Nieuws, Politiek, Palestina, Israël Palestina, Opstand Syrië -

Het Syrische regime en het misbruik van de Palestijnse zaak

Zelden of nooit is het martelaarschap van een Palestijn reden geweest tot Palestijnse wrok. Tot maandag 6 juni althans. Voor het eerst sinds Palestijnse heugenis voeren Palestijnen onderlinge strijd in Syrië. Alles heeft te maken met de twintig doden die door Israëlisch vuur het leven lieten tijdens een mars naar de bezette Golan-hoogvlaktes.

woensdag 8 juni 2011 15:45

Het werd al langer aangekondigd. Ter herdenking van de dramatische nederlaag van de Zesdaagse oorlog in Juni 1967 zouden dit jaar Palestijnse vluchtelingen vanuit Libanon en Syrië proberen de Israëlische grens over te steken. In Libanon deed het leger er alles aan dit te vermijden. Nog geen maand geleden, op 15 mei, stierven immers verschillende Palestijnen tijdens een herdenking van de Nakba aan de Israëlisch-Libanese grens. Libanon doet er alles aan de verhitte gemoederen te bedaren. Dit weekend werd het honderden Palestijnen verhinderd de vluchtelingenkampen te verlaten. Wie er toch in slaagde zich naar het zuiden te begeven, werd daar opgewacht door het Libanese leger dat massaal was uitgerukt.

Waarom Syrië?

In Syrië echter, waar doorgaans elke politieke activiteit nauwlettend in de gaten wordt gehouden, werden de Palestijnse vluchtelingen merkwaardig genoeg geen strobreed in de weg gelegd. Voor het uitbreken van de Syrische revolutie zou dit nochtans een ondenkbaar scenario zijn geweest. Hoewel Syrië en Israël technisch gezien altijd al in staat van oorlog zijn geweest, zijn de zionisten Bashar al-Assad en zijn vader altijd uiterst dankbaar geweest, omdat deze er steeds in slaagde enige beweging aan het Syrische front op een laag pitje te houden en zo de status-quo te handhaven.

Sinds 1973 werd er nauwelijks een schot gelost “voor de bevrijding van de Golan-hoogvlaktes”. Toch is Syrië sindsdien wel betrokken geweest bij ten minste twee oorlogen: de Libanese burgeroorlog en de Golfoorlog van 1991.

Nu het land echter in volle beroering is, probeert het regime een niet mis te verstane boodschap over te brengen. “Achtendertig jaar lang hebben we de grens ongemoeid gelaten, met gemak kunnen we die echter weer destabiliseren.” Aldus luidt de boodschap naar Washington en Tel Aviv.

Sommige bronnen maken zelfs gewag van een mogelijk aandeel van de Israëlische lobby in Amerika in de ogenschijnlijke onaantastbaarheid van het Syrische regime. Onder meer Philip Weiss, de coredacteur van Mondoweiss, is deze mening toegedaan. Het is op z’n minst frappant dat hoewel de Syrische dictatuur ondertussen meer dan duizend betogers heeft gedood en ontelbare anderen heeft gemarteld en opgesloten, de Amerikaanse president Obama tot nu toe geen uitspraak deed over Assad’s legitimiteit.

De kaarten van dictator Assad zijn in deze dan ook bijna uitgespeeld. Om aan te tonen dat hij de Israëli’s toch niet zo slecht gezind is, stuurde hij zijn Palestijnse proxies van de Popular Front for the Liberation of Palestine – General Command  de Israëlische grens op.

Palestijnse woede

Eenmaal terug in het kamp brak een massale woedegolf uit. De Palestijnen beseften immers zeer goed dat de gevallen doden slechts offers waren in functie van de politieke belangen van het Syrische regime. De Syrische staatstelevisie zond nagenoeg de hele dag rechtstreekse beelden uit vanuit de Syrische Golan. Mediaberichten over “martelaren die vielen om bezet Arabisch land te bevrijden” moesten de nodige emotionele resonantie veroorzaken.

Op hetzelfde moment echter beging datzelfde regime zelf een slachting die minstens even verwerpelijk is als de Israëlische. Het doel werd echter toch even bereikt: voor enkele dagen werd de aandacht afgeleid van de binnenlandse revolutie. Echter, door de bezetting van de Golan op dit moment opnieuw voor het voetlicht te brengen worden twee fundamenteel rechtvaardige kwesties onteerd: de terugvordering van Syrisch grondgebied en het Palestijnse streven naar bevrijding.

De entourage van de Palestijnse slachtoffers was hoe dan ook woedend op de PFLP-GC. Deze partij stuurde twintig jongeren de dood in, in de hoop zo het Syrische regime een dienst te bewijzen. Het duurde niet lang of de rouwende menigte stak het hoofdgebouw van de PFLP-GC in het vluchtelingenkamp Yarmuk in brand. Een dag later nam die Palestijnse groepering – ongetwijfeld met toestemming van het Syrische regime – de rouwende Palestijnen onder vuur. Er zijn al 13 doden en tientallen gewonden geteld.

Wat is de PFLP-GC?

De PFLP-GC is een partij die hoofdzakelijk gedomineerd wordt door één man: Ahmed Jibril. Jibril behoorde samen met Wadi Haddad, George Habash en Nayef Hawatmeh tot het kwartet dat de PFLP (Popular Front for the Liberation of Palestine) in 1967 oprichtte. Hij was de eerste die zich  van de moederbeweging wist af te scheiden en een quasi gelijknamige organisatie oprichtte. Dit gebeurde onder auspiciën van de Syrische staatsveiligheid (waar hij zich trouwens nooit heeft van kunnen losmaken).

Sinds 1968 wordt hij als niet veel meer dan een Syrische agent aanzien. Hij heeft dan ook steeds de Syrische belangen gediend. Zo streed hij mee aan de zijde van Syrië en de rechtse Falangisten – die later de slachting van Sabra en Shatilla zouden initiëren – tegen de linkse en progressieve strijdkrachten waartoe de Palestijnen destijds behoorden. Dit was reeds in 1976, tijdens de eerste fase van de Libanese burgeroorlog. Als het Syrische leger toen niet was tussengekomen, dan zou de burgeroorlog waarschijnlijk in 1976 en niet in 1991 zijn geëindigd.

Jibril was altijd al een bittere vijand van Arafat geweest. Deze laatste moest in 1982 tijdens het Israëlische beleg van Beiroet Libanon verlaten. Een jaar later probeerde hij in Tripoli terug voet aan wal te zetten. Dat werd hem verhinderd door niemand minder dan Jibril zelf, die in naam van Syrië handelde.

Anno 2011 is de PFLP-GC de enige Palestijnse groep die een noemenswaardige militaire aanwezigheid in Libanon kent. Haar aantal strijders wordt tussen de duizend en drieduizend geschat. In Libanon werd enkele jaren geleden hevige campagne gevoerd om die laatste Palestijnse groepering te ontwapenen. Onder Syrische druk is dat niet kunnen gebeuren. Als de PFLP-GC zijn leider verliest, dan staat er waarschijnlijk een scenario à la Abu Nidal te wachten. Die laatste Palestijnse nachtmerrie had ook een sterke organisatie die met zijn dood ten onder ging.

En Israël dan?

Wil dit alles zeggen dat Israël geen blaam treft? Integendeel. Israël heeft immers geen enkel excuus ongewapende demonstranten neer te maaien alsof het een kermisattractie betrof. Ongetwijfeld zullen in de toekomst meer en meer Palestijnen en andere Arabieren de Israëlische grens blijven bestoken, los van elke politieke berekening van eender welk regime.

Maar heeft Israël eigenlijk niet altijd de Palestijnen opgeroepen geweldloos verzet te plegen? Mannen en vrouwen die met vlaggen zwaaien kun je toch moeilijk zien als een existentieel gevaar voor het voortbestaan van de enige nucleaire macht in de regio.
Maar het is duidelijk dat Israël niet geïnteresseerd is in vrede. Het Syrisch regime is niet van plan om de macht uit handen te geven. En de Palestijnen zijn daar maar al te vaak de dupe van.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!