Weduwen van slachtoffers van de terreur onder Hissène Habré eisen in 2005 in N'Djamena de berechting van de voormalige dictator wegens 'misdaden tegen de mensheid' (foto: IRIN)
Nieuws, Wereld, Afrika, Politiek, België, België, Mensenrechten, Pinochet, CIA, Senegal, Internationaal Strafhof, Tsjaad, Oorlogsmisdaden, Foltering, Human rights watch, Navi Pillay, Misdaden tegen menselijkheid, Internationaal humanitair recht, Koude Oorlog, Kolonel Muammar Khaddafi, Dictator, Hissène Habré, Association Tchadienne pour la Promotion et la Défense des Droits de l'Homme -ATPDH, FOD Buitenlandse Zaken, Onderzoeksrechter, Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de Verenigde Naties, Internationale verdrag tegen folteren, Daniel Fransen -

Komt er ooit een proces tegen Hissène Habré, de ‘Afrikaanse Pinochet’?

Vrijdag kondigde de Senegalese regering verrassend aan dat ze Hissène Habré, de vroegere Tsjadische dictator, zou uitleveren aan Tsjaad om er terecht te staan voor misdaden tegen de mensheid tijdens zijn dictatuur. Onder druk van de VN heeft Senegal de uitlevering, die voor 11 juli was voorzien, uitgesteld. In België is evenwel alles klaar voor een proces tegen Habré, maar komt het ooit zo ver?

woensdag 13 juli 2011 20:35

Het klinkt heel cynisch, maar Navi Pillay, de Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève, had zondag er bij de Senegalese regering op aangedrongen om Habré niet aan Tsjaad uit te leveren.

‘Inbreuk op het internationaal recht’

Zij vreesde dat Habré in Tsjaad geen eerlijk proces krijgt en de kans loopt te zullen worden gefolterd. Volgens de VN vormt de beslissing mogelijk een ‘inbreuk op het internationaal recht’. “In het kader van het verdrag tegen foltering is het voor Senegal niet toegestaan om iemand uit te leveren aan een land waarvan men sterke vermoedens heeft dat de persoon in kwestie er mogelijk gefolterd wordt”, zegt Pillay in een officiële mededeling.

Senegal heeft het internationale verdrag tegen folteren (CAT) ondertekend en moet zich bij uitlevering van verdachten houden aan de bepalingen van dit verdrag.

In 2008 is Habré door een Tsjadische rechtbank al bij verstek ter dood veroordeeld wegens zijn vermeende betrokkenheid bij een poging tot staatsgreep in zijn vaderland in 2008. Daarom gaat de VN-commissaris ervan uit dat hij in Tsjaad geen kans maakt op een eerlijk proces.

Bloedig dictator met steun van Frankrijk en de CIA

De overheid van Tsjaad zegt Habré te willen berechten voor de duizenden politieke moorden en martelingen die plaatsvonden tijdens zijn dictatuur van 1982 tot 1990. Tijdens de Koude Oorlog kon Habré immers rekenen op de steun van Frankrijk en de VS in zijn strijd tegen de militaire bemoeienissen van de Libische leider kolonel Khaddafi in Tsjaad.

De CIA, onder toenmalig VS-president Ronald Reagan, bood Habré uitgebreide hulp aan bij de uitbouw van zijn beruchte geheime inlichtingendienst DDS, die verantwoordelijk was voor systematische martelingen en buitengerechtelijke executies van meer dan 40.000 tegenstanders. Daarom wordt Habré ook wel de ‘Afrikaanse Pinochet’ genoemd, hoewel zijn bewind een veelvoud aan slachtoffers heeft gemaakt in vergelijking met de veel bekendere Chileense dictator.

Op 1 december 1990 werd Habré met militaire middelen van de macht verdreven door zijn vroegere medestander en huidig president van Tsjaad, Idriss Déby. Habré vluchtte eerst naar Kameroen en daarna naar Senegal waar hij al meer dan 20 jaar in ballingschap leeft in Dakar.

Senegal vervolgt Habré niet

Senegal heeft Habré nooit vervolgd, ondanks de talrijke verzoeken daartoe van de Tsjadische overheid en internationale en Tsjadische mensenrechtenorganisaties. Senegal zegt officieel geen geld te hebben voor een duur en langdurig proces, maar dat is eigenlijk een drogreden, want internationale organisaties, en onder meer ook België, hebben al herhaaldelijk financiële hulp aangeboden om het proces in Dakar mogelijk te maken. In totaal is er 8,5 miljoen euro voor handen.

In België is zelfs alles klaar voor een proces tegen de oud-dictator. Op 30 november 2000 hebben drie Tsjadische slachtoffers van Habré, die ondertussen ook de Belgische nationaliteit hebben verworven, in België een klacht ingediend. Zij verwijzen daarbij naar de universele jurisdictie van de Belgische wetgeving inzake zware schendingen van mensenrechten en oorlogsmisdaden, de zogenoemde ‘genocidewet’. Later hebben nog andere slachtoffers zich bij die aanklacht aangesloten.

België vaardigt internationaal aanhoudingsmandaat uit

De Brusselse onderzoeksrechter Daniel Fransen en zijn team hebben zich in het dossier vastgebeten en duizenden dossiers onderzocht. Een Belgische rogatoire commissie heeft ook diverse keren terreinbezoeken gebracht in Tsjaad en er met getuigen gesproken. Op 19 september 2005 heeft de Belgische onderzoeksrechter het onderzoek afgesloten en meteen een internationaal aanhoudingsmandaat uitgevaardigd tegen Hissène Habré.

De beschuldiging luidt: misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden, systematische marteling van gevangenen en zware overtredingen van het internationaal humanitair recht. De Belgische diplomatieke diensten hebben daarop aan Senegal de uitlevering van Habré gevraagd. Senegal heeft dus juridisch gezien de plicht om Habré te arresteren en uit te leveren.

Maar de uitlevering van een oud-staatshoofd aan een Europees land, bovendien een oud-kolonisator van Afrika, ligt blijkbaar erg gevoelig binnen de Afrikaanse Unie. De vrees bestaat dat hiermee een precedent zou worden geschapen. Bovendien heeft ondertussen het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag de taak om zware mensenrechtenschendingen te onderzoeken.

Op haar topconferentie van 24 januari 2006 in Khartoem heeft de Afrikaanse Unie beslist dat een panel van Afrikaanse juridische experts zich over de kwestie-Habré zou buigen om een ‘bevredigende oplossing’ te vinden. De Afrikaanse Unie vond het wenselijk dat Habré in Afrika voor de rechter zou komen. Totnogtoe evenwel zonder resultaat …

Familieleden van slachtoffers pleiten voor uitlevering aan België

Mensenrechtenorganisaties (onder meer de Association Tchadienne pour la Promotion et la Défense des Droits de l’Homme – ATPDH) en ook de organisaties van familieleden van slachtoffers van de terreur onder Habré zouden het liefst van al zien dat de ex-dictator wordt uitgeleverd aan België. Dat hebben ze nu weer herhaald naar aanleiding van het voornemen van Senegal om Habré uit te leveren aan Tsjaad. Een proces in België zou de beste garanties bieden om in alle sereniteit het proces te laten plaatsvinden. Het onderzoek is hier al sinds 2005 afgerond.

Zondag liet de FOD Buitenlandse Zaken weten dat ze “nota neemt van de beslissing van Senegal om de voormalige president van Tsjaad, Hissène Habré, over te leveren aan de Tsjadische autoriteiten. Gelet op de belangen van de Belgische slachtoffers heeft ons land steeds gepleit voor de uitlevering van Habré en een berechting in België, indien Senegal niet zelf zou overgaan tot berechting”.

“Buitenlandse Zaken betreurt daarom dat de Senegalese regering zijn verplichtingen ten aanzien van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag niet nakomt, gelet op zijn engagement dat Hissène Habré Senegal niet zou verlaten zolang het geschil met ons land niet was opgelost.”

Maandag zei woordvoerder Patrick Debroeck van Buitenlandse Zaken tegen het persagentschap AFP dat België er bij de Senegalese ambassadeur nogmaals zal op aandringen dat Habré aan België wordt uitgeleverd. “Die optie blijft geldig en zou voor iedereen de beste oplossing zijn”, verklaarde hij. Afwachten of het ooit tot een proces tegen Habré komt in België. Ook de regering in N’Djamena heeft zich deze week voor die oplossing uitgesproken.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!