De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan (AKP) (foto: Turkiyemilletvekilleri.com/akp)
Essay, Nieuws, Wereld, Europa, Politiek, Turkije, Griekenland, Israël, VS, Imf, Wereldbank, Gaza Freedom Flotilla, Diplomatieke relaties, AKP, Recep Tayyip Erdo?an, Islamisering, Cyprus, Abdullah Gül, Turkse politiek, EU-lidmaatschap, Gematigde islam, Peter Edel, Turkse leger, Seculiere staat, Ottomaanse Rijk, Oosten van de Middellandse Zee, Democratische islam -

Wanneer laat de Turkse regering het masker vallen?

De Turkse politiek is en blijft ondoorgrondelijk. Wie zijn vinger op het beleid van de regerende Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) probeert te leggen, loopt keer op keer tegen een reeks van tegenstrijdigheden en valse pretenties op, schrijft Peter Edel in een essay.

woensdag 7 september 2011 12:05

De kern van die ervaring bevindt zich in de terughoudendheid van de AKP om voor haar werkelijke identiteit uit te komen. De discrepanties tussen vroegere en huidige standpunten wijzen daarop.

Tegenwoordig kan AKP-premier Recep Tayyip Erdogan de mond dan vol hebben over democratisering en een gematigde vorm van de islam, maar in de jaren negentig verklaarde hij nog dat democratie niet meer was dan “een middel om een doel te bereiken”.

Bovendien sprak hij zich toen uit voor een herinvoering van de sharia. Let wel, Erdogan is nooit op zijn woorden van destijds teruggekomen en dat plaatst vraagtekens bij zijn beweringen van tegenwoordig.

Erdogan en zijn AKP dragen sinds 2002 een masker

Erdogan en zijn AKP dragen dus sinds de eerste door die partij gevormde regering in 2002 een masker. De beweegreden daartoe bevond zich in de eerste plaats in de relatie met de EU en de VS.

Zo kon de AKP het aan EU-lidmaatschap verbonden ‘criterium van Kopenhagen’ over democratisering goed gebruiken om de invloed van het kemalistische establishment binnen de Turkse strijdkrachten, de ambtenarij en de rechtelijke macht terug te dringen. In die zin werd het toetredingsproces van Turkije tot de EU zelfs belangrijker voor de AKP dan een eventueel lidmaatschap.

De EU zag echter hoe dan ook graag dat de AKP de politieke macht van de militairen kortwiekte. Omdat een dergelijke positie voor de strijdkrachten niet past in Europa, maar op de achtergrond ook om iedere kans op een militaire staatsgreep in de toekomst uit te sluiten.

Dat steuntje in de rug aan de AKP door de EU had echter een prijs, want er was de voorwaarde aan gekoppeld dat de seculiere status van Turkije gehandhaafd bleef. Daardoor zag de AKP zich genoodzaakt de werkelijke identiteit te verbergen achter het masker van ‘democratisch conservatisme’ en ‘gematigde islam’.

Steun IMF en Wereldbank cruciaal voor opkomst Turkse economie

Voor de relatie met de VS geldt iets soortgelijks. Die was bij het aantreden van de AKP van groot belang voor Turkije. Vooral met het oog op de financiële steun van het IMF en de Wereldbank, die cruciaal zou blijken te zijn voor de opkomst van de Turkse economie in de daarop volgende jaren.

Daarbij spreekt het voor zich dat de VS liever niet zag dat het islamitische karakter van de AKP extreme vormen aan zou nemen. Nog een reden dus voor die partij om een masker op de werkelijke identiteit te plaatsen.

Wat ik aldus heb beschreven was de situatie tijdens de eerste twee regeerperioden van de AKP. Sindsdien zijn echter veranderingen op gang gekomen. Zo is de AKP er ondertussen in geslaagd om de macht van het kemalistische establishment drastisch te beperken.

De bekroning daarvan volgde in juli 2011 toen opperbevelhebber generaal Kosaner samen met een aantal collega’s ontslag nam. Daarmee kwam het bevel over de strijdkrachten in handen van de regering, wat zonder meer een ingrijpende verandering was ten opzichte van de voorgaande decennia.

Bovendien is de invloed van kemalisten binnen de ambtenarij en de rechtelijke macht eveneens tot een minimum teruggebracht, onder andere sinds het aantreden van AKP-president Abdullah Gül in 2007.

Het door de EU opgelegde criterium van Kopenhagen over democratisering heeft door de teruggedrongen reikwijdte van de kemalisten aanmerkelijk aan utiliteit ingeboet voor de AKP, als gevolg waarvan men zich niet meer in de mate van voorheen gebonden voelt door de wensen van de EU en een meer zelfstandige koers vaart.

Niet mis te verstane boodschap aan EU over kwestie-Cyprus

Dat bleek onlangs met de boodschap van de AKP aan de EU naar aanleiding van het EU-voorzitterschap in 2012 van het door Turkije nooit geaccepteerde Grieks-Cyprus. In niet mis te verstane termen werd de EU te verstaan gegeven dat Turkije onderhandelingen over toetreding zal bevriezen gedurende de periode waarin Grieks-Cyprus de EU voor zal zitten.

Een heel verschil met een paar jaar geleden, toen het nog de EU was die de onderhandelingen bevroor naar aanleiding van de kwestie-Cyprus. In plaats daarvan permitteert de AKP het zich nu om powerplay te spelen tegenover de EU.

Dat de boodschap daar hard aankwam, werd onderstreept door het initiatief van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon om in allerijl tot een oplossing van het conflict over Cyprus te komen. Dat wil zeggen, voordat Grieks-Cyprus het EU-voorzitterschap op zich neemt.

Zoals ik al schreef, is de relatie met het IMF en de Wereldbank vanaf 2002 nauw verbonden geweest aan de overwegingen van de AKP om toch vooral op goede voet met de VS te blijven. Ook wat dat betreft heeft de tijd niet stil gestaan.

Zo liep het zeven jaar durende traject dat destijds door de AKP overeen werd gekomen met het IMF en de Wereldbank in 2009 af. Turkije dient weliswaar tot 2013 leningen terug te betalen, maar is vergeleken met de voorafgaande periode toch minder afhankelijk geworden van het IMF en de Wereldbank. En daarmee van de VS.

Neo-Ottomanisme streeft naar leidende rol voor Turkije

De nieuwe situatie manifesteert zich in het Midden-Oosten. Daar voert de AKP een beleid waarbij sentimenten over het aloude Ottomaanse Rijk de toon aan geven. Volgens het daaruit voortvloeiende neo-Ottomanisme streeft de AKP naar een leidende en controlerende rol voor Turkije in de regio.

Uit de aard van de zaak leidt dat tot een confrontatie met Israël, dat op basis van de zionistische ideologie een overeenkomstig streven volgt. In deze machtstrijd bevindt zich de essentie van het conflict gedurende de laatste jaren tussen beide landen.

Van de door de AKP naar voren geschoven pretentie over solidariteit met het Palestijnse volk ben ik niet onder de indruk. Dat argument is zeer bruikbaar als het gaat om het vestigen van populariteit in de Arabische wereld, maar verder gaat het de AKP toch vooral om een restauratie van de macht die het Ottomaanse Rijk ooit in het Midden-Oosten had.

Ook de controverse rond de Mavi Marmara, het passagiersschip waarop Israëlische commando’s in mei vorig jaar negen Turken doodschoten, komt alle recente diplomatieke consequenties ten spijt, niet op mij over als meer dan façade.

Van veel meer directe betekenis is de recente uitbreiding van de Turkse marinevloot in het oostelijke deel van de Middellandse Zee. Die beslissing zou er volgens zeggen op gericht zijn een volgende Freedom Flotilla met hulpgoederen voor Gaza te beschermen. Er is vooralsnog echter geen sprake van een volgende actie door de betrokken organisaties.

De recente manoeuvre van de AKP om de Turkse aanwezigheid in de Middellandse Zee uit te breiden, is dan ook vooral gericht op puur machtsvertoon richting Israël. Machtsvertoon dat voor een belangrijk deel in het kader van neo-Ottomanisme begrepen dient te worden.

Aardgas onder de zeebodem

Er zijn echter ook economische kanten aan verbonden, aangezien in het gebied tussen Cyprus en Israël een aanzienlijke hoeveelheid aardgas onder de zeebodem is gevonden. De verstandhouding tussen Grieks-Cyprus en Israël wordt steeds beter, waardoor samenwerking bij de exploitatie van deze energiebron voor de hand ligt.

Om het gas te winnen zijn de Grieks-Cyprioten tot een overeenkomst gekomen met de Amerikaanse onderneming Noble, waar Israël niet toevallig eerder ook al mee in zee ging. Daarmee is ook de VS een acteur in deze kwestie geworden, wat voor Turkije reden was om hevig in Washington te protesteren naar aanleiding van de Grieks-Cypriotische plannen.

Argumenten daarbij waren dat het Turkse deel van Cyprus eveneens recht heeft op het gas in het gebied en dat een oplossing over het conflict rond het eiland vrijwel onmogelijk wordt door de gang van zaken.

De Turkse AKP-minister Egemen Bagis suggereerde afgelopen week zelfs een militair ingrijpen door Turkije als Grieks-Cyprus niet op zijn besluit terugkomt om in samenwerking met Israël tot gaswinning over te gaan. Bagis: “Het is om dergelijke redenen waarom we over oorlogsschepen beschikken en waarom we onze marine opleiden”.

Griekenland: als door een wesp gestoken

Het Griekse ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde als door een wesp gestoken en verklaarde dat dergelijke uitlatingen afwijken van het in Ankara gepretendeerde ‘zero problems’-beleid ten aanzien van de buurlanden. Daar voegde Athene de opmerking aan toe dat Turkije de stabiliteit van het oostelijke Middellandse Zeegebied in gevaar brengt met dergelijke bedreigingen.

Een belangrijke kanttekening bij dit alles is dat de betrekkingen tussen Griekenland en Israël recentelijk aanmerkelijk  zijn verbeterd. Eerder dit jaar bracht de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman een bezoek aan Griekenland, waarbij tal van overeenkomsten werden gesloten. Bovendien is Israël zeer erkentelijk dat Griekenland er in ruime mate toe bijdroeg dat het tweede Freedom Flotilla op een mislukking uitliep.

Het ligt voor de hand dat de VS niet ingenomen is met de escalerende conflicten tussen Turkije en Grieks-Cyprus, waar de Amerikanen overigens twee luchtmachtbases hebben. Bovendien is de VS via de Amerikaanse onderneming Noble zelf onderdeel van het geschil geworden.

Voorts spreekt het voor zich dat Washington verre van opgewekt is over de strubbelingen tussen Turkije en Israël. Omdat beide landen partners zijn in het Midden-Oosten, maar ook omdat de VS van oudsher als belangrijkste pleitbezorger van Israël geldt.

Washington blijft op de vlakte

Toch blijft Washington vooralsnog tamelijk op de vlakte, waarschijnlijk omdat het geen idee heeft hoe de situatie te bezweren. Per slot van rekening ziet het er niet naar uit dat de betrokken partijen bereid zijn een centimeter toe te geven.

Het is de vraag hoe lang de Amerikaanse regering deze relatief terughoudende positie vol kan houden, want de zionistische organisaties met hun aanzienlijke invloed op Amerikaanse politici, zullen op den duur zeker eisen dat er maatregelen worden genomen tegen de Turken en hun machtsspel.

Op dat punt beland zou Washington zelfs terug kunnen verlangen naar de tijd waarin nog nauwe banden bestonden met de kemalisten binnen de Turkse strijdkrachten. Een dergelijk alternatief is echter zo goed als uitgesloten.

Vrijwel alle militairen die zich in zouden willen zetten om de AKP dwars te zitten, bevinden zich namelijk achter de tralies op verdenking van betrokkenheid bij complotten tegen de AKP als Ergenekon en Moker. Wat dat betreft is de AKP er aardig in geslaagd om Washington voor een voldongen feit te plaatsen.

Nieuwe bewustzijn van de AKP: wanneer valt masker af?

Als de recente ontwikkelingen een ding duidelijk hebben gemaakt, is het dat de in 2002 begonnen periode, waarin de AKP zich aanvankelijk nog onderdanig opstelde richting VS en EU, grotendeels voorbij is.

Of de AKP volgend op dat nieuwe bewustzijn zo ver zal gaan om het masker van ‘democratisch conservatisme’ en ‘gematigde islam’ af te werpen, om in plaats daarvan volledig voor haar werkelijke, ongematigde islamitische identiteit uit te komen, blijft de vraag.

Gezien de aanhoudende behoefte van de Turkse economie aan buitenlandse investeringen, blijft Turkije daarvoor bijvoorbeeld te afhankelijk van westerse mogendheden. De vrees dat Turkije op korte termijn in een tweede Iran zal veranderen, zoals die onder sommige seculiere Turken leeft, is vooralsnog dan ook ongerechtvaardigd.

In plaats daarvan lijkt de AKP voor geleidelijkheid te hebben gekozen, waarbij stap voor stap naar het beoogde doel van meer religieuze invloed op het leven in Turkije wordt gestreefd.

Die stappen worden echter wel degelijk ondernomen. Dat Turkse vrouwen nu onbestraft een hoofddoek kunnen dragen in openbare gebouwen als universiteiten, springt daarbij het meest in het oog. Dat heet een doorbraak in Turkije, al is het uiteraard niet meer dan wat in het Westen sinds jaar en dag normaal en geaccepteerd heet.

Daar staan de tekenen tegenover dat de AKP verder wil gaan dan alleen dergelijke religieuze vrijheden. Bovendien kan de AKP (en dan met name premier Erdogan) een zekere mate van arrogantie niet ontzegd worden. Zijn bij vlagen tamelijk ‘assertieve’ opstelling ten aanzien van Europese politici, is daarbij illustratief.

Die arrogantie zou er zo maar toe kunnen leiden dat de AKP van het voorgenomen beleid van geleidelijkheid afwijkt en het masker van de ‘gematigde islam’ eerder afwerpt dan aanvankelijk voorgenomen.

Religieuze vrijheden kunnen dan wel degelijk transformeren tot religieuze verplichtingen, zoals de seculiere Turken al sinds 2002 vrezen. Of, dan wel wanneer het daarvan komt, blijft (om in Turkse sferen te blijven) koffiedik kijken.

Feit blijft dat de mogelijkheid in deze richting niet onwaarschijnlijker wordt, of verder in de toekomst komt te liggen, naarmate de AKP zich meer onvervaard opstelt richting EU en VS.

Peter Edel

Peter Edel is een Nederlandse freelance journalist en fotograaf die in Istanbul woont.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!