President Jacob Zuma van Zuid-Afrika met minister-president Kris Peeters op het AWDC-galadiner in Antwerpen (september 2010, foto: John Moussiaux)

 

Schoon volk dinsdagavond in Antwerpen

Jacob Zuma,de president van Zuid-Afrika,bracht vanavond een bezoek aan Antwerpen.

De diamantsector verwelkomt hem.

Zuma wou kennismaken met  de diamantsector tijdens zijn twee dagen bezoek in België.

Het AWDC organiseerde dinsdagavond een groot galadiner in de zaal Stuurboord vlakbij de Schelde.

Nieuws, Wereld, Afrika, Politiek, Zuid-Afrika, ANC, Nelson Mandela, Apartheid, Tmd, Journalisten, Kranten, Jacob Zuma, Thabo Mbeki, Nationale identiteit, Hélène Passtoors, Verzoeningscommissie, Inkatha Freedom Party, Presidentschap, Guerrillastrijd, Polygamie, Afrikaners, Thuislanden, Stereotypering, Zulu-nationalisme, Xhosa, KwaZulu-Natal, Zulu-cultuur, Umkhonto we Sizwe, MK, Robbeneiland -

Wie is Jacob Zuma?

Ik schiet in de lach bij het lezen van een artikel van een jonge (?) journaliste van de 'Mail & Guardian' met een Afrikaanse naam. Is president Zuma misschien dan toch niet de harde man die wij ons altijd voorstelden, vraagt zij zich af. Omdat hij aan het hoofd stond van het gevreesde veiligheidsapparaat van het ANC in ballingschap? Hélène Passtoors biedt een voorpublicatie uit haar nieuwe boek.

woensdag 21 september 2011 10:43

Jan Van Criekinge heeft voor DeWereldMorgen.be al meerdere interessante stukken geschreven om de zeldzame flarden nieuws uit Zuid-Afrika in de grote media aan te kleden en te duiden. Tot mijn spijt komt daar echter geen commentaar op en nog minder debat.

Is Zuid-Afrika bij de lezers van DeWereldMorgen.be, die toch ooit solidair waren tegen de apartheid, uit de kijker verdwenen? Waarom? Het blijft een van de boeiendste landen ter wereld in volle transformatie. Maar diepgaande transformatie is een lang en complex proces. Wringt daar de schoen?

Over dat transformatieproces komt er over enkele maanden een boek van mij uit bij Uitgeverij De Wereldbibliotheek in Nederland. Ik bied bij deze een fragment daaruit aan dat ingaat op de ‘controversiële’ figuur van de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma zoals hij hier in de media werd opgevoerd. In de hoop dat die ‘controversie’ wél debat en vooral nieuwe belangstelling opwekt voor het fascinerende land van Nelson Mandela.

Wie is Jacob Zuma? Geen gemakkelijke vraag

Ik schiet in de lach bij het lezen van een artikel van een jonge (?) journaliste van de Mail & Guardian met een Afrikaanse naam. (1) Is president Zuma misschien dan toch niet de harde man die wij ons altijd voorstelden, vraagt zij zich af. Omdat hij aan het hoofd stond van het gevreesde veiligheidsapparaat van het ANC in ballingschap?

Dat vraagt ze zich nú af, in september 2010? Nadat de Zuid-Afrikaanse pers, de Mail & Guardian op kop, jarenlang dagelijks het beeld van een keiharde, corrupte, immorele, onbekwame, onbetrouwbare, dansende, in luipaardvel gehulde intrigant van een man en politicus over de hele wereld hebben verspreid?

Toch bestond daar jarenlang consensus over. De hele wereld ‘wist’ wie Zuma was. Uit de krant, van radio en televisie. Jacob Zuma was een man om bang van te zijn. Onbegrijpelijk, zo’n man als politieke leider! Zuma was ‘de controversiële Zuma’, iets anders kreeg je zelden of nooit te horen. Opinies dus, weinig feiten van enig gewicht, veel sensatie. Al die artikelen, reportages en beelden wezen eensgezind naar hetzelfde negatieve beeld. Iets dat lijkt op nuance of objectiviteit was moeilijk te vinden. De journalistiek dreef af naar de campagne, een wereldwijde campagne tégen Jacob Zuma.

Toen werd Zuma in april 2009 verkozen tot president van Zuid-Afrika en maakte de Amerikaanse LinkTV een prachtige reportage ‘The Fall and Rise of Zuma’, een hilarische collage van doodernstige televisiecommentaren die toont hoe de internationale media nu plots van het ene uiterste in het andere tuimelden. In Zuid-Afrika bedachten ze nog een mooiere titel: ‘From zero rating to hero rating’.

Voordien bestond er geen enkele twijfel – van de BBC en TV5 via de VS en Rusland tot en met Iran en Al Jazeera in Qatar – dat Zuma corrupt was, onbekwaam ‘want’ ongeschoold en nog veel meer verwerpelijks. Nu roemden diezelfde media zijn ‘epische’ opmars naar het presidentschap (BBC), de ‘people’s president’ (Al Jazeera), een rolmodel voor andere Afrikaanse leiders (SABC, Zuid-Afrika) … (2)

Meer dan elf miljoen stemmen voor Zuma hebben dan toch indruk gemaakt op de ‘waarnemers’? Zou deze wapenstilstand standhouden? Of op zijn minst doen nadenken? Er stond Zuma een hobbelige vijf jaar te wachten met de pers.

Hoe kun je Jacob Zuma tot een meer normaal mens herleiden? Complex en tegenstrijdig zoals ieder mens, vaak allerminst heldhaftig zoals iedere ‘held’? In zijn boek ‘Jacob Zuma, a biography’ (2008) doet journalist Jeremy Gordin een goede poging om context en achtergrond te verschaffen over Zuma, de politicus, en zijn kronkelweg door politieke rivaliteit en dubieuze rechtszaken in de jaren leidend tot zijn presidentschap. Over Zuma’s carrière vóór de bevrijding kreeg Gordin echter niet veel gegevens te pakken.

Eén ding is alvast zeker: Zuma geeft veel blanken de kriebels. Ze huiveren van de grote, zware man met luipaardvellen rond de lendenen en blote buik die met zichtbaar mannenplezier zijn al even blote benen hoog opgooit en stampvoet op Zulu-ritmes. Het eigene van de dansen in die groep van culturen in Zuidelijk Afrika is hun mannelijke dynamiek. De mannen trekken het oog, hun bewegingen zijn krachtig, lenig, flitsend. Indrukwekkend, intimiderend, krijgshaftig. Dansen die er bij blanken – net als de toyitoyi van de guerrilla – nog steeds niet in willen. Tenzij bij een folkloregroep, maar bij Zuma is het écht.

‘Zulu boy’

Xhosa’s (Nelson Mandela, Thabo Mbeki, …) zijn grote praters, zo gaat het cliché, maar Zulu’s zijn vechtersbazen. Historisch gezien zou het juister zijn om te zeggen dat de Zulu’s de kunst verstonden van organisatie en staatsvorming. Daarbij kwam, zoals toen gebruikelijk, militaire organisatie en ook legerdienst. Dat waren de beroemde Zuluregimenten (die echter nog geen vuurwapens bezaten).

Het Zulurijk had een groot deel van het versnipperde Zuidelijk Afrika veroverd en onderworpen tijdens een periode van expansie die bekend staat als de Mfecane. Het was machtig, goed georganiseerd en daarmee een formidabel struikelblok voor de oprukkende Europeanen, de Voortrekkers en de Britten. Het liet zich niet koloniseren door de gebruikelijke listen, verdeel-en-heers-tactieken, missionarissen en belastingen: het moest militair veroverd worden. Dat gebeurde door de Voortrekkers op 16 december 1838 bij een rivier die ze omdoopten tot ‘Bloedrivier’ – het bloed van de Zulu’s – en definitief door de Britten in 1879.

De afstammelingen van de Voortrekkers maakten de grote fout om de Zulu’s constant na te trappen. Zo was 16 december een nationale feestdag, de dag van het Verbond met God die de Afrikaners de overwinning had doen behalen en hen door die goddelijke tussenkomst recht gaf op hun ‘beloofde land’.

In 1961 begon Umkhonto dan ook de gewapende strijd op 16 december en maakte de jaarlijkse herinnering aan de vernederende nederlaag tot de dag van het gewapend verzet tegen de blanke overheersing. Mandela riep vervolgens 16 december uit tot de dag van de verzoening. Maar het kwaad was geschied.

De Zulu’s verheerlijken hun glorieus militair verleden, hun nationale trots is gevestigd in dappere koningen en generaals: Cetswayo, Dingane, Shaka Zulu en anderen. Het ANC nam deze helden op in de verzetsliederen. De Zulu’s waren echter niet sterk vertegenwoordigd in Umkhonto en praktisch afwezig in de leiding van het ANC in ballingschap. Onder de levende helden bezongen in de strijdliederen klonk zelden een Zulunaam.

Tot Zuma uit de schaduw trad …

Het duurde echter nog vele jaren en luipaardvellen lang voordat Zuma zijn doorbraak maakte in de Zulupolitiek.

Het ANC had indertijd gebroken met Chief Mangosuthu ‘Gatsha’ Buthelezi en zijn Inkatha Freedom Party toen Buthelezi eiste om door het ANC in ballingschap erkend te worden als de interne bevrijdingsbeweging. Buthelezi was op een blauwe maandag lid geweest van het ANC. In de jaren 1970 stichtte hij de Inkatha Freedom Party en nam de symbolen en de kleuren van het verboden ANC voor zijn rekening. Ondanks zijn verzet tegen enkele aspecten van de apartheidspolitiek met name de ‘onafhankelijkheid’ van KwaZulu, aanvaardde hij de benoeming tot ‘eerste minister’ van de bantoestan die uiteraard niet erkend werd door het ANC. (3)

Hij ageerde ook tegen internationale sancties, een strategie van het ANC, en collaboreerde meer en meer met het apartheidsregime. Bovendien waren zijn partij en politiek uitsluitend etnisch – om niet te zeggen tribaal – hetgeen evenmin aanvaardbaar was voor het ANC.

Tegen het einde van de apartheidsperiode kwam het tot een ware aanzet tot burgeroorlog waarbij tribale Inkatha-elementen met ‘traditionele wapens’ het op zich namen om het ANC – bijgenaamd ‘Xhosa Nostra’ (de Xhosa-maffia) – en hun voornamelijk stedelijke aanhangers letterlijk uit te roeien, in samenwerking met de duisterste krachten in de geschiedenis van de apartheid, ingezet door het regime.

Deze bloedige burgertwisten waarin etnie en antagonisme tussen stad en platteland – beide essentieel in de doctrine en de praktijk van de apartheid – hoogtij vierden, zaaiden ware haat tegen het ANC in het hart van de Zulu’s, de grootste etnie van Zuid-Afrika (15 procent van de bevolking).

Buthelezi werd minister onder de eerste postapartheid presidenten Nelson Mandela en Thabo Mbeki, maar dat mocht weinig baten. In de provincie KwaZulu-Natal behield Inkatha de absolute meerderheid met haar rechts-nationalistische ideologie: in plaats van het huidige verenigde Zuid-Afrika wil Inkatha een federatie van etnische gemeenschappen of ‘minderheden’ zoals ook Afrikaner nationalisten als F.W. De Klerk voorstaan.

In de ogen van het ANC is dit een zeer gevaarlijke ideologie en het bloedige conflict in de vroege jaren 1990 (20.000 doden) is daar een illustratie van. In ieder multicultureel land – en bijna alle Afrikaanse landen zijn dat – kan nationale eenheid alleen bereikt worden door tegenwicht te bieden aan de altijd dreigende centrifugale krachten van culturele en historische verschillen – en geschillen – door een goede taal-, cultuur- en regionale politiek. Daarom heeft Zuid-Afrika elf nationale talen erkend en voert een actief beleid om alle talen en culturen te ontwikkelen en hun rechtmatige plaats te geven.

De koloniale overheid had overal etnische verschillen aangescherpt en groepen van elkaar afgezonderd door de bewegingsvrijheid danig te beperken. Dat was de verdeel-en-heers-tactiek die het mogelijk maakte voor een kleine minderheid van blanken om een overgrote meerderheid autochtonen te overheersen.

In reactie daarop hebben té veel Afrikaanse landen gedurende de dekolonisatie alles gezet op nationale eenheid zonder de plaatselijke culturen de erkenning en ruimte te geven die hen toekomt. Noch zich te bekommeren om regionale ongelijkheid die al te gemakkelijk een etnisch etiket krijgt. Vroeg of laat wreekt zich dat en leidt tot tribaal antagonisme en zelfs gewapend conflict. De voorbeelden zijn legio.

Het ANC wilde die fout niet maken. Aanvankelijk waren er niet alleen problemen met de Zulu’s van Buthelezi. Ook andere heersers van zogenaamd ‘onafhankelijke’ of ‘zelfbesturende’ bantoestans wilden hun macht niet opgeven. (4) Er was een bloedig incident in het ‘onafhankelijke’ Ciskei (nochtans evenals Transkei bevolkt met Xhosa’s (5)) voordat een algemene staking de corrupte ‘marionetten’-regering ingesteld door de apartheid, ten val bracht. In Bophuthatswana was daar een volksopstand voor nodig. Maar alleen in KwaZulu bleef er een machtige nationalistische partij over. De potentieel gevaarlijkste, want van het meest vernederde, maar ook meest verenigde volk.

Zuma was de ANC-leider die het probleem moest aanpakken van de grote aantrekkingskracht op de Zulu’s van een dergelijk etnisch nationalisme. Hij moest hen overtuigen dat ze zich met het ANC vergist hadden van vijand en een nationaal project samen met anderen betere garanties bood voor het behoud van hun identiteit en eigenwaarde en voor hun ontwikkeling. Als een groot deel van de Zulu’s daarvan overtuigd kon worden, was het grootste gevaar geweken.

Zuma was daar al tijdens de strijd mee bezig geweest en ploegde geduldig voort. Eerst als nummer één van het ANC in de provincie KwaZulu-Natal, later meer op afstand als vicepresident. Bij de laatste twee verkiezingen begon de balans langzaam naar het ANC over te hellen.

Zuma had zich met zijn eerste vrouw gevestigd in KwaZulu waar ze vee fokten en leefden volgens de tradities. Hij verzamelde ook een militant gevolg rond zich. De laatste jaren voor zijn verkiezing was de ‘100% Zulu Boy’ permanent in het oog van de camera omgeven door een menigte T-shirts die zijn Zulu-zijn luid bevestigden en dansten op het strijdlied ‘Umshini wam…’ (‘Geef me mijn machinegeweer’).

In 2009 bereikte Zuma zijn doel: hij kreeg de meerderheid van de Zulu’s aan zijn kant. Zonder zijn kandidaatschap voor het hoogste ambt is het twijfelachtig of dat het ANC zo vlug gelukt zou zijn.

Stereotypering en ongelijkheid tussen vroegere ‘rassengroepen’ wegwerken, zal nog tijd kosten

In discussies over Zuid-Afrika heeft men het altijd over racisme, verzoening en toenadering tussen blank en zwart. Men merkt graag op dat zwart en blank zich nog weinig mengen en kennen. Sommigen praten over ‘omgekeerd racisme’ niet alleen naar aanleiding van positieve discriminatie, maar bijvoorbeeld ook in het kader van het conflict tussen het ANC en de pers. Het is echter duidelijk dat het wegwerken van de kloof van ongelijkheid tussen blank en zwart niet anders dan een langdurig proces kan zijn.

Om dezelfde reden, zij het in mindere mate, zijn ook de verhoudingen tussen zwarten enerzijds en ‘Indiërs’ en ‘kleurlingen’ anderzijds nog vaak moeilijk. Om de stereotypering en ongelijkheid tussen die vroegere ‘rassengroepen’ weg te werken, zal ook nog tijd kosten.

Velen zien echter over het hoofd dat het ANC verbazend goed slaagt op het gebied van wat je horizontaal racisme kunt noemen: dat tussen de negen zwarte etnieën. En dat ondanks het bloedvergieten in het naaste verleden en een prekoloniale geschiedenis die er ook niet altijd een van pais en vree was tussen hen.

Van die prekoloniale geschiedenis bleef onder meer de herinnering hangen van agressieve, imperialistische Zulu’s. De Zulu’s weglokken van die kant van hun imago en identiteit en – met behoud van hun trots en het vele positieve in hun cultuur – te doen scharen achter de nationale belangen was dus een taak van het hoogste belang.

Dat die taak een zichtbare herwaardering van de Zulu-cultuur inhoudt waar ook alle anderen aan moeten meewerken, zal duidelijk zijn. Of iedereen in Zuid-Afrika of de hele wereld nu houdt van luipaardvellen en manhaftige krijgsdansen en -liederen of niet! Er staat veel meer op het spel dan dat. Of zelfs meer dan polygamie … Het moest wel een zeer talentvolle politicus zijn met een palet aan sociale vaardigheden om dát klaar te spelen. En iemand zonder complexen, noch ten aanzien van zijn cultuur van herkomst, noch van de cultuur van nationale en internationale omgang.

Jacob Zuma deed dat op zijn manier. Het opvallendste deel daarvan dat sensatie en schandaal wekte, was een Zuma die zijn Zuludansen danste en – in koor met zijn aanhangers – riep om zijn umshini, tot afschuw van de weldenkenden. Voor deze weldenkenden en hun media wijst het machinegeweer naar onverzadigde bloeddorst, onverantwoordelijkheid, populisme. Of ook natuurlijk naar seks …

Maar is dat wel zo? Heeft een oude krijgszang een zo letterlijke hedendaagse betekenis voor een volk dat militair verslagen en diep vernederd werd en zich vrij heeft moeten vechten? Een volk dat nog steeds veel hoop en energie – zeg maar gerust: strijdlust – nodig heeft om de échte vrijheid te bereiken? Zuid-Afrikanen zijn vrij van het juk, ja, maar daarom nog geen vrije mensen. (6) De vrijheid bevrijden kon wel eens lastiger blijken dan het juk afwerpen. Mandela had gelijk.

Zuma’s ‘Give me my machinegun’ klinkt mij overigens heel wat minder bloeddorstig in de oren dan menig nationaal volkslied, bovendien gezongen met de dodelijke ernst van een hymne, niet met de uitgelatenheid van Zuma’s fans. In Zuid-Afrika is politiek wat voetbal is in andere landen. Iedere buitenlandse correspondent heeft dat wel eens neergepend.

Zijn aanhangers gedragen zich navenant. Als hij wint, van blijdschap; als hij in het nauw wordt gedreven, van uitdagende woede. Ze dragen Zuma T-shirts, schreeuwen Zuma-slogans, zingen Zuma’s lied, beledigen en intimideren zijn tegenstanders. Zuma is populair, hún man. 

Blauwdruk in de media

Be Afraid!’ citeerde de Los Angeles Times in oktober 2008 de lugubere krantenkop van de Zuid-Afrikaanse Financial Times ter gelegenheid van Zuma’s officiële kandidaatstelling voor het presidentschap. De krant schetste een duistere figuur gedistilleerd uit de Zuid-Afrikaanse pers. Zoon van een dienstbode, weinig opleiding, zong graag in de gevangenis en organiseerde daar een koortje om de moed erin te houden (!). En dan: “After his release [from prison], he organized the ANC’s intelligence arm. Among his closest supporters are former ANC intelligence operatives …”

Onheilspellend toch? En zo kun je stapels voorbeelden vinden.

Temidden van alle negatieve belangstelling voor Zuma in die jaren, wees een enkele journalist op de slimme wijze waarop hij langzaam maar zeker de Zulu-kiezers verleidde. Hij begon met de Zulu-koning te bevrienden toen die het niet meer zo goed kon vinden met Chief Buthelezi, bouwde een huis in zijn geboortedorp Nkandla, schafte zich een kudde koeien aan en bewees op alle manieren zijn gehechtheid aan de Zulu-cultuur en -tradities.

Tegelijkertijd won zijn progressieve, militante taal aanhangers en gaf zijn hoge positie als vicepresident onder president Mbeki hem prestige. Met iemand als Zuma als leider hoefden de Zulu’s zich niet meer te verschansen in de verdediging, de behoefte aan een nationalistisch project nam af. Dat was toch gemakkelijk te begrijpen. Maar blijkbaar niet voor de gemiddelde journalist.

De mediaprofielen en andere verwijzingen naar zijn strijdverleden vermelden niet veel meer dan dat hij na tien jaar op Robbeneiland terugging naar Umkhonto (7) en de laatste jaren in ballingschap ‘intelligence chief’ van het ANC was. Ze suggereren het beeld van een door gevangenschap gestaalde guerrillastrijder, kalasjnikov (AK-47) aan de schouder, omgeven door een mistig grijs aureool van een soort KGB of Stasi.

Een uiterlijk hartelijke en lachgrage man met vast een meedogenloze ziel vol dirty tricks en geheimzinnigheid. Verder wordt steevast vermeld dat Zuma voordien een eenvoudige herdersjongen was die nauwelijks kon lezen en schrijven en nooit naar school is gegaan; zijn scholing vond plaats op de ‘universiteit van Mandela’ op Robbeneiland.

Voor velen ook een mysterieuze achtergrond, misschien lovenswaardig, wonderbaarlijk zelfs, maar waar opgeleide mensen toch eigenlijk weinig raad mee weten. Wat kun je verwachten van zo iemand? Hoe kun je met hem praten?

Vergeefs gezocht naar geslaagd interview

Ik heb vergeefs gezocht naar een geslaagd interview met Zuma. Het lijkt alsof hij een grondige hekel heeft opgelopen aan journalisten. En omgekeerd. Alsof ze dezelfde taal spreken, maar met andere grammaticale regels. Alex Duval Smith, de Afrika-correspondent van de Britse The Observer en The Guardian interviewde Zuma vlak voor de verkiezingen in 2009: “Jacob Zuma interviewen is anders dan een ontmoeting met om het even welke andere politicus aan de top van zijn loopbaan. Met zijn neiging tot blunders … vervalt [hij] gemakkelijk in bonhomie … Beleidsvragen stellen was een ijdele hoop.” Even verderop valt het woord: clumsily, onhandig.

Blunders? Onhandig? Zuma? Zuid-Afrikaanse journalisten hebben het soms over een charme offensief, dat lijkt al meer op een Zuma-tactiek. Maar niet met Zuma over politiek en beleid kunnen praten? Alle kameraden zullen in lachen uitbarsten als ze dat lezen. […/…]

Het NRC-Handelsblad, het zeer serieuze Nederlandse dagblad, publiceerde een lang artikel over Zuma in 2008. Het is interessant en goed geschreven. Het dient als een soort van blauwdruk van de honderden artikelen geschreven tussen Zuma’s verkiezing tot voorzitter van het ANC in december 2007 en zijn inauguratie als president van Zuid-Afrika in mei 2009.

Als blauwdruk is het bovendien lang genoeg om naar volledigheid te neigen. De inhoud is nóg interessanter: het beschrijft Zuma’s politieke strategie vanaf het moment dat hij voorzitter van het ANC werd. De ANC-voorzitter wordt praktisch automatisch president van het land, want het ANC behaalt rond twee derde van de stemmen bij nationale verkiezingen. Hier zien we hoe Zuma zich voorbereidt op het hoogste ambt.

Het artikel begint zoals gebruikelijk met een stukje reality show: Zuma op bezoek bij een vakbond voor blanke arbeiders. Er wordt een Afrikaans gedicht gezongen ‘Laat my nooit die grond verlaat nie’. “De zangers zongen het daarna nog eens in het Zulu, opdat de boodschap Zuma niet zou ontgaan. [Alsof hij na tien jaar Robbeneiland geen Afrikaans verstaat: de bewakers spraken nooit iets anders. Het waren veeleer de Afrikaners die lieten zien dat zij Zulu kenden! In tegenstelling tot Engelstaligen spraken Afrikaners vaak een inheemse taal, een Boere-traditie.] Zuma vond het prachtig … Heel de zaal dacht: zo gek is die Zuma nog niet.”

Die blanke arbeiders klagen over de positieve discriminatie die het blanke werkzoekers moeilijk maakt. Zuma toont begrip: hij heeft zijn hele leven tegen discriminatie gevochten, zegt hij. “Ik ben een Afrikaner”, zegt hij ook. (Dat bevreemdt een buitenlander misschien, maar een ANC-er niet. Het betekent: Afrikaners zijn net zo goed zonen van het land, ze hebben geen ander vaderland en zijn ‘de enige blanke stam van Afrika’. Iets wat het ANC al tientallen jaren erkent. En … die arbeiders van hun kant precies aantoonden al zingend in het Zulu!) Voor Afrikaners een hele geruststelling, denkt de NRC-lezer.

Zo toert Zuma ook langs de zwarte vakbonden en hun koepel Cosatu, blanke boeren, de Joodse gemeenschap, de club van zwarte journalisten … Hij wordt actief gesteund door talloze zwarte zakenmensen, maar had blijkbaar toentertijd nog niet rond de tafel gezeten met het grootkapitaal, behalve in het buitenland.

Zuma vertegenwoordigde Zuid-Afrika op het World Economic Forum in Davos in 2008 en bezocht ook ‘de oliebaronnen in Texas’, belangrijke potentiële investeerders. “Zuma schoof in drie maanden tijd aan bij meer belangengroepen en gaf meer interviews dan zijn stijve voorganger Mbeki in tien jaar tijd deed”. Hij luistert zelfs met begrip naar mensen die de doodstraf weer ingesteld willen zien om de ontstellende misdaad te bestrijden. Aldus NRC.

Zuma legt dus de vinger op de pols bij iedereen. Dat lijkt een uitstekende voorbereiding op het presidentschap. En op de eerste plaats voor het verkiezingsmanifest van 2009, het beleidsplan voor de volgende vijf jaar, dat toen nog niet uitgewerkt was. Hij is geweldig actief, reist het hele land door, komt sympathiek over en laat de mensen weten dat er verandering in de lucht zit: de grote kritiek op Thabo Mbeki was immers dat die zich afzijdig hield en deed wat hem goed leek.

Maar neen – en nu komt de blauwdruk- dat is niet de interpretatie van de journalist van het NRC (de doorgaans uitstekende Bram Vermeulen), noch van de andere media. Zuma “kan zijn kleur niet bekennen”, de “echte Zuma” staat niet op. Hij is een kameleon, een allemansvriend, een puzzelstuk, een populist, synoniemen die in alle artikelen terugkomen.

Niemand die bedenkt dat Zuma wellicht het panorama aan het verkennen was om input te verschaffen voor de interne discussies over beleid en beleidsverandering en om zelf eerstehands kennis op te doen.

En natuurlijk is Zuma in het NRC ook weer ‘ongeschoold’. Betekent dat niet iets anders dan ‘nooit op de schoolbanken gezeten’? Vlak na de verkiezingen in 2009 had een journalist het goede idee om eens met Zuma’s broers en jeugdvrienden te gaan praten. Het blijkt dat Zuma toen al niet helemaal ‘ongeschoold’ was: de kinderen kregen ‘s avonds thuis les.

Zuma was van jongs afaan een gretige lezer. Hij vertelt dat trouwens zelf ook aan zijn biograaf Jeremy Gordin: “The media always report that I learned to read and write on Robben Island. Maybe they think it’s romantic. Of course my literacy improved there …” Op Robbeneiland kreeg hij toegang tot veel boeken.‘Self-education’ noemt hij het trots en: “Education is education, whether formal or not.” NRC citeert ook nog een controversieel Brits interview waarvan Zuma beweert dat hij verkeerd werd geciteerd of geïnterpreteerd. Dus weer een mislukt interview.

‘Zulu Boy’ Zuma hoefde in het NRC-stuk niet ter sprake te komen. Daar zorgde de spectaculaire kleurenfoto voor: Zuma dansend in vol Zulu-ornaat met zijn rechterknie op de hoogte van zijn tepels. Gelegenheid: het huwelijk met zijn vierde vrouw …

Natuurlijk kun je niet zomaar de schuld op de journalisten schuiven. De mediacampagne tegen Zuma had nooit zoveel internationaal succes geboekt als Zuma’s naam niet jarenlang voortdurend sensatie had gewekt. Maar die sensatie baarde een gevaarlijke consensus. Als een journalist geloofwaardig wilde blijven en gepubliceerd worden, kon hij of zij niet anders dan sceptisch zoniet afkeurend over Zuma te schrijven. Veel Afrikaanse media en die van de diaspora deden dan weer precies het tegenovergestelde. Evenwichtige berichten over de politicus Zuma werden op z’n best uiterst zeldzaam. Zuma werd een ‘fenomeen’.

Sensatie wekt emoties op die werken als telelenzen. Andere invalshoeken vallen buiten het beeld. Het voorwerp wordt vlak, alsof overbelicht. De complexiteit van de mens benadert de nullijn. Maar heeft een mens op weg naar zo’n hoog ambt, ín zo’n hoog ambt, wel recht op complexiteit? De meningen verschillen.

Men kan natuurlijk een hoop kwijt in het berghok van het ‘privéleven’. Maar ook daar verschillen de meningen over. Kortom, het lijkt alsof twee factoren bepalend worden als sensatie aan het werk is: de graad van walging en ‘moet je de man geloven’? Subjectieve factoren, waar ook cultuur niet vreemd aan is. Sensatie werkt subjectief. Daar ligt het hele probleem. Sensatie hoort bij de verbuigingen van hartstocht.

Veelwijverij

Is Zuma wel zo’n vechter? Het stereotiepe beeld van de guerrillastrijder en van de rijpere man die nog om zijn machinegeweer roept op zijn weg naar het presidentschap, vijftien jaar na de bevrijding, is niet alleen misleidend: het verblindt.

Ik heb Zuma althans nooit anders gekend dan als politicus.

[…/…]

Zuma – niemand zei ooit Jacob, hij was Zuma, eventueel JZ, en droeg zijn eigen naam – was dus een hoge politieke commandant voor een groot deel van Zuid-Afrika gebaseerd in Mozambique, toen ik bij Umkhonto kwam in de vroege jaren 1980. Ik ontmoette hem voor het eerst in zijn flat met mijn vriendin Sue Rabkin, zijn assistente die hem op handen droeg.

Ongetwijfeld was er een hartelijke begroeting en wisselden we enkele woorden. Zuma wist wie ik was en ik wist wie hij was. Maar wat ik me vooral herinner van die korte ontmoeting was hoe Zuma aan tafel ging zitten en zijn handtekening zette onder enkele getypte documenten. Mijn hart kromp ineen: het ging zo pijnlijk langzaam, zo schools, zo clumsily zou de journalist van The Observer zeggen. Die hardnekkige sporen van ondraaglijk onrecht, tot en met het ontzeggen van de onmisbare technieken van lezen en schrijven: ik word altijd woedend op degenen die daarvoor de schuld dragen. Zeker bij zo’n hoogintelligente man.

Toch was dat een idiote reactie, op het arrogante af. Net zoals de eeuwige verwijzing naar Zuma de herdersknaap op den duur ambigu wordt. Het wekt het beeld op van een zwarte blotevoetenjongen die met een stok achter koeien – of liever geiten, dat lees je ook – aan loopt in overigens prachtige heuvels.

Combineer dat met het hedendaagse luipaardvel en de mislukte interviews en je houdt je hart vast hoe zo’n man Zuid-Afrika kan leiden en tot ontwikkeling brengen. Om nog maar niet te spreken over zijn openlijke voorkeur voor veelwijverij …

Op een ontspannende zondag aan de schilderachtige vissershaven bij Kaapstad raakten Sue en ik in een verhit meningsverschil. Het ging over Zuma’s polygamie. Zuma was niet lang tevoren met pomp en praal getrouwd met zijn tweede vrouw (of de vierde als je, zoals het NRC, een echtscheiding en de zelfmoord van de derde vrouw meerekent).

Hij bekleedde toen het op één na hoogste ambt van Zuid-Afrika: vicepresident. Ik was geïrriteerd door de media-aandacht en vond dat Zuma daarmee het imago van Zuid-Afrika schaadde. Polygamie is immers een van de ‘achterlijke’ zaken die passen bij ‘bananenrepublieken’ – hoe verwerpelijk en zelfs racistisch dat ook moge zijn. Sue was het daar niet mee eens, polygamie was een traditie in de Zulu-cultuur die we moesten respecteren. […/…]

Zuma heeft recht op de identiteit van zijn keuze, hield Sue vol. De mensen hebben er geen moeite mee, integendeel! Jazeker, integendeel. Met name in KwaZulu. Maar het kostte mij nog bezinning over de Zulu-kwestie om het met Sue eens te kunnen worden.

Wat antropologen ‘consecutieve polygamie’ noemen – een opeenvolging van partners, al dan niet buitenechtelijk, maar niet meerdere echtgenoten tegelijkertijd – is op zich niet veel beter dan (gelijktijdige) polygamie. Het kan zelfs meer uitbuiting en minder respect voor vrouwen betekenen dan polygamie die altijd aan strenge regels onderworpen is.

Dat soort veelwijverij – en ook consecutieve polyandrie of ‘veelmannerij’ – wordt echter vrijwel probleemloos aanvaard in de westerse cultuur. Zo raak je bij iedere interculturele discussie over polygamie altijd op glad ijs. Al is het maar omdat aan huwelijk en man-vrouwrelaties vaak verschillende waarden en inhoud verbonden worden, net zoals in verschillende periodes van de westerse geschiedenis het geval was.

Maar identiteit, ja, Zuma heeft recht op zijn Zulu-identiteit. Als hij polygamie daarbij rekent en daarmee ook aanzien verwerft, die hij niet bij zijn geboorte meekreeg … Maar vooral als zowel Zuma als de ANC-‘familie’ daarmee te kennen geven dat het nauwe, antagonistische nationalisme van Inkhata niet onontbeerlijk is voor het behoud van de Zulu-identiteit, dat de cultuur en tradities niets te vrezen hebben van een progressieve ideologie …

Verenigt Zuma dan het politiek nuttige met het aangename? Dat laatste is moeilijk te zeggen, een polygaam is niet ipso facto gelukkiger dan een monogaam. Het staat in ieder geval vast dat hij de Zulu-tradities op de voet volgt en niet opportunistisch links en rechts winkelt naargelang het hem schikt.

Zo erkent en onderhoudt hij bijvoorbeeld al zijn kinderen zoals het een Zulu betaamt. Hij voelt geen behoefte om zich te verdedigen, neemt zijn verantwoordelijkheid voor wie hij is en wil zijn. Eens zei hij op televisie: “Veel politici hebben minnaressen en kinderen en verstoppen die om voor monogaam door te gaan. Ik ben liever open. Ik hou van mijn vrouwen en ben trots op mijn kinderen.” Wie nieuwsgierig is, zal echter moeten wachten op de autobiografie die hij zelf ooit wil schrijven …

[…/…]

[In het vervolg beschrijf ik vooral Zuma, de politicus, zoals ik hem in de tijd van de ballingschap aan het werk heb gezien, de politicus van nu en de uitdagingen van zijn presidentschap. Voorts gaat het boek uiteraard niet over Zuma, maar over belangrijke aspecten van het nieuwe Zuid-Afrika tegen een historische achtergrond.]

Hélène Passtoors

Noten:

(1) De Mail &Guardian is een toonaangevend Zuid-Afrikaans dagblad dat indertijd tegen de apartheid ageerde en nog steeds veel invloed heeft in de westerse media.

(2) De reportage is te zien op http://www.linktv.org/video/3922/the-fall-and-rise-of-zuma en ook op YouTube, serie Global Pulse van Link TV. Link TV is een educatief Amerikaans televisiekanaal bekend o.a. voor internationaal achtergrondnieuws.

(3) KwaZulu (‘het land van de Zulu’s’) was één van de zgn ‘bantoestans’ of etnische ‘thuislanden’ onder de apartheid. De apartheid verdeelde de zwarte Zuid-Afrikanen, de meerderheid van de bevolking, in etnische groepen die ieder van hogerhand een ‘thuisland’ toegewezen kregen. Die etnische ‘thuislanden’ moesten dan zogenaamd ‘onafhankelijke’ staten worden, hoewel ze niet leefbaar waren. Daarmee werd de zwarten dan het staatsburgerschap ontnomen en zou de rest van Zuid-Afrika – 87 procent van het grondgebied en bijna alle goede landbouwgrond – dan een blanke staat worden met een minderheid aan zogenaamde ‘kleurlingen’ en ‘Indiërs’ van Aziatische afkomst. Zwarten konden daar dan nog slechts ‘buitenlandse’ gastarbeiders zijn in de mate dat de ‘blanke economie’ ze nodig had. Ze konden in ieder geval al geen onroerend goed daar bezitten. Ook werd aan zwarten geboren in de ‘blanke’ steden vaak van hogerhand een etnie en een ‘thuisland’ opgelegd waar ze geen enkele band mee hadden, bijvoorbeeld omdat hun ouders van verschillende etnische oorsprong waren.

(4) ‘Zelfbestuur’ was het stadium vóór ‘onafhankelijkheid’. KwaZulu had dus ‘zelfbestuur’, maar Buthelezi weigerde ‘onafhankelijkheid’.

(5) De Xhosa werden voor het gemak verder verdeeld over twee bantoestans of ‘thuislanden’ in de Kaap: Transkei en Ciskei. Bophuthatswana was de bantoestan van de Tswana tegen de grens met Botswana.

(6) De titel en rode draad doorheen het boek wijzen naar een uitspraak van Mandela: “Wij zijn nog niet vrij. Wij hebben slechts de vrijheid verworven om vrij te worden.” (Dat duidt op de transformatie van de samenleving.)

(7) Umkhonto we Sizwe, ‘de Speer van het Volk’, oftewel MK, was de gewapende tak van het ANC tijdens de bevrijdingsstrijd. Umkhonto bestond uit een politieke en een militaire afdeling. De politieke afdeling organiseerde de politieke ondergrondse in Zuid-Afrika, de militaire afdeling de gewapende operaties.

——————————————————————————————————————————

Dit dossier kwam tot stand met de steun van het 

Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten in Amsterdam

en het Fonds Pascal Decroos:

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!