Nieuws, Cultuur, Recensie -

Kus me nog eens wakker

Een mooier boek dan 'Kus me nog eens wakker' van auteur Gerrit Molenaar en fotograaf Bert Verhoeff kreeg ik het laatste decennium niet meer in mijn bus. Een juweeltje om te koesteren, zowel naar verpakking als naar inhoud.

maandag 24 oktober 2011 15:15

Uitgeverij de Brouwerij Maassluis verdient de Prijs voor het Mooiste Boek. Sterke grafische vormgeving, grote toegankelijkheid, grote communicatie over en weer tussen alle spelers: de makers, de schrijver, de fotograaf, de dementerende hoofdpersonages, de uitgever en de lezers. Innovatief voor wat design betreft, aanleunend tegen de sterke traditie van ‘het boek’.

Zoektocht

Als uiterlijk vertoon geen rol meer speelt en je niet meer beheerst wordt door je gedachten, als het begrip tijd niet meer bestaat, wat gebeurt er dan met je? Wat blijft er precies van je over als je lichaam afbrokkelt en je brein helemaal in de war is? Dat is de probleemstelling in het boek. De auteurs hebben ervaren dat er meer werkelijkheden zijn dan alleen maar die van ons. Door dit boek bieden zij de lezer ruimte om tot contact te komen met demente mensen. Zij nodigen ons uit om samen met hen een intiem kijkje te nemen in het leven van negen mensen die te kampen hebben met dementie.

Rozen kunnen bloeien uit vuilnishopen. Maar er is ook veel pijn, er is verdriet, onbegrip, wanhoop, angst voor het onbekende. Het is tegelijkertijd verschrikkelijk en mooi. Voor de makers van dit boek (de auteurs en de uitgever) is het project een zoektocht naar de kern van het bestaan, naar de sleutel tot geluk. Wat doet dementie met ons?

Het thema ‘dementie’ komt vaak voor in kunst. Er zijn al zoveel boeken hierover geschreven dat ik dacht dat het boek van Uitgeverij de Brouwerij de andere niet meer zou kunnen overtreffen. Niets blijkt minder waar. De foto’s tonen de wereld zoals demente mensen die waarschijnlijk zullen zien. Details, herkenningpunten, terugkerende elementen en herinneringen aan vroeger. De gedichten verwoorden de verwarring, maar ook de verlangens. Uit foto’s en gedichten spreekt een ontroerende tederheid, zelfs een gezond tikje humor.

De auteurs tonen via gedichten, tekst en foto’s aan dat er zoveel rijkdom schuilt in mensen met dementie. De hoofdpersonen in het boek houden de lezer een spiegel voor. Zij leren hem/haar om op een meer gevoelsmatige manier naar de werkelijkheid te kijken. Demente mensen kunnen ons leren dat alles wat we om ons heen opbouwen instabiel is. De enige stabiele factor in ons leven is ons zelf.

‘Kus me nog eens wakker’ bevat in grote lijnen twee in elkaar lopende delen: gedichten en foto’s van resp. Gerrit Molenaar en Bert Verhoeff en een nawoord door de eerste. Zij verbleven dag en nacht in verpleeghuizen en trokken intensief op met dementerende mensen en hun families om te leren hoe zij in een andere werkelijkheid konden treden.

Fotograaf Bert Verhoeff (1949) begon als fotojournalist. Vanaf 1978 werkte hij als freelancer voor veel landelijke kranten en weekbladen, vooral voor ‘De Volkskrant’, waar hij vast medewerker was tot 2004. In 1994 kreeg hij van het Rijksmuseum de opdracht ‘100 jaar sociaal democratie in beeld’. De foto’s die hij hiervoor maakte tonen chaos en woede, ontroering en verdriet.

De laatste jaren werkt Verhoeff in hoofdzaak aan langer lopende projecten zoals fotoboeken. In 2009 verscheen Kuiven en Kraplappen. In dit boek worden vrouwen in klederdracht in beeld gebracht. De vrouwen hechten zichtbaar aan hun tradities. Verhoeff laat zien dat het ‘eigentijds leven’ niet in de weg zit. In 2004 kwam Het Wonder van Waterland uit over de regio ten noorden van Amsterdam.

Verhoeff’s foto’s stralen rust uit. Hij fotografeert de andere kant van de samenleving. Dit doet hij met foto’s van dieren in landschappen, bewoners in hun habitat en de natuur in al haar glorie. Op bijna iedere foto is er een spanning tussen actie en reactie. Hij fotografeert de werkelijkheid zichtbaar, maar even vaak verborgen. Hij won verscheidene prijzen, waaronder de ‘Zilveren Camera’ in 1984 en hij werd ‘Fotojournalist van het Jaar’ in 1988.

Fotograaf Bert Verhoeff en goede vriend Gerrit Molenaar (pseudoniem van econoom en journalist Gerrino Mulder) maakten een chaotisch boek over dementie. Daarin volgen zij negen mannen en vrouwen met dementie en proberen zij de ziekte van een iets vrolijker kant te bekijken.

Grauwsluier

Een wonderlijk boek en ik die dacht dat ik iets wist over dementie. Zoals je niet weet waar je vandaan komt, heb je ook geen idee waar je naar toe gaat. Als je een dementerende persoon ziet, denk dan niet dat je weet hoe het is om zo te zijn. Fotograaf en dichter trekken de grauwsluier van dementie open. Wat blijft er over als lichaam en geest langzaam aftakelen? Gerrit Molenaar en Bert Verhoeff probeerden het vast te leggen. Hun moeizame schrijfsels grepen hen naar de keel. Beiden zochten naar iets dat boven lichaam en geest uitstijgt, naar de kern van de mens, zijn essentie. Ontdaan van alle ballast komt vaak letterlijk de ware aard van een mens naar boven.

Molenaar schrijft pakkende gedichten, – heerlijke poëzie, – op basis van zijn relaties met de dementerende personen die hij, samen met zijn vriend, ongeveer twee jaar lang volgde. Zij verwerkten hun levensverhaal. De totstandkoming van het boek is een heel confronterende zoektocht geweest.

Het boek is vooral een ‘kijkboek’, met bijzonder mooie en indringende foto’s in kleur. Summiere teksten, opgetekende citaten en korte gedichten zijn de bijdrage van Gerrit Molenaar aan het werk. Aan het eind van het boek geeft Molenaar in veertien bladzijden de wordingsgeschiedenis ervan tegen zijn persoonlijke achtergrond.

Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het boek eerst als een kijkboek ter hand nemen. Onderweg worden ze dan verrast door kleine tekstbladen als een soort bijlage, met een citaat of een gedicht. Wondermooie teksten en foto’s uit een onbekende realiteit, deels geschreven of gedicteerd door de demente hoofdpersonen in het boek zelf.

De foto’s van Verhoeff zijn soms spiegels van de ziel van de negen hoofdpersonages: een kattebelletje met een hartje, een staande wandklok op volle bladzijde, een vertederd tafereeltje, een innige omhelzing, een zachte aanraking, een handdruk, André Rieu op TV, (herinneringen aan) de dieren op de boerderij, een verwelkte tuin, een blik op de wereld door het raam, de ondergestopte wijnkelder…

Wat ik als lezer van het boek onthoud? Hoe ongelooflijk verschillend, gecompliceerd en genuanceerd mensen (en dus niet alleen dementerenden) in elkaar zitten. Dat is precies wat de auteurs van het boek hebben willen bereiken: tonen wat een rijkdom er schuilt in mensen met dementie. Als je het maar wilt zien en voelen. Daarvoor is tijd, ruimte en stilte nodig, elementen waar in de huidige samenleving nog maar weinig aandacht aan wordt besteed. Demente mensen kunnen niet anders. Ze hebben alle tijd van de wereld. Hun eerlijkheid is soms pijnlijk, soms ook grappig, met verrassend veel intens diepe gedachten.

Inlevingsvermogen

Ik wil een apart stukje wijden aan de mooie gedichten in het boek (soms weet ik niet helemaal zeker wie het gedicht heeft geschreven: Molenaar of een demente persoon). Ik ga ervan uit dat ik het onderscheid kon maken. Mooie gedichten die het midden houden tussen werkelijkheid, andere werkelijkheid, verrassende pointe.

Een andersoortig realisme en het surreële gaan hier hand in hand, in perfecte harmonie, met af en toe een (dementerende) knipoog naar de lezer of een dooreen halen van zien en aanvoelen, van kijken en iets anders zien.

Ik heb haren op mijn hoofd

mijn lievelingseten is kroketjes

ik ben gevallen op m’n kamer
omdat ik honger had
nu heb ik een poepje gelaten

of:

de maan schiet een gat in mijn hoofd

een laatste, puntloze zin
waarop geen antwoord mogelijk is
omdat de vraag nooit is gesteld

of:

en zelfs als je de krant
van rechts naar links leest
staat er helemaal niets in

Gedichten die getuigen van een verbluffend inlevingsvermogen, met veel overtuiging geschreven. Met zintuiglijke en ogenschijnlijk heldere poëzie trekt Molenaar de lezer de wereld van de demente mens in, om samen erin te verdwalen. Hoewel het leven zich blozend openbaart, is er toch iets heel erg mis. De woorden zitten vol met kleine dingetjes die een sterke opmerkzaamheid verraden.

Bijzonder opvallend is de wisselwerking tussen de demente mens en de dichter in nood, in een emotionele puinhoop, hoe beiden zoeken naar ergens een nooduitgang. Het nawoord van Molenaar is een pareltje van intimiteit. De betekenis die hij geeft aan zijn ervaringen, belicht de fasen in zijn leven en de context waarin hij een en ander beleeft. Dat beïnvloedt de wijze waarop hij naar de demente wereld en naar zichzelf kijkt.

Ieder mens ervaart de wereld om zich heen op zijn eigen manier. Maar pas als iemand zijn ervaringen met een ander (hier de demente mens) deelt, krijgen ze betekenis. Het lijkt soms of de ‘ongelukkige’ dichter en zijn dementerende medemens kracht, uitdaging en perspectief vinden en hoe zij betrokken worden in elkaars werkelijkheid.

Liza zei
dat ze
met de paus
is getrouwd

maar ik

ik ben
met Bert
getrouwd!

Referentie:

Kus me nog eens wakker | Bert Verhoeff, Gerrit Molenaar en Teun van der Heijden | Uitgeverij de Brouwerij | ISBN: 9789078905530 | Gebonden 256 pag. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!