Hedi Thabet en Mathurin Bolze in het stuk 'Ali' (foto: Théâtre de la Commune d'Aubervilliers)
Interview, Nieuws, Afrika, Cultuur, Brussel, Danstheater, Religie, Kif Kif, Censuur, Vrije meningsuiting, Joachim Ben Yakoub, Vrijheid, Ali, Circusschool, Tunesië, Jasmijnrevolutie, Overheidsrepressie, President Ben Ali, Arabische lente, Hedi Thabet, Pianofabriek, Mathurin Bolze, L'école sans filet, Théâtre de Suresnes, Danser à Tunis, Tunesische revolutie, Theater-gestapo, Soefi-gezangen, Trauma -

Ceci n’est pas du cirque! Hedi Thabet over theater en de Tunesische revolutie

De Tunesisch-Belgische circusregisseur Hedi Thabet is geen onbekende meer na zijn tournee met het stuk 'Ali', een duoproductie met Mathurin Bolze. Joachim Ben Yakoub interviewt hem over zijn leven, theater en de revolutie in Tunesië.

woensdag 1 juni 2011 18:55

Maar eigenlijk is Hedi Thabet geen artiest, ook geen regisseur. Thabet is geen danser, noch jongleur of acrobaat. Thabet is gewoonweg Hedi. Zoon van Lisbeth en Lotfi en iemand die altijd ‘nee’ antwoordt op mijn vragen.

Niet dat hij een tegendraads iemand is, maar wel iemand die steeds zoekt naar het juiste antwoord, om op een radicale en eerlijke manier te verduidelijken, om tot de essentie van de zaak, zijn werk en zijn verhaal te komen.

U bent opgegroeid met acrobatie en jongleren. Uw ouders, Lotfi en Lisbeth Thabet hebben een circusschool in Brussel opgericht: ‘L’école sans filet’.

Thabet: “Nee, zij hebben deze school niet opgericht. L’école sans filet is de school waar ik met circus ben gestart toen ik klein was. Mijn moeder werkte toen in het ziekenhuis van Elsene. Mijn vader volgde filmschool aan het Insas-instituut. Ik speelde voetbal en deed aan atletiek, maar verveelde mij rot.”

“Ik heb aan mijn moeder gevraagd of ik circus mocht doen en ik heb me zot geamuseerd. Op slag is mijn broer ook mee beginnen te doen. Ik zat er volledig in. Ik versleet mijn dagen in de circusschool. Ik ging van school rechtstreeks naar daar en kwam pas tegen tien uur ‘s avonds weer thuis. Mijn moeder volgde mij van dichtbij.”

“Op een bepaald moment werd L’école sans filet verplicht om te verhuizen. Ze vond een verlaten gebouw dicht bij Flagey, een oud weeshuis. Mijn moeder stelde voor om voor de plek te zorgen en beetje bij beetje hebben wij er ook onze woonst van gemaakt. Ik ben dus in de circusschool opgegroeid tot mijn twintigste. Ik was dag en nacht daar en zette er de boel op stelten. Het was een bijzondere weg, maar dat is altijd zo geweest in mijn familie.”

“Het circus was mijn leven. Ik stelde me zelfs de vraag of ik er mijn beroep van zou maken. Ik wou naar de essentie gaan van hetgeen waar ik van hou, maar zelfs toen waren er demagogen in het milieu.”

“Ik heb wel altijd een zekere helderheid kunnen behouden tegenover mezelf. Creatie moet vrij zijn, wat dit ook met zich meebrengt. Je mag in je werk geen toegevingen doen. Ik bevond mij relatief snel in conflict tegenover structuren en instituties.”

“Ik wou er niets meer mee te maken hebben. Ik heb heel mijn kindertijd, mijn adolescentie en mijn jeugd in het circus doorgebracht. Ik heb deze institutie dus zelfs mee gevoed, zonder mij vragen te stellen.”

“Ik geloof niet in instituties en ik heb mij ver weg gehouden van het circusmilieu. Kijk bijvoorbeeld naar ‘Ali’. Aangezien ik jongleur ben, en mijn maat, Mathurin Bolze, circusacrobaat, zou hetgeen wat we doen ‘cirque nouveau’ zijn. Dat is toch absurd?”

“Ik heb het circus al 15 jaar verlaten en ik kom nu bij mensen terecht die zeggen dat hetgeen wat ik doe circus is. Terwijl ik heel goed geplaatst ben om te weten dat ik geen circus op scène breng. Mensen hebben berusting nodig. Mensen hebben de nood om zaken in een kader te plaatsen.”

‘Waar kom je vandaan?’ ‘Kom je van het circus?’ Het is bijna zoals vragen naar je origine.

Thabet: “Precies! Op een dag, na het spelen van het stuk ‘Ali’ in Frankrijk, komt er een theaterdirecteur mij feliciteren en zegt: ‘Wat jullie doen is politiek!’ Ik denk twee seconden na: ‘Wat zegt die gast nu? Is het ‘politiek’ omdat het Ali heet en Ali een Arabische naam is?’ We zitten zodanig in een malaise, dat het hebben van een Arabische naam een politieke daad is geworden. We hadden het stuk evengoed ‘Jean-Pierre’ kunnen noemen! Mijn broer is mijn broer, punt aan de lijn!”

“Mensen hebben nood aan definities, anders zijn ze verloren. Dat is voor mij een manier om te zien dat mensen elkaar niet kennen. Hoe meer mensen elkaar niet kennen, hoe meer identiteiten zij claimen op basis van stommiteiten.”

Uw broer Ali speelt niet mee in het stuk ‘Ali’?

Thabet: “Nee. In het begin waren we met z’n drieën, maar op een gegeven moment eindigde ik met Mathurin voor een gedeelte van het stuk. Ik wou niet doorgaan zonder mijn broer, maar mijn broer vroeg mij om mijn mond te houden en voort te gaan zonder hem!”

“Hij heeft mij in een hoekje geduwd en ik heb voor een keer effectief mijn bakkes gehouden. Ali stelde mij gerust, we zouden later ons werk vervolgen, en dat is wat we nu aan het doen zijn. We krijgen hiervoor de steun van het Théâtre de Suresnes in Parijs.”

“Het is een stuk dat Ali, Soufiane Ben Youssef en mij al lang bezig houdt. Het is een stuk met drie dansers en 5 live soefi-zangers. Het stuk heet ‘Rayahzone’ en zal in maart 2012 in première gaan.”

U speelde het stuk ‘Ali’ op het festival ‘Danser à Tunis’ in maart 2011 op het Mad’art theater in Carthago. De media spraken van een cadeau voor de Tunesische revolutie!

Thabet: “Ah zo, dat had ik nog niet gehoord, dat is te veel van het goede! Voor mij is de revolutie het cadeau! Om terug naar daar te keren en te horen hoe alles gebeurde en de verrassing op zich, dát is het cadeau!”

“In een autoritaire samenleving heb je nooit verrassingen, het is dood, de langzame zelfmoord van alles. Met de revolutie is er tenminste verandering. Je kunt wel zeggen dat het daarna zal mislopen of dat het er allemaal beter op zal worden, maar nu is het tenminste levend!”

“Het is toch een beetje gek dat dit moest gebeuren tijdens de opnames van ‘Rayahzone’. Het stuk spreek namelijk van zaken die sterk verankerd zijn in de Tunesische samenleving. Zoals soefi-gezangen die spreken van belangrijke zaken die men aan het vergeten is, zoals ruïnes, de kwaliteiten van een archaïsche samenleving, van een vergeten land.”

“Ons bezoek aan Tunesië met een Europeaan, verbeeldt de relatie tussen geloof en ongeloof en het evenwicht tussen beide. Ik ben niet-gelovig, maar ik kan mij volledig laten gaan in de gezangen, ik heb het ook heel mijn leven gedaan met mij familie.”

“Ik vind mijn neef, die gelooft en gaat bidden minder dogmatisch dan rigide leken die zeggen dat God niet bestaat. Deze verhouding brengt veel dubbelzinnigheid met zich mee, maar men mag er niets uit besluiten.”

“Uiteindelijk is er veel nederigheid nodig om te zeggen dat ‘geloven of niet geloven’, niet de juiste vraag is. Men moet proberen te zien hoe men kan samenleven, met onze persoonlijke contradicties. Het is misschien wel een vulgaire samenvatting van het stuk, maar het enige dat ik wil zeggen is dat we op zoek zijn naar een evenwicht en dat om dit evenwicht te bereiken men veel vrijheid nodig heeft.”

“We waren dus in Tunesië voor de opnames van de soefi-gezangen en we wisten niet of er censuur zou zijn of de ‘theater-gestapo’ zou  komen zeggen: ‘Dit wel! Dit niet!’ Vroeger probeerden we het niet eens te doen. Nu er geen officiële censuur meer is, gaan we het doen en we zien wel wat er gebeurt!”

Fadhel Jaïbi, een Tunesische theaterregisseur heeft bezoek gekregen van de ‘theatergestapo’ voor zijn laatste stuk ‘Amnesie’. Zij hebben er ongeveer 270 passages uitgeknipt.

Thabet: “Het Tunesische systeem is onvoorstelbaar! Het is een vraag die ik mij echt stelde met betrekking tot een tekst die we willen voordragen, een vulgaire poëzie waar men heel de Tunesische samenleving beledigt.”

“Het is een gedicht van een anonieme Tunesische anarchist uit de jaren dertig. Hij heeft kritiek op heel de samenleving: op de beenhouwer, de imam, de rabbijn, de kolonisten. Hij zet ze allemaal te kakken: ‘De soldaten, de flikken, de dieven, de beenhouwer met zijn schapenvlees. Loop allemaal naar de maan! Wat we op school leren is gezeik! Of je nu een geleerde of analfabeet bent, het kan mij geen reet schelen!”

“Hij breekt alles af, en uiteindelijk legt hij uit: ‘Als je bij mij komt en je forceert mij op een of andere manier, dan kun je de boom in! Maar als je naar mij komt in vriendschap en broederschap, zal ik uw onvoorwaardelijke dienaar zijn.’ Hij voegt er nog aan toe: ‘Het is mijn karakter, het is zo. God heeft mij naakt op de wereld gebracht zonder schaamte. Ik ben vrij en ga liever met geheven hoofd naar de hel dan als slaaf te moeten leven in de hemel!’ Het is een tekst die de Tunesische samenleving heel erg gechoqueerd heeft, maar het is vooral heel heel grappig.”

Waar was u op 14 januari?

Thabet: “Ik was in Brussel, ik heb de revolutie in café ‘Archiduc’ gevierd. Normaal gezien drink ik geen alcohol, maar die dag heb ik wodka gedronken. Met mijn vrienden en mijn neef. Ik heb mijn vrienden en de familie opgebeld. Ik ben op straat gekomen met mijn gedachten volledig in Tunesië.”

“Ik leef niet in Tunesië maar ik voel het land wel. Bij de opstanden in Sidi Bouzid, en toen ze de portretten van Ben Ali vernielden, dacht ik wel dat het erg zou zijn, dat het stonk. We hadden geen enkele zekerheid, we wisten niet welke kant het zou opgaan.”

“Het was allemaal heel onzeker, maar ook mooi tegelijkertijd. Ik was hier, maar ik heb me nog nooit zo weinig op mijn plaats gevoeld als toen. Ik voelde mij volledig leeg tot op de dag dat mijn broer mij opbelde om mij te zeggen dat Ben Ali weg was. Het was zoals tegen een kind zeggen: ‘Er zijn geen spoken meer in huis’.”

“Het was compleet geschift! Ik ging naar buiten en wandelde opgelucht en alleen. Opgelucht dat ik kon ademen op iets dat voordien zo in mijn hoofd ingepakt zat. Ik zag mijn tijdgenoten, mijn buren uit de stad met hun alledaags bakkes alsof het hen niets kon schelen.”

“Ik stap verder en kom terecht op het Fernand Cocqplein waar er uit een appartement het Tunesische volkslied weergalmde. De mensen hadden het niet door. Ik was dus helemaal alleen de hymne aan het beluisteren. Het volkslied kan mij geen klote schelen, maar het heeft mij toen wel ontroerd. Het was een bijzondere dag. Ik heb wat er zich in Tunesië afspeelde uur per uur gevolgd.”

Bent u die dag ook bij uw reisagent langs gegaan om uw vliegtuigtiket te kopen?

Thabet: “Neen, ik had mijn ticket al. En wat er ook gebeurde, ik zou daar zijn voor ‘Rayahzone’. We hebben een kleine discussie gehad met het Théâtre des Suresnes. Zij vroegen zich af of het wel verantwoord was om op dat moment naar Tunesië te gaan. Uiteraard was het verantwoord! Die vraag stelt zich toch niet?”

“Het was irreëel! Ik voelde dat alles veranderd was. Alleen al het gedrag van de politie, ze waren allemaal een beetje het noorden kwijt. Alsof ze een slag op hun hoofd hadden gekregen en al hun geloofwaardigheid verloren hadden. Alles wat de orde in een samenleving bewaart, de repressie met andere woorden, dat zijn mensen.”

“Soms vergeten mensen dat. Men denkt dat de macht onbereikbaar is. Maar op slag veranderde dus de blik van de politieagenten. Zo herinner ik mij een politieagent die aan een meisje vroeg om achter de hekken te gaan staan. Een zaak die vroeger logisch geweest zou zijn. Maar nu keek zij de politieagent aan en speelde met hem zonder zich te verroeren. Hij had geen enkele autoriteit meer.”

“De getuigenissen van de mensen daar zijn overweldigend. Als je te horen krijgt dat uw bakker 15 jaar in de bak heeft gezeten zonder proces en dat hij gefolterd is geweest. Dat hij van huis vertrokken was om voor zijn vrouw boodschappen te doen en dat ze hem gevangen hebben.”

“Hij had toen een baby van 6 maanden. Hij zag haar dus pas terug toen ze 15 was. Er zijn dingen die je je niet kunt voorstellen. Het pijnlijke is, dat al die dingen in stilte gebeurden.”

Zou het trauma van het algemene stilzwijgen in de samenleving geen gevaarlijke psychose met zich mee kunnen brengen nu het hek van de dam is?

Thabet: “Het is inderdaad gevaarlijk, maar wat moeten we kiezen? Het gevaar van het zwijgen of het gevaar van het spreken? Men kan hier niet op antwoorden. Je moet die dingen kanaliseren. En dat het er allemaal maar uit komt!”

“Dat is sowieso belangrijk. Nu zijn er tenminste mensen die nooit meer aan het systeem onderworpen zullen zijn, terwijl zij er vroeger enorm onder leden.”

Hoe deze explosie van vrijheid kanaliseren?

Thabet: “Dat zal tijd nemen. Het is gemakkelijker om een slecht systeem te vernietigen dan om iets nieuws op te bouwen. Het is allemaal heel onzeker. Maar onzekerheid is toch een gelukkig perspectief in vergelijking met de repressieve ‘zekerheden’ van het vorige regime. We zullen stront over ons krijgen, maar er zullen vooral fantastische dingen uit voortkomen.”

De Belgische Tunesiërs lijken mij over het algemeen optimistischer dan de mensen in Tunesië. Klopt dit?

Thabet: “Nee, de mensen in Tunesië zijn misschien gewoon realistischer. Op dezelfde manier waren wij tijdens de dictatuur optimistischer om daar 15 dagen op vakantie te gaan, dan zij om daar te zijn en hun gasrekening te moeten betalen. Het is niet hetzelfde standpunt. Men moet hier veel nederigheid aan de dag stellen.”

“Maar als de mensen mij zeggen dat het nu slecht gaat omdat de flikken ons nog steeds afranselen, antwoord ik dat het effectief zo is dat de flikken nog steeds journalisten slaan, maar dat de journalisten er nu wel over op televisie praten.”

“De minister heeft zich ook openlijk geëxcuseerd. Daarbovenop hebben de journalisten geantwoord dat de excuses hen geen klote konden schelen. Het is waar dat alles wat er gebeurt niet netjes is, maar probeert u zich dat eens voor te stellen zes maanden geleden?”

“Dat bestond toen nog niet eens! Het is dus effectief rotzooi, maar rotzooi die we ons 6 maanden geleden niet hadden kunnen voorstellen.”

“Er is een fundamenteel verschil. Nu worden ze in elkaar geslagen, maar je ziet het op televisie, terwijl je er vroeger niets over hoorde. Het probleem is dat de revolutie zo onverwacht is gebeurd en dat de mensen stante pede een nieuwe samenleving willen.”

“We zijn nu nog geen 6 maanden verwijderd van een radicale omwenteling. Maar toen ik daar was, heerste er geen chaos. Het was wel ingewikkeld, maar goed.”

“De landen in Zuid-Amerika die hun politiek systeem radicaal veranderd hebben, die hebben dat uiteindelijk ook niet op één, twee, drie gedaan. En de Arabieren zouden dat in 30 seconden moeten doen?”

“Het is een dynamiek die tijd vraagt. De kenmerken van de repressie zijn allemaal zo ingebed in de samenleving. Er zijn geconditioneerde relfexen. Zelfs de flik, die weet dat hij niet meer mag kloppen, maar hij is het zo gewend. Het zal tijd vragen.”

Je kan Hedi aan de slag zien op 4 juni tijdens de solidariteitsdag met  met de Arabische lente, in de Pianofabriek in Brussel!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!