Opinie, Nieuws, Milieu, Samenleving, België, Aardappelproces - Maarten Boudry, Johan Braeckman

Nog meer hete aardappelen: over de vrije meningsuiting en het hellend vlak

De afgelopen dagen verschenen op DeWereldMorgen.be twee reacties op onze opiniebijdrage in De Standaard over de aardappelcontroverse. In dat stuk hadden we gesteld dat de vernietiging van wetenschappelijk onderzoek, dat op legale en democratische wijze tot stand kwam, en door de bevoegde Bioveiligheidsraad was goedgekeurd, op geen enkele manier kan vergoelijkt worden.

donderdag 9 juni 2011 14:03

Laten we de reacties in stijgende kwaliteit bespreken. Serge Gutwirth, die samen met Dirk Voorhoof en enkele ondertekenaars het oorspronkelijk stuk schreef waartegen onze bijdrage gericht was, reageert nu opnieuw in eigen naam. We zouden ‘kruisvaarders’ zijn van de wetenschap, een nieuwe vorm van ‘blasfemie’ in het leven geroepen hebben, slechte democraten zijn, en de vrije meningsuiting aan onze laars lappen.

Misbruik van vrije meningsuiting

Niet alleen in Gutwirths stuk, maar ook in de bijdragen van cultuurfilosoof Lieven De Cauter en de petities die voor de ontslagen onderzoekster Barbara Van Dyck circuleren, wordt bijzonder lichtzining omgesprongen met het concept ‘vrije meningsuiting’.

Een onderzoekster zou haar ‘mening’ met haar job bekocht hebben, wat als een flagrante schending van de vrije meningsuiting wordt beschouwd. Gutwirth moet het twee keer na elkaar herhalen, omdat we hardleers zouden zijn, maar het maakt zijn stelling niet minder vals.

Een grote meerderheid begrijpt dat deze zaak niets te maken heeft met het recht op vrije meningsuiting. Zoals iedereen stond en staat het Barbara Van Dyck vrij om haar mening over ggo’s of de veldproef te ventileren via alle beschikbare kanalen, op een democratische en geweldloze manier, en om haar tegenstanders van haar standpunt te overtuigen. Niemand belemmert dus haar gedachte- of gewetensvrijheid.

“Een grote meerderheid begrijpt dat deze zaak niets te maken heeft met het recht op vrije meningsuiting”

Wie in deze context schermt met het recht op vrije meningsuiting, holt dat begrip uit tot het recht om je mening op een agressieve manier af te dwingen en aan anderen op te leggen. Het is merkwaardig dat Gutwirth dit blijft volhouden, want in het persbericht van de KU Leuven staat het met zoveel woorden te lezen. De vertrouwensbreuk met Barbara van Dyck onstond niet zozeer omdat de rector haar mening niet kon smaken, maar omdat ze “deelnam aan de actie tegen een proefveld met genetisch gewijzigde aardappelen” en omdat de geplande “vernieling van het proefveld in Wetteren getuigt van het gewelddadig verhinderen van de wetenschappelijk ondersteunde mening van de tegenpartij”.

Hoewel Van Dyck zelf het veld niet betreden heeft, voor zover wij weten, was ze woordvoerster van het FLM op het moment van de vernieling. De facto nam ze dus deel aan de actie. Zijzelf zal overigens de laatste zijn om dat te ontkennen.

Goede en slechte argumenten

Daarmee willen we niet zeggen dat de sanctie tegen Barbara Van Dyck terecht was, of in proportie tot de feiten die ze eerlijk bekende, noch zeggen we daarmee dat alles conform het arbeidsrecht is verlopen. Maar wie voor Barbara Van Dyck in de bres wil springen, doet dat beter met degelijke argumenten en zonder de feiten te verdraaien.

“Maar wie voor Barbara Van Dyck in de bres wil springen, doet dat beter met degelijke argumenten en zonder de feiten te verdraaien”

Dat zoiets wel degelijk mogelijk is, blijkt uit het stuk van Maarten Van Dyck, die ook naar onze tekst verwijst, maar op een serene en doordachte manier bedenkingen plaatst bij de proportionaliteit van de sanctie, zonder van Barbara Van Dyck een martelares van de vrije meningsuiting te maken. De toon en inhoudelijke kwaliteit staan mijlenver van Gutwirths tirade. (Het is niet verwonderlijk dat De Standaard die laatste niet wou publiceren.)

Maarten Van Dyck stelt dat we niet zomaar naar de democratische legitimatie en het legale karakter van de veldproef kunnen verwijzen en doen alsof de kous daarmee af is. Een dergelijk “louter procedureel beroep op de democratische spelregels” miskent de specifieke argumenten van de actievoerders, en houdt geen rekening met zowel hun goede bedoelingen als de proportionaliteit van hun acties.

Onze analogie met de vernietiging van een lab waar stamcelonderzoek plaatsvindt, is in die zin misplaatst, volgens Van Dyck, omdat we gebruik maken van een ‘hellend vlak’: een relatief onschuldig vergrijp wordt afgekeurd omdat we anders ‘verglijden’ in nog veel ergere situaties.

Nobele intenties

Laat ons duidelijk zijn: niemand van ons twijfelt aan de goede intenties en de bezorgdheden van de meeste van de actievoerders. In ons stuk hebben we er wel op gewezen dat de bekommernis om het leefmilieu en de Derde Wereld ook door vele wetenschappers en politici wordt gedeeld die deze actie veroordeelden, in tegenstelling tot wat velen insinueren. Ook wij, nogal evident, delen die bezorgdheid.

“Laat ons duidelijk zijn: niemand van ons twijfelt aan de goede intenties en de bezorgdheden van de meeste van de actievoerders”

Maar ook iemand die een stamcellab vernietigt, kan dat doen uit onbaatzuchtige en goede bedoelingen: om de weerloze, ongeboren zieltjes van de embryo’s te beschermen bijvoorbeeld. Zelfs achter veel extremere vormen van geweld, zoals de aanslagen van Andreas Baader en Ulrike Meinhof in de jaren zeventig, kunnen goede bedoelingen schuilen.

Onze analogie was niet bedoeld om Gutwirth en Voorhoof op een hellend vlak te dwingen, maar om aan te tonen dat hun gebruik van symbolic speech en de ‘mensenrechten’ het niet langer mogelijk maakt om een onderscheid te maken tussen de vernietiging van een veldproef en van een stamcellab. We plaatsten hen dus voor een moreel dilemma: waarom het ene goedpraten en het andere niet?

De kwaliteit van de argumenten aan weerszijden is inderdaad van belang, zoals Maarten Van Dyck stelt, maar dat moet net op een democratische wijze beslecht worden. Wie de studie van de Bioveiligheidsraad wegwuift en het heft in eigen handen neemt, stelt zich op een ondemocratische manier superieur op.

Ggo-technologie heeft een potentieel grote impact op de voedselvoorziening van de komende decennia, maar dat zwaard snijdt aan twee kanten. Wat als de toekomst zou uitwijzen dat ggo’s wel degelijk een rol kunnen spelen in de oplossing van het voedselprobleem, de aantasting van het milieu door pesticiden, etc.?

Ter herinnering: de vernietigde veldproef wou testen of men een aardappelsoort kan kweken die resistent is tegen een schimmel, zodat men het gebruik van fungiciden reduceren kan. Als we het FLM zijn wil laten doordrijven, zullen we dat alles nooit te weten komen, omdat elk onderzoek ernaar wordt gedwarsboomd.

Geweldloos?

Maarten Van Dyck heeft ook een punt als hij zegt dat we met de proportionaliteit en de ‘gebruikte actiemethode’ moeten rekening houden, maar we betwijfelen of dat in het voordeel van de veldvernielers pleit.

Ook de bomspotters in Kleine Brogel of de actievoerders tegen het transport van nucleair afval dit weekend overtreden de wet (bv. betreding van een militair domein), maar ze richten geen doelbewuste vernielingen aan.

“Ook de bomspotters in Kleine Brogel of de actievoerders tegen het transport van nucleair afval overtreden de wet, maar ze richten geen doelbewuste vernielingen aan”

Wat als het FLM naast het proefveld (een privédomein) vreedzaam had geprotesteerd tegen ggo’s, zonder de proef te vernielen? Hun mening was even duidelijk geweest. Maar zou er dan zo’n storm van protest ontketend zijn, of zou er iemand zijn ontslagen?

Wie de acties van het FLM als ‘volledig geweldloos’ bestempelt, speelt trouwens een semantisch spelletje: er zijn inderdaad geen personen aangevallen, maar de actievoerders hebben op een berekende manier de omheining van het veld gesloopt en de gewassen vernield.

Als dat geen ‘geweld’ is, omdat het geen personen treft, dan is een rij geparkeerde auto’s vandaliseren ook geen geweld.

Het klopt dus niet dat we vinden dat een actie “die zich buiten de letter van de wet plaatst… nooit legitiem kan zijn”. Toen Henry David Thoreau weigerde belastingen te betalen uit protest tegen de slavernij, dan was dat moreel legitiem, ook al was het onwettelijk.

Het is wel degelijk moreel verantwoord om wetten te overtreden als die wetten ondemocratisch tot stand zijn gekomen, of een ondemocratisch systeem handhaven, of onrechtvaardige implicaties hebben. In die gevallen – en enkel in die gevallen – spreken we ook over ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’. De wettelijke en ethische regels die in onze democratie het onderzoek reguleren, vallen daar geenszins onder.

“Leuk als je van mening kan verschillen zonder dat je riskeert ontslagen te worden, hé”, zo werpt Gutwirth ons schamper toe in zijn openingszin. Dat is nogal vanzelfsprekend, maar het is minstens even leuk om als academici van mening te verschillen zonder elkaars onderzoek fysiek te vernietigen.

Een sereen debat over ggo-technologie is broodnodig, omdat er veel op het spel staat. Daarbij moeten we zowel aandacht schenken aan de wetenschappelijke kwesties, de mogelijke voor- en nadelen voor het milieu en de volksgezondheid, de problemen in verband met patentering en TRIPS, en het voedseltekort in de Derde Wereld.

“Een sereen debat over ggo-technologie is broodnodig, omdat er veel op het spel staat”

Dat debat is al jaren aan de gang, niet dankzij, maar in weerwil van de veldvernielers van het FLM.

Maarten Boudry en Johan Braeckman

Maarten Boudry en Johan Braeckman zijn verbonden aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen van de UGent.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!