Nieuws, Recensie, Tom Waits, Cd-recensie -

Luisterpost: Tom Waits ‘Bad As Me’: briljant

Sinds de jaren ’70 is Tom Waits één van die performers waar je op aan kan. Zijn platen laten je nooit onverschillig. Waits mag dan klinken als een verroeste prikkeldraad, toch is zijn aanpak er een die op zijn minst de oren doet spitsen. De Amerikaan kan dat met rauwe knekelmuziek en pure schoonheid. De balans op het briljante ‘Bad As Me’ helt over in de richting van het tweede.

maandag 24 oktober 2011 08:51

Tom Waits startte ooit als een wonderlijk anachronisme. In de volle nasleep van de hippietijden kwam hij rond 1973 boven water met Closing Time een juweel van een plaat, maar wel eentje dat je qua muzikale omlijsting zo in de jaren ’50 kon plaatsen. De songs zelf waren op slag tijdloos en stuk voor stuk classics. Het pad dat Waits verder volgde in de jaren ’70 bevat veel van dergelijke parels. Met hoogtepunten als The Heart Of Saturday Night, de dubbele liveplaat Nighthawks At The Diner en het in 1980 verschenen Heartattack and Vine.
Waits was tegen dan echter veilig en wel in een bepaald jazzy rokerig hoekje geplaatst en dat zinde hem blijkbaar niet. Dat er veranderingen op til waren, viel op te maken uit de soundtrack van Francis Ford Coppola’s film ‘One From The Heart’. Daarop figureerden naast hemelse liedjes als ‘Broken Bycicles’ ook atonale hints als ‘Instrumental Montage (The Tango/Circus Girl)’. Wat toen slechts een weird tussendoortje leek, bleek achteraf een goed verborgen mission statement. Waar hij vroeger de beatnickjazzcultuur omarmde, daar richtte hij zich nu op andere zaken: de zelfgebouwde afvalinstrumenten van Harry Partch, de averechtse grom van Captain Beefheart, de begrafenisfanfaremuziek van New Orleans en nog een rist andere opmerkelijke invloeden. Het resultaat heette Swordfishtrombones (een Beefhearttitel als er ooit één was), verscheen in 1983 en was het eerste werkstuk waarop hij samen werkte met Kathleen Brennan, die hij ontmoet had op de filmset van One From The Heart.
De plaat sloeg in als een bom in de muziekwereld en sindsdien heeft Waits nooit meer omgekeken. Van de ladderzatte bohémien (of het beeld dat hij daarvan wilde ophangen) ontpopte Waits zich tot een hardwerkende dichter-muzikant die elke song zijn eigen wereld meegaf. Sindsdien verschenen er negen studioplaten, twee liveplaten en een driedelige verzamelaar die de naam van Tom Waits geen afbraak deden.
Zijn 21ste plaat (als we de verzamelaar Orphans: Brawlers, Bawlers & Bastards niet meerekenen) heet Bad As Me en is een werkstuk dat zonder blikken of blozen naast het beste van Waits kan staan. Op dat vlak is het voor de oudjes (Waits is al mooi 61) in de popmuziek trouwens een mooi jaar, we denken maar aan de recente knappe cd van Ry Cooder.
We kochten Bad As Me in de deluxe editie, een boekje met daarin alle songteksten en –naast de gewone cd ook nog een extra cd’tje met daarop drie tracks. En dat voor de meerprijs van één euro. Zo’n boekvorm mag zeker bij Waits, bij wie de teksten (van hem en zijn vrouw) minstens even veel waard zijn als de muziek.

migratie

De plaat begint met ‘Chicago’, een spannende track waarin de hoofdfiguren plannen maken om naar het onbekende Chicago te trekken. Het roept herinneringen op aan de migratie van veel zwarten uit het zuiden van de VS naar het Noorden via Chicago. Ook moesten we onverwijld denken aan Waits’ eigen song ‘Singapore’, de opener van Rain Dogs, dat ook uitnodigde om op pad te gaan. Muzikaal drijft het nummer op de sax van Clint Maedgen, de gitaren van Marc Ribot en Keith Richards, Charlie Musselwhite’s mondharmonica en Waits’ banjo en piano. De Rolling Stonegitarist speelt op vier songs mee en verder komen we bij de muzikanten ook Waits’ zoon Casey (drums), Red Hot Chili Peppersbassist Flea, toetsenist Augie Meyers (Sir Douglas Quintet, Bob Dylan), David Hidalgo (Los Lobos, Bob Dylan) tegen. Allemaal legendes op zichzelf, maar allen wonderwel passend in Waits hete stamppot van stijlen. Want ‘Raised Right Men’ is soulachtig en percussief, terwijl ‘Talking At The Same Time’ een jazz meets the pacific-achtige shuffle is. Het nummer klinkt soft, maar hij zingt er wel in : ‘Well, we bailed out all the millionaires, they got the fruit, we got the rind’ (‘the rind’ is de korst). Daarna volgt ‘Get Lost’ wat best kan omschreven worden als een duivels rockertje met de gitaren van Waits, Hidalgo en Ribot in een glansrol. Ook deze song gaat over vertrekken, net als ‘Face To The Highway’.

aan het einde van de wereld

Daarna volgt voor ons het hoogtepunt van de plaat. ‘Pay Me’ is een hartverscheurende wals over een kerel ‘aan het einde van de wereld‘ die betaald wordt om niet meer thuis te komen. Een krop in de keel, jazeker en dat niet alleen dankzij de accordeon van Augie Meyers. Ook het nummer erop – ‘Back In The Crowd’  is een ballad uit de bovenste lade van Waits en Brennan. Een andere ballad ‘Last Leaf’ combineert zelfs de stem van Waits en Richards.
Eén keer keert Waits terug naar de jaren ’70, want ‘Kiss Me’ baadt in hetzelfde sfeertje als ‘Blue Valentines’ (te vinden op Blue Valentine uit 1978), terwijl de afsluiter ‘New Year’s Eve’ dan weer knipoogt naar ‘Innocent When You Dream’ van Franks Wild Years uit ’87. Het onbehouwen ‘Hell Broke Luce’ (de titel werd door een gevangene bij een opstand in Alcatraz in de muur gekerfd) handelt over de ervaringen van de soldaten in het Midden Oosten of hoe ook in de kleine, persoonlijke drama’s die Waits en Brennan neerzetten, de grote wereld binnensluipt. Op de bonus-cd is het vooral de tekst van ‘After You Die’ – met zinnen als ‘like a tin can feeding / like a skinned hand bleeding’ – die hoge ogen gooit.
We hebben de plaat nu reeds talloze keren gedraaid en telkens weer ontdekken we andere dingen (en referenties), zinnen die blijven hangen, hooks in de songs die briljant en verrassend zijn… Het verdict is dan ook gemakkelijk: zijn beste sinds Mule Variations. Zonder één greintje twijfel.

Beoordeling: ++++
(Anti)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!