Bron: Commondreams.org
Wereld, Samenleving, Politiek, Verenigde Staten, Pentagon, US Navy, US Special Operations Command, Joint Special Operations Command -

De geheime oorlog in 120 landen: de nieuwe elite van het Pentagon

Ergens op deze planeet volbrengt een Amerikaans commando een missie. Herhaal dit nog 70 keer en je bent klaar … voor vandaag.

zaterdag 13 augustus 2011 11:16

Zonder dat het eigen volk er weet van heeft, voeren Amerikaanse militaire strijdmachten in het geheim wereldwijd operaties uit. Deze nieuwe Pentagon-elite voert een wereldoorlog waarvan de omvang nog nooit onthuld werd. Tot nu.

Nadat de Amerikaanse Navy SEAL een kogel door Osama Bin Laden zijn borst jaagde en daarna nog één door zijn hoofd, zag een van de meest geheime Amerikaanse militaire eenheden haar missie in de spotlights verschijnen. Het was ongezien. Terwijl iedereen weet dat de Amerikaanse U.S. Special Operations forces bedrijvig zijn in oorlogsgebieden zoals Afghanistan en Irak, en het steeds duidelijker wordt dat ze ook in duistere conflicten in Jemen en Somalië aanwezig zijn, blijft de omvang van die wereldwijde oorlogvoering doorgaans toch verborgen.

Het voorbije jaar meldden Karen De Young en Greg Jaffe van de Washington Post dat de Special Operations forces actief waren in 75 landen. Op het einde van het Bush-tijdperk waren dat er nog maar 60. De woordvoerder van de U.S. Special Operations Command kolonel Tim Nye vertelde me dat tegen het einde van dit jaar dat aantal zal oplopen tot ongeveer 120.

“We verplaatsen ons in veel meer gebieden dan enkel Afghanistan of Irak”, vertelde hij niet lang geleden. Deze wereldwijde aanwezigheid – in ongeveer 60 procent van de landen wereldwijd, veel meer dan eerder toegegeven – levert opmerkelijk nieuw bewijs van geheime oorlogvoering door de steeds groter wordende clandestiene Pentagon-elite tot in alle uithoeken van de wereld.”

De opkomst van de geheime militaire macht

Na een mislukte raid in Iran in 1980 om Amerikaanse gijzelaars te bevrijden (waarbij acht Amerikaanse soldaten stierven), werd in 1987 de SOCOM (U.S. Special Operations Command) opgericht. Terwijl de periode na de Vietnamoorlog voor de gewone militaire eenheden gekenmerkt werd door wantrouwen en geldgebrek, kregen de speciale strijdmachten plots een eigen onderkomen, een vast budget en een viersterrencommandant als advocaat.

Sindsdien is SOCOM uitgegroeid tot een allesomvattende strijdmacht met alarmerende proporties. Samengesteld uit allerlei speciale eenheden van alle diensten, waaronder de landtroepen Green Berets en de Rangers, de Navy SEALs, de Air Force Air Commandos en de Marine Corps Special Operations teams, bovenop de gespecialiseerde helikopter- en bootteams, het burgerpersoneel, de parahulptroepen en zelfs luchtverkeersleiders en weermannen opgeleid voor speciale operaties, voert SOCOM de meest gespecialiseerde en geheime missies uit voor de Verenigde Staten.

Ze moorden, voltrekken antiterreurraids, voeren uitgebreide verkenningen uit, maken analyses via geheime inlichtingendiensten, leiden buitenlandse troepen op en schakelen massawapens in voor hun operaties.

Een van de hoofdtakken binnen SOCOM is het Joint Special Operations Command (JSOC), een geheime subeenheid die zich voornamelijk bezighoudt met het opsporen en doden van verdachte terroristen. Onder het toeziend oog en met de toestemming van de president werkt het JSOC wereldwijd een ‘hitlist’ af waarop ook Amerikaanse burgers voorkomen.

Het JSOC heeft een extralegale ‘kill/capture’-campagne uitgevoerd, die door John Nagl, voormalig legeradviseur van viersterrengeneraal David Petraeus (binnenkort directeur van de CIA), als “een bijna op industriële schaal moordende machine voor terrorismebestrijding” werd omschreven.

Dit afslachtingsprogramma werd uitgevoerd door eenheden als de Navy SEALs en de Delta Force, alsook door middel van onbemande militaire vliegtuigaanvallen die deel uitmaken van de verdoken oorlogvoering waarin de CIA verwikkeld is in landen als Somalië, Pakistan en Jemen. Daarenboven bedient het commando een netwerk van geheime gevangenissen, dat kan oplopen tot twintig verdoken sites in Afghanistan alleen al, waar topverdachten ondervraagd worden.

Groeiende industrie

Het personeel van het Special Operations Command groeide uit van een strijdmacht met ongeveer 37.000 manschappen in de jaren negentig tot een eenheid van 60.000, waarvan ongeveer een derde lid is van SOCOM. De anderen hebben ook militaire beroepsspecialiteiten, maar vallen slechts af en toe onder het Special Operations Command.

Sinds 11 september 2001 steeg de groei van deze legerformatie exponentieel, gezien SOCOM’s basisbudget bijna verdriedubbeld werd van 2,3 naar 6,3 miljard dollar. Als je daarnaast de extra financiering voor de oorlog in Irak en Afghanistan optelt, werd dit budget bijna verviervoudigd tot 9,8 miljard dollar. Weinig verrassend groeide ook het aantal tewerkgestelden in het buitenland aan tot bijna vier keer het oorspronkelijke. En het einde van die verdere personeelsgroei en de uitbreiding van operaties is nog niet in zicht.

Luitenant-generaal Dennis Hejlik, voormalig hoofd van de Marine Corps Forces Special Operations Command – de laatste dienst die aan het SOCOM werd toegevoegd in 2006 – gaf bijvoorbeeld aan dat hij een verdubbeling van zijn voormalige eenheid van 2.600 krachten verwacht. “Ik zie hen als een hedendaagse strijdkracht van om en bij de 5000 manschappen, even groot als de SEALs die we op het slagveld zien”, vertelde hij tijdens een ontbijtconferentie in juni in Washington. Er zijn reeds plannen op lange termijn om de eenheid met 1.000 manschappen te versterken.

Tijdens een recente hoorzitting in de Senaat beaamde vice-generaal van de zeemacht William McRaven, toekomstig hoofd van SOCOM en aftredend baas van JSOC (dat hij leidde tijdens de jacht op Bin Laden), een jaarlijkse stabiele groei van het aantal manschappen van drie tot vijf procent. Alsook maakte hij gewag van meer middelen, waaronder extra onbemande vliegtuigoperaties en de constructie van nieuwe faciliteiten voor speciale operaties.

Als voormalig SEAL-lid die soms nog mee met zijn troepen het strijdveld betreedt, uitte McRaven zijn overtuiging dat indien de conventionele strijdmachten zich terugtrekken uit Afghanistan, de speciale eenheidstroepen een nog grotere rol zullen gaan spelen. Hij voegde daar nog aan toe dat Irak er voordeel uit zou halen mochten de Amerikaanse elitetroepen hun missies voortzetten tot na de deadline van december 2011 voor een volledige terugtrekking van het Amerikaanse leger. Hij verzekerde de Senaat ook nog dat “hij als voormalig JSOC-commandant, hen kon vertellen dat ze zich daarvoor baseerden op de gebeurtenissen in Jemen en Somalië”.

De dreiging van de niet-verlichte regio’s

Tijdens een speech op het jaarlijkse Special Operations and Low-intensity Conflict Symposium van de National Defense Industrial Association eerder dit jaar wees Navy-admiraal Eric Olson, aftredend hoofd van het Special Operations Command, naar een nachtelijk satellietbeeld van de wereld. Voor 11 september 2001 werden de verlichte delen van de planeet – meestal geïndustrialiseerde naties van het noorden – als sleutelgebieden beschouwd. “Maar de wereld is veranderd het laatste decennium”, vertelde hij. “Onze strategische focus verplaatste zich grotendeels naar het zuiden… zeker voor de operaties uitgevoerd door onze speciale eenheden, gezien we te maken krijgen met een opkomende dreiging van de niet-verlichte plaatsen.”

Daarom lanceerde Olson het ‘Lawrence’-project, een poging om de verfijnde competenties voor overzeese operaties uit te breiden, zoals een gevorderde taaltraining en een betere kennis van de plaatselijke geschiedenis en gewoonten. Dit programma werd, uiteraard, genoemd naar de Britse officier Thomas Edward Lawrence (beter gekend als ‘Lawrence of Arabia’), die zich versterkte met Arabische strijders om een guerillastrijd te voeren in het Midden-Oosten tijdens WOI. Met Afghanistan, Pakistan, Mali en Indonesië in het achterhoofd vulde Olson aan dat SOCOM nood had aan “Lawrences of Wherever”.

Terwijl Olson enkel refereerde aan de 51 landen die van topbelang zijn voor SOCOM, vertelde kolonel Nye me dat de Special Operations forces dagelijks in bijna 70 landen wereldwijd actief zijn. Allen, voegde hij daar haastig aan toe, op aanvraag van het gastland.

Volgens de getuigenis van Olson voor het House Armed Services Committee eerder dit jaar, zijn bijna 85 procent van de speciale eenheden overzees tewerkgesteld in de 20 landen van het CENTCOM-gebied voor operaties in het ‘Greater’ Midden-Oosten: Afghanistan, Bahrein, Egypte, Iran, Irak, Jordanië, Kazachstan, Koeweit, Kirgizië, Libanon, Oman, Pakistan, Qatar, Saudi-Arabië, Syrië, Tadzjikistan, Turkmenistan, Verenigde Arabische Emiraten, Oezbekistan en Jemen. De anderen zijn verspreid over de wereld van Zuid-Amerika tot Zuidoost-Azië, sommige in kleine aantallen, andere als grotere, dicht bij elkaar gelegen gebieden.

Het Special Operations Command weigert om exact te onthullen in welke landen ze opereren. “Wij zijn uiteraard op enkele plaatsen actief waar het niet voordelig is om te vertellen dat we er aanwezig zijn”, vertelt Nye. “Niet alle gastlanden willen dat dat bekend is, om welke reden dan ook – om interne, maar ook om regionale redenen.”

Maar het is geen geheim (ofwel een slecht bewaard geheim) dat zogenaamde undercover speciale operatietroepen zoals de SEALs en de Delta Force, kill/capture-missies uitvoeren in Afghanistan, Irak, Pakistan en Jemen, terwijl officiële troepen zoals de Green Berets en de Rangers, autochtonen opleiden om deel te nemen aan de wereldwijde geheime oorlog tegen Al Qaeda en andere militante groeperingen.

De Verenigde Staten spenderen bijvoorbeeld in de Filippijnen jaarlijks 50 miljoen dollar aan een eenheid van 600 man groot van de Army Special Operations forces, Navy Seals, Air Force-eenheden en anderen die terrorismebestrijdingsoperaties uitvoeren met Filippijnse bondgenoten tegen opstandige groeperingen zoals Jemaah Islamiyah en Abu Sayyaf.

Vorig jaar, zoals onthuld werd in een analyse van SOCOM-documenten, interne Pentagon-informatie en een database van de Special Operations-missies, samengesteld door onderzoeksjournalist Tara McKelvey (van de Medill School of Journalism’s National Security Journalism Initiative), voerden de meest elitaire Amerikaanse eenheden samen trainingsoefeningen uit in Belize, Brazilië, Bulgarije, Burkina Faso, Duitsland, Indonesië, Mali, Noorwegen, Panama en Polen.

Tot nu toe zijn er in 2011 gelijkaardige opleidingsmissies uitgevoerd in de Dominicaanse Republiek, Jordanië, Roemenië, Senegal, Zuid-Korea, Thailand en andere naties. In realiteit gingen de trainingen door in bijna ieder land waar de Special Operations forces actief waren, vertelde Nye me. “Van de 120 landen die we tegen het einde van het jaar bezocht zullen hebben, zou ik zeggen dat we daar op de een of andere manier opleidingsoefeningen doorvoerden. Ze zouden toch geclassificeerd worden als trainingsoefeningen.”

De Power Elite van het Pentagon

De Special Operations forces, eens de verwaarloosde stiefkinderen van het militaire establishment, zijn exponentieel gegroeid, niet enkel in grootte en budget, maar ook in termen van macht en invloed. Sinds 2002 werd SOCOM gemachtigd om haar eigen Joint Task Forces – zoals de Joint Special Operations Task Force-Filippijnen – te creëren, een voorrecht normaal gelimiteerd tot een groter strijdcommando zoals bijvoorbeeld CENTCOM. Dit jaar stichtte SOCOM ook nog, zonder veel heisa, haar eigen Joint Acquisition Task Force, een kader voor materiaalontwerpers en aankoopspecialisten.

Door de controle over de budgettering, de opleiding en de uitrusting van haar strijdmachten (bevoegdheden die meestal voorbehouden zijn voor departementen zoals het Department of the Army of het Department of the Navy), voorbehouden dollars voor ieder Defense Department-budget, en invloedrijke verdedigers in het Congress, is SOCOM tegenwoordig een uitzonderlijk machtige speler binnen het Pentagon.

Met verregaande invloed kan het bureaucratische gevechten winnen, de laatste technologische snufjes aankopen en state-of-the-art-research nastreven zoals het electronisch sturen van boodschappen in een menselijke brein of het ontwikkelen van camouflagetechnologieën voor grondtroepen. Sinds 2001 zijn SOCOMs topcontracten, die afgesloten werden met kleine ondernemingen – zij die voornamelijk gespecialiseerd materiaal en wapens produceren -, verzesvoudigd.

Gestationeerd op de MacDill Air Force Base in Florida, maar opererend over gans de wereld, inclusief Hawaï, Duitsland en Zuid-Korea, en actief in het merendeel van de landen op onze planeet, is het Special Operations Command nu een macht op zichzelf. Als aftredend hoofd van SOCOM stelde Olson het eerder dit jaar als volgt: SOCOM “is een micro-onderdeel van het Ministerie van Defensie, met land-, lucht- en maritieme componenten, een globale uitstraling en met autoriteiten en verantwoordelijkheden die de Military Departments, de Military Services en de Defense Agencies weerspiegelen.”

SOCOM coördineert de planning tegen wereldwijde terreurnetwerken met als resultaat dat het zeer nauw verbonden is met andere gouvernementele instanties, buitenlandse militaire en geheime diensten en gewapend is met een uitgebreide stock van stealth-helikopters, bemande ‘fixed-wing’-vliegtuigen, zwaar bewapende onbemande vliegtuigen, hightechspeedboten met geweren in overvloed, gespecialiseerde Humvees en Mine Resistant Ambush Protected-wagens (MRAPs), alsook andere supermoderne apparaten (die zich maar blijven ontwikkelen). Zo vertegenwoordigt het commando iets ongeziens op het militaire domein.

Privémoordteam

Terwijl de reeds overleden legerspecialist Chalmers Johnson vroeger naar de CIA verwees als “het privéleger van de president”, vervult vandaag het JSOC die rol, door op te treden als hét uitvoerende privémoordteam. Zijn spreekwoordelijke vader, SOCOM, functioneert als een nieuwe elitemacht van het Pentagon, een geheime militaire kracht met een binnenlandse strijdmacht maar met globale reikwijdte.

In 120 landen verspreid over de wereld, vechten troepen van het Special Operations Command hun geheime oorlog uit met high profile moorden, low level doelgerichte slachtpartijen, kidnapoperaties, nachtelijke raids, gezamenlijke operaties met buitenlandse strijdmachten en opleidingsmissies met inheemse partners als deel van een verdoken conflict waarvan de meeste Amerikanen geen notie hebben. Eens stond ‘Speciaal’ voor klein, schaars en vreemd, vandaag weerspiegelt deze term macht, ongebreidelde toegang, invloed en uitstraling.

Die uitstraling is mede mogelijk dankzij een zoethoudende pr-campagne die het imago van ‘supermenselijk’ helpt over te brengen, zowel in eigen land als ver daar buiten, zelfs terwijl hun actuele activiteiten hoofdzakelijk verdoken blijven.

Typisch voor de visie die ze willen verspreiden is de volgende uitspraak van admiraal Olson: “Ik ben ervan overtuigd dat de strijdmachten… de meest cultureel afgestemde partners, de meest legale professionele doders en de meest respectabele, snelle, vernieuwende en efficiënt werkende adviseurs, trainers, probleemoplossers en strijders zijn die er in gelijk welk land te vinden zijn.”

Nog niet lang geleden uitte Olson op het Aspen Institute’s Security Forum gelijkaardige opzwepende commentaren aangevuld met misleidende informatie. Hij beweerde namelijk dat de Amerikaanse Special Operations forces actief waren in slechts 65 landen en slechts in twee van hen in een gevecht verwikkeld waren. Wanneer hem gevraagd werd naar de onbemande vliegtuigaanvallen in Pakistan antwoordde hij naar verluidt, “Heb je het over de ons ten laste gelegde explosies?”

Wat hij zich toch liet ontglippen, was echter wel treffend. Hij merkte bijvoorbeeld op dat geheime operaties als de Bin Laden-missie, met commando’s die nachtelijke helikopterraids uitvoeren, vandaag extreem normaal geworden zijn. Daarvan worden er iedere nacht een dozijn uitgevoerd, vertelde hij.

Het meest verhelderend was misschien een hooghartige opmerking over de grootte van SOCOM. Hij benadrukte dat op dit moment de Amerikaanse Special Operations forces bijna even groot waren als het volledige Canadese actieve dienstleger. In feite is deze macht groter dan de actieve dienstplichtigen van de meeste van de landen waar de Amerikaanse elite-eenheden nu ieder jaar opereren, en het zal alleen maar groter worden.

De Amerikanen moeten het nog vatten wat het betekent om een dergelijke ‘speciale’ strijdmacht te hebben die zo groot, zo actief en zo geheim is – en het is onwaarschijnlijk dat ze dit kunnen vatten tot er meer informatie beschikbaar is.

Die informatie zal niet van Olson en zijn troepen komen. “Onze toegang (tot andere landen) is afhankelijk van ons vermogen om er niet over te praten”, antwoordde hij op vragen in verband met de geheimhouding rond SOCOM. Wanneer missies onderwerp worden van onderzoek, zoals de Bin Laden-raid, zei hij, worden de elite-troepen tegengewerkt. De militaire geheime macht, aldus Olson, wil “opnieuw in de schaduw komen te staan om te kunnen doen waarvoor ze gekomen is.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!