Nieuws, Wereld, VS, Watmet, Indignadosbeweging -

Wat de media niet vertellen over de Amerikaanse protesten

De laatste tijd moet ik regelmatig terugdenken aan een opdracht die ik kreeg in 1990 om in Jackson (Michigan) een 'zacht protest' tegen de eerste Golfoorlog te verslaan. Herinner je je die oorlog niet meer of de redenen ervoor? Dat is niet erg, vindt Lisa Romero, een Amerikaanse journaliste.

vrijdag 30 september 2011 15:30

Waarschijnlijk had het iets te maken met ‘veiligheid’ en ‘olie’ en George W. is er uiteindelijk in geslaagd datgene te voltooien waarin zijn vader niet was geslaagd, namelijk Sadam Hoessein ombrengen of op z’n minst zijn regering te ontmantelen. Maar ik wijk af ….

Het was na de werkuren, waarschijnlijk tijdens een weekend. Toen ik op het afgesproken tijdstip arriveerde (lang na zonsondergang), trof ik een eenzame vrouw aan die in de sneeuw met een flakkerende kaars op en neer liep. Niemand anders was opgedaagd, behalve ik welteverstaan.

De plaats was verlaten en lag – voor zover ik me kan herinneren – niet aan een drukke weg. Ik moest er zelf twee maal voorbijrijden voor ik de kaars opmerkte en een kleine stoel die ze had klaarstaan voor het geval ze moe werd. Ik had gewoon kunnen door rijden, dan zou de vrouw er evengoed nooit geweest kunnen zijn. Maar ze was er wel degelijk, protesterend tegen een oorlog waar niemand op dat moment van wakker lag. Niet echt een verhaal dus.

Ik besloot toch met haar te spreken. Ik vergezelde haar ongeveer een uur en stelde vragen. Naast het feit dat mijn redacteurs verwachtten dat er voor de editie van de volgende dag een artikel zou klaarliggen, realiseerde ik me ook dat er wel degelijk een verhaal te vertellen was. En dat, als ik het niet zou vertellen, misschien niemand ooit zou kennismaken met een andere mening die, hoewel niet echt ruim verspreid, toch de moeite waard was.

Op dit moment is niet het verhaal van de vrouw op zich relevant voor mij. Maar wel het feit dat ik het gebracht heb en mijn redacteurs waren er me dankbaar om. En de lezers leken te waarderen dat we een gebeurtenis hadden vastgelegd die anders misschien ongemerkt zou voorbij gegaan zijn.

Ongeveer tien dagen geleden verzamelde een groepje vreedzame betogers in Zuccotti Park (het voormalige Liberty Park) in New York City, vlakbij Wall Street. Ze gaven hun kleine beweging de naam ‘Occupy Wall Street’.

Tijdens het weekend van 17 september kwamen heel wat mensen opdagen voor hun optochten en toespraken. Daarin hadden ze het over de 99 procent Amerikanen (die dus niet behoren tot de 1 procent superrijken) die met fundamentele problemen op het vlak van werk, huisvesting, … geconfronteerd worden – problemen die gewoonweg genegeerd worden of die door onze, door financiële kwesties geobsedeerde, regering grotendeels onder de mat worden geveegd.

In de media werd weinig aandacht geschonken aan deze protesterende jongeren. Voor zover ze al een kijkje kwamen nemen, brachten de media dezelfde boodschap: “Dit is een losse verzameling van misnoegde jongeren die zich gedragen als hippies en geen echt doel hebben”; “Hier is niks te zien, maar we hebben het in onze blogs vermeld, dus we hebben ons werk gedaan”; “Dit zal snel weer verdwijnen”.

Maar, dat is niet gebeurd. En ik vermoed dat dit na dit weekend, zeker niet het geval zal zijn.

Op de ondertussen 10de dag van de protesten, hebben de betogers zich volledig aangepast aan Zuccotti Park. (Hun activiteiten worden via live-streaming gevolgd door mensen uit de Verenigde Staten en ver erbuiten. Ze krijgen voorraden en geld toegestuurd en worden voorzien van pizza door lokale verkopers).

Zaterdagnamiddag was er een grote optocht naar Union Park, in de buurt van Washington Square. De sfeer was gemoedelijk, er werd gezongen en het nieuwe mediateam van Occupy Wall Street bracht verslag uit.

Alles verliep rustig tot een kolonne van de NYC-politie intervenieerde en overging tot massale arrestaties. De meesten onder ons zijn dit enkel via Twitter te weten gekomen. Het mediateam werd vlakbij Washington Park opgepakt.

Het was niet alsof niemand wist dat de politie eraan kwam. Ik kon zelf horen wat er aan de hand was via een radiokanaal van de politie, dat ik, tussen de live-streaming en het zoeken naar updates via Google door, raadpleegde.

De spanning steeg. Je kon dit vanop grote afstand voelen, naarmate de betogers meer barricades omver probeerden te werpen en de politie-aanwezigheid steeds dreigender werd. De betogers waren vredelievend, maar ook vastbesloten om het eindpunt te bereiken.

Net voor de massale arrestaties en enkele verontrustende voorbeelden van politiebrutaliteit (later verspreid via foto’s genomen met gsm’s) losbarstten, stopte de live-streaming. Maar de wereld was ondertussen toch al getuige van enkele van deze ‘ontmoetingen’ tussen betogers en politie.

Het was choquerend om te zien hoe mensen met volle kracht omver werden geduwd of op de grond gegooid, terwijl ze – naar mijn mening – geen enkel uitdagend gedrag hadden gesteld.

Ik was één van de honderden, en later duizenden, die de optocht van begin tot einde hadden gevolgd, en dit was niet hoe ik me het verloop ervan had voorgesteld. Maar plots (en daardoor schijnbaar alsof vooraf gepland) escaleerde de situatie voor de ogen van het aanwezige publiek en van de twitteraars. Dat zal zowel de New Yorkse politie en de grote baas van Wall Street, Michael Bloomberg, die waarschijnlijk had gehoopt dat deze beweging niet onder de publieke aandacht zou komen, weinig plezier gedaan hebben

Op enkele minuten logden duizenden mensen in op de live-streaming en werd het nieuws van de politie-aanwezigheid via Twitter verder verspreid.

Desondanks bleef het stil in de media. De Village Voice maakte melding van enkele tweets van Occupy Wall Street, maar het werd niet duidelijk of ze wel degelijk een reporter ter plaatse hadden. Als 60-80 mensen zouden gearresteerd worden bij een hondengevecht of voor ordeverstoring aan een nachtclub of voor het protesteren voor het gebouw van de Verenigde Naties, dan zou er wel media-aandacht geweest zijn. Maar hier: heel weinig. De weinige aandacht die er was, kwam er pas nadat er gewonden waren gevallen en de reputatie van de politie besmeurd was – terwijl geen van beide nodig waren geweest indien de media van in het begin hun gewone werk hadden gedaan.

Sinds die gebeurtenissen tonen de media zich vooral defensief. Ik citeer één reporter: “Het is niet eerlijk om te stellen dat Occupy Wall Street geen aandacht heeft gekregen”. Om deze stelling kracht bij te zetten, werd vervolgens een kort overzicht gegeven van de gebrachte verhalen. Maar op enkele commentatoren na heeft (bij mijn weten) geen enkele grote mediagroep  meer dan een minimale aandacht besteed aan de gebeurtenissen.

Waarom?

Misschien omdat niemand een volksbeweging of vredelievende rebellie wil op een moment dat vele Amerikanen de buik vol hebben van hun dysfunctionele regeringsleiders. ‘We hebben al genoeg problemen, waarom de gemoederen nog meer ophitsen’, denken de leiders en media misschien.

Misschien omdat ze aanvoelen dat, eens dergelijke trein zich in beweging zet, hij gemakkelijk kan gekaapt worden door de verkeerde mensen en op die manier echte schade berokkenen. Maar is dat een reden om verslaggeving te beperken?

Hoe je het ook draait of keert, dergelijk grootschalig gebrek aan verslaggeving over deze “kleine” groep betogers – die nu aan het groeien is door de verontwaardiging over de politie-aanpak en door het opstaan van vergelijkbare groepen in steden als Los Angeles, Chicago, Washington D.C.,… – toont op overtuigende wijze de blindheid van de media aan.

Het is de taak van de media om te rapporteren, niet om de ogen te sluiten. Dit is nog een reden waarom de Amerikanen de moderne media niet vertrouwen. En ik moet toegeven, op basis van mijn recente ervaringen aan Zuccotti Park, kan ik goed begrijpen waarom mijn beroep zoveel wantrouwen oproept.

Als mensen, gelijk waar, iets waardevol te zeggen hebben – of het nu een populair standpunt is, potentieel alarmerend of gericht tegen de politieke status quo – is het nieuws. Goede journalisten moeten hierover verslag uitbrengen, los van hun persoonlijke politieke voorkeuren. En laat de Amerikanen dan hun eigen conclusies trekken.

Is het een blackout bij de media?

Een blackout, daar lijkt het wel op. Als ik één stem over de Golfoorlog onder de aandacht kan brengen, en op die manier bijdragen tot een ruimer begrip in de samenleving, dan kunnen de media toch ook aandacht besteden aan duizenden betogers en wat begint te lijken op het begin van een nieuwe Amerikaanse beweging.

Ik zou onze media-organisaties, voor het negeren van dit verhaal, collectief ter verantwoording willen roepen, ik zou hen eraan willen herinneren dat hun roeping erin bestaat nieuws te brengen dat ons aan het denken zet, eerder dan winst te maken.

Amerika heeft de media nu meer dan ooit nodig. Hun afwezigheid – terwijl de hele wereld toekijkt hoe dit steeds belangrijker wordende verhaal zicht ontvouwt – toont aan hoe diep we als natie, gebouwd op de vrijheid van meningsuiting en pers, gevallen zijn.

Dit zijn stemmen die in deze woelige tijden gehoord moeten worden. Honderden dergelijke stemmen komen op dit moment samen in New York en andere steden – diverse mensen, achtergronden en visies vertegenwoordigend. Zij trachten de boodschap te brengen dat verandering, echte verandering, noodzakelijk is.

Ik wil horen wat zij te zeggen hebben. Als Amerikaans burger, wil ik dit horen. Als mediaconsument, eis ik dit te kunnen beluisteren. En jij?

Lisa Romero

(Vertaald uit het Engels door Ann Dejaeghere ) 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!