Cipramil versus Sipralexa en Fosamax versus Fosavance: het opvolggeneesmiddel betekende geen echte toegevoegde waarde, maar leverde wel een extra patent op. (afbeelding Testaankoop)
Nieuws, Economie, Samenleving, België - Bram Swaerts, Ann Lievens, Ivo Mechels

Misbruik patenten geneesmiddelen kost handenvol geld

Te veel fabrikanten van geneesmiddelen maken misbruik van patenten en de wetgeving daarrond om een monopolie voor hun geneesmiddel te garanderen of om geneesmiddelen op de markt te brengen zonder meerwaarde. Dat blijkt uit een onderzoek van Test-Aankoop en CM.

donderdag 29 september 2011 21:52

Door dat misbruik komen (goedkopere) generieke geneesmiddelen (veel) later op de markt en geven patiënten en de overheid jarenlang te veel geld uit aan geneesmiddelen. Test-Aankoop en CM berekenden dat zowel de overheid als de patiënt miljoenen zouden kunnen besparen. Voor een bepaald antidepressivum is er op 5 jaar tijd door de overheid 60 miljoen euro uitgegeven aan een nutteloos duurdere variant. Hoog tijd, vinden CM en Test-Aankoop, om de patentwetgeving aan te passen en werk te maken van één Europees octrooi.

Trukendoos van de industrie

Uit een onderzoek van Europees commissaris Neelie Kroes blijkt dat de fabrikanten van geneesmiddelen allerlei strategieën toepassen om hun monopoliepositie op de markt te behouden voor een bepaalde soort medicijnen. Een populaire strategie is het op de markt brengen van “follow on”-, “me too”- of opvolggeneesmiddelen. Dit zijn geneesmiddelen die sterk lijken op hun originele voorgangers en slechts zelden echt een vooruitgang betekenen, maar waarvoor de producent wel weer een patent en dus een aantal jaar alleenheerschappij krijgt. Het enige wat hij dan nog moet doen is patiënten ertoe aanzetten om over te schakelen van het originele geneesmiddel op het opvolgmedicijn. Daarvoor worden alle mogelijke marketingmiddelen ingezet. Een voorbeeld is het geneesmiddel Sipralexa. Dit kwam in 2003 op de markt als opvolger van Cipramil, een antidepressivum van de firma Lundbeck.

Nieuw, maar niet beter

Net zoals Cipramil is Sipralexa een antidepressivum, met als verschil dat Cipramil citalopram bevat, een mengsel van een actieve en een inactieve stof, en dat Sipralexa enkel de actieve stof, escitalopram, bevat. Geen echte vernieuwing dus, maar wel voldoende voor een nieuw patent. Of Sipralexa beter is dan Cipramil, daar bestaat ook geen enkel bewijs van, maar Lundbeck ging het nieuwe geneesmiddel wel promoten als “significantly more effective than Cipramil”. Pure marketing dus, maar de artsen schreven volgzaam het nieuwe geneesmiddel voor. Het verbruik van Cipramil daalt vanaf 2003, maar dit wordt voor de firma ruimschoots gecompenseerd door de steile opgang van Sipralexa. Hierdoor ligt het marktaandeel van de generieken van Cipramil beduidend lager dan men zou verwachten na het verstrijken van het patent.

Indien artsen zouden voorschrijven op basis van wetenschappelijke richtlijnen dan krijgen zulke strategieën geen kans. Door het huidige terugbetalingssysteem is Sipralexa bovendien goedkoper voor de patiënt dan Cipramil, wat het voorschrift nog aantrekkelijker maakt voor de patiënt. De overheid moet wel meer bijleggen voor Sipralexa dan voor Cipramil.

Test-Aankoop en CM berekenden dat de totale uitgaven van de patiënten voor Cipramil, Sipralexa en de generieken van Cipramil tussen 2006 en 2010 jaarlijks gemiddeld 12 miljoen euro was. Zonder Sipralexa zou dit minder dan 10 miljoen euro zijn geweest.

Het Riziv betaalde jaarlijks gemiddeld ruim 39 miljoen euro mét Sipralexa, zonder zou dit beperkt zijn gebleven tot 27 miljoen euro per jaar. Op vijf jaar tijd had de overheid dus 60 miljoen euro kunnen besparen.

Vitamine toevoegen als “innovatie”

Een ander voorbeeld van een opvolggeneesmiddel vinden we bij Merck Sharp & Dohme (MS&D). Deze firma bracht eerst een middel tegen osteoporose op de markt dat in combinatie met vitamine D en calcium moest worden ingenomen (Fosamax). Toen het patent dreigde te verlopen, kwam MS&D met een geneesmiddel dat een vaste combinatie was tussen de werkzame stof en vitamine D (Fosavance). De meerwaarde was dus ver te zoeken, zeker omdat een vaste combinatie, vinden Test-Aankoop en CM, niet aan te raden is en de vereiste dosering eigenlijk voor elke patiënt individueel moet worden bepaald.

MS&D slaagde er evenwel niet in om alle Fosamax-gebruikers te doen overschakelen op Fosavance: in 2006 had de fabrikant nog 76 % van de markt in handen (68 % voor Fosamax en al 8 % voor Fosavance), in 2010 was dit gedaald tot een totaal van 35 % (nog maar 6 % voor Fosamax en 29 % voor Fosavance). Een aandeel dat wellicht nog een stuk lager was geweest als de firma Fosavance niet had gelanceerd. De overheid had tussen 2008 en 2010 21 miljoen extra kunnen besparen indien het opvolggeneesmiddel er niet was geweest.

Geld voor marketing i.p.v. voor onderzoek

Sipralexa en Fosavance zijn slechts twee voorbeelden. In de steekproef van commissaris Kroes bleek 40 % van de medicijnen een opvolggeneesmiddel. Misschien niet echt verrassend, aangezien ze beduidend lucratiever zijn voor fabrikanten dan een nieuw middel uit te werken. Daardoor ook geven fabrikanten van originele medicijnen vandaag meer uit aan marketing en promotie dan aan innovatie: in de jaren 2000 tot 2007 ging er ongeveer 23 % van de omzet naar marketing en slechts 17 % naar onderzoek en ontwikkeling, aldus Kroes.

Niet langer misbruik van monopolie

Patenten hebben als doel fabrikanten te belonen voor hun onderzoek en voor de ontwikkeling van een nieuw en beter medicijn en innovatie te stimuleren. We vragen daarom maatregelen die enerzijds terug de focus leggen bij echte vernieuwing en anderzijds dat generieken sneller op de markt kunnen komen nadat het patent vervallen is:

  1. De patentwetgeving moet in de eerste plaats echte innovatie stimuleren.

  2. Er is nood aan één Europees patent en een gespecialiseerd Europees systeem om geschillen over octrooien af te handelen, zodat het niet langer mogelijk is om in meerdere landen tegelijk rechtszaken aan te spannen om de monopoliepositie te behouden.

  3. Farmaceutische firma’s die misbruik maken van hun monopoliepositie op grond van ongeldige octrooien, moeten worden beboet.

  4. De misleidende informatie van de farma-industrie moet aan banden worden gelegd.

  5. Artsen moeten voorschrijven op basis van wetenschappelijke richtlijnen, niet op basis van die marketing.

  6. Eenmaal een origineel middel zijn patent verloren heeft en de referentiebetaling van kracht wordt , zou de prijs van het originele middel ook meteen moeten dalen tot op het referentieniveau (d.i. het remgeld voor de patiënt zonder supplement). Patiënten die dan toch nog dat originele middel willen nemen, betalen niet meer uit eigen zak en de neiging om over te stappen op het (beter terugbetaalde) opvolggeneesmiddel zal verkleinen.

Ivo Mechels & Ann Lievens : Test-Aankoop
Bram Swaerts: Christelijke Mutualiteit

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!