Nieuws, Wereld, Politiek, Oorlog en vrede -

“Kernproeven blijven belangrijk als statussymbool”

Wereldleiders en VN-functionarissen die eind vorige week de kwestie van de kernproeven bespraken, waren het over een zaak eens: inspanningen om een eind te maken aan nucleaire tests botsen op politieke motieven. Intussen blijven staten de dreiging van kernwapens gebruiken om macht en invloed uit te oefenen.

woensdag 7 september 2011 13:13

Op 29 augustus 1949 voerde de Sovjet-Unie de eerste van 456 kernproeven uit in Semipalatinsk, Oost-Kazachstan, op een site waar uiteindelijk twee derde van alle Russische kernproeven in het Sovjettijdperk zouden doorgaan. De bewoners van de regio werden niet gewaarschuwd en de impact van deze tests werd nooit onderzocht. Twintig jaar geleden sloot de site, maar de gevolgen voor gezondheid en milieu blijven de regio teisteren.

In Semipalatinsk bijvoorbeeld scheert het sterftecijfer zeer hoge toppen. De gemiddelde levensverwachting bedraagt minder dan 50 jaar. Ook het aantal kankergevallen ligt er onrustwekkend hoog en niemand kijkt op van ernstige geboortemisvormingen. “Niemand weet wat de gevolgen van de besmetting zullen zijn voor de komende twee of drie generaties”, stelt Ermek Kosherbayev, adjunct van de gouverneur van Oost-Kazachstan.

Omdat zijn bevolking de gruwelijke gevolgen van kernproeven zeer goed kent, heeft Kazachstan zijn kernwapens opgegeven en zich volledig achter de inspanningen geschaard voor een verbod op nucleaire proeven en wapens.

India, Israël en Pakistan

Het non-proliferatieverdrag trad in 1970 in werking. Vandaag telt het verdrag 189 staten, waarvan er vijf kernwapens bezitten: China, Frankrijk, Rusland, Groot-Brittannië en de VS. Drie landen – India, Israël en Pakistan – hebben niet getekend, hoewel ze kernwapens hebben. Noord-Korea trok zich in 2003 uit het verdrag terug.
In 1996 werd een kernstopverdrag goedgekeurd dat niet van kracht is. Deze week benadrukten functionarissen nog eens het belang van de uitvoering van dit verdrag. “De meeste landen respecteren het huidige internationale verbod op kernproeven. Maar het is geen substituut voor de volledige implementatie van het kernstopverdrag”, verklaarde Joseph Deiss, voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN.

De meeste landen zijn het erover eens dat nucleaire tests niet langer zinvol zijn. “Toch willen ze de optie openhouden als een statussymbool”, stelt Annika Thunborg als woordvoerder van de voorbereidende commissie van het kernstopverdrag.

Goede en slechte staten

Gesprekken over nucleaire ontwapening of een verbod op kernproeven gaan vaak eerder over macht dan over kernwapens zelf, bleek vorige week opnieuw. En er schortte nog iets aan deze gesprekken. Als het over landen met kernwapens gaat, overheerst vaak de opdeling in “goede en slechte staten”. Terwijl kernwapens inherent gevaarlijk zijn, ongeacht wie ze bezit.

“Het concept van afschrikking werkt trouwens niet”, vindt Libran Cabctulan, voorzitter van herzieningsconferentie over het non-proliferatieverdrag in 2010. “In de toekomst zullen eerder niet-staten kernwapens gebruiken dan staten, en die hebben geen retouradres.”

Het was duidelijk dat verschillende voorwaarden en politieke bezorgdheden concrete vooruitgang en productieve discussies onmogelijk maakten. “Maar zijn militaire en politieke overwegingen belangrijker dan de gezondheid en het welzijn van de bevolking?” vroeg de Mongoolse ambassadeur bij de VN, Enkhetsetseg Ochir, zich af.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!