Foto's: Ruben Accou
Interview, Nieuws, Cultuur, België, Lokaal, Gent, Gent -

’t Zijn zotten die de feesten maken

GENT - Maarten Quaghebeur is samen met Jeroen Vereecke de man achter café de 'Video' en het muziekfestival 'Boomtown'. Quaghebeur strandde 17 jaar geleden in Gent. Gerald Claes, uitbater van de 'Charlatan', groeide op in Affligem, maar vond na omzwervingen ook ‘zijn plooi’ in Gent. Een dubbelinterview met inwijkelingen die nu al tien jaar het mooie weer maken op de Feesten.

zondag 18 september 2011 20:00

Als ik het oud herenhuis van waaruit Boomtown opereert, binnenstap is Maarten Quaghebeur nog druk aan het telefoneren. “Discussie”, zegt hij, terwijl het toestel dichtklapt, “over de nieuwe geluidsnorm van Schauvlieghe. We hebben de test gedaan: zes maand lang hebben we de decibels in de Video getest, maar het komt er op neer dat we die nieuwe norm enkel kunnen halen als het café voor een concert afgeladen vol zit: dan dempen de bodies.”

Met de komst van de Video luidden jullie de revival van de Oude Beestenmarkt in?

Quaghebeur: “Mensen verklaarden me gek dat ik op de Oude Beestenmarkt een café wou beginnen. Maar we zochten toen een plek om Das Pop te laten repeteren en vonden het café dat toen zo goed als failliet was”.

Een jaar nadat het café uit de startblokken was, lanceerden jullie Boomtown?

Quaghebeur: “We wilden jonge groepen een kans geven en vooral een inhoudelijk aanbod op de Gentse Feesten brengen. Ik bedoel, de Vlasmarkt is heel leuk, maar er is niets leger dan tien dagen tot aan de ochtend op de Vlasmarkt te staan. Ik wil dat mensen iets kunnen zien dat blijft hangen. Iets waarover ze kunnen napraten, en dan niet over hoeveel Irish coffees ze de nacht voordien achterover gekieperd hebben. Begrijp me niet verkeerd, de Vlasmarkt moet er zijn, want het is die ene plek die ook het late karakter van de feesten toelaat, maar ik wil ook iets gezien hebben.”

Over die Vlasmarkt zullen we het later nog uitgebreid hebben, wanneer Gerald Claes, de man van de Charlatan, bij ons komt.

Boomtown moest noodgedwongen van de Beestenmarkt naar de Kouter verhuizen. Is daardoor niet veel charme verdwenen?

Quaghebeur: “Let’s face it: de Beestenmarkt is niet meer en komt ook niet meer terug. Dat is niet langer de plek van Boomtown en eigenlijk vind ik de Kouter ook een heel sfeervol plein. Maar onze droom is altijd het Zuidpark geweest. Dat is een ongelooflijk sfeervolle en bovendien groene locatie. Daar ontbreekt het de Gentse Feesten nog steeds aan. Daar zouden we kleine podia kunnen maken en wie weet zelfs een middagprogramma opzetten. Op de Kouter zijn we gebonden aan de avond, want ’s middags speelt Koen Cruckes operette in de Opera. Maar met de Kouter en de Handelsbeurs hebben we nu ook een festival gemaakt dat daar past, op maat van. We hebben gekozen voor een groot festival met zeer veel kleinschaligheid.”

“Ik wil dat mensen iets kunnen zien dat blijft hangen. Iets waarover ze kunnen napraten”

Het Zuidpark is een no-go area?

Quaghebeur: “Tja, de vrees is natuurlijk dat we met een site op het Zuidpark de feestenzone nog verder gaan uitbreiden. Dat zorgt hoe dan ook op bepaalde momenten voor een publieksstroom naar het centrum, waarvan de politie het dan weer niet ziet zitten om die te surveilleren. Nog idealer dan het Zuidpark zou daarom het Baudelopark zijn, maar daar komen we niet aan. Dat ligt veel te gevoelig voor het Trefpunt en daar heb ik ook alle begrip voor.”

Claes: “Beeld je in… met jullie op Baudelo zouden we pas een mooie feestenzone hebben. Maar je hebt gelijk, daar komen we niet aan. Dat is taboe.”

Gerald Claes is binnengelopen en het gesprek schakelt over op het slaaptekort in ‘t vooruitzicht.

Claes: “Met de feesten slaap ik gewoonlijk tussen één en zes ’s middags. Tegen dan zijn de eerste groepen zich al aan het voorbereiden. Bij ons duren de feesten trouwens 12 dagen lang. Op de laatste dinsdagochtend zijn we als enigen open tot tien uur in de ochtend. Het is ongezien dat zoiets kan. Dat kan alleen in Gent. Woensdag is het feest met de mannen van het café en dan is het zo hard crashen op donderdag. Dan ben ik dood.”

“Maar vergis je niet, de Gentse Feesten dat moet je niet voor de winst doen. Vorig jaar hebben we er bijvoorbeeld niets aan over gehouden. Het gratis karakter van de feesten is heel mooi, maar het is helemaal niet evident. Het is een cultureel volksfeest en dat betekent dat alle lagen van de bevolking moeten kunnen komen. Maar bij ons is wel één derde van het programma betalend. Het kan niet anders.”

“We kunnen ook niet opbotsen tegen Sint-Jacobs of Boomtown. Als ik alles samen tel dan kost een optreden, zelfs als ik de groep niet betaal, nog 400 euro aan eten, drank, de geluidstechnicus, de investeringen in het materiaal dat ik gedaan heb, noem maar op. Je moet al dat geld nog kunnen binnenhalen met de inkomsten uit de drankverkoop. Daarom doen we sommige optredens betalend.”

Quaghebeur: “Ik onderschrijf de idee dat de Gentse Feesten voor iedereen toegankelijk moeten zijn, maar ik denk niet dat de stad of de organisatoren die man met zijn blik bier uit de nachtwinkel voor ogen heeft. Ik geloof dat we toch een minimum aan participatie van het publiek mogen verwachten. Als je kwalitatieve feesten wilt aanbieden, dan moet je het nodige geld daarvoor hebben.”

Claes: “De Gentse Feesten zijn er ook niet voor cafés om hun jaar goed te maken. Ik zei het al, wij hebben niets over gehouden aan de feesten, maar we doen heel het jaar door ons best om een sterke programmatie te hebben, veel concerten te organiseren en zo’n goed seizoen laat zich ook voelen in het publiek dat naar de Gentse Feesten komt.”

“Omgekeerd ook: hebben mensen zich geamuseerd op de Gentse Feesten dan zien we ze ook terug in het café en zo is er een constante wisselwerking. Zo hebben we het café ook kunnen maken tot wat het is. Andere café-uitbaters klagen tijdens de Gentse Feesten, maar ze doen het hele jaar niets. Die kleine zaken voelen zich snel bedreigd. Vorig jaar ging één van onze buren na de feesten naar Venetië op vakantie. Hij had er een ongelooflijk yacht zien liggen met in koeien van letters ‘Charlatan’ erop. Heb ik moeite moeten doen om hem te overtuigen dat wij daar voor niets tussen zaten!” (lachen)

“Vergis je niet, de Gentse Feesten dat moet je niet voor de winst doen”

Quaghebeur: “Alle organisatoren steken hun nek uit. Het zijn idealisten, zotten die de feesten maken.”

Claes: “Maar dat zijn wij niet alleen hé: elk plein heeft zijn zotten. Op de Korenmarkt is er Eli, de opperdeken, die man is 76 jaar en organiseert zijn 41ste Gentse Feesten! Die man is langer bezig dan Guido van het Trefpunt! Jo Bonte, je mag van hem denken wat je wilt, maar hij maakt met Polé Polé van zijn site ook een ongelooflijke ervaring. Sint-Baafs heeft ook zijn eigen karakter…”

Quaghebeur: “We moeten vooral niet allemaal hetzelfde doen.”

Claes: “De Groentemarkt, dat loopt iedere dag stampvol voor die coverbands. En op het Veerleplein vindt dan de oudere garde zijn goesting.”

De Gentse Feesten organisatoren lijken wel een soort van community? Komen jullie samen? Steken jullie de koppen bijeen?

Claes: “Vroeger deden we dat op onszelf, later heeft de stad de coördinatie overgenomen.”

Quaghebeur: “Vroeger was er meer concurrentie, vind ik, terwijl we nu meer uitwisselen over hoe je dit of dat aanpakt.”

Claes: “Er is een goede evolutie. Een tiental jaar geleden hebben we een open brief geschreven waarin we aanklaagden dat de Gentse Feesten verouderd waren en veel te weinig te bieden hadden aan het jonge publiek.”

Quaghebeur: “Dat is gehoord door Termont die in de tijd Feestenburgemeester was. Maar het is nog altijd ongelooflijk moeilijk voor jonge mensen om iets nieuws te beginnen. Ik zou het vandaag aan een 21-jarige niet meer aanraden om op een plein iets te beginnen. Zelf was ik 24 toen ik met Boomtown begon.”

Claes: “Ik geloof dat we even oud zijn, hé. Allebei van 1976. In de tijd van de open brief was er een podiumstop. Toen was ook het rockpodium aan Sint-Jacobs weggevallen. Daarna is er gelukkig een kantelmoment gekomen met de komst van Boomtown, Sint-Baafs, het Ghent Jazzfestival en Polé Polé.”

“Met de komst van Boomtown voelde je trouwens ook onmiddellijk een andere ambiance op de Vlasmarkt. Maar ik houd mijn hart vast de dag dat de Vlasmarkt wordt heraangelegd, want dan bestaat het risico dat we geen Gentse Feesten zullen kunnen doen. Wij zouden dat wel kunnen overleven, maar veel andere cafés niet.”

Quaghebeur: “’t is Ook zottenwerk omdat je je niet mag inbeelden dat er iets zou gebeuren … er is altijd een risico. Er moet maar één zot rondlopen die het in zijn hoofd krijgt om, om zes uur ’s ochtends met zijn auto door de Vlasmarkt te razen en je mag er zeker van zijn dat hij de mensen aan de Kinky Star de vernieling in rijdt”.

Claes: “Maar daar moet je niet te veel over schrijven, want straks breng je mensen nog op ideeën. Maar we moeten inderdaad wel denken aan wat er zou kunnen gebeuren. Met de Gentse Feesten moet je ’t publiek constant aanvoelen.”

“Ik ga bijvoorbeeld regelmatig aan onze dj’s op de Vlasmarkt een seintje geven wanneer ik het gevoel krijg dat de gemoederen verhit zouden raken. Dan is het goed om nog eens een vrolijke luchtige plaat te draaien. Tijdens de Gentse Feesten zijn wij het immers die de pleinen in concessie houden en dat maakt ons ook mee verantwoordelijk voor wat er op het plein gebeurt.”

Quaghebeur: “Maar we hebben altijd al ongelooflijk veel geluk gehad. De feesten zijn vredevol en we kunnen alleen maar hopen dat het zo blijft.”

Marlies Casier

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!