Steeds meer Arabieren willen onafhankelijke vakbonden
Verslag, Nieuws, Wereld -

Steeds meer Arabieren willen onafhankelijke vakbonden

GENEVA — Veel vakbonden in de Arabische wereld zijn verbonden aan de overheid, maar er beginnen onafhankelijke vakbonden op te komen. In Tunesië en Egypte hebben ze een grote rol gespeeld in de opstand, in Algerije en Bahrein proberen ze mensen de straat op te krijgen. Ze willen dat de staat de economische transitie goed in de hand houdt en niet alles privatiseert.

vrijdag 27 mei 2011 14:47
Spread the love

“Omkeerbare jassen zijn uitverkocht, grappen we in Tunesië”, zegt Belgacem Afaya, secretaris-generaal van de Algemene Federatie van Gezondheid. “Sommige vakbondsleden die bij het regime hoorden, hebben nu hun jas binnenstebuiten gedaan en steunen ineens de revolutie. Maar dat proces heeft zijn grens nu bereikt.”

Afaya’s vakbond is aangesloten bij de UGTT, de koepelorganisatie van vakbonden die een centrale rol speelde in de massale protesten in Tunesië, in januari. Hij is aanwezig op een vergadering van de Public Services International (PSI), een mondiaal verbond van dienstenvakbonden. In de Arabische regio verenigt ze 36 vakbonden.

Regeringsgezind

“De meeste vakbonden staan dicht bij de regering”, zegt Ghassan Slaiby, ondersecretatris voor de Arabische landen bij de PSI. “Slechts twee federaties hebben de revoluties gesteund: de UGTT in Tunesië en een nieuwe federatie in Bahrein.” In Jemen is één PSI-vakbond voor de opstand, twee anderen zijn tegen.

In Egypte zijn onlangs twee onafhankelijke vakbonden opgericht, die onder Mubarak nog waren verboden. Ze hebben actief meegedaan aan de opstand. Er zijn er meer in de maak, maar de oude vakbonden bestaan nog. Ze steunen intussen de nieuwe regering. “Ze weten hoe het moet”, zegt Slaiby ironisch. “In Egypte zijn er nog genoeg omkeerbare jassen.”

Ook nu de dictator weg is, blijft de situatie in Tunesië penibel, zegt Afaya. De buitenlandse schuld bedraagt 40 procent van het bruto binnenlands product, zegt hij. De regering blijft nieuwe leningen afsluiten in plaats van het geld terug te halen dat Ben Ali en zijn clan hebben gestolen, de belastingen eerlijker te verdelen, overheidsdiensten te versterken en de toegang tot zorg te verbeteren.

Privatiseren

Ook in Algerije is een radicale verandering nodig, zegt Nassira Ghozlane, secretaris-generaal van de ambtenarenvakbond (Snapap). Grote privatiseringen hebben geleid tot het sluiten van duizenden staatsbedrijven. De verkoop van water, olie en gas aan buitenlandse bedrijven gaat door. “Wij zijn tegen deze privatiseringen”, zegt ze. “Miljoenen Algerijnen verdienen 25 euro per maand. Zelfs artsen verdienen niet meer dan 40 tot 90 euro.”

De visie van PSI op privatiseringen is veranderd in de loop der tijd, zegt Slaiby. “In het begin dachten we dat we met ze moesten onderhandelen. Toen waren we voorstander van publiek-private partnerschappen. Nu zijn we ronduit tegen privatiseringen. We hebben er ervaring mee en we kunnen niet meer doen alsof de private sector efficiënter werkt of goedkoper is. We willen een goede publieke dienstverlening, maar we moeten ze hervormen.”

Dat kost geld en daarom moeten er belastingen komen, herverdeling van inkomsten en publieke uitgaven. “Recente studies keren daar toch weer naar terug. De financiële crisis heeft laten zien dat de staat nodig is voor sociale rechtvaardigheid.”

– – – – – – – –
Auteur: Isolda Agazzi

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!