Foto: Steven Geirnaert
Verslag, Nieuws -

De twee gezichten van Iran

Verzengende woestijn en besneeuwde pieken. Achterdocht naast oneindige gastvrijheid. Boerka’s maar ook plastische chirurgie. Repressie in een land dat we associëren met een hoogstaande cultuur. Een alcoholverbod maar opium op elke straathoek. Iran, een land vol tegenstellingen.

zondag 26 juni 2011 00:00

Tegenstellingen met nuances die geen weerklank krijgen in onze westerse media, waardoor we in Europa Iran enkel als het land van ayatollah, fatwa, uranium en mollah kennen. Tegenstellingen en breuklijnen die vooral liggen tussen stad en platteland.

We zijn een beetje verward… We fietsen al een maand door het dunbevolkte Iraanse Zagros bergketen. Iran had ons al van onze sokken geblazen door zijn onbegrensde gastvrijheid van de bevolking en tegelijkertijd achterdocht van het regime. Eenmaal aangekomen in Esfahan wordt het verhaal nog complexer en komen de breuklijnen in de Iraanse samenleving die op het platteland nog niet helemaal zichtbaar waren helemaal boven drijven.

Een maand lang zijn we ondergedompeld in het eenvoudige en gastvrije maar superconservatieve platteland. Elke avond opnieuw belanden we in huiskamers versierd met posters van Ayatollah Khomeini en Ahmadinedjad.

In Esfahan, tweede grootste stad en officieus culturele en liberale hoofdstad van het land, lijken we in een andere wereld te zijn beland. Alhoewel chadors (hoofddoeken) en mollahs (Sjiitische geestelijken) overal zijn, ruik je het parfum van verandering, modernisme en ontevredenheid met het regime. Jonge vrouwen dragen hun hoofddoek zo ver naar achteren zodat hij bij de minste windstoot lijkt te zullen wegwaaien. Groepjes jongens en meisjes ruiken in het park de kans om schuchter blikken met elkaar te wisselen. En toch is ook dit weer – net zoals zo vaak – weer schijn.

Enkele gesprekken met jongeren in Esfahan leren ons een ander verhaal. De overgrote meerderheid van de huwelijken is “gearrangeerd”. Dat wil zeggen: de ouders van de jongen kiezen een meisje – liefst in de familie. Scheiden gebeurt nauwelijks want de vrouw is meestal financieel afhankelijk en de mannen moeten bij scheiding een hoge geldsom betalen.

Een gewone relatie op basis van verliefdheid lijkt – zelfs in de steden – heel moeilijk. Een jongeman (22), knap en met een universitair diploma, zei ons dat hij niet aan een gewoon lief kan geraken: hij had al drie keer geprobeerd ‘om iets te gaan drinken’ maar dat was telkens op een fiasco uitgedraaid. Iedereen wantrouwt ook iedereen. Bij een eerste afspraakje vertelt niemand zijn echte naam.

Op het platteland waren we ook te gast bij een grote familie. Manlief had zich een tweede vrouw ‘aangeschaft’. De gelukkige bruid was jonger dan zijn oudste zoon.

Trainingspak verboden

De laatste verkiezingen en de daaropvolgende rellen hebben de breuklijnen in de Iraanse maatschappij duidelijk onderstreept. De Revolutie, die Ayatollah Khomeini en de zijnen in 1979 ontketenden, bepaalt nog altijd het leven in de Republiek. Het leven is er gebaseerd op Islamitische wetgeving en het zijn de mollahs (geestelijken) die de koers van het land bepalen. Het zijn vrijwilligers van het eerste uur, de basjisj, die nog altijd de bewakers van de revolutie zijn. Ze vormen een soort schaduwleger die elke anti-revolutionaire beweging of filosofie dient te smoren.

In Esfahan gingen we met onze gastfamilie in een park eten, maar dat was buiten de basjisj gerekend. Die weigerden de dochter van de familie de toegang tot het park omdat ze niet zedig genoeg was gekleed. Ze droeg nota bene een gewone joggingbroek. De ogen van de jonge puber sloegen vuur, maar tegenspreken is uit den boze. De vrijwilligers zijn de hoeksteen van de republiek en melden afwijkend gedrag aan de Islamitische apparatsjiks.

Ondertussen is de Islamitische Republiek dertig jaar oud en velen zijn revolutiemoe, ondanks verwoede pogingen van het regime om haat, propaganda en paranoia te zaaien. Laat je wel geen zand in de ogen strooien door de protesten naar aanleiding van de verkiezingen. De ontevredenen zijn een minderheid uit de steden. De grote ongeschoolde massa op het platteland gelooft graag de haat-praat van Ahmadinejad. De nieuwe sterke man koopt zijn populariteit namelijk met cash en het volk houdt de hand graag open voor de steun waarmee hij hun stem koopt. Stad versus platteland dat blijft dan ook het belangrijkste schisma van Iran.

Progressieve Iraniërs, vooral in steden zoals in Esfahan, zijn meesters in het aftasten van het toelaatbare. De repressie en de wispelturigheid van de overheid heeft hen geleerd creatief om te springen met de regels en vooral de intellectuele middenklasse die het regime de rug heeft toegekeerd zoekt achterpoortjes voor de overvloed aan wetten en regels.

Ook de media is in handen van de staat: niemand leest dan ook kranten, maar bijna iedereen heeft wel een satelliet om te kijken naar buitenlandse zenders die een ander geluid laten horen. Ook het internet wordt zwaar gecensureerd. In een internetcafé lukt het me niet eens om de website van “De Standaard’’ te openen. Toch kent elke jongere in de stad wel een manier om de censuur te omzeilen.

De hijab of hoofddoek is in Iran verplicht maar in de grote steden dragen de dames een minuscuul stukje textiel dat bij de minste windstoot lijkt te zullen wegwaaien.

Vreemd is ook dat het land met de strikte en puriteinse kledingsregels kampioen is in plastische chirurgie. Nergens ter wereld worden er zoveel nieuwe neuzen gezet als in Iran. Het is zelfs bon ton voor jongeren om met valse hechtingen rond te lopen. Een schuchtere poging om de revolutie een hak zetten en in de verf te zetten dat zij uiterlijk boven dogma verkiezen: de plastieken neus als revolutionaire expressie.

Op een avond net voor Esfahan slapen we bij een jonge Iranees en zijn familie – hij spreekt geen Engels maar we communiceren via het vertaalprogramma op zijn pc. Klik na klik leren we elkaar zo kennen. “Ik voel me opgesloten in mijn eigen land,” zegt de computer. “Ik wil zo snel mogelijk weg en een leven leiden als dat van jullie.”

De kamer, vol posters van westerse filmsterren, is een heel kleine oase van moderniteit in een oceaan van een voor hem vijandige omgeving. De jongen worstelt met het gebrek aan kansen, het regime en de dwang van de maatschappij en de Islam. Ondanks de kortstondige ontmoeting en onze moeilijke communicatie nemen we afscheid met tranen in de ogen.

De volgende nacht slapen we bij een ultraconservatieve, maar overvriendelijke, aanhanger van het regime. Zijn insignes en geweer uit de oorlog tussen in Iran en Irak staan in de leefruimte en hij ziet er uit als een heilige krijger. Maar hij is een hele warme papa en ontvangt ons met open armen. Hij bespeelt ’s avonds de Iraanse sitar en steelt mijn hart.

De zoete smaak van slechte alcohol

Alcohol is in Iran strikt verboden. We keken dan ook raar op toen we de eerste winkel binnenstapten. Rekken vol Tuborg en Heineken. De vreugde was van korte duur: alle ‘bieren’ zijn alcoholvrij. Maar zoals zo vaak in Iran is de straat een andere wereld dan thuis. Iraniërs – en vooral in de steden – scheppen graag op met hun gesmokkelde whisky of zelfgemaakte wijn. Het spul smaakt veelal verschrikkelijk. Voor hen echter overheerst de zoete smaak van de wraak van een illegale daad.

Regelmatig als we bij Iraniërs thuis worden uitgenodigd wordt na het avondeten de pijp boven gehaald. En zowel in Esfahan als op het omliggende platteland zitten ook de aanhangers van het regime ’s avonds en masse aan de opium. Een intellectuele spreidstand die enkel in schizofreen Iran mogelijk lijkt. Vanuit onze slaapzakken op de mat horen we de gesprekken, eerst nog levendig en enthousiast, langzaam doven en vertragen naarmate meer opium wordt geïnhaleerd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!