Nog in november-december 2010 was Tripoli gaststad voor de tweejaarlijkse topconferentie van de samenwerking tussen de EU en de Afrikaanse Unie (foto: AU)
Midden-oosten, Nieuws, Wereld, Afrika, Politiek, NAVO, Libië, Investeringen, Mensenrechtenschending, Afrikaanse Unie, Buitengerechtelijke executies, Humanitaire militaire interventie, Noord-Afrika, Kolonel Muammar Khaddafi, Afrikaanse diplomatie, Arabische lente, VN-resolutie 1973, Libische rebellen, Libische Nationale Overgangsraad (CNT), Analyse, Ontwikkelingsprojecten, Zwarte arbeidsmigranten, Krantencommentaren -

Bij de dood van Khaddafi: enkele stemmen uit Afrika

De gewelddadige dood van de Libische kolonel Muammar Khaddafi laat ook in Afrika de gemoederen niet onbetuigd. Velen zijn ervan overtuigd dat met het verdwijnen van de flamboyante leider de weg naar meer Afrikaanse eenheid weer wat langer is geworden. Anderen juichen om de dood van een bloedig tiran. Maar vooral de rol van NAVO, de VN én de Afrikaanse Unie roept vele vragen op. Een analyse.

donderdag 27 oktober 2011 19:40

Donderdag 27 oktober heeft de VN-Veiligheidsraad in New York unaniem een resolutie aangenomen waarin de NAVO-operatie in Libië officieel wordt beëindigd op 31 oktober om middernacht. De VN gaat daarmee niet in op het uitdrukkelijke verzoek van de Libische Overgangsraad om de NAVO nog tot minstens het einde van dit jaar in Libië te laten opereren.

Vieze potjes blijven toe

Terwijl de stoffelijke overschotten van Muammar Khaddafi en zijn zoon Mouatassim dinsdag op bevel van de Libische Nationale Overgangsraad in een anoniem graf begraven werden op een “geheime plek, ergens in de woestijn in het zuiden van Libië”, blijven vele vragen onbeantwoord over de precieze omstandigheden van de dood de Libische leider. En het ziet er hoe langer hoe meer naar uit dat de nieuwe machthebbers in Tripoli niet geneigd zijn om veel klaarheid te verschaffen.

Want nogal wat vieze potjes zou de Overgangsraad maar al te graag gesloten laten. Dinsdag raakte ook bekend dat in Sirte, de thuisbasis van Khaddafi, massagraven zijn ontdekt waarin de lijken van aanhangers van het vroegere regime werden gedumpt. Sommige lijken vertonen zware sporen van mishandeling, andere lichamen hebben kogelwonden in de rug of het hoofd en daarbij waren de handen meestal achter de rug samengebonden. Dit wijst er naar alle waarschijnlijkheid op dat aanhangers van de gedode kolonel buitengerechtelijk werden geëxecuteerd en vlug begraven in massagraven.

Daarover ondervraagd, verklaarde Ali Tarhouni, minister van Oliezaken in de Overgangsraad, dat “de jonge strijders die Sirte hebben bevrijd, zich bijzonder terughoudend hebben gedragen, maar dat ontsporingen in dergelijke omstandigheden niet uit te sluiten zijn omdat ze zoveel wreedheden hebben moeten ondergaan”. Of er een onafhankelijk onderzoek komt, zoals mensenrechtenorganisaties en de VN vragen, is erg twijfelachtig.

Afrikaanse meningen nauwelijks aan bod

Een feit is dat de dood van Khaddafi de Afrikaanse commentaarschrijvers, politieke analisten en de brede publieke opinie van het continent niet onberoerd laat. Hun stemmen en meningen dringen echter niet of nauwelijks door in de westerse mainstream media, zelfs niet in de analyses van onze ‘verlichte’ en zelfverklaarde Libië-experts.

De Burkinese krant L’Observateur Paalga schrijft in een redactioneel artikel over de dood van Khaddafi dat “eindelijk de mythe rond Khaddafi is overwonnen”, dat iedereen hem vooral “zal blijven herinneren als iemand die tot de laatste snik zijn belofte is nagekomen, namelijk niet te vluchten, maar liever te sterven als een martelaar”.

De commentator voegt er wel een waarschuwing aan toe aan het adres van andere Afrikaanse ‘roergangers’ dat ze beter tijdig zouden luisteren naar de verzuchtingen van hun bevolking indien ze niet willen eindigen zoals Khaddafi. Een goede raad voor Blaise Compaoré?

“Ooit zullen de Libiërs betreuren dat ze tegen Khaddafi in opstand zijn gekomen”

De informatiewebsite Guinée Conakry Info troost zich met de gedachte dat zijn gewelddadige dood “Khaddafi heeft behoed voor een vernederend proces zoals Moebarak moet ondergaan”. En een misschien wel profetisch besluit: “Ooit zullen de Libiërs betreuren dat ze tegen Khaddafi in opstand zijn gekomen.” 

De Ivoriaanse site ConnectionIvorienne is heel wat cynischer: “We hebben terecht kritiek op de rol die het Westen en vooral Frankrijk in Libië speelt, maar laten we toch ophouden met Khaddafi voor te stellen als de ‘authentieke Pan-Afrikaanse leider’. Wat hij zogezegd deed voor het welzijn van zijn volk en heel Afrika kwam in de eerste plaats zijn eigen clan en zijn megalomane projecten ten goede. Adieu Khaddafi, viva Libya!”

Voor de commentaarschrijver van de Senegalese krant Sud Quotidien is het overduidelijk dat de interventie van de NAVO vanaf het eerste ogenblik de bedoeling had om Khaddafi van de troon te stoten onder het mom van een ‘humanitaire operatie’.

“De Libische Gids heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat het zijn ultieme bedoeling was om via de eenheid van Afrika het continent sterker te laten staan in de storm van de globalisering. (…) Natuurlijk ging hij daarmee radicaal in tegen de verdeel-en-heers-strategie van de wereldmachten die in hun zoektocht naar goedkope grondstoffen over lijken gaan. Egypte onder Moebarak of Tunesië onder Ben Ali waren geenszins te vergelijken met het Libië van Khaddafi. Khaddafi was beslist autoritair en wispelturig, maar hij gebruikte zijn olierijkdommen tenminste om zijn land te ontwikkelen.”

Helemaal positief klinkt het oordeel van Le Républicain, een krant uit Mali: “De gruwelijke beelden van de gedode Khaddafi zijn mensonterende propaganda. Het zou best eens kunnen dat de NAVO-aanslag tegen een zogenaamde dictator de geboorte inluidt van een nieuwe Afrikaanse martelaar tegen het imperialisme”.

“Blazoen van de Arabische lente besmet”

Een andere Malinese krant, La Pouce, wijst erop dat “de moordenaars van Khaddafi het blazoen van de Arabische lente besmetten”. De krant hoopt dat er nu snel een einde komt aan de hypocrisie die ontstaan is met de goedkeuring van VN-resolutie 1973, die ook door de meeste Afrikaanse regeringen is goedgekeurd. “Alleen de Libiërs zelf zouden over het lot van hun leider mogen beslissen. Door de interventie van de NAVO-troepen te vragen, heeft de Overgangsraad van de rebellen veel krediet verspeeld. Maar we weten allemaal waar het uiteindelijk om draait: de controle over het Libische zwarte goud.”

Voor de Ghanese kritische website VibeGhana.com was “Khaddafi de enige Afrikaanse leider die het aandurfde om tegen de kanonneerbootpolitiek van het Westen in te gaan en de rijkdommen van zijn land gebruikte om zijn bevolking een beter leven te bezorgen”.

Een oprechte bekommernis die in vele Afrikaanse krantenstukken terugkomt, is het lot van de tienduizenden Afrikaanse arbeidsmigranten die nog in Libië zijn achtergebleven en die hoe langer hoe meer het slachtoffer dreigen te worden van racistische aanvallen door rebellengroepen die hen beschuldigen van hand-en-spandiensten aan het verdreven regime.

Toch is ook de Senegalese krant Le Quotidien kritisch: “De vage Pan-Afrikaanse droom van Khaddafi, die hij de rest van het continent goedschiks of kwaadschiks wilde opdringen, mag ons niet doen vergeten dat vele van onze landgenoten als tweederangsburgers zonder enige rechten werden uitgebuit in de Libische steden. Voor teruggestuurde vluchtelingen was Libië gewoon de hel”.      

“Dood van een tiran”

Opvallend is de veeleer negatieve commentaren van kranten en commentatoren uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De Algerijnse krant El Watan feliciteert op haar voorpagina “het Libische volk met de definitieve bevrijding van het land en de dood van de tiran”. “Eindelijk heeft de Arabische lente zijn derde dictator neergehaald, al was het wel na een te lange en te bloedige strijd.” Chawki Amari, verwijt de regering in Algiers een ‘paranoïde houding’ tegenover Khaddafi: “uit vrees voor wat er in eigen land zou kunnen gebeuren, zwijgt onze regering als vermoord over de gebeurtenissen in Sirte”.

In Caïro kwamen duizenden Libiërs op straat om uiting te geven aan hun vreugde toen bekend raakte dat Khaddafi was gedood. De Egyptische krant Masry al Yioum liet een 21-jarige Libiër aan het woord op de voorpagina: “Dit is de overwinning van de jongeren. Het zijn de jonge revolutionairen die het gehate regime ten val hebben gebracht.”

Akram Belkaïd, een Tunesische politiek analist, verwijt Khaddafi zijn autoritair bestuur. “Door zijn houding is de Gids van de Revolutie de vijand van de soevereiniteit van zijn eigen land geworden. Nu staat Libië onder internationale controle, waarvan vooral westerse bedrijven beter zullen worden.”

Als een massa hysterische barbaren …

Hij betreurt evenwel de gruwelbeelden van de dood van de Libische leider: “Eens te meer krijgt de wereldgemeenschap een beeld voorgeschoteld van een Arabische wereld als een massa hysterische barbaren die staan te schreeuwen ‘Allahou Akbar‘ bij het toegetakelde lijk van een gevallen dictator. Wat ook de fouten van Khaddafi waren, dit soort behandeling verdient niemand. Dit gaat nog als een vloek over de toekomst van Libië hangen. De Overgangsraad wilde natuurlijk liever geen proces omdat dan minder fraaie dingen over de rol van diverse leidende figuren – vaak vroegere medestanders van Khaddafi – aan het licht zouden komen.”  

Pan-Afrikaans beleid omdat de Arabische wereld zich van hem afkeerde

De Franse politieke analist, Pierre Cherruau, verklaart dat verschil in houding door de evolutie die Khaddafi zelf heeft meegemaakt. In zijn jonge jaren probeerde de Libische leider van de revolutie zijn invloed aan te wenden om de erg verdeelde Arabische wereld tot meer eenheid aan te zetten.

Toen die pogingen maar weinig succes kenden, en zijn voorstellen tot fusies werden weggelachen, keerde Khaddafi zich hoe langer hoe meer naar Afrika ten zuiden van de Sahara en begon hij met behulp van zijn petrodollars het Pan-Afrikanisme te ondersteunen. “L’Afrique noire lui avait donné l’influence politique que le monde arabe lui refusait”, schrijft Cherruau op de website SlateAfrique.

De ultieme bekroning van die Pan-Afrikaanse politiek beleefde Khaddafi in 1999 toen hij gastheer speelde in zijn thuisstad Sirte bij de oprichtingsceremonie van de Afrikaanse Unie (AU), de opvolger van de in 1963 opgerichte Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE). De Afrikaanse Unie moest – zeker in de ogen van Khaddafi – het continent voorbereiden op meer politieke, culturele, economische en militaire samenwerking en eenheid, die uiteindelijk zou uitmonden in de creatie van de Verenigde Staten van Afrika, waarin hij voor zichzelf een grote rol zag weggelegd.

Die droom werd bijna werkelijkheid toen Khaddafi op 2 februari 2009 verkozen werd tot voorzitter van de Afrikaanse Unie. De foto’s van een glunderende leider, gekleed in een geheel goudkleurige tuniek, gingen de wereld rond. Hij liet zichzelf de ‘koning van de traditionele koningen van Afrika’ noemen. Hij stond op het toppunt van zijn macht. Ook met de meeste westerse leiders waren de relaties en commerciële contracten opperbest na zijn internationale rehabilitatie van 2003.

Met Silvio Berlusconi, premier van oud-kolonisator Italië, onderhield hij zelfs vriendschappelijke betrekkingen en kwam hij overeen om de “illegale vluchtelingenstroom naar Italië” droog te leggen, in ruil voor Italiaanse investeringen en technologie. Nog in december 2010 was Tripoli gaststad voor de tweejaarlijkse topconferentie van de samenwerking tussen de EU en de Afrikaanse Unie. 

Afrikaanse Unie kon altijd beroep doen op Tripoli, maar wat nu?

De AU heeft altijd royaal beroep kunnen doen op Tripoli voor de financiering van allerlei projecten en conferenties. De kans is groot dat die bron nu helemaal droogvalt, want de leiders van de Overgangsraad lopen niet direct hoog op met de Afrikaanse Unie en zeker de clan uit Benghazi richt zich veel meer op het Midden-Oosten dan op Afrika.

Pas op dinsdag 20 september heeft de Afrikaanse Unie de Libische Nationale Overgangsraad officieel erkend als ‘enige vertegenwoordiger van het Libische volk’. Het beleid van de AU in de Libische kwestie is lange tijd gebaseerd geweest op het openhouden van de dialoog tussen de strijdende partijen. Vooral onder invloed van Zuid-Afrika. Toch stemde precies dat land – als een van de weinige niet-westerse landen – vóór VN-resolutie 1973 in de Veiligheidsraad, die een no-flyzone instelde boven Libië en een NAVO-interventie om ‘humanitaire redenen’ mogelijk maakte. 

Khaddafi heeft er ook nooit voor teruggeschrokken om allerlei revolutionaire bewegingen in Afrika te ondersteunen met wapens en geld. Het Zuid-Afrikaanse ANC in zijn strijd tegen de apartheid, maar evengoed de rebellie van de Toearegs in het begin van de jaren negentig kon op zijn steun rekenen. Ook het bloedige bewind van krijgsheer Charles Taylor in Liberia kreeg steun uit Libië.

Ontwikkelingsprojecten en investeringen

Maar ook talloze ontwikkelingsprojecten in arme Sahellanden zoals Mali, Niger, Tsjaad en Burkina Faso wisten dat ze zelden tevergeefs aanklopten bij Tripoli. Dat de vermoorde leider ook na zijn dood op aanhangers kan rekenen in steden zoals Bamako, Ouagadougou, Cotonou en Niamey hoeft dan ook niet te verbazen.

De laatste jaren waren de Libische investeringen in hotels en industriële sectoren over zowat het hele Afrikaanse continent uitgezwermd, tot in Zuid-Afrika toe. Ook in de bouw van scholen, wegen en ziekenhuizen waren Libische firma’s betrokken, vaak in felle concurrentiestrijd met Chinese bedrijven. Dat velen in Afrika het verdwijnen van de Libische leider met andere ogen bekijken dan we vanuit NAVO-perspectief te horen en zien krijgen, is dus niet meer dan logisch. Alleen krijgen we deze stemmen zelden te horen …

(e-mailbericht 26 Oct 2011) Signs of ex-rebel atrocities in Libya grow
By Allen Pizzey (CBS News)
In Libya on Tuesday, the body of Muammar Qaddafi was buried in an unmarked grave at a secret location

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!