Groei zonder welvaart, of omgekeerd?
Opinie, Nieuws, Wereld, Economie, Samenleving, België, Oikos, Economische groei, Welvaartsstaat, Koopkracht, Keynes -

Groei zonder welvaart, of omgekeerd?

Hoe geraken we uit de crisis: proberen opnieuw te groeien zoals we al decennia proberen? Of is er een alternatief? Een artikel naar aanleiding van de lezing die Tim Jackson, auteur van "Welvaart zonder Groei", vandaag (17 oktober) in Gent houdt.

maandag 17 oktober 2011 20:42

Wie de klassieke media volgt over de economische crisis, krijgt de laatste tijd twee boodschappen te horen. De tweeling luidt als volgt: we moeten alles in het werk stellen om de economische groeimotor terug aan de praat te krijgen, en we gaan (dan nog) met zijn allen fors verarmen. Samengevat dus: groei zonder welvaart.  Een weinig inspirerend of hoopvol perspectief.

De vraag is echter of we deze twee boodschappen zomaar voor waarheid moeten aannemen. Zijn er dan echt geen alternatieven denkbaar? In Welvaart zonder Groei ontplooit Tim Jackson een alternatief economisch model dat toont dat het wel degelijk anders kan. Maar laat ons eerst de dominante boodschappen kritisch doorlichten.

Vandaag crisis, morgen ‘business as usual’

De eerste boodschap steunt op de aanname dat we ons economisch model kunnen verder zetten en dat we met het juiste beleid een doorstart kunnen maken uit de economische crisis. Nochtans zijn er ook meer en meer gezaghebbende economen die ontdekken dat de voorbije schuldgedreven groei gewoon niet meer haalbaar is (zie bijvoorbeeld Geert Noels in DS van 6/8, die dan ook beperkte groeicijfers in het vooruitzicht stelt).

De staatskassen zijn leeg en dat is ook slecht nieuws voor de aanhangers van Keynes. Want het klassieke keynesiaanse beleid, waarbij je als overheid in tijden van crisis schulden aangaat om de economie te stimuleren, kan niet meer. En dan is er nog de neoliberale theorie, die de huidige ravage heeft veroorzaakt, en enkel meer van hetzelfde predikt. Het ziet er dus naar uit dat geen van de gekende dominante economische theorieën een antwoord heeft op de huidige crisis.

Bovendien blijven ze blind voor de sociale en ecologische problemen die de economische groei, zoals we die de laatste decennia hebben gekend, heeft veroorzaakt. Op sociaal vlak is er de structurele werkloosheid, waarbij er jaar na jaar vooral waardige jobs voor laaggeschoolden zijn verdwenen en nog steeds verdwijnen. In West-Europa daalde voor mannen met enkel een diploma lager onderwijs de tewerkstellingsgraad van 70% in 1976 naar 33% in 1997. Vreemd trouwens dat hier zo weinig een verband wordt gelegd met het succes van populistische partijen. En op ecologisch vlak kennen we ondertussen een waaier aan diepgaande problemen, zoals  onder meer de klimaatopwarming, de drastische afname van de biodiversiteit en de overbevissing van de zeeën.

De eerste boodschap, gewoon denken dat we een doorstart kunnen maken naar groei ‘zoals we die kenden’, is in feite zonder voorwerp geworden. Het is als voorspellen dat de Dexia van gisteren de toekomstige bank van morgen is.

Wat is rijkdom?

De tweede boodschap stelt dat we met zijn allen gaan verarmen. Alleen wordt hier rijkdom voornamelijk materieel ingevuld, het gaat hier om onze koopkracht, de spullen die we kopen. De vraag is echter of we, met de zwaarste crisis sinds de jaren ’30, het debat niet moeten verdiepen tot waar het echt over gaat. De vraag naar de economie van de toekomst hangt namelijk nauw samen met hoe we onze rijkdom invullen.

Gaat het, voor zij die al voldoende verdienen, om nog harder werken voor een beetje koopkracht bij, of wil deze groep misschien net wat minder werken om tijd en zorg te kunnen besteden aan hun familie en buren? In plaats van de dominante boodschap ‘we gaan sowieso verarmen’ te beamen of tegen te spreken, moeten we het kader van het debat veranderen en de vraag stellen naar wat er bedoeld wordt met rijkdom. Wie het frame van het debat bepaalt, beslist over welke antwoorden al dan niet legitiem zijn.

Wat betekent de wens heden ten dage ‘dat onze kinderen het beter als wij zullen hebben’? Uiteraard verschilt het antwoord van je beschikbare inkomen. Voor arme mensen is een hoger inkomen voor hun kinderen een logische en legitieme wens (net zoals trouwens op nationaal niveau voor de arme landen in de wereld). Maar geldt dit ook voor de begoede middenklasse? Wat gaan zij hun kinderen toewensen? Nog een auto, computer en gsm erbij? Vier citytrips per jaar in plaats van de huidige twee? Terwijl ondertussen de overheid verdampt en er gesaneerd wordt in de publieke diensten? Zodat, om het even provocerend te stellen, zoals in Engeland, kinderen wel naar de laatste iPhone verlangen maar hun ouders geen hoger onderwijs meer voor hen kunnen betalen?

Staren we ons niet blind op het einde van een tijdperk, en alles wat er bij hoort, zodat we vergeten ons voor te bereiden op het volgende?

Welvaart zonder groei

Over naar Tim Jackson. Hij stelt de radicale vraag wat we verstaan onder welvaart centraal. Is het nog meer consumptie, een haastig leven en alsmaar harder werken? Of denken we bij welvaart eerder aan gezondheid en geluk, vitale gemeenschappen en mensen in verbondenheid, dat het goed gaat met de mensen waar je om geeft, dat je zin en betekenis in je leven vindt?

Voor Tim Jackson draait welvaart om ons vermogen om goed te gedijen als menselijke wezens – binnen de ecologische grenzen van een eindige planeet. En daarbij gaat het uiteraard om materiële voorwaarden, zoals voeding, kledij en een deftig hoofd boven je dak. Maar daarnaast gaat het dus ook om het floreren als mens op sociaal en geestelijk vlak, om het belang van sociale goederen en publieke ruimtes. Al  deze zaken samen maken of we al dan niet goed varen. Niemand zit op een bootje alleen.

In de jaren ’70 introduceerden linkse denkers als André Gorz een belangrijk voorstel in het maatschappelijk debat. We hoeven ons niet voltijds over te leveren aan de loonarbeid: door er deels afstand van te doen, herwinnen we aan autonome tijd. Iets wat nu, veertig jaren later, met onder meer tijdskrediet voor bepaalde groepen in de samenleving een reële mogelijkheid is geworden. Gorz introduceerde dus de mogelijke ruil tussen autonome tijd en loonarbeid (die koopkracht oplevert).

Jackson bevestigt het belang van deze ruil, maar voegt er nog een tweede aan toe: de ruil tussen private consumptie en publieke investeringen. We zitten nu in een situatie waarbij de staat arm is en de burgers rijk (dit laatste is uiteraard altijd een gemiddelde, we vergeten niet dat er in België 15% kansarmen zijn). Terwijl grote bedrijven amper belastingen betalen, worden publieke diensten afgebouwd en voorzieningen als pensioenen een onzeker begrip.

Tegelijk hebben we nood aan grote budgetten om te kunnen investeren in de toekomst. Want dat is het fundament van het concept investering: welke relatie gaan we aan met de toekomst? Investeringsbeleid betekent dat we vandaag beslissen welke voorzieningen er binnen enkele decennia (al dan niet) zullen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de immense opdracht om te komen tot een energiesysteem op basis van hernieuwbare energiebronnen. En wat vinden we nu het belangrijkste: hyperconsumptie op korte termijn, of een duurzame leefomgeving op lange termijn?

Tim Jackson stelt een fundamentele ruil voor tussen private consumptie en publieke investeringen voor een duurzame toekomst.  Door het eerste te matigen, ontstaat er ruimte voor het tweede. Want zoals eerder aangehaald, voor die investeringen kan de staat niet langer lenen met haar torenhoge staatsschuld. En voegt Jackson er aan toe, zelfs al zou er nog ruimte zijn om te lenen, dan steunt deze werkwijze nog steeds op de veronderstelling dat de schulden later kunnen worden terugbetaald omdat er terug hogere economische groei is. Maar daar is geen ruimte meer voor: de impact op het ecosysteem is nu al te hoog (we hebben al anderhalve planeet aarde nodig).

Van waar moet dan het geld komen voor die publieke investeringen in de toekomst? Ook hier voldoet het klassieke antwoord (belastingen verhogen) niet. Uiteraard is een ecologische ombouw van de fiscaliteit een must, maar Jackson mikt vooral op nieuwe financieringsbronnen. Als de private consumptie wat afneemt, stijgt het spaargeld. Een deel van dit geld kan gemobiliseerd worden voor de publieke investeringen van de toekomst. Dat kan via de overheid via zogenaamde ‘groene obligaties’, maar evengoed via coöperatieven die aandelen uitschrijven voor een grote groep burgers. Zoals bijvoorbeeld Jim Williame van de energiecoöperatieve Ecopower het stelde op de boeklancering van Welvaart zonder Groei september vorig jaar in Antwerpen: we hebben niet één, maar tweehonderd Ecopowers nodig in België. Een illusie? Ik denk het niet.

Op het debat dat Oikos de maand daarop organiseerde in Gent, nam een man uit de zaal het woord met volgende boodschap: ‘ik heb heel mijn leven gewerkt, ben nu op pensioen en heb ook kunnen sparen, en op basis van de adviezen van mijn omgeving zit dit geld nu bij Dexia. Maar ik zou veel liever mijn geld investeren in zinvolle projecten. Wie kan me vertellen waar ik daar voor terecht kan’.  Ik denk dat er zo veel maatschappelijk geëngageerde medioren en senioren zijn, die helemaal niet tevreden zijn met de plek waar hun geld zich nu bevindt, zich zorgen maken over de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen, en mee willen investeren in de toekomst.

Het is wat sloganesk maar je kan de ruil als volgt voorstellen. Wat is het belangrijkste: één citytrip of designmeubel extra, of bijvoorbeeld mee investeren in openbaar vervoer zodat mobiel leven in de stad zonder auto mogelijk wordt, en zuivere lucht in steden een realiteit wordt? Wordt het spaargeld verder in aandelen van multinationals belegd die onze welvaart aantasten, of financieren we coöperatieven die passiefwoningen bouwen voor minder gegoeden, zodat hun energiekosten verwaarloosbaar worden? Blijven we voortdurend nieuwe spullen kopen of investeren we in stedelijke hersteldiensten die meer lokale jobs genereren?

We zouden deze lijst met voorstellen nog flink kunnen aanvullen, er zijn zoveel belangrijke investeringen voor de toekomst die nu niet gebeuren. Steeds gaat het over de vraag welke welvaart we willen creëren in de toekomst: welke toekomst is mogelijk waar iedereen wel bij vaart? Met het voorbeeld van coöperaties heb ik willen aanduiden dat het hier niet gaat om het aanspreken van individuen als consument. Er wordt terug een appél gedaan op mensen als burgers met het oog op deelname aan collectieve initiatieven. En gelukkig zien we de laatste tijd meer dergelijke nieuwe initiatieven ontstaan (van energiecoöperatieven tot Land Community Trusts).

Met het herijken van de verhouding tussen private consumptie en publieke investeringen is hier slechts één, weliswaar cruciaal, element uit het economisch model van Jackson behandeld. Samen met andere elementen (zoals investeringen in buurt- en nabijheidsdiensten, een meer regionale economie, forse regulering van de financiële wereld, arbeidsherverdeling, enz.) ontstaat het zicht op een alternatief economisch model dat leidt tot een stabiele economie, die zonder te moeten groeien en dus alsmaar meer beslag te leggen op de natuurlijke grondstoffen, meer mensen een rijker leven biedt. Van verarming hoeft dus geen sprake te zijn, als we zelf het heft in handen nemen en de juiste keuzes maken.

Dirk Holemans is coördinator van de denktank Oikos

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!