Een strijdlustige Hissène Habré op 18 november 2005 in Dakar bij zijn inbeschuldigingstelling (foto: Africa Review)
Nieuws, Wereld, Afrika, Politiek, België, België, Mensenrechten, Frankrijk, Senegal, Tsjaad, Straffeloosheid, Foltering, HRW, Human rights watch, Zware mensenrechtenschendingen, Universele rechtspraak, Misdaden tegen menselijkheid, Afrikaanse Unie, Kolonel Muammar Khaddafi, Hissène Habré, 'genocidewet', Association Tchadienne pour la Promotion et la Défense des Droits de l'Homme - ATPDH, Association des victimes des crimes du régime de Hissène Habré, DDS, Onderzoeksrechter Daniel Fransen, VN-commissaris voor de Mensenrechten, Clément Abaifouta, Jacqueline Moudeïna -

Tsjadische regering vraagt Senegal Hissène Habré uit te leveren aan België

In het jarenlang aanslepende dossier over de berechting van Hissène Habré, de vroegere dictator van Tsjaad, lijkt nu toch een doorbraak te komen. De Tsjadische regering heeft eind juli officieel aan Senegal gevraagd om Habré aan België uit te leveren. Hij moet er terechtstaan voor misdaden tegen de mensheid die onder zijn bewind tussen 1982 en 1990 het leven hebben gekost aan 40.000 mensen.

donderdag 4 augustus 2011 17:45

In een officieel communiqué, ondertekend door Mahamat Bechir Okoromi, de staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken van Tsjaad, vraagt de Tsjadische regering aan de regering van Senegal om snel werk te maken van de uitlevering van Hissène Habré aan België.

Geen straffeloosheid meer

“Het onvervreemdbare recht van de slachtoffers op gerechtigheid en het principe dat straffeloosheid niet langer aanvaard kan worden, zoals opgenomen in de stichtingsakte van de Afrikaanse Unie, leidt de Tsjadische regering ertoe om de kiezen voor de optie van de uitlevering van Hissène Habré aan België om er terecht te staan”, luidt de tekst die werd overgemaakt aan de autoriteiten in Dakar.

N’Djamena heeft ook al contact opgenomen over de zaak met president Teodoro Obiang Nguema van Equatoriaal Guinea, die momenteel de Afrikaanse Unie voorzit, en met de Belgische gerechtelijke diensten.

Uitlevering aan België

Het is de eerste keer dat Tsjaad zo expliciet om de uitlevering van Habré aan België vraagt. Het dossier-Habré stond weer eens hoog op de agenda van een speciale commissievergadering van de Afrikaanse Unie op 21 juli in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Daar had minister van Buitenlandse Zaken Moussa Faki Mahamat van Tsjaad er bij de vicevoorzitter van de commissie op aangedrongen om alle bezwaren tegen een eventuele uitlevering van Habré aan een land buiten Afrika te laten varen.

“Iedereen zou liever zien dat het proces tegen de gewezen dictator op Afrikaanse bodem zou plaatsvinden. Maar als Senegal er na jarenlang treuzelen geen werk wil van maken, en een uitlevering aan Tsjaad geen optie is omdat de kans reëel is dat Habré er geen eerlijk proces zal krijgen, dan blijft geen andere keuze over dan de uitlevering aan België te overwegen”, zeggen advocaten in Tsjaad die de belangen van de slachtoffers van Habrés dictatuur vertegenwoordigen.

Alles klaar voor proces in Brussel

De Belgische onderzoeksrechter Daniel Fransen heeft al in september 2005 het gerechtelijk onderzoek naar de misdaden van Habré afgerond en meteen een internationaal aanhoudingsmandaat tegen hem uitgevaardigd. Senegal heeft dus juridisch gezien de plicht om Habré te arresteren en uit te leveren.

In principe is alles klaar om het proces tegen hem in Brussel van start te laten gaan. De beschuldiging luidt: misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden, systematische marteling van gevangenen en zware overtredingen van het internationaal humanitair recht.

Dat België bij de zaak-Habré betrokken geraakte, heeft alles te maken met de zogenoemde ‘genocidewet’, die er kwam in de nasleep van de genocide in Rwanda (1994), en die de universele jurisdictie van de Belgische wetgeving erkent bij zware schendingen van mensenrechten en oorlogsmisdaden als er een betrokkenheid met België kan worden aangetoond.

Op 30 november 2000 hebben drie Tsjadische slachtoffers van Habré, die ondertussen ook de Belgische nationaliteit hadden verworven, klacht ingediend waarbij ze zich steunden op die universele jurisdictie. 

Spelletje blufpoker van president Wadé

Begin juli had Senegal nog voor opschudding gezorgd door aan te kondigen dat Habré, die al sinds zijn vlucht uit Tsjaad in 1990 in Dakar in ballingschap leeft, zou worden uitgeleverd aan Tsjaad.

Achteraf bleek de hele zaak een spelletje blufpoker tussen de Senegalese president Abdoulaye Wadé – die zwaar onder druk staat in eigen land van het groeiende jongerenprotest – en zijn collega Idriss Déby van Tsjaad. Wadé wil het liefst zo snel mogelijk van Habré verlost zijn en de zwartepiet naar anderen doorspelen.

Onder druk van de VN – die was gealarmeerd door mensenrechtenorganisaties – heeft Senegal de uitlevering, die voor 11 juli was voorzien, uitgesteld. In 2008 is Habré door een Tsjadische rechtbank al bij verstek ter dood veroordeeld wegens zijn vermeende betrokkenheid bij een poging tot staatsgreep in zijn vaderland in 2008. Daarom ging VN-commissaris voor de Mensenrechten, Navi Pillay, ervan uit dat hij in Tsjaad geen kans maakt op een eerlijk proces.
 
Mensenrechtenorganisaties (onder meer de Association Tchadienne pour la Promotion et la Défense des Droits de l’Homme – ATPDH) en ook de Organisatie van familieleden van Slachtoffers (AVCRHH) van de terreur onder Habré zouden het liefst van al zien dat de ex-dictator wordt uitgeleverd aan België.

“Al 20 jaar vragen we gerechtigheid”

“Al 20 jaar lang vragen we gerechtigheid en Senegal stuurt ons telkens met een kluitje in het riet”, verklaarde Jacqueline Moudeïna, voorzitster van ATPDH. “De enige optie die openblijft is de uitlevering aan België. Daar is alles klaar voor een sereen en eerlijk proces. Dat is het minste wat de slachtoffers van de terreur nog mogen verwachten. Senegal moet stoppen met spelletjes te spelen.”

Bij die vraag hebben zich ook de koepelorganisatie van Afrikaanse mensenrechtenorganisaties (RADDHO) en de Senegalese Liga voor de Rechten van de Mens aangesloten.

Ook Reed Brody, die namens Human Rights Watch het dossier-Habré opvolgt, heeft vorige week in N’Djamena verklaart dat een uitlevering aan België er nu snel moet komen, want “dat het dossier al te lang aansleept en de duizenden slachtoffers recht hebben op duidelijkheid”.

In een zeldzaam openhartig interview met de Franse katholieke krant La Croix, verklaarde de Senegalese president Wadé dat “als een Senegalese rechtbank geen bezwaren formuleert, niets de uitlevering van Habré aan België nog in de weg staat”. Dat zou nog voor het einde van juli kunnen gebeuren, zei Wadé op 22 juli …

“Slachtoffer complot Frankrijk en Libië”

Hissène Habré zelf heeft zich altijd in stilte gehuld tijdens zijn ballingschap in Dakar. Door de recente controverse rond zijn persoon heeft hij een interview toegestaan aan het Senegalese weekblad La Gazette.

Volgens de oud-dictator is hij “het slachtoffer van een complot tussen Frankrijk en Libië om hem fysiek uit te schakelen”. Habré schijnt daarbij wel te vergeten dat beide landen ondertussen al vier maanden in oorlog zijn met elkaar… Khaddafi zou zich op hem willen wreken omdat hij er niet in slaagde Tsjaad militair te controleren en Frankrijk zou zijn neokoloniale ambities niet kunnen verbergen.

“De Libiërs hebben tienduizenden Tsjadiërs vermoord, gedeporteerd en tot slaaf gemaakt. Frankrijk heeft onze mensen gedood, waterputten vergiftigd, vrouwen verkracht en hele dorpen en steden in brand gestoken en de veestapel afgeslacht, maar zij gaan vrijuit”, beet Habré van zich af.

“Sous mon régime, il y a eu des bavures”

Habré toonde zich wel bereid verantwoording af te leggen “voor een internationale en onafhankelijke rechtbank op voorwaarde dat ook andere gezagsdragers uit Tsjaad dat zouden doen”.

Hij gaf toe dat er onder zijn bewind ‘bepaalde ontsporingen’ hadden plaatsgevonden, maar ontkende de zware beschuldigingen van misdaden tegen de menselijkheid. “Habré heeft nooit iemand gefolterd. Ook Idriss Déby (nvdr: de huidige president van Tsjaad en een vroegere medewerker van Habré) regeert met terreur”, besloot Habré.

Foltercomplex ‘La piscine’

Clément Abaifouta is voorzitter van de Association des victimes des crimes du régime de Hissène Habré. Hij herinnert zich nog zeer levendig die dag in juli 1985 toen de gevreesde geheime politie (DDS) van Habré hem thuis kwam arresteren. Dagenlang werd hij gefolterd en zag hij anderen gefolterd worden.

In de kleine cellen van het foltercomplex ‘La piscine‘ zaten tot vijftig gevangenen opeengepakt. Echte of vermeende tegenstanders van de dictator. Bijna niemand zou hier levend uitkomen.

Abaifouta had geluk: na enkele weken werd hij overgeplaatst naar de grote gevangenis van N’Djamena waar hij vier jaar lang verantwoordelijk was voor het delven van massagraven. “Elke nacht kwamen de vrachtwagens aangereden met hun lugubere inhoud. Wij konden het nauwelijks bijhouden om alle lichamen in graven te leggen”, verklaarde hij later.

Dossiers van de geheime dienst onthullen gruwel

In mei 2001 konden Reed Brody en Olivier Bercault, twee medewerkers van Human Rights Watch, in een verlaten gebouw in N’Djamena een deel van de geheime dossiers terugvinden van de DDS. De lijsten bevatten namen van duizenden gevangenen, processen-verbaal van ondervragingen, diverse marteltechnieken, namen en adressen van folteraars, lijsten van 1.208 overleden gevangenen, …

Een deel van de gruwel die in totaal het leven zou hebben gekost aan 40.000 mensen. De Belgische onderzoeksrechter heeft de dossiers gebruikt in de voorbereiding van het proces. Nu is wachten op de beslissing van de Senegalese regering. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!