Nieuws, Cultuur, Recensie, CD-bespreking, Smith westerns -

Luisterpost: Smith Westerns ‘Dye It Blonde’

Soms blijft een plaatje aan je kleven. Dat is het geval met ‘Dye It Blonde’, de eerste studio-cd van het piepjonge Amerikaanse indiegezelschap Smith Westerns. Klassieke pop met een lo-fi-kantje die ons weer vrolijk fluitend als een distelvink door de dag jaagt.

zaterdag 28 mei 2011 17:02
Spread the love

Het is niet de eerste keer dit jaar dat we van een jonge band een déjà-gevoel meekregen, maar eerder als artistiek statement dan als een vale kopie. We denken daarbij aan de fijngruizige plaatjes van Yuck (wel een afgrijselijke hoes, maar allez) en Papercuts. Twee platen die we nu al in onze eindlijst zien figureren en daar komt het ultrakorte ‘Dye It Blonde’ van Smith Westerns nu met veel gemak bij. Ook al is de plaat al een tijdje uit, toch vinden we het ruim de moeite om ze in het zonnetje te zetten.

Enthousiast

Het gezelschap uit Chicago bestaat uit vocalist/gitarist Cullen Omori en bassist Cameron Omori (inderdaad broers) en gitarist Max Kakacek. We kennen hen reeds van hun in de kelder opgenomen debuut ‘Smith Westerns’ (2009) waarop ze dachten dat ze de hele glampop uit het begin van de jaren ’70 moesten heruitvinden. Het klonk allemaal héél enthousiast, maar tegelijk lichtjes onbeholpen. En het is precies op dat punt dat het gezelschap op hun tweede plaat met reuzenschreden vooruit is gegaan. 

Retro is het nieuwe modern

Dit klinkt nog even fris en aanstekelijk, maar tegelijk heb je het idee dat ze heel goed weten waarheen ze willen. Dat op het eerste gehoor vrij retro. Ook nu komt de geest van Mick Ronson (Bowiegitarist ten tijde van ‘The Rise and Fall of Ziggy Stardust and The Spiders From Mars’) wel eens om de hoek  piepen, bij voorbeeld in ‘Still New’. Tegelijk is er de onwaarschijnlijke kracht van de songs van het gezelschap die ervoor zorgt dat je als luisteraar na het draaien van de tien songs het hoofd vol hebt van hun melodietjes, meer catchy dan een tube minuutlijm. Soms klinken ze als Big Star gekruist met Divine Comedy of illustreren ze ten overvloede dat in hun jeugdige hoofden de erfenis van de Beatles en de garagerockbandjes uit de sixties levendiger dan ooit is. Het lijkt haast karikaturaal, maar ook wiegende koortjes, majestueuze gitaarlijnen (luister maar naar het fantastische ‘All Die Young’) en de cinemascopische horizons van E.L.O. lijken nooit ver weg. Check maar ‘Fallen In Love’. 

Slag om de arm

Tekstueel profileert de groep zich ook nog tussen haar grote voorbeelden (véél lovetalk…) maar ze houden met een titel als ‘Imagine Pt. 3’ wel een slag om de arm. 

Het hele zaakje werd geproduceerd door Chris Coady (Beach House, Yeah Yeah Yeahs, TV On The Radio…) en heeft de lengte van een ouderwetse vinylplaat met net iets meer dan 35 minuten, maar laat heel veel van de prefab-rommel (vult u zelf maar in) die we tegenwoordig opgesplitst krijgen op – onder meer –  Radio 1 ver achter zich. 

Beoordeling: ++++

(Domino)

De groep speelt deze zomer op Pukkelpop.

take down
the paywall
steun ons nu!