Cultuur, Recensie, Cd-recensie, Ry cooder -

LuisterPost: Ry Cooder, Pull Up Some Dust and Sit Down

Hadden we het hier onlangs nog over het megalomane Pink Floydproject waarbij de liefhebber duur betaalt voor nog maar eens dezelfde platen, dan stellen we u nu een oudere artiest voor die waardig ouder wordt: Ry Cooder. Zijn nieuwe plaat is een maatschappijkritisch hoogstandje geworden.

maandag 12 september 2011 00:56

Bepaalde mensen leven te lang. Die boutade slaat op lui die de reputatie die ze in hun hoogdagen opgebouwd hebben, later onzorgvuldig om zeep helpen. Ze kunnen dat doen door tegen alles waar ze ooit voor stonden in te gaan. Hun masker van integer artiest af te gooien en botweg toe te geven dat het hen altijd om het geld te doen was. De manier om dat nog het best te doen is precies te putten uit de tijden dat ze succes hadden en daarvoor de liefhebber zwaar doen afdokken.
Het is niet nieuw en het is zeker geen uitvinding van gehaaide popmanagers. Nee, het gebruik komt ook al in de schilderkunst voor. We denken voor de vuist weg maar aan James Ensor en Giorgio de Chirico die op latere leeftijd nieuw werk antidateerden omdat dat voor een hogere prijs verkocht. Aan dat bedrog zat ook een soort van wrange humor vast die de heren critici maar weinig konden waarderen eens ze ontdekten dat ze bij de neus waren genomen. Maar in pop- en rockland worden de gewone luisteraars bedot, vaak in samenwerking met de critici. We hebben immers reeds dikwijls in ronkende termen nieuwe dure uitgaven van oud materiaal (met een beperkt aantal nieuwigheden eraan vastgekleefd) weten beschreven worden. Als consument blijf je dan ook vaak met het idee zitten dat het niet echt zoveel soeps was. Iets wat iemand die de boxset gratis toegespeeld kreeg bij een exclusief etentje met het meisje van de platenfirma een zorg zal wezen.

Integer
Maar artiesten kunnen ook integer verder werken aan hun oeuvre. We denken hier bij voorbeeld aan Tom Waits (van wie binnenkort een nieuwe cd verschijnt), REM die dit jaar reeds een knappe plaat uithebben, Leonard Cohen (die goede songs aan het opsparen is om nog eens een plaat te maken) en Ry Cooder.
Ry Cooder (64) staat bekend als één van de archeologen van de Amerikaanse muziek. Maar de man kijkt in zijn carrière niet snel achterom. Nee, voor hem geldt op dat vlak het boeddhistische adagio: achterom kijken is stilstaan.
Cooder is altijd een buitenbeentje geweest. Eerst maakte hij naam als zijman van The Rolling Stones en stookte hij enkele van de vroege LP’s van Randy Newman op met zijn gloedvol slidespel. Later ging de man soloplaten maken die allemaal toen onbekende Amerikaanse muziekstijlen van de vergetelheid en de belachelijkheid redden. Ik bedoel maar: op zijn meesterwerk Chicken Skin Music (1976) speelde Cooder niet alleen stokoude blues, maar kwam hij ook aanzetten met Hawaiaanse en Tex-Mex-muziek. Het was in die tijd –lang voor het woord wereldmuziek bestond – ongelooflijk gedurfd, maar Cooder heeft in de decennia erna voet bij stuk gehouden en zou later des te meer genieten van het mee door hem bestierde Buena Vista Social Club-wereldsucces.

De Bankencrisis
En dat welslagen heeft de man nu eens niet wereldvreemd gemaakt, zo als uit zijn nieuwste cd Pull Up Some Dust and Sit Down blijkt. Cooder kijkt hier met een kritische blik op de huidige Amerikaanse maatschappij en houdt geen blad voor de mond. De man zingt over emigratie, verpaupering en de bankencrisis. Allemaal in zijn vertrouwde mix van stijlen. Ook al klinken de ritmes (een walsje, een polka…) vaak overbekend en is de inkleding ingebed in oude traditionele muziek, toch weet Cooder ook daarin te verrassen. We denken maar aan de snotterige blazers in ‘El Corrido De Jesse James’ of de kruising van Bob Dylan en lo-fi in ‘Lord Tell Me Why’. Cooder roept ook de geest van Captain Beefheart op in ‘I Want My Crown’ en evoceert zijn onderwerp muzikaal perfect in ‘John Lee Hooker For President’. Die laatste songs behoren allemaal uit het straffe middendeel van de cd. Alsof Cooder zijn luisteraar eerst langzaam wil binnenlokken, hem dan even om de oren slaat en daarna nog een paar ballads geeft om te bekomen. Maar dat is enkel muzikaal, want ook in de zachtere en lichtere liedjes laat hij de stem van een sociaal bewogen mens horen. Het gezegde is dat een oude vos zijn streken niet verleert, maar van deze streken kunnen jonge bands en artiesten beslist heel wat opsteken.

Beoordeling: ++++
(Nonesuch)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!