Kinderrechten krijgen zoveelste expert
Opinie, Nieuws, België, Watmet -

Kinderrechten krijgen zoveelste expert

Politici trekken zich (terecht) het lot aan van de drie Roemeense zusjes, maar keuren ondertussen wel wetten goed die het nog moeilijker maken voor niet-begeleide minderjarigen uit de EU om voor hun fundamentele rechten op te komen.

woensdag 29 juni 2011 17:19

Gisteren werd in de commissie Welzijn van het Vlaams parlement de kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen aan de tand gevoeld over het lot van de drie Roemeense zusjes. Vanobbergen blijkt sinds 31 maart niets meer te hebben gehoord over de drie kinderen, ondanks herhaaldelijk aandringen bij de Roemeense jeugdzorg.

Deze kinderen werden na een lang verblijf in Belgische gastgezinnen en na een veroordeling in België van hun vader voor zwaar kindermisbruik terug naar hun land gestuurd. De Roemeense zusjes Cristina (11), Andrea (8) en Brigitta (5) geraakten pas na drie pogingen op een vliegtuig richting thuisland. De eerste keer konden ze niet vertrekken omdat ze geen paspoort bij zich hadden, de tweede keer omdat België niet voor de verplichte noodzakelijke begeleiding had gezorgd op het vliegtuig. De derde keer liet mevrouw Turtelboom weten dat er een psychologe werd voorzien.

Het kinderrechtencommissariaat ging in eerste instantie akkoord om de kinderen te laten vertrekken. Dit op basis van de informatie dat de moeder haar kinderen terug wilde. De hereniging tussen ouder en kind is een recht.

Begin februari bleek echter dat de vader via zijn advocaat had gevraagd om na één derde van zijn effectieve straf in een cel van de gevangenis van Gent te mogen terugkeren naar Roemenië. Deze vrijwillige terugkeer werd toegestaan.

De Roemeense vader werd door de Belgische justitie veroordeeld voor het misbruik van zijn drie kinderen. De kinderen werden via videoverhoren ondervraagd nadat op de gsm van de vader kinderpornomateriaal werd aangetroffen. Ook had hij met één van de gastouders contact opgenomen om één van zijn kinderen te verkopen.

Het Gentse parket deed echter geen verder onderzoek naar de andere mannen die de kinderen misbruikten. Er kwam evenmin een onderzoek naar kinderhandel.

Na de commissie-Dutroux en de beloften die daar werden gemaakt om kindermisbruik internationaal harder aan te pakken is dat onbegrijpelijk. Het parket van Gent had perfect een rogatoire commissie kunnen sturen naar Roemenië.

Dit onderzoek wordt nu door Roemenië gevoerd, de vader werd bij aankomst in zijn thuisland  aangehouden en ook de moeder werd ondervraagd. Volgens de vader was zij diegene die de kinderen verhuurde aan andere mannen en die ook de foto’s heeft genomen. Duidelijk hieromtrent is er nog steeds niet.

De informatie van de vader kwam pas na de eerste poging de kinderen het land uit te zetten bij enkele parlementsleden terecht.

Pogingen van onder meer John Crombez (SP.A) om de uitzetting uit te stellen en op zijn minst meer duidelijkheid te vragen aan de Roemeense autoriteiten mochten niet baten. Minister van Justitie Stefaan De Clerck schermde met de eerdere toestemming van het kinderrechtencommissariaat en bleef in de pers het recht van de moeder om haar kinderen te zien met veel overtuiging verdedigen.

De kinderen kwamen echter nooit bij de moeder terecht. Zij is nu éénmaal verdachte in deze zaak. Ze zouden naar verluidt opgevangen worden door de jeugdbescherming.

Maar meer weten we dus niet. Ook al had minister De Clerck beloofd de zaak eigenhandig op te volgen. Na een vraag van gemeenschapssenator Güler Turan (SP.A) moest hij toegeven dat hij geen enkele mogelijkheid heeft om de situatie van deze kinderen te kennen. Turan merkte terecht op dat minister De Clerck zichzelf buitenspel heeft gezet doordat hij vooraf geen garanties heeft gevraagd aan de Roemeense autoriteiten.

Opvallend in deze zaak is dat geen enkele overheidsdienst duidelijkheid kan verschaffen over de juridische grondslag van deze ‘uitzetting’. Daarbij komt nog dat we het hier over minderjarigen hebben, die ondanks hun jeugdige leeftijd volledig aan hun lot werden overgelaten.

Oorzaak hiervan is volgens Karen Weis en Karen Van Laethem, beiden verbonden aan de onderzoeksgroep Fundamentele Rechten en Constitutionalisme van de Vrije Universiteit Brussel, de ongerechtvaardigde discriminatie tussen niet-begeleide minderjarigen van binnen de Europese Unie en die van buiten de Europese Unie.

Zo krijgen niet-begeleide Europese minderjarige asielzoekers, in tegenstelling tot de niet-Europese, geen voogd toegewezen waardoor ze over geen enkele mogelijkheid beschikken om hun belangen te verdedigen. Dit niet enkel tegen een mogelijke uitzetting, maar tegen elke maatregel die hen mogelijk kan schaden. Een minderjarige wordt in België namelijk geacht niet procesbekwaam te zijn en kan zonder voogd (of ouders) dus geen enkele handeling in rechte stellen.

En sinds het vertrek van de vader waren de kinderen dus niet-begeleide minderjarigen uit de EU op Belgisch grondgebied. Er werd echter geen voogd aangesteld.

Dat is een niet onbelangrijk gegeven. Er zijn namelijk een pak niet-begeleide minderjarigen uit de EU in ons land. Zo werd twee weken geleden nog een 16-jarige Slovaakse jongen uitgezet. Hij werd van zijn bed getild in een psychiatrische voorziening door de lokale politie van Melle en vervolgens overgeleverd aan de spoorwegpolitie van Gent die hem overhandigde aan twee mannen van de Slovaakse jeugdbescherming.

Ook hier kan geen enkele overheidsdienst antwoord verschaffen wie hier de opdracht heeft gegeven, of deze twee heren wel degelijk van de jeugdbescherming zijn en wat het lot is van deze jongen in zijn thuisland. Bij deze uitzetting werd zelfs geen advies van het kinderrechtencommissariaat gevraagd.

Gisteren werd in de commissie Migratie de strengere asielwet goedgekeurd. Mensen uit de EU hebben geen recht meer op OCMW-steun en geen recht meer op opvang.

Volgens Bart Somers, de auteur van het wetsvoorstel moeten mensen uit de Europese Unie kapitaalkrachtig genoeg zijn om te kunnen blijven.

Er zou wel nog materiële steun worden voorzien voor de kwetsbare groep minderjarigen. Met de lange wachtlijsten, de 2500 niet-begeleide minderjarigen van buiten de EU geeft deze materiële steun geen duidelijk kader waarin hun rechtswaarborgen worden verzekerd.

Ook schept dat geen enkele duidelijkheid hoe de betrokken overheidsdiensten handelen bij een uitzetting van al deze minderjarigen.

Dat een minderjarige die hier verzeild geraakt en geen familie heeft niet kapitaalkrachtig is, werd niet opgenomen in die wet. Ook niet zijn/haar rechtswaarborgen. Hopelijk kan iemand in het parlement daar nog de aandacht vestigen.Het wetsvoorstel moet nog worden goedgekeurd door het parlement. 

Er moet dringend een duidelijk juridisch kader komen op welke manier we deze kinderen kunnen opvangen en/of terugsturen naar hun thuisland.

Begeleiding is daar een minimum. Garanties van een duidelijk sociaal vangnet in hun thuisland ook.

Want op het terrein klinken luide alarmkreten. Niet alleen merkt de politie een sterke verhoging van niet-begeleide minderjarigen uit andere landen, ook Minor Ndako vzw trekt aan de alarmbel. Zij bieden een waaier aan begeleiding voor buitenlandse niet-begeleide minderjarigen aan.

Zij vangen jongeren op die nood hebben aan een structuur na een zwerfverleden, een als misdrijf omschreven feit, een psychiatrische problematiek of wanneer ze het slachtoffer zijn van mensenhandel.

Maar ook zij plaatsen nog amper kinderen en minderjarigen uit de EU omdat ze sowieso met een enorm plaatsgebrek kampen en deze kinderen geen voogd hebben die voor hun rechten kan pleiten.

De vraag is dus of verontwaardiging op zijn plaats is over de Roemeense meisjes. We kunnen dat erg vinden, politici kunnen er munt uitslaan door dit af te keuren maar ondertussen worden er wetten gestemd die deze grote groep kinderen nog meer verzwakken.

En of de dag nog niet druk genoeg was gisteren, werd – ook in de commissie Jeugd – door Chokri Mahassine (SP.A) een vraag gesteld aan Pascal Smet over het kinderrechtencommissariaat. Smet benadrukte het belang van een onafhankelijk kinderrechtencommissariaat.

Minister Smet vraagt ook een Nederlandse expert inzake kinderrechten om een constructieve evaluatie te maken van het kinderrechtenmiddenveld. Daar bovenop zou deze expert in kaart brengen welke taken een middenveld heeft bij het toezicht op de naleving van de kinderrechten. De minister hoopt op concrete beleidsaanbevelingen.

Beleidsaanbevelingen worden jaar op jaar gegeven in het jaarrapport van het kinderrechtencommissariaat. Zij pleiten elk jaar opnieuw voor betere rechtswaarborgen van de minderjarigen.

Minister Smet is naast minister van Onderwijs en Jeugd ook minister van Kinderrechten. Zijn ministermandaat zegt hier duidelijk dat hij moet toekijken of alle ministers binnen de Vlaamse regering het kinderrechtenverdrag naleven.

Hij moet dus ook zichzelf op de vingers tikken want onderwijs is een recht of je nu een handicap hebt of in een instelling zit. En op dat vlak blijven we kinderrechten schenden. Kinderen met een slecht gehoor wachten maanden op een tolk, kinderen in een residentiële voorziening van de Bijzondere Jeugdzorg kunnen soms weken en maanden niet naar school.

Maar er wordt nu dus een expert aangesteld. Kan de politiek nog functioneren zonder experten? Gewoon wetten aanpassen en bespreken en daarin rekening houden met de situatie op het terrein? De aanbevelingen van het kinderrechtencommissariaat omzetten in wetten ?

Of is het gemakkelijker Bruno Vanobbergen in een commissie ter verantwoording te roepen en te vragen hoe het mogelijk is dat hij niet weet hoe het met de Roemeense kinderen is gesteld?

Wel, hij kan dat niet weten. Omdat hij enkel een onafhankelijke adviserende functie heeft en geen mandaat om te handelen. Het wordt misschien tijd om dat onderdeel van de portefeuille van Smet in de vuilnisbak te kieperen. In plaats van een minister van Kinderrechten op papier te hebben die nog eens een expert wil inschakelen lijkt het raadzamer ervoor te zorgen dat de kinderrechtencommissaris het mandaat krijgt om in naam van kinderen te vechten voor hun rechten.

Zodat er morgen niet weer met selectieve verontwaardiging wordt gereageerd bij drie andere Roemeense kinderen die illegaal en onmenselijk het land worden uitgezet maar zodat iemand in naam van de vele niet-begeleide minderjarigen die een gemakkelijke prooi zijn van mensenhandelaars en pooiers, in naam van alle kinderen met een gehoorstoornis of in naam van alle kinderen in de bijzondere jeugdzorg hun rechten kan afdwingen.

Bij de komst van een strengere asielwet zou die kunnen zeggen dat er minstens aandacht moet zijn voor de vele niet-begeleide kinderen binnen de EU die we aantreffen op Belgisch grondgebied. Zoniet kunnen we als land beter de handdoek in de ring gooien en zeggen dat we het kinderrechtenverdrag dat België heeft geratificeerd maar een vodje papier vinden.

Daar is geen expert voor nodig.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!