Verslag, Nieuws, Milieu -

Natuur wint rechtszaak tegen Ecuadoraanse provincie

De Vilcabamba, een rivier in het zuiden van Ecuador, heeft een rechtszaak gewonnen tegen het bestuur van de provincie Loja. Ecuador nam de rechten van de natuur in 2008 op in zijn grondwet, en het recente oordeel is een eerste concrete gevolg daarvan. Toch blijkt de bescherming van Moeder Natuur ook in Ecuador nog heel moeilijk.

dinsdag 7 juni 2011 01:14

Op 30 maart oordeelde het Grondwettelijk Hof van Ecuador dat het provinciebestuur van Loja onmiddellijk maatregelen moest treffen voor de bescherming van de Vilcabamba. Het provinciebestuur moet verhinderen dat de verbredingswerken aan de snelweg tussen de stad Vilcabamba en Quinara nog milieuschade aanrichten, en moet ook het puin ruimen dat eerder in de rivier was gestort.

De klacht in naam van de Vilcabamba werd ingediend door Richard Wheeler en Eleanor Geer Huddle, twee Amerikanen die in de regio leven. Volgens de grondwet kan iedereen, ook als men de buitenlandse nationaliteit heeft, de Ecuadoraanse overheid ter verantwoording roepen als de rechten van de natuur geschonden worden. De klagers baseerden zich op het feit dat de verbredingswerken aan de snelweg werden uitgevoerd zonder milieuvergunning.

Grondwet

Ecuadoraanse milieubeschermers zijn blij met het oordeel. Volgens milieujurist Mario Melo, een van de drijvende krachten achter de erkenning van de rechten van de natuur in Ecuador, bewijst de uitspraak de afdwingbaarheid van de nieuwe bepalingen die in 2008 in de grondwet werden opgenomen.

Melo is tevreden omdat het Grondwettelijk Hof onder meer verwijst naar het voorzorgsprincipe – de plicht om de natuur te beschermen tegen mogelijke milieuschade nu en in de toekomst – en de zorg voor toekomstige generaties. Maar het belangrijkste is volgens hem de omkering van de bewijslast. Het was aan het provinciebestuur van Loja om te bewijzen dat de werken geen negatieve invloed hadden op het milieu en die ook in de toekomst niet zouden hebben.

Achterpoortjes

Het oordeel over de Vilcabamba schept een precedent, maar milieubeschermers in Ecuador doen er niet euforisch over. Op veel punten is de nieuwe grondwet in tegenspraak met milieuwetten die eerder werden goedgekeurd, en dat biedt burgers, bedrijven en zelfs de staat nog veel achterpoortjes, zegt María Amparo Albán, het hoofd van het Ecuadoraans Centrum voor Milieurecht (CEDA).

De Ecuadoraanse regering lijkt ook geen haast te hebben met de uitvoering van alle verplichtingen die de grondwet haar oplegt. Zo moeten er een nationale ombudsman voor milieuzaken komen en een orgaan dat toekijkt op de situatie van het milieu en de naleving van alle wettelijke bepalingen, maar daar is nog niets van in huis gekomen.

Er is ook nog geen milieucode die alle relevante wetten bijeenbrengt en op elkaar afstemt, maar daar wordt volgens het ministerie van Milieu wel aan gewerkt.

Geen milieurechters

Speciale milieurechters zijn er ook nog niet, klaagt Ricardo Crespo, een advocaat die zich toelegt op milieuzaken. “Maar de oprichting van een dienst voor de vervolging van milieudelicten op de Galapagoseilanden levert wel interessante ervaringen op”, nuanceert Crespo. De Ecuadoraanse eilandengroep in de Stille Oceaan en de zee eromheen zijn helemaal erkend als natuurreservaat; er heerst dan ook een speciaal wettelijk regime.

Volgens Crespo ontbreekt in Ecuador ook de nodige coördinatie tussen het economische en het milieubeleid. Hij vindt dat er ook meer politieke wil nodig is om de vooruitstrevende milieubepalingen af te dwingen en de nodige middelen voor een beter milieubeheer ter beschikking te stellen.

Conventie voor Moeder Aarde

Naast Ecuador heeft enkel Bolivia de rechten van de natuur al wettelijk erkend. Nog een aantal andere landen maakt aanstalten om die voorbeelden te volgen. Academici en milieubeschermers uit verschillende landen hebben eerder dit jaar een campagne gelanceerd voor een internationale conventie die “Moeder Aarde” wereldwijd moet beschermen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!