Congo-overleg in Washington: voor wie rijdt Andrew Matheson?
Nieuws, Wereld, Afrika, Economie, Congo, VS, Oost-Congo, Mineralen, Lord's Resistance Army (LRA), Enough Project, Securities and Exchange Commission (SEC), Dodd-Frank-wet, Andrew Matheson, Cabot Corporation, Boston Silicon Materials (BSC), Rebellengroepen, Tantalum, Niobium -

Congo-overleg in Washington: voor wie rijdt Andrew Matheson?

In Washington houdt de beurswaakhond SEC op 18 oktober een conferentie over Congo. De SEC werkt aan de uitvoering van de Dodd-Frank-wet. Het artikel 1502 van die wet viseert de export van mineralen uit Congo. Maar de rondetafelconferentie zal vierkant draaien. Want Enough Project loodst naast een eigen afgevaardigde ook een mol naar binnen. Zo is de anti-Congo-lobby oververtegenwoordigd.

dinsdag 18 oktober 2011 07:50

De conferentie van de Securities and Exchange Commission (SEC) begint dinsdagavond (om 12u30 Amerikaanse tijd). Ze bestaat uit twee sessies. Enough zit met naam en toenaam in het tweede panel. Dan neemt Darren Fenwick het woord in naam van Enough.

In het eerste panel is Enough ogenschijnlijk afwezig. Maar bij nader toezien heeft Enough ook daar een mannetje kunnen installeren. Hij heet Andrew Matheson. Volgens de sprekerslijst is hij de voorzitter van het bedrijf Boston Silicon Materials (BSC).

De SEC gaat er prat op dat ze alle documentatie over haar raadplegingen publiceert. (1)  Zo blijkt dat Matheson voorjaar 2011 herhaaldelijk contact heeft gehad met de beurscommissie, maar telkens in een andere hoedanigheid. Op 28 februari neemt Matheson deel aan een telefoonconferentie met vier SEC-ambtenaren.

In een nota over dat gesprek (die verder geen inhoudelijke details bevat) staat Matheson vermeld als onafhankelijk consultant (Nota S74010-91). Maar elf dagen eerder, op 17 februari 2011, heeft Matheson twee commissieleden van de SEC ontmoet. Matheson (“stichter van Boston Silicon Materials”) was toen lid van een delegatie van het Enough Project (Nota S74010-84).

Op 2 maart 2011 stuurt Matheson een brief naar de SEC. Daarin staat hoe hij de kwestie van de Congolese mineralen zou aanpakken. In welke hoedanigheid Matheson zich hier presenteert, is niet duidelijk, want in de versie van de brief op de SEC-website is een aantal gegevens (vermoedelijk Mathesons adres) onleesbaar gemaakt.

Maar op 5 april ontmoet Andrew Matheson opnieuw commissarissen van de SEC. In de nota die deze ontmoeting meldt (Nota S74010-214), staat Matheson aangeduid als stichter van Boston Silicon Materials.

Over BSC is amper iets bekend. Matheson heeft het bedrijf kennelijk in 2007 opgericht. Daarvoor, zo schrijft hij in zijn brief aan de SEC, heeft hij in twee perioden voor de Cabot Corporation gewerkt, namelijk van 1997 tot 1999 en van 2003 tot 2006. De firma Cabot fabriceert speciale materialen, onder meer elektronische toestellen. Het is een van de luttele specialisten die met tantalum en niobium werken, twee van de bijzondere mineralen waarvan Congo een belangrijke producent is.

Cabot afficheert al jaren dat het geen ertsen uit Congo koopt. Als reden haalt de firma aan dat een VN-rapport uit 2001 ontdekt heeft dat ertsen in Congo illegaal gewonnen worden. Cabot wil met zijn Congo-politiek waarschijnlijk vooral zijn eigen imago oppoetsen. Dat het VN-rapport intussen tien jaar oud is en door de feiten grotendeels achterhaald, maakt Cabot niets uit.

Ook het Enough Project doet hoogst verontwaardigd over de situatie in Congo. Met haar campagnes zoekt de organisatie steun voor zijn stelling dat Washington krachtdadig in Congo moet tussenkomen. Voor Somalië en Soedan voert Enough Project gelijkaardige campagnes. In een op 4 oktober gepubliceerd rapport over Congo schrijft Enough: “The potential for U.S. engagement to end the war in the east is much larger, and with incidents of mass rape and the proliferation of militias continuing, the need is greater than ever”.

De realiteit is anders. Opeenvolgende militaire operaties van het Congolese leger en de VN-vredesmacht Monusco hebben in Oost-Congo afgerekend met de voornaamste rebellengroepen. Er blijven hardnekkige rebellengroepen actief, maar de Congolese regering is het gebied wel stap voor stap aan het stabiliseren. Maar Enough verzwijgt die evolutie. De lobbygroep juicht daarentegen de recente beslissing van president Obama toe om in Oeganda Amerikaanse militairen in te zetten tegen rebellen van het Lord’s Resistance Army.

Wat zullen Andrew Matheson en Darren Fenwick van Enough dan verdedigen tijdens de rondetafelconferentie van de SEC? Als op Mathesons pleidooi mogen voortgaan dan zullen ze vermoedelijk aandringen op harde maatregelen tegen de export van ertsen uit Congo. Zulke maatregelen zullen namelijk bedrijven afschrikken die deze ertsen nodig hebben voor hun productie.

Deze bedrijven gaan zich al elders bevoorraden. Dat feitelijk embargo houdt de druk op de Congolese regering. Want, zo schrijft Enough, “the US is the only country that [Congolese President Joseph] Kabila will listen to.” (2)

(1) SEC Announces Agenda and Panelists for Roundtable on Conflict Minerals, Washington, 14 oktober 2011, http://www.sec.gov/news/press/2011/2011-210.htm

(2) Aaron Hall and Sasha Lezhnev, US Congo Policy: Matching Deeds to Words to End the World’s Deadliest War, Enough Project 4 oktober 2011, http://www.enoughproject.org/publications/us-congo-policy-matching-deeds-words-end-world%E2%80%99s-deadliest-war

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!