U  doet, wij doen. Democratie en de Europese Unie

U doet, wij doen. Democratie en de Europese Unie

dinsdag 25 oktober 2011 19:52

Dit week-end nog eens een conferentie van Europese sociale bewegingen bijgewoond. Dit is altijd boeiend omdat het de hoogste tijd is dat sociale bewegingen, zeer breed genomen, zich ook gaan moeien met het Europese beleid om duidelijk te maken dat het neoliberale credo zijn beste tijd echt wel heeft gehad.

Wat daar de jongste tijd bij opvalt is echter dat er meer op het ‘gebrek aan democratie’ dan op het neoliberale karakter van het beleid wordt gewezen. De Europese Unie heeft inderdaad een ‘democratisch tekort’ zoals dat wordt genoemd, zoals overigens alle Lidstaten van de EU een behoorlijk democratisch tekort laten zien. België is daar een mooi voorbeeld van: de Europese verdragen worden nauwelijks besproken in het Parlement en het middenveld laat zich niet kennen door zijn actiebereidheid rond Europese thema’s.

Uiteraard zijn er verschillende definities van ‘democratie’, maar het algemene ‘voor het volk en door het volk’ blijft een goede leidraad. Men kan daarbij gaan twijfelen aan de representativiteit van onze ‘volksvertegenwoordiging’ en juist daarom is het goed dat het maatschappelijk middenveld zich ook laat horen.

Economisch bestuur

Er zijn de afgelopen maanden gelukkig veel meer bewegingen echt gaan kijken naar wat er in deze tijd van zware economische, financiële en politieke crisis wordt beslist in de Europese instellingen. Het resultaat is inderdaad niet fraai. Alle oplossingen getuigen van een nog steeds blind geloof in de neoliberale recepten, de nationale regeringen houden nog nauwelijks rekening met wat een Europese bevoegdheid is en wat niet en gaan gewoontegetrouw in Brussel maatregelen met elkaar afspreken waarvan ze op het eind van hun vergadering beweren ‘dat Europa hen dat oplegt’.

Wat ik hier echter wil uitleggen is 1) waarom het fout is en 2) waarom het riskant is voortdurend te beweren dat de genomen beslissingen ‘niet democratisch’ zijn en dat die democratie ook in de toekomst is uitgesloten.
Het zogenaamde ‘Europese semester’ waarin de Europese instellingen de begrotingen van de Lidstaten gaan bekijken en er het algemene kader voor vastleggen is een goed voorbeeld. Ten eerste moet er op gewezen worden dat er in een gebied met een gemeenschappelijke munt –de Eurozone – uiteraard ook een coördinatie van het macro-economisch en het begrotingsbeleid moet zijn. Juist het gebrek daaraan heeft tot de huidige crisis van de Euro geleid. Men kan uiteraard tégen zo’n muntzone zijn, maar als men het bestaan van de Euro accepteert, dan moet men ook bereid zijn om met elkaar gemeenschappelijke regels af te spreken. Wat die regels (moeten) zijn zal juist het voorwerp van een democratisch debat moeten worden.

Het ‘Europese semester’ begint met een rapport van de Europese Commissie over de groeivooruitzichten en daar worden dan richtlijnen voor de begrotingen uit afgeleid. De tweede stap is de bespreking in de nationale regeringen. Ze moeten hun stabiliteits- en convergentieprogramma’s op basis daarvan indienen en zo gaat het verder naar de Europese Raad en een besluit van die Raad aan de hand waarvan de nationale parlementen dan in de tweede helft van het jaar hun nationale begrotingen kunnen opstellen.
Is dit ondemocratisch?

Ten eerste is het moeilijk om te beweren dat de verschuiving van een besluitvormingsprocedure van het nationale naar het Europese niveau per definitie een vermindering van democratie inhoudt. De manier om met democratie om te gaan zal weliswaar veranderen, en op Europees niveau moet daar nog hard aan worden gewerkt omdat het Europese maatschappelijk middenveld bijzonder zwak is en er een kloof tussen Europees Parlement en publieke opinie gaapt. Maar het delen van bevoegdheden is niet a priori ondemocratisch, ook niet als het over een zo belangrijke materie als een nationale begroting gaat.

Ten tweede is er uiteraard hoegenaamd niets dat de nationale parlementen en de nationale sociale bewegingen belet om vanaf die tweede stap – na het rapport van de Europese Commissie – eveneens een stem te laten horen, mee te werken aan de stabiliteits- en convergentieprogramma’s en eventueel acties te plannen. We hebben redenen om er aan te twijfelen dat de Belgische parlementen van die mogelijkheid echt gebruik gaan maken. De sociale bewegingen mogen die kans niet laten liggen en moeten zich bovendien met grote spoed beter organiseren op Europees niveau zodat er geen al te fragmentarische boodschappen naar de Europese Commissie worden gestuurd. Maar er is dus wel degelijk een mogelijkheid om in deze fase alle democratische mogelijkheden te gebruiken. In laatste instantie is het trouwens de Europese Raad die zijn akkoord met het kader voor de begrotingen moet geven.

Het is dus fout om te beweren dat de nieuwe begrotingsprocedure en het ‘Europese semester’ ondemocratisch zijn.
Die stelling houdt trouwens grote risico’s in en kan de democratie juist schade toebrengen. Van te voren beweren dat er ‘geen democratie’ is en dat sociale bewegingen geen (re)actiemogelijkheid meer hebben omdat toch alles op Europees niveau wordt beslist, verzwakt juist die bewegingen. Wie zal nog gaan mobiliseren en wie zal zijn leden nog kunnen motiveren om actie te voeren voor een zaak die ‘van te voren is verloren’? Wie zal er in de nationale parlementen zijn nek nog durven uitsteken als men stelt dat ‘er toch niets aan te doen’ is? Op die manier organiseert en versterkt men eigenlijk het democratisch tekort op nationaal niveau.
De nationale verkozenen, de vakbonden en alle sociale bewegingen moeten juist aangespoord worden om al hun macht te gebruiken in het opstellen van de gemeenschappelijke krachtlijnen voor de begrotingen. Ze moeten vooral niet van tevoren worden verlamd om vooral niets te doen. Dit is pas ondemocratisch.

Democratie is niet iets wat ons moet worden gegeven, of iets wat enkel door nationale en internationale instellingen kan worden bepaald. Democratie is wat wij, georganiseerd in partijen en bewegingen, daadwerkelijk doen om het beleid mee te bepalen.
Transnationale democratie

Er zijn tal van redenen om de tot hiertoe genomen Europese maatregelen te veroordelen wegens hun neoliberale karakter. Er zijn geen redenen om ze ook te veroordelen wegens hun ‘ondemocratisch’ karakter.

De Europese Commissie krijgt inderdaad mogelijkheden om Lidstaten die zich niet houden aan de gemaakte afspraken te straffen. Ook dit gaat voor sommigen te ver. Maar mag er aan herinnerd worden dat het juist de niet-naleving van de afspraken was – door o.m. Duitsland, Frankrijk en Griekenland – die mee de crisis hebben veroorzaakt? En wie heeft beslist dat het allemaal zo erg niet was en dat er geen sancties moesten komen? Juist, de Europese Raad, de vergadering van onze nationale regeringen. Kan je van regeringen – en eender wie of wat – verwachten dat ze zichzelf zullen sanctioneren?

Nogmaals, we hebben goede redenen om het neoliberalisme te veroordelen. Maar we moeten ook beseffen dat de Europese Unie niets meer of niets anders is dan de optelsom van 27 nationale – en grotendeels neoliberale – regeringen. Andere procedures zullen er in deze context weinig toe doen. Nationale regeringen worden door nationale kiezers verkozen. Zolang men blijft kiezen voor parlementen die het neoliberale beleid niet afkeuren kan er weinig veranderen.

Een laatste belangrijke vaststelling blijft wel het ontbreken van politieke macht. Vooralsnog kunnen honderdduizenden mensen die in Frankrijk, Griekenland en Spanje de straat opgaan om hun ongenoegen te uiten, weinig veranderen. Zolang ze er niet in slagen dat te doen met een coherent, gemeenschappelijk en aantrekkelijk alternatief hebben onze regeringen de handen vrij om geen rekening te houden met die betogers.

De dringendste taak is dus hard te gaan werken aan zo’n alternatief en aan het opbouwen van macht. Dat zal een moeilijke oefening zijn omdat alle maskers dan ook moeten afgeworpen worden. Alle progressieven zijn voor een ‘ander Europa’, maar sommigen zijn bereid daaraan te werken vanuit de nationale en Europese bestaande instellingen en democratieën. Anderen vrezen dat er eerst een tabula rasa moet gemaakt worden. Beide stellingen zijn legitiem, maar ze zijn moeilijk verenigbaar, omdat de tabula rasa aanhangers voorlopig juist alle politieke hervormingen afwijzen.

Hoeveel tijd hebben we nog om deze spelletjes te spelen? Voelt niemand de hete adem van extreem rechts in de nek?
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!