Primaat van de politiek? Respect voor het middenveld?

Primaat van de politiek? Respect voor het middenveld?

zondag 9 oktober 2011 15:21

Een analyse van wat de integratiesector overkwam de laatste 15 jaar kan ons veel leren over hoe de politiek geleidelijk aan haar “primaat” is gaan invullen met afnemend respect voor het middenveld.  Wat volgt is een presentatie van enkele feiten en van enkele gebruikte argumenten… Het meest gebruikte argument is geweest: “De mensen willen verandering.” Een tweede argument: “Mijn minister wil een beslissende nieuwe wending geven aan de structuren.” Welke de structuren waren die moesten veranderd worden kon er echter anders uitzien van een minister tot de ander. Voor de een moest alles opbouwwerk worden, voor een ander moest de scheiding eerste-lijn versus tweede-lijn radicaal zijn, en voor nog een ander zijn het de provincies die moeten verdwijnen. Telkens is de integratiesector, en meer bepaald het middenveld daarin, hun uitgekozen proefterrein. De gevolgen voor dit middenveld zijn desastreus.

“De mensen willen verandering”

Het wordt moeilijk om nog een politicus te vinden die niet om de haverklap de slogan in de mond neemt dat hij of zij voor verandering staat. Waarom en in welke richting, en op basis van welke grondige analyse wordt meestal niet uitgelegd. Meestal ontbreekt trouwens die grondige analyse. 

Neem nu even de integratiewerkingen op het middenveld. Vooral de laatste jaren is het daar in Vlaanderen een “perpetuum mobile”. Ben ik dan zo achterlijk? Zo incompetent? Zo oerconservatief? In alle geval, ik heb het moeilijk om nog te volgen… Wat ik vaststel bij mijn collega’s in die sector is gelatenheid. Bijna niemand is akkoord met de ministeriële veranderingswoede, tenzij er kabinetsmedewerkers of klikspanen in de omgeving zitten. Dan wordt instemmend geknikt. Eenmaal die weg zijn, is het gemor alom. Maar men berust. Het is immers al jaren lang hetzelfde liedje en “er wordt toch niet geluisterd”. Een tijd lang vonden sommigen uit de zelforganisaties dat die kritiek op de integratiesector er gerust mocht wezen,… want heimelijk hoopten sommigen blijkbaar dat er dan wel wat meer kruimels hen ten deel zouden vallen. In het land van schaarste is competitie soms een pijnlijk gegeven. Ondertussen wordt het echter ook daar wat stiller. Men lijkt ook daar eindelijk te beseffen dat zij even goed tot het middenveld behoren, en dus evenzeer vroeg of laat de dupe worden van dit “primaat van de politiek”.

Is het dan zo erg geweest in de integratiesector met al die veranderingswoede? Laten we even enkele zaken op een rijtje plaatsen. Eerst is er Luc Martens geweest. In die tijd mocht de integratiesector plots geen enkel contact meer hebben met de basis..  Ik herinner me dat onze subsidiëring op Foyer te Brussel eens enkele maanden opgehouden werd, omdat we nog contact hadden met mensen. Dit mocht niet. Iets later kwam Mieke Vogels. We zagen toen  een van haar kabinetschefs over de vloer komen , van wie ik  nadien overigens nooit nog iets gehoord heb… “Het moest veranderen,” was zijn boodschap. We moesten “opbouwwerkmatig” werken. Toen ik Mieke Vogels in een “tête à tête” (- toen kon dat nog met ministers!) vroeg waarom de organisatie waarvan ik voorzitter was (Foyer) te Brussel per se van manier van werken moest veranderen, was haar antwoord: “omdat de verkiezingen getoond hebben dat de mensen iets anders wensen.” Nog later kwam Marino Keulen. Zijn eerste kritiek die men in de media kon horen was dat het toch godgeklaagd was dat de integratiewerkingen geen enkel contact hadden met de basis. Bemerk, telkens gaven dezelfde mensen in de Vlaamse administratie hun ministers met hun wisselende boodschappen volmondig gelijk.

En ja, voordien hadden we te Brussel ook al eens Vic Anciaux gehad. Toen kwam  een jonge adviseur bij ons op Foyer te Brussel langs en hij beweerde bij hoog en bij laag “dat we onze werking moesten veranderen”. Waarom? Omdat hij, die adviseur, in de politiek gegaan was om zaken in beweging te brengen. Daar kwam het eigenlijk op neer.  Alles moest steeds anders. De richting waarin zag er wel altijd anders uit, de motivatie ook. Terug naar Marino Keulen. (U ziet, ik hou de volgorde vandaag niet goed meer uiteen).

Wie kwam eerst: Vogels? Martens? Anciaux? Keulen? Echt niet meer bij te houden… . Na enige tijd kwam daar een bijkomend signaal: diversiteit moest een prioriteit worden. Het middenveld in de integratiewerking moest zich ook met homosexualiteit, gender, leeftijd enzovoort bezig houden. En wij ons opnieuw maar aanpassen, tot enkele maanden later Geert Bourgeois aankwam. Geen diversiteit meer, toch niet als prioriteit. En zo gaat het maar door. Nieuwe thema’s: het provincieniveau moet weg. Ja maar, Limburg mag blijven. Antwerpen en Brussel zijn grote steden, dus iets apart. Brussel? Ach ja… Brussel. (zucht). Onthaalbureaus en integratiewerking: één guichet? Op basis van een grondige analyse op het terrein? Zwijgen, jullie op het middenveld,… het doet denken aan het liedje van Robert Long: “dankbaar moet je zijn, nederig en klein…” Want er is het primaat van de politiek (en van haar politiek gestuurde administratie en dito consultancy bureaus. Hoeft u een tekeningetje?).

Het schijnt dat de mensen verandering willen. Maar is het wel dit soortvernaderingen die de mensen ermee bedoelen? Ook van Pascal Smet las ik in een interview dat hij slechts minister wil zijn omdat hij zaken wil veranderen. En zo net lees ik van Bart De Wever dat hij oordeelt dat “de roep om verandering niet voortdurend genegeerd kan worden.” Veranderen, mensen… Ik wil wel, maar mag ook het waarom ervan gekend zijn en de richting iets duidelijker op haar implicaties toegelicht?

Politiek versus Middenveld

Wat de integratiesector betreft, is het mijn grondige overtuiging dat er een 15-tal jaren geleden een grote inschattingsfout gemaakt is geweest door sommigen in onze eigen sector. Sommigen hebben er zich ten onrechte laten aanpraten dat het hun fout was dat de integratie niet onmiddellijk een groot succesverhaal was geworden. En door die “schuld” op zich  te nemen hebben ze het voor anderen, namelijk de kabinetten en administraties van onderwijs en van tewerkstelling, die een véél grotere schuld dragen (- als we hier over “schuld” mogen spreken), gemakkelijk gemaakt om een zondebok aan te duiden en zichzelf in te dekken.

Het terrein kwam daardoor open te liggen voor allerlei politici die het integratiebeleid als een proefterrein ontdekt hebben waar ze met losse pols aan bewegingsgymnastiek konden doen. Het respect voor het middenveld was er immers totaal weggevallen. Daarenboven ondermijnde men de sector ook nog eens een tweede keer, door het contact met de basis te verbieden. Alsof je een goed en geloofwaardig werk kan uitbouwen zonder contact met de basis…

De vraag die dringend moet gesteld worden, is of het niettemin nog mogelijk is om weerom respect op te brengen voor mensen, die zoals om het even wie in de samenleving ook hun professionele vorming achter de rug hebben, en zich in het middenveld geëngageerd hebben? Want één ding is zeker: meestal hebben die mensen zich niet in het middenveld geëngageerd omdat daar de hoogste lonen  te verdienen zijn. Vaak hebben ze het gedaan… omdat ze democratie en mensen belangrijk vinden! Dit verdient meer respect dan vandaag door de politiek getoond wordt.

Kan men nog terug? Ja, als enkele grote sociale bewegingen willen inzien dat de inzet van dit protest het respect is voor het middenveld en voor de democratie in het algemeen. Het zogenaamde “primaat van de politiek”, waarbij sommige politici denken dat het feit dat zij verkozen zijn en dat zij aan de financieringsbron zitten hen een vrijbrief geeft om alles en iedereen naar hun hand te zetten, moet als een miskenning ontmaskerd worden van elk onderuit opgebouwde politieke en democratische handelen. In Vlaanderen is het nog niet te laat om dit in te willen zien, maar het wordt wel hoge tijd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!