Dominique Willaert gekend van Victoria Deluxe, stelt in zijn inleiding dat we vandaag engagement i.p.v. strijd en verzet kennen. De progressieve burger geniet meestal van de vruchten van de vrije markt en laveert zonder gewetensproblemen door het leven door op progressieve partijen te stemmen, regelmatig deel te nemen aan een van de vele manifestaties of optochten en post hiervan ‘s avonds enkele foto’s op zijn Facebookprofiel om aan de honderden virtuele vrienden te tonen dat hij of zij erbij was, koopt op zaterdag uiteraard in een van de Oxfam winkels, doet jaarlijks fiscaal aftrekbare giften en ondertekent voor het slapengaan nog de zoveelste on-line petitie met het oog op een betere wereld. Progressief zijn in de Westerse wereld is niet eens zo lastig.

Progressieve mensen houden van feestjes en BV’s en veel BV’s voelen zich als een vis in het water op de geëngageerde evenementen. Willaert zag als reactie op het uitbreken van de Irakoorlog in maart 2003 een evenement met dansende en feestende massa met gratis optreden van een populaire band. Hij vraagt zich af, waar waren de Arabische jongeren en hoe voelden zij zich die avond?

Willaert daagt zijn linkse medemensen uit, dringend na te denken over hoe we de gewone en werkende en vergeten bevolkingsgroepen op een consequente manier kunnen ondersteunen in hun strijd en verzet. Zijn we bereid om ons intellectueel en kunstzinnig narcisme in te ruilen en op zoek te gaan naar wat hen dagelijks aan onrecht wordt aangedaan? Zijn we bereid om opnieuw weer ‘Godverdomme’ te leren zeggen en te strijden? Enkel wanneer we bereid zijn ons eigen leven op het spel te zetten kunnen we veranderingen afdwingen.

Een strijd die we in de eerste plaats geweldloos moeten trachten te voeren maar waarbij we het Westers taboe dat elke vorm van geweld verbiedt, radicaal durven overboord gooien. Het verhaal waarbij je bij een klets op je gezicht je andere wang aanbiedt is een caritas catholica fabel die we best vervangen.

Het kapitalisme genereert gruwelijk geweld maar we zien dit geweld niet meer. De arbeider die tot flexibilisering wordt gedwongen wordt dagelijks geweld aangedaan met stressproblemen als gevolg. Het onzekere arbeidsstatuut van veel werknemers is een andere vorm van geweld. Dit geweld wordt te weinig als zodanig benoemd en geproblematiseerd. Het taalgebruik van sommige Vlaams-nationalisten over uitsluiten en discrimineren van anderen die onze naasten zijn is een andere vorm van misselijkmakend geweld. Maar dit soort geweld wordt als zodanig niet gedetecteerd want anders wordt het ondenkbaar dat deze geweldenaars dagelijks een forum krijgen op onze openbare omroepen.

Opinie, Nieuws, Politiek, België, Gent, Opinie, Dominique Willaert, Victoria Deluxe, Gentse Feesten Debatten, Gent - Dominique Willaert

Is sociale strijd gedegradeerd tot een feestelijk evenementenbureau?

Inleiding van Dominique Willaert op het laatste Gentse Feestendebat op zondag 24 juli met als centrale vraag: 'is sociale strijd gedegradeerd tot een feestelijk evenementenbureau?'

donderdag 28 juli 2011 11:20

(foto Luc Janssens)

Geacht publiek, beste collega’s, de titel van mijn inleiding luidt: ‘Enkel wanneer we bereid zijn om ons eigen leven op het spel te zetten, maken we kans op een systemische en wezenlijke verandering.’

Ik respecteer ten volle elk soort engagement, in welke vorm dan ook, maar ik denk dat wanneer we sociale en economische veranderingen nastreven die er werkelijk toe doen, we in debat moeten treden over wat we onder de begrippen ‘verzet’ en ‘strijd’ willen verstaan.

Het klinkt wellicht onwezenlijk, maar als burger die deel uitmaakt van de westerse wereld is het quasi ondenkbaar geworden om het eigen leven op het spel te zetten.

Geen evidente keuze

De keuze hiertoe impliceert immers dat we bereid zijn een deel van onszelf op te geven, onszelf op het spel te zetten of onszelf in de strijd te gooien met het oog op het realiseren van een verandering die er werkelijk toe doet.

Zowaar geen evidente keuze omdat elke kansrijke burger uit de westerse wereld verplicht wordt om zichzelf te realiseren, zichzelf maximaal te ontplooien. De opdracht van de westerse wereld is een autonoom subject te worden.

Een gevolg hiervan is dat de westerse mens er alles aan doet om te demonstreren dat hij bestaat, om te behouden wat hij bezit en dus niet in staat is om op te gaan in een groter geheel, zijnde een ‘gemeenschap’.

Deze positie is volgens mij niet eens een ‘keuze’ te noemen. Het zichzelf moeten realiseren is een consequent gevolg van het aanvaarden en het omarmen van de vrije markt, van een mens- en maatschappijmodel dat alles wat privaat is bejubelt en al wat tot het publieke en de gemeenschap behoort devalueert en degradeert.

De progressieve burger

Ik vrees – en iedereen mag me tegenspreken – dat ‘het zich engageren’ in de westerse wereld te veel deel is gaan uitmaken van de zelfrealisatie en te weinig verbonden is met de idee van een gemeenschappelijke ‘strijd’.

Ik stel de vraag: ‘Waar in de westerse wereld is er sprake van werkelijk verzet en wezenlijke strijd?’ ‘Maatschappelijk engagement’ dreigt in een deel van onze westerse wereld een vast onderdeel te worden van een soort progressieve levensstijl.

Om zonder gewetensproblemen door het leven te laveren neemt de progressieve burger regelmatig deel aan één van de vele manifestaties of optochten, post hij of zij ‘s avonds enkele foto’s op het prikbord van zijn of haar Facebookprofiel om aan de honderden virtuele vrienden te tonen dat hij of zij erbij was en voor het slapen gaan ondertekent hij of zij de zoveelste online petitie met het oog op een betere wereld.

Progressief zijn in de westerse wereld is niet eens zo lastig!
Vanuit strategische en tactische overwegingen is het wellicht niet bijster verstandig om een aantal recente acties en manifestaties te bekritiseren, of – meer nog – ze radicaal in vraag te durven stellen. Met name ‘links’ zit in de hoek waar de klappen vallen en van zodra er progressieve mensen uit de kleren gaan of een geëngageerd podium betreden, lijkt het logisch om dankbaar en luidruchtig deze acties te bejubelen en ondersteunen.

Nestbevuiling

Elke vorm van kritiek op dit soort engagement ruikt naar nestbevuiling. Ik ben echter van mening dat links op die manier zichzelf gijzelt en belet dat engagement kan uitmonden in systemisch verzet en strijd.

Bij wijze van proef zouden we een referendum kunnen opzetten, met de vraag tegen wat en wie de burger zich wil verzetten en rond welke aspecten hij strijd wil leveren. En bovenal: hoe ver wil de burger hierin gaan, wat is hij of zij bereid op het spel te zetten? Hoe ver willen we gaan, hoe ver kunnen we gaan?

De taal die vandaag in veel progressieve kringen, organisaties en instituties wordt gehanteerd, verraadt en resoneert de slappe positie die men inneemt: we willen of moeten in overleg treden, we kiezen voor een dialoog, we hopen op een consensus, we stellen ons kritisch maar constructief op,…

Gedisciplineerde werknemers

Wanneer we de sociale geschiedenis in rekening brengen, kan ik niet anders dan vaststellen dat de positie die we innemen een pacificerend effect genereert en belet dat we een structurele verzetspositie innemen. Heel wat mensen engageren zich, maar slechts heel weinig mensen verzetten zich.

Eén voorbeeld om deze these te illustreren: Opel Antwerpen werd gesloten zonder één dag van werkelijke strijd of verzet. Rudi Kennis gaf in zowat elk interview te kennen hoe trots hij was op het gedisciplineerde gedrag van de werknemers. Tot op de laatste dag voor de sluiting werd er gewerkt. Opel Antwerpen werd gesloten omdat er elders meer winst zou kunnen worden gemaakt. Een onderwerp van strijd, niet?

Blind voor geweld

Mensen met sleutelposities binnen de vakbonden, het sociaal-cultureel werk, NGO’s en onderwijsinstellingen onderschrijven en versterken meer en meer de roep naar overleg, dialoog en consensus, terwijl heel wat economische, ecologische en politieke bedreigingen een veel strijdbaarder positie veronderstellen.

De lens waardoor we kijken maakt dat we diverse vormen van systemisch en symbolisch geweld niet meer onder ogen zien of onder woorden brengen. Terwijl het kapitalisme met haar vele uitbuitingsmechanismen gruwelijk geweld genereert, zien we dit geweld niet meer.

De arbeider – die tot flexibilisering wordt gedwongen – wordt dagelijks geweld aan gedaan. Het hoge aantal stressproblemen, zijn een gevolg van dit geweld. Het onzekere arbeidsstatuut van heel wat werknemers is een andere vorm van geweld, die te weinig als zodanig wordt benoemd en geproblematiseerd.

Mediatisering

Het taalgebruik van sommige Vlaams-nationalisten is een andere vorm van een misselijkmakend geweld, want het is gebaseerd op het uitsluiten en discrimineren van anderen – die onze naasten zijn – en op het verheerlijken van het eigen volk en de eigen bodem.

Maar dit geweld wordt als zodanig niet gedetecteerd, want anders wordt het ondenkbaar dat deze geweldenaars dagelijks een forum krijgen op onze openbare omroep. Laat ons eens objectiveren op welke buitengewoon infantiele en naïeve manier sommige van onze journalisten deze geweldenaars interviewen.

Het enige soort geweld dat onze gemediatiseerde samenleving detecteert is immers het objectieve geweld: manifesterende betogers die met stenen gooien of ecologische verzetsstrijders die aardappelplanten uit de grond plukken. Enkel dit soort geweld wordt gemediatiseerd en omschreven als ontoelaatbaar. 

Verzet en strijd

Nog eens de vraag: Willen we ons engageren of zijn we bereid om ons te verzeten en te strijden. En tegen wat? Om sociale en economische veranderingen te realiseren moeten we in de eerste plaats wereldsystemisch denken en ageren. Dit houdt in dat we een rangorde moeten maken van zaken waarrond en waartegen we ons willen verzetten en die tot verzet en strijd kan leiden.

Het moge duidelijk zijn dat vandaag de dag het overleven en het behoud van onze planeet op het spel staat. Hoofdoorzaak is een economisch systeem dat met het begrip speculatie als wezenskenmerk gericht is op uitbuiting van natuurlijke grondstoffen en menselijke wezens. Veel meer uitleg behoeft dit niet.

Identificatie van de vijand

Om ons te verzetten moeten we in de eerste plaats onze vijand durven ‘identificeren’. Dit is een vraag naar een politieke en ideologische positionering en impliceert een radicale kritiek – niet alleen op de aanhangers van het neoliberalisme, maar ook op de Europese sociaaldemocratie en een substantieel deel van de Europese Groenen. Geen van hen identificeert in duidelijke termen het neoliberalisme als de vijand.

Om tot een werkelijk strijdbare positie te komen, moeten we het geweld en de uitbuiting van het neoliberalisme analyseren en bereid zijn om een deel van onze eigen welvaart op het spel te zetten, willen we overgaan tot wezenlijke veranderingen.

Op dit punt pleit ik er dus voor om in onze ‘progressieve’ opvoeding en ons onderwijs meer in te zetten op het identificeren van onze economische en politieke vijanden. Het IMF, de Europese Commissie, de Wereldbank, de nationalisten zijn onze vijand en aan jonge mensen die streven naar sociale rechtvaardigheid moeten we meegeven dat de vijand mag worden bestreden. Of mag worden bevochten!

Algemene veranderingen

Wat ik wil zeggen: veel progressieve mensen blijven op een uitermate vriendelijke en pacificerende manier de vrije markt bejegenen. Je kan echter nooit tegen kernenergie zijn wanneer je niet meteen ook het vigerend economisch systeem in vraag stelt. Je kan, deze redenering indachtig, niet een béétje tegen de vrije markt zijn.

Progressieve mensen genieten vaak van de lusten van de vrije markt en kopen zich vrij van schuld door de lasten volgens heel klassieke schema’s te bestrijden: stemmen op de progressieve partij, de jaarlijkse fiscaal aftrekbare giften op rekening van één van de vele ngo’s storten, de overvloed aan online petities ondertekenen en op zaterdag uiteraard wat aankopen verrichten in onze Wereldwinkel, die is uitgegroeid tot een volbloed commercieel bedrijf.

Wordt het niet dringend tijd dat ook de westerse burgers een inhoudelijke en politieke agenda opmaken waartegen we ons willen verzetten, met het oog op sociale, economische en politieke veranderingen die vooral de wereldbevolking ten goede komt en niet de eigen particuliere groep waartoe we behoren?

Vakbondswerking en (zelf)behoud

Het voorbije jaar had ik de kans om heel wat vakbondsmensen te interviewen. Vele vakbondsleden gaven toe dat de huidige vakbondswerking vooral gericht is op het ‘behoud’ van de eigen werkgelegenheid in het eigen bedrijf en te weinig gericht is op veranderingen die niet alleen henzelf maar ook ‘de anderen’ ten goede komen.

Op dit punt pleit ik resoluut voor het durven in vraag stellen en zelfs opheffen van de particuliere belangen, om op die manier tot een andere orde te komen waarrond we ons verzet en onze strijd kunnen organiseren. Zijn we bereid – en in staat – om een internationalistisch strijdperspectief te ontwikkelen?

Wanneer we de sociale strijd in andere continenten analyseren en in ogenschouw nemen, zullen we ontdekken dat de campesino’s [nvdr: Spaans voor ‘landbouwers’] en landloze boeren in Latijns-Amerika, de textielarbeiders in Malhallah (Egypte), de arme rijstboeren in Azië, de vluchtelingen op weg naar Lampedusa, niet langer bang zijn om te sterven. Wij – de progressieve westerse burgers – zijn veel te bang om te sterven. Vandaar dat we ook niet langer in staat zijn om te strijden.

Feesten vervangt verbijstering

Het sterk esthetische en evenementiële karakter dat veel ‘acties’ karakteriseert, komt net omdat het meestal een beter en hoger opgeleide bevolkingsgroep is die dit soort acties ontwikkelt. In dit kader vermeld ik graag het volgend voorbeeld: na het uitbreken van de oorlog tegen Irak in maart 2003 organiseerde Vooruit als reactie hierop een evenement.

Ik betrad de Vooruit en waar ik verbijstering en woede had verwacht, werd ik geconfronteerd met een dansende en feestende massa die een gratis optreden van één van de populaire bands kwam meepikken.

De blanke, zwetende middenklasse was zowaar aan het feesten in de Gentse Vooruit. Waar zouden de Arabische jongeren en hun gezinnen zich hebben bevonden die avond en hoe voelden zij zich op dat moment?

Een ander voorbeeld: toen Patrick Janssens (SP.A) enkele jaren later zijn gedepolitiseerde presidentiële verkiezingscampagne bezegelde met het Antwerpse burgemeesterschap, ontvouwde er zich een indrukwekkend progressief en artistiek feestje rond het Antwerpse stadhuis.

Progressieve mensen in Vlaanderen houden van BV’s en ook omgekeerd. Veel BV’s voelen zich dan ook als een vis in het water op geëngageerde evenementen.

Contraproductief 

Ik denk dat het inzetten op evenementen veelal contraproductief is. Dat de massa – de grootste groep van onze bevolking – op die manier nogmaals de boodschap krijgt dat ze er niet bij hoort, dat hun positie er niet toe doet. Evenementen, met hun onlosmakelijk vermakelijk karakter, missen immers veelal de woede, de ontzetting en de retoriek die noodzakelijk zijn om een strijdbare positie te ontwikkelen.

Wat ik wil zeggen, is dat we vanuit een meer reflexief en bescheiden perspectief moeten nadenken en zoeken hoe wij beter aansluiting kunnen vinden bij de gewone en werkende bevolking – en niet omgekeerd.

Moge de Boelwerftrilogie van Jan Vromman hier als een interessant referentiepunt gelden: op een onnavolgbare manier wordt de sociale strijd rond de Boelwerf in Temse in beeld gebracht. In dit soort zeldzame document zijn we getuige van hoe Jan Cap, José de Staelen en Karel Heirbaut samen een massabeweging ontwikkelden en hun verontwaardiging over het hun aangedane onrecht omzetten tot strijd. Een strijd die ze jammer genoeg verloren.

Meer ‘godverdomme’

Het sterk esthetiserende karakter van sommige acties versterkt het pacificerend effect. Strijd en verzet dreigen op die manier niet langer vanuit een diepe verontwaardiging en ontzetting te ontstaan, maar eerder passend te zijn binnen een progressieve levensstijl. En progressieve mensen zijn op vandaag bijna steeds welopgevoed, beschaafd en tolerant.

We moeten jonge mensen durven opvoeden en onderwijzen met de idee dat ze zich onverdraagzaam moeten leren opstellen ten aanzien van alles dat en al wie onrechtvaardigheid en uitbuiting veroorzaakt. En in deze moeten we andere woorden leren gebruiken, een taal die er toe doet en ons opnieuw leert wat ‘onverzettelijkheid’ betekent.

Ik daag mijn linkse medemensen uit om dringend na te denken over hoe we de gewone, werkende en vergeten bevolkingsgroepen op een consequente manier kunnen ondersteunen in hun strijd en hun verzet.

Zijn we bereid en in staat om ons eigen intellectueel en/of kunstzinnig narcisme in te ruilen, om op zoek te gaan naar welk dagelijks onrecht hen wordt aangedaan en op welke manier de bestaansvoorwaarden van heel wat mensen wordt geschonden? Zijn we bereid om opnieuw meer ‘godverdomme’ te leren zeggen?

De fabel van de geweldloze strijd

Een diepgravende analyse van de sociale strijd leert ons dat tactiek en strategie heel belangrijk zijn, maar dat dit onlosmakelijk verbonden is met de bereidheid om onze eigen positie op het spel te zetten.

Waarbij we dus veel sterker moeten inzetten op het bereiken van diegenen die het grootste slachtoffer zijn van het systemisch geweld: vrouwen en kinderen, een groot deel van de werkende bevolking, migrerende bevolkingsgroepen,… Het zijn zij die de inzet van ons verzet en onze strijd moeten worden. 

Een strijd die we in de eerste plaats geweldloos trachten te voeren, maar waarbij we het westers taboe dat elke vorm van geweld verbiedt, radicaal overboord gooien. Het verhaal waarbij je na een klets op je gezicht je de dader jouw andere wang aanbiedt, is een Caritas Catholica-fabel, die we best vervangen door uitdagingen als er zijn: het bezetten en gijzelen van de financiële centra en hun hedgefunds, het bekogelen van de ratingbureaus Moody’s en Standard & Poor’s, het saboteren van het IMF, het ontvoeren van de Europese Commissie, het bezetten van de Wetstraat, …

Ten slotte: wanneer het in onze westerse wereld mogelijk is om de Nobelprijs voor de Vrede uit te reiken aan Barack Obama, dan wordt het weldra mogelijk om diezelfde Nobelprijs voor de Vrede uit te reiken aan diegenen die bereid zijn om Georges Forrest, Etienne Davignon en Jean-Luc Dehaene te ontvoeren en een jaar lang op droog brood te zetten!

Dominique Willaert

Dominique Willaert is coördinator van het sociaal-artistiek project Victoria Deluxe.

take down
the paywall
steun ons nu!