Nieuws, Samenleving, België, Tmd, Zelfdoding, Centra Geestelijke Gezondheidszorg -

Niet berichten over zelfdoding is beste berichtgeving

Dagelijks maken bijna drie Vlamingen een einde aan hun leven. Meer dan tien keer zoveel doen een poging. Het rapport voor 2009 is nu bekend. Nico De Fauw, psycholoog en voorzitter van de Werkgroep 'Verder', begeleidt journalisten bij een verantwoorde berichtgeving over zelfdoding. "Bepaalde vormen van nieuwsberichten kunnen een drempelverlagend of copycat-effect hebben."

vrijdag 9 september 2011 09:33

Werkgroep Verder is een samenwerkingsverband tussen de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (FDGG-VVI), Tele-Onthaal, Similes, CAW – Slachtofferhulp, Centrum ter Preventie van Zelfmoord, Centra voor Morele Dienstverlening en tal van nabestaanden en ervaringsdeskundigen. Het initiatief heeft als doel te sensibiliseren en doet dit onder andere via het opvolgen van de journalistieke berichtgeving. Een interview met Nico De Fauw.

Geen berichtgeving is de beste berichtgeving

“De beste berichtgeving over zelfdoding is geen berichtgeving. Maar als er dan toch over geschreven moet worden, bestaan er mediarichtlijnen (zie bijlage) die ervoor zorgen dat alles zo goed mogelijk en op een preventief verantwoorde manier verloopt. Wereldwijd proberen we met een aantal mensen al jaren de berichtgeving rond suïcide te stroomlijnen omdat uit onderzoek herhaaldelijk bleek dat bepaalde vormen van rapportering leiden tot een drempelverlagend of een copycat-effect.”

“Het pleiten voor geen berichtgeving is echter niet realistisch. Er is het recht op vrije meningsuiting en natuurlijk heeft suïcide vaak enige vorm van nieuwswaarde waardoor het onvermijdelijk is dat je erover bericht. Daarom kiezen we ervoor om zo goed mogelijk met de journalisten samen te werken en hebben we algemene mediarichtlijnen uitgevaardigd. Omdat we merken dat het heel moeilijk is om de media te stroomlijnen conform de richtlijnen, blijft het principe wel dat er eigenlijk beter geen berichtgeving is.”

Wereldrichtlijnen

“De inhoud van de mediarichtlijnen is wereldwijd hetzelfde, zowel in Vlaanderen, Amerika, Australië, Zweden of Nederland. Iedereen is het 100 procent eens dat de huidige richtlijnen goed zijn, helaas worden ze niet in elk land evengoed opgevolgd. In Vlaanderen respecteren de journalisten deze richtlijnen wel. Dat komt, denk ik, omdat onze Werkgroep de mediarichtlijnen niet alleen implementeert, maar die ook opvolgt. In een aantal andere landen maken ze een folder, sturen ze die meerdere keren rond en daar stopt het initiatief. En dat werkt nu eenmaal niet. Er is continue aandacht nodig om die richtlijnen op de redacties door te voeren.”

“Tot nu toe zijn de mediarichtlijnen vooral geënt op audiovisuele en geschreven pers. We zijn nog volop aan het onderzoeken wat de knelpunten zijn die zich aandienen rond online berichtgeving. De online redacties van kranten vallen nu onder dezelfde mediarichtlijnen als die van geschreven kranten, maar we merken dat het nieuws op online edities van de krant veel dynamischer en soms ook veel sensationeler is waardoor enige aanpassingen nuttig kunnen zijn. Online verschijnen er sneller foto’s en filmpjes die je niet in de geschreven pers ziet opduiken.”

Suïcide, zelfdoding en zelfmoord

“Een van onze richtlijnen is dat we journalisten stimuleren om de term ‘zelfdoding’ of ‘suïcide’ boven ‘zelfmoord’ te verkiezen. Dat is voor nabestaanden heel erg belangrijk. Wij merken dat meer en meer journalisten dat ook wel doen en dat het geïntegreerd raakt in onze taal. Het is belangrijk voor nabestaanden om respect te hebben voor hun beleving, maar voor iemand die suïcidaal is, is dat natuurlijk minder of zelfs niet belangrijk.”

“Behalve in het woord is er in principe geen onderscheid tussen de termen. Maar we stelden vast dat de nabestaanden het gevoel hadden dat rond het woord zelf’moord’ een misdadige en beschuldigende sfeer hangt. De sfeer waarin een suïcide plaatsvindt, speelt zich ook af in een misdadige sfeer. De politie komt, het parket komt, het moet uitgesloten worden dat het geen moord is, wie is de schuldige,… Nabestaanden voelen zich vaak schuldig over wat ze wel of niet gedaan hebben, dat is normaal.” 

“Als je iemand graag ziet en die stapt uit het leven dan stel je jezelf automatisch de vraag wat je wel of niet had kunnen doen. Daarom is men op zoek gegaan naar een meer neutrale term zonder een beschuldigende of misdadige lading. Veel nabestaanden spreken liever over zelfdoding, maar ook niet iedereen. Sommigen verkiezen toch de term zelfmoord, omdat het ook iets hard en gruwelijk is.”

Hoe een journalist kan helpen

De folder die de Werkgroep Verder verdeelt in samenwerking met de andere organisaties, die zich organiseren rond de preventie van zelfdoding, lijst volgende richtlijnen op. Erken de complexiteit van zelfdoding, verstrek informatie over hulpverleningsmogelijkheden, zorg voor omkadering, respecteer de privacy en gebruik de term zelfdoding. Daartegenover wordt er op gewezen om onnodige details, dramatisering en positieve bekrachtiging te vermijden. Extra voorzichtigheid is geboden bij het berichten over zelfdoding van bekende personen.

“Als journalist kan je weldegelijk levens redden. Zo was er eind jaren tachtig in Wenen een golf van metrosuïcides die steeds uitvoerig beschreven werden in de media. Op een bepaald moment hebben alle journalisten in samenwerking met de suïcidepreventie in Oostenrijk besloten om geen enkele vorm van berichtgeving meer rond deze zelfdodingen te doen. Na verloop van tijd werd vastgesteld dat het suïcidecijfer in Oostenrijk, en specifiek het aantal metrosuïcides, daalde.”

“Ik stel een positieve tendens vast wat betreft het opvolgen van de mediarichtlijnen. De term zelfdoding geraakt bijvoorbeeld in onze kranten geïntegreerd. De samenwerking in Vlaanderen met de media en de journalisten is zeer goed. Wanneer journalisten niet goed weten hoe ze dergelijk onderwerp moeten aanpakken, kunnen ze ons altijd bellen of mailen zodat wij hen kunnen bijstaan met tips om samen tot een goede berichtgeving te komen.”

Mediawatch

“Elke dag screenen we alle kranten en tijdschriften via Mediargus  (digitale persdatabank) die berichten over suïcide. Vroeger reageerden we meteen vanaf het moment dat er iets niet conform onze richtlijnen was, maar daardoor ontstond een verzuurde relatie met de media. Ons doel is om een soort van partnership met de media aan te gaan en hen in te schakelen om samen aan preventie te doen. We verwachten niet dat journalisten de rol van therapeut op zich nemen, maar we willen hen wijzen op hun mogelijke rol binnen de suïcidepreventie.”

“We zijn dus van strategie moeten veranderen om een betere relatie op te bouwen. We behouden onze opdracht van mediawatchers, we blijven alert voor overtredingen op de uitgestippelde mediarichtlijnen en nemen indien nodig contact op met de journalist en/of de redactie om aan de alarmbel te trekken, maar we belonen nu ook wat goed is. Daarom hebben we zes jaar geleden de Media Onderscheiding in het leven geroepen, die elk jaar de beste berichtgeving beloont.” 

“,We zeggen niet alleen wat er fout loopt, maar erkennen ook wat goed is, wat bewijst dat het wel kan. We zoeken een evenwicht tussen onze verschillende opdrachten. Wij vinden dat de beste berichtgeving geen berichtgeving is, maar we vinden ook dat je als journalist je werk moet kunnen doen. Journalisten mogen zeker over zelfdoding schrijven, maar liefst conform onze richtlijnen.”

Gedetailleerde duiding, complexe berichtgeving

“Hoe gedetailleerder de berichtgeving, hoe groter de kans dat mensen zich herkennen in bepaalde stukken van het verhaal. Hoe groter de kans dat iemand zich kan identificeren, hoe groter het risico op imiteergedrag. Zelfdoding wordt door mensen die een verhoogd risico hebben niet gezien als een probleem, maar als een oplossing. Wanneer ze lezen over mensen in een gelijkaardige situatie die kiezen voor suïcide, denken ze dat het voor hen misschien ook een oplossing kan zijn.”

“Het is niet zo omdat iemand iets leest over zelfdoding dat die enkel en alleen daarom ook die weg wil opgaan, maar het kan wel die ene klik geven om die ene poging te ondernemen. Het is daarom belangrijk om in te gaan op de complexiteit van een zelfdoding en die complexiteit moet zich situeren op de redenen om uit het leven te stappen. Het is belangrijk om aan te geven dat men niet om één bepaalde reden uit het leven stapt.” 

“Er zijn altijd verschillende factoren die gedurende langere tijd een rol spelen en waar we als journalist of als buitenstaander vaak helemaal geen zicht op hebben. Dat is nu eenmaal eigen aan het leven en aan het suïcidaal proces dat iemand met een verhoogd risico doorloopt. Typisch voor een suïcidaal persoon is dat hij zich meer en meer gaat terugtrekken en niet praat over zijn suïcidale ideaties. Het is onmogelijk ooit een volledig beeld te hebben.”

Deskundige hulp aanreiken

“Mensen stappen uit het leven omdat ze ondraaglijk psychisch lijden en geen uitweg meer zien, zonder nog te kunnen zien dat er ook andere oplossingen mogelijk zijn, betere oplossingen. Als je een bericht over zelfdoding combineert met een kadertekst waarin een deskundige vertelt over het proces dat een suïcidaal persoon doorloopt, dan versterkt dat het complexe verhaal. Wanneer duidelijk wordt dat zelfdoding één manier is om met problemen om te gaan, kunnen mensen met suïcidale neigingen openstaan voor minder drastische en definitieve oplossingen.”

“We weten dat 99% van de mensen die een poging gedaan hebben en overleven heel blij zijn dat ze die poging overleefd hebben. Wanneer bij de berichtgeving over een suïcide telefoonnummers en adressen aangereikt worden waar je terecht kan zonder zelf er naar te moeten zoeken, krijg je een perfect uitgebalanceerd verhaal waarbij je nieuws meldt maar tegelijk een boodschap meegeeft.”

“Je mag dus zeker vermelden dat het om een suïcide gaat, maar het is wel belangrijk om een genuanceerd verhaal te brengen. Zeker wanneer het over bekende personen gaat waar het imitatierisico zeer groot is, is dat belangrijk. Een jaar geleden bij het overlijden van Yasmine verliep de berichtgeving de eerste dagen conform de mediarichtlijnen. Het is pas nadat de weekbladen met sensationele verhalen naar buiten traden dat er een golf van sensationele berichtgeving volgde, helemaal niet conform met de mediarichtlijnen. Zelfdoding op zich is al choquerend genoeg zonder er allerlei details bij te vermelden van hoe het gebeurd is, waarom het gebeurd is en een schuldige te zoeken.”

Lezers met suïcidale neigingen

“Het is beter om niet precies te zeggen hoe iemand om het leven is gekomen, maar wanneer je als journalist een stuk rond suïcide schrijft, dan wil je gewoon schrijven wat je weet. Toch moet je in je achterhoofd houden dat je ook schrijft voor 25 procent lezers die op dat moment met psychische problemen kampen en dat artikel met een gekleurde bril lezen. Zij identificeren zich en gaan zelfdoding ook als een oplossing voor hun problemen zien, zeker als er een bekende persoon het voorbeeld geeft.” 

“De meerderheid van de mensen lezen een artikel over zelfdoding als een van de zovele artikels die ze lezen, maar er bestaat een groep mensen die zich niet lekker in hun vel voelt, kampen met ernstige psychische problemen en voor hen zijn die mediarichtlijnen bedoeld zodat die door zo’n artikel niet over de drempel gehaald zouden worden.”

Foute berichtgeving

“Er is een misvatting dat er meer jongeren suïcide plegen. Iedereen denkt dit door de schuld van de media. Een zelfdoding van een tiener of adolescent is heel sensationeel waardoor iedere journalist er over bericht. Maar verhoudingsgewijs zijn dat er een pak minder dan ouderen. Jaarlijks zijn dat er ongeveer 20 à 30 (in 2008 werden voor Vlaanderen in het totaal 1028 suïcides geteld). Elke suïcide is er een te veel, maar verhoudingsgewijs is de groep van jongeren heel klein, ongeveer 1 per week.” 

“Door het feit dat die dan altijd in de media komen, denkt iedereen dat heel veel jongeren zich van het leven beroven. Maar de groep die in onze samenleving het vaakst voor suïcide kiest, is ouder dan 75 jaar, maar die halen zo vaak het nieuws niet. Dat hoeft ook niet, maar het is wel de taak van een journalist om een correct beeld te scheppen. Het is niet omdat het sensationeler is te berichten over een spectaculaire zelfmoord van een jongere dan over ouderen die uit eenzaamheid zich thuis van het leven beroven, dat dat niet even erg of nieuwswaardig is.”

“Het is belangrijk dat er juiste info gecommuniceerd wordt over het aantal suïcides. Door alleen maar te berichten over jongeren, krijg je de idee dat er hoofdzakelijk jongeren zich van het leven beroven en dat klopt niet. Er zijn wel veel jongeren die een poging ondernemen, maar er lukken er minder in. Vooral veel jonge meisjes doen een poging, maar toch zijn het bijvoorbeeld ook drie keer meer mannen die door suïcide om het leven komen dan vrouwen.”

“Laat het een win-winsituatie worden. Als journalisten cijfers nodig hebben, kunnen ze ons mailen of bellen. Wij hebben die cijfers of zoeken ze wel op. De media wil aan goede berichtgeving doen en wij willen ook een correct beeld scheppen rond het thema suïcide.”

Moeilijke zoektocht naar hulp

“Vlamingen praten niet zo gemakkelijk over psychische problemen of problemen waar ze tout court mee geconfronteerd worden. Als je er niet over praat, is het ook moeilijk om hulp te vinden. Door het feit dat je er niet gemakkelijk over praat, ga je er ook niet snel professionele hulp voor zoeken. In vergelijking met Nederland bijvoorbeeld, zetten mensen in ons land niet zo gemakkelijk de stap naar hulp. Daar moet zeker nog aan gewerkt worden.”

“Een ander probleem is dat er in Vlaanderen wel heel veel goede zorg is, misschien zelfs bij de beste van de wereld, alleen is ons zorglandschap zo versnipperd dat mensen hun weg niet vinden. Wanneer je dan al psychische problemen hebt, het moeilijk hebt of gewoon geen energie hebt omwille van je depressie en je moet dan nog gaan uitvissen waar je precies terecht kan, dan is dat gewoon een stap te ver voor veel mensen. De combinatie van die dingen zorgt er in elk geval voor dat suïcidale personen in ons land kwetsbaarder zijn.”

Taboe

“Er is nog veel taboe rond suïcide. Zeker de nabestaanden ervaren schaamte en schuld, de vertrouwde omgeving blijft weg door nog zoveel onwetendheid. Media zijn dan uitstekende kanalen om te communiceren dat er psychologen en psychiaters zijn bij wie je terecht kan en waarbij je goed zal geholpen worden. Media kunnen laten weten dat er centra bestaan voor geestelijke gezondheidszorg en dat die wachtlijsten echt niet zo lang zijn. De zorg in Vlaanderen is zeer goed, er is er niet teveel, maar er kan er ook nooit teveel zijn. Er moet gewoon veel meer duidelijkheid zijn waar mensen terecht kunnen als ze het moeilijk hebben en dat is er op dit moment nog niet.”

Rationeel voor dood kiezen

“Het recht op zelfmoord is een heel filosofische discussie. Iedereen is uiteindelijk vrij om te beslissen wat hij of zij met zijn of haar leven doet. We weten gewoon dat iemand niet van vandaag op morgen een poging tot suïcide onderneemt. Het komen tot deze drastische beslissing gaat geleidelijk en is een proces dat gemiddeld twee tot drie jaar duurt. Deze mensen hebben een tunnelzicht, dit wil zeggen dat ze het gevoel hebben in een tunnel te zitten en op het einde van de tunnel denken ze dan de oplossing voor hun probleem te vinden, namelijk de dood.”

“Bijgevolg kunnen we ons afvragen in hoeverre suïcidale mensen, die zich al een tijdje in dat proces bevinden, nog bewust kunnen kiezen. Is suïcide dan nog een rationele keuze of is het een keuze die zich opgedrongen heeft? Omdat we weten dat mensen die zelfdoding overwegen op dat moment psychische problemen hebben, is de keuze voor zelfdoding nooit een echt bewuste keuze. Die mentale problemen zetten allerlei dingen in werking waardoor mensen zich niet meer goed voelen en getriggerd worden door bijvoorbeeld suïcide. Ook al heb je de keuze om voor andere oplossingen dan zelfdoding te kiezen, op dat moment zie je gewoon geen andere uitweg.”

“Vandaar het belang van het vermelden van hulpverleningsadressen in artikels. Iemand die in die tunnel zit en dit soort van artikel leest, gaat zich herkennen in verschillende punten en misschien besluiten dat zelfmoord ook een oplossing is voor hem, maar als die dan tegelijk een kadertekst ziet staan waarin hulp geboden wordt, kan die persoon zijn mening misschien bijstellen en deze hulplijnen nog eens proberen.”

Oproep aan journalisten

“Mijn boodschap naar journalisten is tweeledig. Een, laten we samenwerken want we streven uiteindelijk hetzelfde na, namelijk zo goed mogelijk ons werk doen. Wij werken rond preventie en de media wil aan correcte berichtgeving doen, dus kunnen we elkaar ergens in het midden vinden als het over suïcide gaat.” 

“Ten tweede moeten journalisten eens proberen zich in de positie van de mensen te plaatsen waarover ze schrijven. Denk aan de nabestaanden die die artikels ook lezen, leef je in en wees alert voor de kwetsbaarheid van de mensen. Wanneer je als journalist dan ook de moeite doet om behalve het weergeven van de feiten ook nog eens aan de hand van een kadertekst deskundig advies of telefoonnummers voor deskundige hulp aanreikt, dan kunnen daar mensen mee geholpen worden.”

“Het vermelden van hulplijnen mag natuurlijk geen excuus worden om de andere mediarichtlijnen in de wind te slaan. Als je zondigt tegen alle richtlijnen wordt het risico op imitatie effectief groter, ondanks het plaatsen van een kadertekst.”

Werther en Papageno

“Wanneer berichtgeving goed verloopt kan het Werther- of imitatie-effect waar we voor vrezen omgebogen worden en dan spreekt men over het recente Papageno-effect. Het Werther-effect betekent een stijging van het aantal zelfdodingen (waarvoor de mediarichtlijnen in het leven geroepen werden) en het Papageno-effect kan bijdragen tot een effectieve daling van het aantal zelfdodingen door bijvoorbeeld in de media het verhaal te laten horen van iemand die depressief was en een poging tot zelfdoding ondernam, hulp gezocht heeft en er sterker uitgekomen is door de zorg die hij gekregen heeft.”

“Het Papageno-effect gaat er van uit dat door het schrijven over dergelijke onderwerpen er net een vermindering zou zijn in het aantal zelfdodingen omdat ze positief gestimuleerd worden door een voorbeeld met goede afloop. In dit geval wil men wel dat mensen zich in het verhaal herkennen zodat ze ook hulp gaan zoeken.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!