Opinie, Nieuws, Samenleving, België, Gentse Feesten Debatten, Gentse Feesten, Commercialisering, Volksfeest, Gent, Culturele emancipatie, Managementsdenken, City marketing -

Laten we de Gentse Feesten redden van commercie

GENT - Wanneer je kritiek durft te leveren op de ontwikkelingen binnen de Gentse Feesten, word je algauw in een doos gestopt met nostalgische romantici en conservatieve doemdenkers. En toch, wat ik zeker weet, is dat het cultureel monument van Walter De Buck aangevreten wordt door een overdaad aan commercie.

maandag 11 juli 2011 17:25

Natuurlijk weten we dat de begintijd van Walter De Buck en de zijnen niet meer terugkomt. Natuurlijk weten we dat de Feesten op Sint-Jacobs niet meer de draaischijf van de feesten zijn.

Wat ik zeker weet, is dat het cultureel monument van Walter De Buck aangevreten wordt door een overdaad aan commercie.

En wat ik ook weet, is dat Sint-Jacobs niet alleen de bakermat, maar ook het kloppende hart van de Feesten blijft. Een hart kan echter alleen blijven kloppen wanneer de aders niet dichtslibben. Ik denk dat de voortschrijdende vermarkting, hetgeen leidt tot onverbiddelijke competitie en schaalvergroting, een serieuze bedreiging vormt voor de aders en uiteindelijk het hart van het volksfeest.

Grote culturele volksfeesten

Dat veel Gentenaars trots zijn op hun Feesten is meer dan terecht. De Gentse Feesten zijn uitgegroeid tot een van de grote culturele volksfeesten in Europa.

Dat sommige elitaire cultuurpessimisten kankeren over een gebrek aan cultuur op de Gentse Feesten is zeker en vast onterecht. Er is inderdaad nogal wat rotzooi – soms tot aan de rand van de wansmaak. Maar voor wie wil zoeken en speuren, valt er ook heel wat cultuur uit de bomen. Zelfs tot aan ‘volksverheffing’ toe, een ouderwets begrip dat de postmoderne bestuurders (een mengeling van liberalen, loftsocialisten en populisten) en organisatoren niet meer durven te gebruiken op jacht naar de “mondige kiezer en consument”.

“Dat sommige elitaire cultuurpessimisten kankeren over een gebrek aan cultuur op de Gentse Feesten is zeker en vast onterecht”

Laten we dus duidelijk wezen: de Gentse Feesten moeten geen kunstenbastion worden, maar bovenal een cultureel volksfeest zijn en blijven voor iedereen!

En daar wringen de schoentjes

Natuurlijk zijn de stedelijke politieke overheden tevreden over de voorbije Gentse Feesten. Er is nog nooit zoveel volk geweest. Natuurlijk zijn de pleinorganisatoren en honderden winkeliers, cafébazen, restaurantuitbaters tevreden. Om nog niet te spreken van de legale en illegale ‘nachtwinkels’. En legale en illegale ‘handelaars voor tien dagen’. Want al die feestvierders zijn eerst en vooral consumenten. Ook de afvalberg groeit. Meer dan 625 ton afval hebben de vuilnisdiensten verzameld in 2007.

De overheid is en blijft de eerste verantwoordelijke als het gaat om bewaking van ons cultureel erfgoed en bevordering van de deelname aan cultuur. Een te krap budget kan niet het motief zijn om creativiteit, vernieuwing, emancipatie en kwaliteit af te wijzen.

Lucebert schreef: “Alles van waarde is weerloos”. Maar dat betekent niet dat wij ons moeten neerleggen bij de ratrace in de Gentse Feesten die een kaalslag kan teweegbrengen.

Het lijkt er sterk op dat binnen het concept van de Gentse Feesten een deel van de organisatoren de ziel van de Feesten verkocht heeft aan de commercie, aan marktdenken, aan het gemakkelijke geld. En vergeten is waar het écht om gaat in dit tiendaagse volksfeest.

Juist in onzekere tijden, juist in tijden waarin mensen bang zijn voor de toekomst, juist in déze tijd kunnen kunst en cultuur mensen op de been en op weg helpen. Natuurlijk is de Gentse stedelijke overheid doordrongen van het belang van kunst en cultuur voor mens en samenleving. En veel organisatoren weten heel goed waar het allemaal op staat.

“Juist in onzekere tijden, waarin mensen bang zijn voor de toekomst, kunnen kunst en cultuur mensen op de been en op weg helpen”

Maar de nieuwe roofridders zijn onder ons. Er is dus onder de invloed van de commercialisering van de Feesten geen artistieke verschraling vast te stellen, maar wel een enorme schaalvergroting. Groei is soms noodzakelijk, maar niet elke groei is wenselijk.

Mensen hebben ook recht op rust

Je kunt sommige Gentenaars die de stad ontvluchten tijdens deze periode of integendeel wel blijven (of soms verplicht zijn om te blijven wegens te ziek, te oud of te arm), maar niet altijd zo opgetogen zijn wegens het steeds uitdijende lawaai en andere overlast, dan wel uitschelden voor verzuurde burgers of azijnpissers.

Mensen hebben ook recht op rust. Op stilte. Op vakantie in eigen stad. Niet iedereen hoeft mee te draaien in de mallemolen van de overconsumptie. Gentse Feesten moeten mensen verleiden, niet overdonderen.

Maar is het allemaal werkelijk zo onschuldig als het lijkt? Hoe komt het dat zo veel mensen toch een lichte ergernis voelen bij al die merknamen die hen voortdurend om de oren vliegen? Veel stedelijke pleinen en openbare ruimtes zijn reeds ingepalmd door de propaganda van de grote sponsors.

Hebben sommigen onder ons een misplaatste nostalgie naar een sponsorloos tijdperk? Natuurlijk niet. De Feesten zullen nooit zonder sponsors kunnen. Maar sponsors kunnen nooit de baas worden over de openbare ruimte.

Gunnen wij de Feesten hun groot succes niet? Natuurlijk wel. Maar succes mag niet leiden tot nieuwe uitsluiting, uitsluiting van minderheden, van andere culturele praktijken dan de dominante culturele praktijk.

In de ban van festivalitis

Gent is ineens in de ban van festivalitis: Pole Pole, Blue Note, Boomtown, Ten Days of Techno. Mensen zeggen me “dat is toch zeer goed, want er is steeds meer keuze”. Neen dus.

Uiteindelijk gaan deze nieuwe ontwikkelingen, die vooral gestuurd zijn door ‘commerciële overwegingen’ en door het liberale principe “laat de vrije markt zijn werk doen” ten koste van de artistitieke diversiteit.

Omdat eerst en vooral de zelf ‘gecommercialiseerde media’ vooral focussen op deze grote evenementen, grote namen, big events. Je kan in alle kranten interviews lezen met dezelfde artiesten en besprekingen van dezelfde concerten. Omdat het sowieso gemakkelijker is het grote publiek naar de grote evenementen te lokken dan naar kleinere artistieke projecten.

Omdat het grote ‘sponsorgeld’ vooral verschuift naar diegenen die er het minst behoefte aan hebben. Bedrijven, banken en verzekeringskantoren sponsoren het liefst grote namen die komen naar de grote pleinen of zalen waar ze hun productreclame kunnen tonen aan de grootste groep consumenten.

“Omdat het grote ‘sponsorgeld’ vooral verschuift naar diegenen die er het minst behoefte aan hebben”

Daardoor is er steeds minder commercieel sponsorgeld beschikbaar voor de moeilijkere of meer artistieke projecten die zich afspelen in kleinere zaaltjes en voor een veel kleiner publiek.

De invloed van de commercie op de Gentse Feesten dient eerst en vooral teruggedrongen te worden. De overheid moet hiertoe nog meer middelen vrijmaken. Daarmee kan tegengas gegeven worden aan de oprukkende macht van de commercie en de daarmee samenhangende ‘dreigende’ verschraling van het cultuuraanbod.

De overheid dient hoofdverantwoordelijke te blijven voor de bewaking van ons cultureel erfgoed, de bevordering van cultuurdeelname en de ondersteuning van culturele diversiteit. Kleine en kwetsbare groepen in de cultuursector, zoals het volkstheater, de poëzie, het gesproken woord, avantgarde, verdienen dus veel meer steun.

Onvervreemdbaar recht van mensen

Meer aandacht, geld en ruimte voor de laagdrempelige actieve en passieve amateurkunst en de meer afwijkende cultuurvormen leidt vrijwel automatisch tot meer interesse voor cultuur in het algemeen.
Toegankelijkheid en bereikbaarheid van alle vormen van cultuur dienen gezien te worden als een onvervreemdbaar recht van mensen.

Dat betekent dat er ook meer aandacht moet zijn voor sociale en culturele minderheden, voor minderheidsculturen, voor andere en nieuwe culturen. We zien een steeds verder voortschrijdende uitdeining van zowel het culturele aanbod als ook het aantal pleinen, zalen en festivals. Daardoor wordt mobiliteit binnen de Gentse Feestenzone voor bijvoorbeeld mensen met een handicap ernstig bedreigd.

Juist voor de deelname van zwakke groepen moeten we extra gevoelig zijn op een cultureel volksfeest die naam waardig.
De door mij hiervoor genoemde zaken hebben niet alleen, maar natuurlijk óók te maken met geld. De fixatie van de overheid op groei, consumptie, groter en meer gaat uiteindelijk ten koste van de verbreding van de aandacht, de waardering en het respect voor de kleine activiteiten en projecten die het unieke van dit volksfeest uitmaken.

“De fixatie van de overheid op groei en consumptie gaat uiteindelijk ten koste van de verbreding van de aandacht, de waardering en het respect voor kleine activiteiten”

De tekorten die zijn ontstaan door de aspiraties van organisatoren en theaters aan de ene kant en het gebrek aan middelen aan de andere kant heeft de weg vrij gemaakt voor een toenemende invloed van de commercie.

Het mag duidelijk zijn, ik vind dat niet gewenst. Nee, zelfs bedreigend. Zijn nu de fondsen misschien nog marginaal, dat gaat binnen afzienbare tijd veranderen, wanneer de overheid de groeiende geldstroom van de kant van sponsors gaat gebruiken als legitimatie voor een steeds verder terugtredende overheid.

Het is dan aan de organisatoren van concerten en theatervoorstellingen een balans te vinden tussen avantgarde en brede cultuur, tussen vermaak en kunst, tussen persoonlijke ambitie en de wensen van het publiek.

Veel gemeenten lijden aan een budgettaire anorexia. Zij worden geconfronteerd met steeds grotere tekorten op hun begrotingen en hebben bij het stellen van prioriteiten vrijwel automatisch de neiging de voorkeur te geven aan zaken die electoraal interessant zijn.

Meer aandacht, geld en ruimte voor laagdrempelige actieve en passieve amateurkunst

Ik wil ervoor pleiten dat er naast de aandacht voor de professionele producties en gezelschappen meer aandacht en ruimte komt voor amateurkunst en -cultuur. De rare situatie doet zich voor dat het meeste subsidiegeld gaat naar de professionele kunst en cultuur, waar vooral mensen met een hoger inkomen naar toe gaan, terwijl de amateurkunst, waar veel vaker mensen met een kleine beurs de bezoekers zijn, het met aanzienlijk minder subsidie moet zien te doen.

Meer aandacht, geld en ruimte voor de laagdrempelige actieve en passieve amateurkunst leidt vrijwel automatisch tot meer interesse voor het professionele circuit.

Vanaf de no-nonsense periode van de jaren tachtig en onder invloed van de aanhoudende bezuinigingsdrift van de federale overheid zijn in veel maatschappelijke instellingen mensen aan de macht gekomen die als echte managers de tent wensen te runnen en eigenlijk weinig affiniteit meer hebben met de essentie van het doel van de instelling.

In de besturen van ziekenhuizen werden de artsen gewipt en kwamen mensen aan het roer die nog slechts spreken over efficiency en output. Hetzelfde hebben we zien gebeuren in de sociale huisvesting, in de thuiszorg, en ook in de wereld van de sport, musea en culturele centra.

Opmars van de managers en de sponsoring

Gelijk met de opmars van de managers, de vertegenwoordigers van de Nieuwe Zakelijkheid, hebben we ook getuige kunnen zijn van de toename van het fenomeen ‘sponsoring’. Steeds harder wordt de strijd om de grootste sponsors binnen te halen. Sponsors zijn vooral geïnteresseerd in veel publiek.

De organisatoren bedienen de sponsors op hun wenken en trekken steeds grotere namen op hun affiches aan om de sponsors te verleiden en het publiek te lokken. En dat proces wordt voorgesteld en verkocht aan de media en door de media als een natuurlijk groeiproces.

“En dat proces wordt voorgesteld en verkocht aan de media en door de media als een natuurlijk groeiproces”

Door de nieuwe festivals komt er eigenlijk te veel volk Gent binnen. Op sommige avonden worden pleinorganisatoren verplicht hun pleinen af te sluiten. Enkele jaren geleden vonden we dat met z’n allen een ontoelaatbare inbreuk op de geest van de Gentse Feesten.

Nu komen politici vertellen dat afsluitingen in de toekomst aanvaardbaar zijn wanneer we ze artistiek kunnen integreren in de Feesten zelf. Dit is dus wel degelijk onder druk van de vermarkting van de Feesten een sluipende privatisering van de Feesten. Want, wie gaat, wanneer de pleinen eenmaal afgesloten zijn, aan sommige organisatoren nog kunnen verbieden toegangsgeld te vragen op hun plein?

Een liberale culturele politiek

Al deze ontwikkelingen passen in het kader van de nieuwe stedelijkheid waarbij de grote steden een liberale culturele politiek voeren. Cultuur wordt ‘gesubsidieerd’ door de stedelijke overheid om vooral de hotels en restaurants te laten vollopen. In naam van de intens beleden ‘democratisering van de cultuur’ spijst de gemeenschap de kassa’s van privé-ondernemers.

De huidige corporatieve mondialisering laat een overheid zien die zich uit een aantal sociale domeinen terugtrekt. Door die terugtrekkende beweging komen de grote steden die reeds de belangrijkste neveneffecten van de liberale mondialisering moeten opvangen (migratie, werkloosheid, gebrekkige integratie van nieuwkomers, groeiende sociale ongelijkheid) steeds meer in de financiële problemen.

Daardoor wordt de strijd, zeg maar economische oorlog – tussen de steden om het grootste aantal toeristen, shoppers, consumenten een prioriteit. Elke stad wil niet alleen meer haar cultuurtempels en megaprojecten, maar ook haar zomerfeesten en festivals. De steden zijn nu niet alleen meer een marktplaats, maar worden ook meer en meer bestuurd en aangedreven volgens de wetten van de vrije markt waarbij politieke overheden managers worden of managers aantrekken.

“De steden zijn nu niet alleen meer een marktplaats, maar worden ook bestuurd en aangedreven volgens de wetten van de vrije markt”

Daarom worden de belangen van de moneymakers met in hun kielzog toeristen en culturele nomaden langzaam maar zeker belangrijker dan de knellende zorg voor de sociaal-economisch (en cultureel) zwakkeren.

Maar ook het leven zelf in de steden heeft een grote metamorfose ondergaan. De collectieve verbanden zijn grotendeels weggeïndividualiseerd. De vrije markt domineert en doorploegt alle sociale verbanden en relaties. De demografische en etnische samenstelling van wijken en buurten verandert snel en radicaal. Stedelijke parochies zijn uiteengevallen. De sociale cohesie verdampt zienderogen. “We leven in een maatschappij die op alle gebieden onzekerheden produceert” (Anthony Giddens).

Ieder voor zich in brutale vechtmaatschappij

Een stedelijke samenleving waarin steeds meer traditionele opvangmechanismen (familie, kerk, ideologische zuil) wegvallen waardoor het steeds moeilijker wordt gemeenschappelijke zorgen, angsten, emoties, dromen en idealen te onderkennen of te produceren.

Mensen worden vooral met individuele problemen opgezadeld die ze ook ieder voor zich moeten proberen op te lossen of te verwerken in naam van de ‘actieve welvaartsstaat’, hetgeen gewoon een ordinaire en brutale ‘vechtmaatschappij’ is.

Natuurlijk verhindert deze ontwikkeling de politieke integratie van de zwakste groepen. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werden deze groepen beschimpt als ‘klootjesvolk’. Vandaag wijzen leden van het journalistieke en politieke establishment deze mensen met de vinger na als ‘verzuurde samenleving’.

Populistisch misbruik van angsten en onzekerheden

Weer anderen gebruiken en misbruiken de angsten en onzekerheden van deze mensen om nieuwe vormen van populistische politiek te bedrijven. Intussen hebben de meeste leden van het politieke en journalistieke establishment de aloude ‘verheffing van het volk’ of ‘de emancipatie van de mens’ te grabbel gegooid en overgeleverd en uitgeleverd aan de grillen van de vrije markt.

De nieuwe populisten gebruiken de revanchistische emoties van grote groepen sociaal-cultureel uitgeslotenen voor een moderne contrareformatie: een stormloop tegen het open, multiculturele, emancipatorische en kosmopolitische karakter van stedelijke cultuur.

Zonder het te beseffen, is daarom de oprukkende vermarkting van de Gentse Feesten, de commercialisering van de culturele volksfeesten, een geschenk aan het populisme. Omdat de commercialisering (met schaalvergroting en festivalitis) langzaam maar zeker de emancipatorische fundamenten van het volksfeest wegsaneert.

Kunnen de Gentse Feesten de onzekerheid en angsten van mensen bezweren? Misschien wel, maar dat is een werk van lange adem. Kunnen de Gentse Feesten een project worden dat democratische participatie aan de stedelijke cultuur bevordert? Zeker en vast.

“Kunnen de Gentse Feesten een project worden dat democratische participatie aan de stedelijke cultuur bevordert? Zeker en vast”

Daarvoor is een beetje verbeelding en vooral politieke moed nodig. Burgers moeten de kansen krijgen zich te ontwikkelen tot participatieve – en dus verantwoordelijke burgers. We moeten niet de strijd tegen het wildplassen opvoeren, maar de verantwoordelijkheid van burgers naar boven halen.

Dat kan echter niet op een meedogenloze markt. Zonder het streven naar meer sociale gelijkheid blijven onze steden een slagveld. Met een pak winnaars, maar ook veel te veel verliezers.

Kijk maar naar hoe mensen leven in onze steden vandaag en kijk maar goed rondom u tijdens de Gentse Feesten: het doet niet alleen soms pijn aan de oren, maar vooral aan de ogen. De woestijn van banaliteit en radeloosheid rukt op en drijft de emancipatorische oase naar de rand van de markt.

“De woestijn van banaliteit en radeloosheid rukt op en drijft de emancipatorische oase naar de rand van de markt”

Wat kan de politiek doen om dit proces te stoppen?

Te snel wordt gedacht dat de culturele sector het zelf kan redden op de markt. Maar daardoor gaat veel talent, sociaal kapitaal en creativiteit ten onder. De Gentse Feesten kunnen niet zelfregulerend werken zonder te verworden tot een afvalrace.

Het is onzin om van de organisatoren te verwachten dat ze de Gentse Feesten volledig zelf kunnen sturen. De politiek kan wel, meer dan nu het geval is, samen met de organisatoren de verschraling tegengaan door meer ruimte te creëren voor het culturele volkskarakter van de Feesten. Niet alleen door kleine en soms zeer grote initiatieven voldoende te subsidiëren, maar vooral door ze niet te laten verstikken in de sociale jungle van de Festivalitis.

Dus de overheid moet zelf een visie op haar Feesten blijven uitdragen – wars van vermarkting en commercialisering. Dat achteraf UNIZO tevreden is en dat honderden handelaars, restaurants en cafés gouden zaken hebben gedaan, is mooi meegenomen, maar kan nooit het fundament van de Feesten worden.

Van de overheid mag verwacht, nee, geëist worden dat zij actieve en passieve deelname aan cultuur bevordert, dat zij mensen helpt open te staan voor nieuwe, niet vermoede zaken. De mate waarin dit gebeurt afhankelijk stellen van de winst- en groeicijfers vormt op termijn een bedreiging voor de stedelijke beschaving.

“Van de overheid mag verwacht, nee, geëist worden dat zij actieve en passieve deelname aan cultuur bevordert”

Immers, de cultuur steeds afhankelijker maken van het opportunisme van grote sponsors , is ze in de armen drijven van de commercie. Dat mag de overheid ogenschijnlijk een mooi alibi verschaffen terug te wijken, voor de cultuur op de Feesten leidt het tot vergaande willekeur, eerst schaalvergroting en daarna verschraling en een situatie waarin het onmogelijk is een integrale visie en aanpak te ontwikkelen voor de lange termijn.

Wij verwachten dus van de stedelijke overheid een langetermijnvisie op de Feesten. Een visie die de schaalvergroting onverbiddelijk stopt.
Die het volksfeest promoot en niet de overconsumptie. Die de festivalitis een halt toeroept.

Die natuurlijk openstaat voor nieuwe culturele ontwikkelingen, maar zonder het bijzondere karakter van het culturele volksfeest schade te berokkenen. Die meer pogingen onderneemt om de openbare feestruimte zo te organiseren dat mensen met een handicap veel gemakkelijker toegang krijgen tot de Feesten.

Die zich meer moeite getroost om culturele minderheden, maar ook kinderen en senioren, en de nieuwe etnische groepen in de stad te betrekken bij het grootste volksfeest van de stad. Dan pas zal de Gentenaar deze stedelijke feesten erkennen als zijn stadsfeesten. Nu ontglippen die Feesten hem of haar.

Velen hebben in deze tijd de mond vol over het opnieuw verlangen naar een ‘gemeenschapsgevoel’. Intussen laten we de vrije markt de gemeenschap vooral fragmenteren: mensen en gemeenschappen uit elkaar drijven.

Marktwerking botst altijd met solidariteit. “Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat”, zingt Freek De Jonge nog steeds. Laten we het samen bepalen vooraleer het te laat is. Laten we de openbare ruimte nemen die ons toekomt. Laten we de Gentse Feesten redden van de vrije markt.

Eric Goeman

Eric Goeman is coördinator en moderator van de Gentse Feesten debatten en van vzw Trefpunt. Hij is ook woordvoerder van Attac Vlaanderen en voorzitter van Democratie 2000.

take down
the paywall
steun ons nu!