Nieuws, Wereld -

Onbekende doden in Indiaas Kasjmir mogelijk burgers

SRINAGAR — Mensenrechtenorganisaties willen dat de doden die in duizenden graven in Indiaas Kasjmir zijn gevonden, geïdentificeerd worden. Zij vermoeden dat het niet gaat om Pakistaanse militanten die illegaal de grens wilden oversteken, maar om Indiase burgers.

woensdag 31 augustus 2011 11:00

De Mensenrechtencommissie van Jammu en Kasjmir (SHRC) publiceerde afgelopen week een rapport over 2156 graven van onbekenden bij de demarcatielijn tussen India en Pakistan. De SHRC wil dat met DNA-testen wordt onderzocht wie er in de graven liggen.

“Op 38 plaatsen in het noorden van Kasjmir lagen 2156 ongeïdentificeerde lichamen in ongemarkeerde graven”, staat in het SHRC-rapport, dat gebaseerd is op drie jaar onderzoek. “Het is heel goed mogelijk dat in deze graven burgers liggen die ‘verdwenen’ zijn.”

Schietpartij

De Vereniging van Ouders van Verdwenen Personen (APDP) in Srinagar, die schat dat er ongeveer 10.000 mensen verdwenen zijn in de twintig jaar dat het separatistische conflict in Kasjmir gaande is, heeft een beroep gedaan op de Indiase regering om te helpen bij de identificatie van de lichamen.

Het Indiase leger en de politie in Kasjmir houden vol dat de lijken die bij de grens gevonden zijn, de lichamen zijn van gewapende infiltranten die bij confrontaties met leger en politie zijn omgekomen.

Op 20 augustus schoot het Indiase leger twaalf militanten dood die probeerden bij Gurez de grens over te steken. Bij die schietpartij kwam ook een Indiase militair om.

Analisten in New Delhi zeggen dat het waarschijnlijk is dat in de graven bij de grens de lichamen van infiltranten liggen. Pakistan ontkent dat het de militanten militaire steun geeft, maar het land zegt wel morele en diplomatieke steun te geven aan “de strijd van Kasjmiri’s voor onafhankelijkheid van Indiaas bestuur.”

Nepconfrontaties

“De demarcatielijn wordt aan beide kanten bewaakt door het leger, en aan de Indiase kant ook met stroomdraad. Iedereen die probeert over te steken, loopt het risico doodgeschoten te worden”, zegt Rajeswari Rajagopal, analist van de Observer Research Foundation in New Delhi. Volgens hem is het moeilijk voor veiligheidstroepen om de identiteit van de slachtoffers vast te stellen.

In de Indiase media verschijnen regelmatig berichten over gedode militanten die niet kloppen. Zo zouden Indiase veiligheidstroepen op 8 augustus een leider van de militanten hebben doodgeschoten bij Surankote in het district Poonch. Uit onderzoek bleek dat het om het lichaam van een verstandelijk gehandicapte burger uit Rajouri ging.

“Dergelijke incidenten laten zien dat het doden van onschuldige burgers voor medailles en promoties binnen het Indiase leger een probleem is geworden”, zegt Kasjmir-kenner Mirwaiz Umar Farooq.
“Er bestaat verwarring over gewapende militanten die gedood worden bij de grens en doden die vallen bij zogenoemde nepconfrontaties”, zegt Rajeswari. “De autoriteiten moeten met DNA-onderzoek en andere methoden een einde maken aan deze speculaties.”

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International zegt in een reactie op het SHRC-rapport dat het van groot belang is dat bewijsmateriaal bewaard wordt. Ook wil Amnesty nader onderzoek naar “nepconfrontaties” in Kasjmir.

Het conflict tussen India en Pakistan over Kasjmir gaat terug tot het einde van het Britse koloniale bewind over het subcontinent in 1947 en het ontstaan van India en Pakistan. Momenteel staat een deel van Kasjmir onder Pakistaans bewind. Een ander deel vormt de Indiase staten Jammu en Kasjmir.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!