Verslag -

Rechtse presidentskandidaat wekt steeds meer argwaan in Guatemala

Dat Guatemala straks wellicht een rechtse president krijgt, de gepensioneerde generaal Otto Pérez Molina, wekt steeds meer argwaan bij burgerorganisaties. Guatemala heeft een zeer slechte reputatie op het vlak van mensenrechten en misdaad. De presidentsverkiezingen vinden plaats op 11 september.

dinsdag 23 augustus 2011 15:20

Verscheidene peilingen geven Otto Pérez Molina, van de Patriottische Partij (PP), een ruime voorsprong op 11 september. Zijn belangrijkste rivaal was Sandra Torres, de voormalige vrouw van Álvaro Colom, de huidige, sociaaldemocratische president. Door een beslissing van het Grondwettelijk Hof mag ze niet meedoen aan de verkiezingen omdat de echtscheiding plaatsvond toen haar man nog president was en de familieband het onmogelijk maakt zich kandidaat te stellen.

Volgens Catalina Soberanis, directeur van het Centraal-Amerikaans Instituut voor Politieke Studies, ziet de bevolking in Pérez Molina “een autoritaire visie” en een “harde hand”.
De politiek van de harde hand is een oude bekende in Centraal-Amerika. El Salvador paste dat beleid toe van 2004 tot 2009, onder president Antonio Saca, Honduras van 2002 tot 2006, onder Ricardo Maduro. Zowel Saca als Maduro kreeg zware kritiek van mensenrechtenorganisaties voor hun harde optreden tegen de bevolking.

Genocide

Pérez Molina’s dichtste medewerkers zullen eveneens militairen zijn, zegt Raquel Zelaya van de niet-gouvernementele Asociación de Investigación y Estudios Sociales. Maar dat “betekent geen militarisering”, zegt ze.

Activiste Claudia Samayoa is het daar niet mee eens. “Het gaat over een ploeg met een aanzienlijk aantal generaals en kolonels uit de directie van de inlichtingen- en operationele diensten, die een actieve rol hebben gespeeld in het uittekenen van het genocidebeleid tijdens het binnenlands gewapend conflict.” Dat Pérez Molina niet erkent dat er een genocide heeft plaatsgevonden, wijst voor Samayoa op “een zeker cynisme en is een belediging van de intelligentie van de Guatemalteken.”

Maya

Ook Hortencia Simón, van de Politieke Vereniging voor Mayavrouwen Moloj, heeft weinig vertrouwen in de Patriottische Partij. Als voorbeeld noemt ze de steun van de PP aan de mijnbouw, terwijl de inheemse gemeenschappen zich verzetten tegen de komst van mijnen naar hun grondgebied. Bovendien zijn processen aan de gang tegen voormalige militairen die zich tijdens de burgeroorlog schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen. “Maar met een regering met een militair is de kans klein dat de justitie haar werk tegen deze mensen voortzet.”

Gudy Rivera, parlementslid van de Patriottische Partij, zegt dat we geen militairen of guerrillero’s meer moeten zien “omdat de oorlog afgelopen is.” Hij verzekert dat zijn partij bij beslissingen over veiligheidsthema’s een akkoord met de verschillende sectoren zal nastreven. “We zijn geen geïmproviseerde partij en onze presidentskandidaat is dat ook niet. We weten dat onze land achteruitgegaan is op het vlak van veiligheid en voor de regering zullen de mensen met het beste profiel gekozen worden.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!