt zich met muziek uit autoradio’s die in de file staan. De prijs voor benzine is flink gedaald nu de olievoorraden weer zijn aangevuld. Een liter benzine kost 7 eurocent en de meeste autobezitters kunnen zich dat veroorloven.

Vluchtelingen

Aan de Tarik Mukhtar, de weg naar het vliegveld, is het vernielde verblijf van Khaddafi te zien, met het daaronder gelegen netwerk van tunnels. Iets verder naar het zuiden staan tientallen verlaten appartementencomplexen. Verschillende buitenlandse bouwbedrijven werkten aan de bouw van nieuwe wooncomplexen, maar hun werknemers ontvluchtten het land na het uitbreken van de opstand.

In de barakken die werden opgezet voor Turkse bouwvakkers, zitten nu vluchtelingen. Tachtig gezinnen uit Beni Walid, een van de Khadaffi-bolwerken die als laatste vielen, wonen er al een maand.

“Ik ben teruggegaan naar Beni Walid om te kijken wat er over was van mijn huis”, zegt Khalifa Mohamed Khalifa (50), bij de ingang van het complex. “Alles was met de grond gelijk gemaakt, dus ik moest wel weg. Onderweg hierheen kwam ik twee rebellen tegen. Ze zeiden dat ik mijn autosleutels moest afgeven en reden weg met mijn auto. Al het geld dat ik nog had en mijn papieren, lagen in de auto. Ik heb niets meer.” 

Dergelijke verhalen zijn niet uniek. Abdul Hadi laat op zijn mobiele telefoon een foto zien van zijn verwoeste huis. Het meest mist hij de eigendomsdocumenten van zijn land. “Mijn familie woont daar al vijfhonderd jaar. En nu zitten we hier”, zegt hij, wijzend naar de barakken.

“Je mag niet zeggen dat alle revolutionairen leugenaars zijn”, zegt Adnan, die een rebellenvlag op zijn t-shirt heeft staan. “Je mag vrijuit spreken, maar je moet wel de waarheid vertellen”, zegt hij tegen de vluchtelingen die om ons heen drommen.

Door de aanwezigheid van een onbekende beveiligingsman, voelen ze zich echter niet op hun gemak. Al snel verdwijnen de bewoners voor het avondeten in de barakken.

“Ik weet dat Khaddafi dood is, maar ik zie hem nog in veel mensen”, zegt de taxichauffeur op de weg terug naar Tripoli.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!