Antwerps Kaaiengedicht voor schuinsmarcheerders
Cultuur, België, Antwerpen -

Antwerps Kaaiengedicht voor schuinsmarcheerders

Peter Holvoet-Hanssen, stadsdichter, hield woord. Het zondag 10 juli 2011 ingehuldigde Kaaiengedicht 'Welkom Pierewaaiers' of 'schuinsmarcheerders' op de waterkeringsmuur aan de Schelde, bevat een hulde aan de dichter Herman J. Claeys.

dinsdag 12 juli 2011 16:19

Woede en verzet

Herman J. Claeys (1935-2009) was de ‘morele eigenaar’ van dit idee. Al was ‘eigendom’ en ‘bezit voor hem relatief. Hij leefde arm. De activist / dichter overleed eind 2009. De perikelen rond het ontstaan van dit Kaaiengedicht illustreren de invloed van DeWereldMorgen.be. Zonder het redelijk kwaadaardig stuk ‘Plagiaat Antwerpse stadsdichter‘ (18/04/2011) had er geen haan naar gekraaid dat Herman twintig jaar geleden een Werk in Uitvoering op de muur schilderde.

Dit reeds tijdens het artistieke totaalgebeuren Black Box ’90 in het toen nog bouwvallige Zuiderpershuis. De autonome Herman bracht  met al zijn krachten een honderden meter lang Wandelgedicht op de waterkeringsmuur aan. Met goedkope, gekregen verf. Een gedicht vol woede en verzet. De huidige stadsdichter wees nu op de Antwerpse TV op de betekenis van de linkse, libertijnse kunstenaar. (Video ATV) (1)

Dat in april dit jaar ‘de Ludo’ Van Campenhout, ex-VLD en als schepen van Stadsontwikkeling een hoofdverantwoordelijke voor het onleefbaar maken van de stad voor de gewone man / vrouw, in de krant naast de stadsdichter poseerde bij de aankondiging van het Kaaiengedicht, was er te veel aan. Dat rook naar recuperatie. (‘Plagiaat’) (2)

Linkse warhoofden?

Herman, van uit Brugge via Gent aangespoeld in Brussel, later lange tijd in Antwerpen wonend en daar overleden, was par excellence een dichter van de stad die in vele werken de verloedering van het woon- en leefmilieu beschreef van uit een links standpunt. Zijn origineel idee in handen geven van het huidige Antwerpse stadsbestuur was onaanvaardbaar.

Peter Holvoet-Hanssen – een vriend van Herman – begreep dat dadelijk en zette het misverstand recht. Het ging er even heftig aan toe, zoals in het artistieke wereldje te weinig gebeurt. Brokken werden niet gemaakt, integendeel. Samenwerking was het resultaat.

Een rechtzetting vanwege de stadsdichter met een serieuze politieke inhoud. Mijn artikel op DeWereldMorgen.be ging het kleine en soms kleinzielige Antwerpse literaire wereldje rond. Veel gebeurt hier op dat vlak niet, iedere scheet is dan een gebeurtenis.

Dus schoot de Literaire Weblog De Contrabas in actie met juridische bedenksels en een aan het VB verwant taaltje over ‘linkse types’ en een ‘warhoofd’ als ikzelf. (‘De Contrabas’) (3)

Dat ‘warhoofd’ wordt me verweten door de in Utrecht wonende Chrétien Breukers, hoofdredacteur van De Contrabas. Een merkwaardig ‘type’. Hij is medesamensteller van de bloemlezing… ‘Ik ben niet gek! [Ik ben een gedicht]. Chrétien wordt opgevoerd als ‘bewaker’ van dit ‘zootje ongeregeld’. Nou, geef mijn portie maar aan Fikkie. (Blog) (4)

Chrétien is weinig geliefd in Nederland. In de literaire wereld is men niet steeds spaarzaam met het op de man spelen. Al kan dat best verantwoord zijn. Lees – indien zin in een moddergevecht –  ‘Chrétien Breukers is een slijmbal’, een greep uit de Nederlandse culturele wereld à la Story. (5)

Langs de achterkant…

Ook in de artistieke, literaire wereld vertoeven nog al wat ‘warhoofden’. Soms grote kunstenaars. Einstein was wellicht een ‘Asperger’. De Contrabas lijkt een voorkeur te hebben voor aan de normen en waarden aangepaste – geassimileerde – propere burgers.

Het klopt dat Herman noch ikzelf aan dat beeld beantwoorden. En al evenmin stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen, die er met zijn Kaaiengedicht ‘Welkom Pierewaaiers’ een lap op gaf. Een ‘pierewaaier’ is een losbol, schuinsmarcheerder…

Het is geschilderd in witte letters van een meter hoog. Het bevat 6.300 tekens en is 3,2 km lang op de betonnen waterkeringsmuur naast de Schelde. Een fikse wandeling langs de… achterkant van die muur, deels door modder, brandnetels, rommel, struikelend over de kinderkopjes. Gericht naar het water, de meeuwen en de linkeroever.

De duizenden automobilisten, fietsers,voetgangers, joggers die er langs de straatkant voorbij komen, zullen niets merken. Een poëziemuur in Antwerpen? OK, maar dan liefst niet te zot. De toerist en de diamantindustrie – waarvoor schepen Van Campenhout ook tekent – wenst geen kabaal. Zeker niet van ongewassen kunstenaars, dichters.

St.-Anneke

Voor mijn raam aan De Gerlachekaai, honderd meter van het Scheldewater waar oceaanstomers aangemeerd liggen, vijftig meter van de waterkeringsmuur is langs de straatkant slechts grijs beton zichtbaar. Aan de ommezijde is het te doen, langs een verwilderd paadje met onkruid, stadsbloemen.

Ik lees de witte letters nabij mijn deur: ‘Verspreid als toekijkende getuigen’. ‘Migranten zullen er altijd zijn’. ‘Op de blauwe steen gezeten, op de aanleg paal’.’Weer naar huis…’. Zinnen van Antwerpenaars. Naar Noord en Zuid zie ik het gedicht zich verder slingeren.

Dit Kaaiengedicht is een indrukwekkende verwezenlijking. De stadsdichter laat de bewoners letterlijk zelf aan het woord door flarden van de inzendingen in het geheel te verwerken. Het werd ‘een gedicht van ‘t stad’.

Voor Peter Holvoet-Hanssen is dit werk op de rechteroever ook een antwoord op het gedicht  ‘mijn stad’ van de 88-jarige Adriaan de Roover, een tekst die onlangs is aangebracht op een woonblok op de Linkeroever. 

Voor de Antwerpenaar van ‘t stad is de Linkeroever, St.-Anneke, geen ‘stad’, met haar mytische ‘strand’ en de ‘St.Annekesboot’. De al lang lang verdwenen overzet tussen twee werelden met de Schelde als grens van slechts enkele honderden meter breed. (Volledige tekst ‘Kaaiengedicht’) (6)

Illegale poëzie

Mocht dat gedicht – samengesteld uit teksten van 500 volkse poëten die de stadsdichter vorm gaf – naar de stad, de Grote Markt gericht zijn, dan kon het als een statement gelden. Nu riskeert het een goed bewaard geheim te worden. Het gedicht van Herman J.Claeys stond ook langs die achterzijde.

Maar zijn werk was dan wel illegaal, zoals de meeste aspecten van de grote kunstmanifestaties van af Fabrik ’88 tot en met Vogel ’92. Betekenisvolle gebeurtenissen die straal genegeerd werden door toenmalig burgemeester en schepen voor Cultuur, Bob Cools (SP.A).

Tussen de nieuw geschilderde teksten zijn nog resten van het Wandelgedicht uit ’90 te vinden. Ze werden bewaard. Meer nog, de stadsdichter zorgde er voor dat een lang fragment van het Wandelgedicht professioneel, opnieuw door stadsarbeiders in koeien van letters aangebracht werd.

Het illegale ‘werk in uitvoering’ wordt na de dood van Herman open en bloot verder gezet. Met enige opschudding, ‘met luide stem’ zoals hij wenste. Een boodschap aan het ‘gezag’.

‘Al te getemde wandelaar…’

Peter Holvoet-Hanssen begint op de muur in het noorden met een hulde aan de overleden dichter, wiens as verstrooid werd : ‘Herman- ware kaper- vergeef me…’. Niet mis te verstaan is het vervolg : ‘… mijn linkerbeen was haast gerecupereerd, mijn rechterlong heeft zich aan stofwolken bezeerd…’.

De Handige Harry’s rond de burgemeester hebben de stadsdichter niet kunnen recupereren. Verder sluit Peter Holvoet-Hanssen dan aan bij Hermans Wandelgedicht. Door delen te integreren in het nieuwe werk, die ze op het ‘Schoon Verdiep’ even verder in het Stadhuis niet zullen pruimen.

Het Wandelgedicht van Herman J.Claeys ontstond in een periode dat extreemrechts, het Vlaams Blok, electorale overwinningen boekte. Herman, antifascist, reageerde daar op met zijn poëzie op de muur. Zoals gezegd, gedwongen ‘in de luwte’, zonder enige toelating die hij en wij trouwens niet aanvroegen. Herman was een ‘politiek’ kunstenaar, die ook assemblages maakte rond zijn poëzie. Die vooral op pleinen en in straten optrad. Tussen de mensen.

Citaat uit wat met stedelijke middelen nu in woedende letters van een meter hoog op de waterkeringsmuur staat, gericht aan de ‘al te getemde wandelaar’ :

‘Maar werp een dam op tegen haat, een keringsdam van woede tegen bekrompen rassenwaan en stuurse vooroordelen die deze oude metropool, de trotse wereldhaven, een reuk van rottigheid bezorgt, een stank van bruine pest nog meer beklemmend dan het gif dat industriebaronnen ons met de barre noorderwind het strot in blazen, ongestraft: werp daar een keermuur tegen op, en dijk die kanker in!’.

‘Dijk die kanker in!’. ‘Een stank van bruine pest!’. Het stadhuis walmt er van. De Antwerpenaar ‘weet niet beter’. De tekst van Herman J. Claeys staat tussen die van de mensen en daar hoort hij thuis, ‘met luide stem’.

Eye-opener

Voilà, daar kunnen het VB plus burgemeester Patrick Janssens (SP.A) en ‘de Ludo’ Van Campenhout (ex-VLD) – de laatsten onthulden de huidige muur mee – het mee doen. Daar kunnen ook al die ‘al te getemde wandelaars’ over nadenken in deze racistische stad, op een terrasje tijdens de Zomer van Antwerpen. (Volledige tekst van Herman J.Claeys) (7).

Het 3,2 km lange Kaaiengedicht stààt er. Het is geen ‘stunt’, maar een eye-opener, heeft inhoud. Er werkten 500 Antwerpenaren aan mee. Peter Holvoet-Hanssen verzorgde de tekst. De onthulling ervan gaat samen met de echte start van De Zomer van Antwerpen, nu de karavaan van de Sinksenfoor naar Brussel toog.

Trek je stoute schoenen aan en loop naar de kaaien die weldra volledig vernieuwd worden. Waarbij deze poëzie muur zal sneuvelen. Alles gaat voorbij… (‘Onze kaaien’) (8)
 

1 – ‘Video ATV’  www.atv.be/item/kaaiengedicht-voltooid

2 –  ‘Plagiaat’   www.dewereldmorgen.be/blog/koen-calliauw/2011/04/18/plagiaat-antwerpse-stadsdichter

3 –  ‘De Contrabas’  www.decontrabas.com/de_contrabas/2011/04/peter-holvoet-hanssen-en-koen-calliauw.html

4 –  ‘C.Breukers’  www.chretienbreukers.wordpress.com

5 –  ‘Slijmbal typen in zoekfunctie’  www.huubmous.nl/2006/07/07/chretien-breukers-is-een-slijmbal                                          

6 –  ‘Volledige tekst Kaaiengedicht– vergroten) http://www.onzekaaien.be/sitepages/#/kaaiengedicht 

7 –  ‘Volledige tekst Herman J.Claeys + foto’s’  www.muzeval.blogspot.com

8 –  ‘Onze kaaien’  www.onzekaaien.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!