Foto Marian Coppieters
Opinie, Nieuws, België - Maarten Van Dyck

Goede bedoelingen, gevaarlijke woorden. En ook over Pascal Smet

Op het gevaar af dat het onderonsje tussen filosofen zou lijken te worden, wil ik nog een laatste keer reageren op Maarten Boudry en Johan Braeckman (“Nog meer hete aardappelen: over de vrije meningsuiting en het hellend vlak”). Dit kan misschien nog steeds helpen om een aantal zaken duidelijker te stellen en scherper te krijgen.

dinsdag 14 juni 2011 15:56

Ik licht een aantal passages uit hun tekst en vul ze aan met mijn bedenkingen.

1. Het argument dat Braeckman en Boudry ontwikkelden aan de hand van de analogie met het vernielen van stamcel-onderzoek verwees niet naar een hellend vlak, maar formuleerde een “moreel dilemma: waarom het ene goedpraten en het andere niet?” Bij een dilemma heb je echter twee opties waarbij je geen gronden hebt om de keuze te maken. Of je het nu als een hellend vlak ziet, of als een dilemma, het punt blijft: de argumenten voor de ene actie kunnen gewoon beter zijn dan die voor de andere. Misschien zijn die argumenten uiteindelijk onvoldoende, daar spreek ik me hier niet over uit (en ik denk niet dat we ons als filosofen daar een bijzondere expertise in moeten toe-eigenen), maar dat neemt niet weg dat ze beter kunnen zijn.

Het gaat me daarbij ook niet zozeer om vage “goede bedoelingen”, maar zoals uitgelegd om de aard van de argumenten. Dat lijkt me wel degelijk iets anders, en het is opvallend dat Boudry en Braeckman dit in die eerste termen beschrijven die ik bewust niet gebruikt heb. Het ene blijft beperkt tot de subjectieve toestand van de actievoerders, het tweede heeft ook betrekking op wat wij daarmee kunnen en moeten aanvangen. Anders gezegd, het gaat er niet in de eerste plaats over hoe zij hun opvattingen hebben, maar wat de redenen die zij daarvoor hebben voor ons betekenen. 

2. “Wie … het heft in eigen handen neemt, stelt zich op een ondemocratische manier superieur op”.

Zie om te beginnen mijn voorgaande opmerking wat betreft het verschil tussen de veronderstelde manier waarop de activisten hun overtuiging hebben, en de redenen waarom.

Laat me zonder verder commentaar ook citeren uit het oorspronkelijke stuk van Braeckman en Boudry: “Rabiate tegenstanders van ggo’s (en niets in hun tekst wijst er op dat dit niet zou verwijzen naar de actievoerders in Wetteren) zijn gedreven door de irrationele overtuiging dat alles wat ‘onnatuurlijk’ is, des duivels is.”

Juist, hiermee doe ik in de eerste plaats niets meer dan retorisch de bal terugspelen (wie stelt zich hier superieur op?), en daarmee help ik het debat niet vooruit, maar ik kom verder nog terug op het effect van een bepaalde retoriek. Gelukkig is echter ook voor Boudry en Braeckman de “ondemocratische manier” het belangrijkste element in hun afweging.

3. “De wettelijke en ethische regels die in onze democratie het onderzoek reguleren, vallen daar geenszins onder”, concluderen Boudry en Braeckman nadat ze hebben gesteld dat er eventueel wetten zijn die wel op een moreel verantwoorde manier overtreden kunnen worden.

Nu komen we tot de kern van de zaak. En misschien hebben de activisten hier wel degelijk iets beargumenteerd tegen in te brengen. Ik zou het alvast niet zo categoriek durven ontkennen als mijn collega’s. En om eerlijk te zijn: de overtrokken manier waarop er gereageerd werd op de actie (met als bijna “logische” gevolg daarvan het ontslag) doet me nog meer twijfelen.

Laat me beginnen met op te merken dat dit niet beperkt is tot deze zaak. Je hoeft geen radicaal te zijn om te stellen dat er in onze huidige wereld veel, heel veel, aan de meest fundamentele democratische processen onttrokken wordt.
Denk maar aan de manier waarop er met de financiële crisissen wordt omgegaan. Dat het hier ook gaat om zaken waar bijzonder veel globale financiële belangen met gemoeid zijn, is uiteraard niet toevallig. Laat me er daarbij op wijzen dat we in de bankensector ook zogenaamd democratisch gelegitimeerde controle-organen hadden die ons moesten beschermen tegen onnodige risico’s. Blijkbaar waren deze organen echter doortrokken door dezelfde hoogst irrationele logica die tot het nemen van onverantwoorde risico’s leidde. Misschien zijn we nu met ons allen wel het slachtoffer van het gebrek aan werkelijk kritische actie die deze mechanismen ongenadig had kunnen blootleggen.

Probeer ik hiermee de Bioveiligheidsraad in diskrediet te brengen? Daar zie ik gelukkig geen reden toe, maar dat is wat mij betreft ook niet het belangrijkste. Ik denk namelijk dat er wel veel zorgwekkends te signaleren valt over een model van technologietransfer dat schijnbaar onvermijdelijk (en hier zien we meteen het hele probleem) een steeds centralere plaats is gaan innemen binnen de manier waarop een universiteit onderzoek invult. En zoals ondertussen al op verschillende plaatsen toegelicht is, dat leidt er onmiskenbaar toe dat er allerlei verdoken beleidskeuzes doorgeduwd worden, zonder dat die de gebruikelijke democratische legitimeringsprocessen moeten doorlopen.

Moeten we daarom alle banden tussen universiteit en bedrijfswereld doorknippen? We zijn al lang het punt gepasseerd waar dit nog een optie zou zijn, maar laat ons asjeblief realistisch zijn. Dromen over een utopische universiteit heeft geen zin, maar alertheid voor de talrijke, vaak intrinsiek ondemocratische machtseffecten die onderzoeksfinanciering doorkruisen is echt wel op z’n plaats. De manier waarop ons onderzoek gereguleerd is, laat wel degelijk heel wat te wensen over vanuit ethisch (maar ook wetenschappelijk) standpunt. Dat zeggen impliceert ook niet dat je de “goede bedoelingen” van enige particuliere wetenschapper in vraag stelt. Alleen is dat niet wat telt, daar zijn we het dus over eens.

4. “Toen Henry David Thoreau weigerde belastingen te betalen uit protest tegen de slavernij, dan was dat moreel legitiem, ook al was het onwettelijk.”
Daar zullen de meesten van ons het ook over eens zijn, maar was dat ook zo toen hij zijn daad stelde? We hebben allemaal onze blinde vlekken, en het vraagt soms veel tijd voor we ons daar bewust van worden. Vandaar dat ik me enigszins ongemakkelijk voel bij de stelligheid waarmee Boudry en Braeckman schijnen te weten dat dit hier niet het geval is.

5. “Wie de acties van het FLM als ‘volledig geweldloos’ bestempelt, speelt trouwens een semantisch spelletje”.
Wie speelt hier semantische spelletjes? Het is heel duidelijk dat het voortdurend benadrukken hoe gewelddadig de actie wel niet was een heel specifieke rol speelde (en nog steeds speelt) in het a priori delegitimeren van de actie. En ja, daarin speelt het onmiddellijk wegzetten van de activisten als gedreven door louter irrationele overtuigingen ook een rol.

Opnieuw, ik zie het niet als mijn rol om uit te maken of de actie uiteindelijk legitiem was. Maar laat ons dat debat in de juiste termen voeren. En inderdaad lijkt het me erg zinvol om een “rij geparkeerde auto’s vandaliseren ook geen geweld” te noemen, vandaar dat we immers over vandaliseren spreken (wat weer iets anders is dan wat in Wetteren gebeurde).

Als het ontslag van Barbara Van Dyck iets geleerd heeft, is dat het nadenken over het gebruik van zo’n termen absoluut geen spelletje is. Tel maar na hoe vaak “geweld” en “gewelddadig” voorkomt in de communicatie van de KULeuven over deze zaak. En wie dat taalgebruik overneemt, doet dat misschien met de beste bedoelingen, maar dat maakt verder niets uit.
 
6. “Een grote meerderheid begrijpt dat deze zaak niet te maken heeft met het recht op vrije meningsuiting. Zoals iedereen stond en staat het Barbara Van Dyck vrij om haar mening over ggo’s of de veldproef te ventileren via alle beschikbare kanalen, op een democratische en geweldloze manier…”
Dat staat haar uiteraard niet langer volledig vrij: had ze verkondigd bereid te zijn haar mening aan te passen, dan zou ze niet ontslagen zijn. Zo simpel is het.

Is het werkelijk zo simpel? Ze werd toch niet gevraagd haar mening over ggo’s te herroepen, enkel haar mening over de legitimiteit van de actie? Ja, maar daarom is het zo belangrijk om erop te blijven hameren dat die mening fundamenteel ondersteund werd door argumenten over ggo’s en de gevolgen van een bepaald model van onderzoeksfinanciering.

Hoe je het ook draait of keert, ze werd verplicht om te stellen dat wat zij als goede argumenten zag, dat niet zijn. En dat komt toch wel erg dicht bij het bij dictaat opleggen welke meningen al dan niet aanvaardbaar zijn.

Het mooie aan ons ideaal van rechtspraak is dat daar eerst naar argumenten geluisterd wordt, voor mensen eventueel gestraft worden. Dat een universiteit aangeeft die idealen ondergeschikt te vinden aan het krampachtig beschermen van haar reputatie is op z’n minst zorgwekkend.

7. Als uitsmijter, omdat het niet altijd zo ernstig moet zijn, citeer ik graag nog de komiek Pascal Smet, in antwoord op een parlementaire vraag over het ontslag. “Ik denk dat mevrouw Meuleman het met me eens zal zijn dat landen, regimes of mensen die boeken verbranden omdat ze het niet eens zijn met de kennis die in die boeken staat, onaanvaardbaar zijn. We vinden dat met zijn allen. Eigenlijk is wat hier is gebeurd hetzelfde, het is van dezelfde orde.”
(http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showJournaalLijn.action?id=635510)

Genuanceerd geargumenteerd, zoals we ondertussen gewoon zijn van onze minister van Onderwijs. Onze universiteiten zijn in goede handen.

Deze tekst is een reactie op de volgende tekst(en):

https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/06/09/nog-meer-hete-aardappelen-over-de-vrije-meningsuiting-en-het-hellend-vlak

https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/06/07/activisme-en-het-hellende-vlak

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=723AQI9U

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=G0V3AVJ9V

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!