De situatie van Koerdische kinderen in Turkije is benard. Daar wordt niet vaak over gesproken maar het is geweten en het is neergeschreven in vele duizenden pagina’s verslagen door professionals en ‘mensen die het kunnen weten’. Zo werd er in januari 2010 nog een honderdzestig pagina’s tellend rapport uitgegeven door het Kurdish Human Rights Project (KHRP) over de situatie van Koerdische kinderen in Turkije.

Hoewel zowel de Turkse overheid als de verschillende internationale organisaties die gevestigd zijn in Turkije in hun statistieken geen onderscheid maken tussen de verschillende culturele, linguistieke en religieuze groepen, toont het rapport aan dat de situatie van Koerdische kinderen een pak slechter is dan die van etnisch Turkse kinderen. De economische kloof tussen het westen en het (Koerdische) oosten van het land is dan ook gigantisch. Inkomens in het westen halen Europese niveaus, inkomens in het oosten zijn gelijk met die van de armste landen ter wereld. 60% van de Turkse Koerden leeft onder de armoedegrens.

Die armoede is ondermeer het gevolg van de massale gedwongen verplaatsingen in de jaren ’90, toen de Turkse militairen ongeveer 3500 dorpen in het zuidoosten vernietigden in hun strijd tegen de PKK. Huisvesting is daardoor een groot obstakel in de ontwikkeling en het welzijn van Koerdische kinderen. Koerdische gezinnen, hun aantal wordt geschat op 3,5 miljoen, trokken en trekken nog steeds massaal naar de steden waar er te weinig aanbod is op de huizenmarkt en ongeveer de helft van de woningen aan renovatie toe is. Als resultaat zijn veel sloppenwijken ontstaan: een groot aantal kinderen leeft in wijken met modderige straten, problemen met transport en communicatie, niet genoeg groene ruimtes, speeltuinen en winkels.

Onderzoek wijst uit dat het aantal IDP’s (Internally Displaced Persons) in een bepaalde regio samenhangt met kinderarbeid en straatkinderen. De link tussen gedwongen migratie en deze problemen is echter nog steeds taboe in Turkije. Dit zorgt er volgens KHRP voor dat preventie- en rehabilitatieprojecten voor kinderen vaak niet efficiënt zijn of zelfs de families en de kinderen culpabiliseren en criminaliseren. Er is ook een nijpend gebrek aan middelen voor zulke projecten.

Ook wat onderwijs betreft is duidelijk dat Koerdische kinderen benadeeld worden omwille van hun afkomst. In vergelijking met andere scholen scoren de scholen in het zuidoosten zeer slecht bij nationale testen omdat de kinderen niet onderwezen worden in hun moedertaal. Onderwijs in het Koerdisch is nog steeds verboden.


Antiterreurwetgeving genadeloos voor Koerdische kinderen

Hoewel Turkije de laatste jaren onder druk van de Europese Unie begonnen is met het uitwerken van een kinderrechtenapparaat vinden er tegelijkertijd ontwikkelingen plaats die een grote stap achteruit betekenen. De Anti Terreur Wet en de Wet op de Politiemachten zijn de meest bekende voorbeelden. Het rapport van KHRP besteed veel aandacht aan de gevallen waar kinderen in de gevangenis worden gezet naar aanleiding van hun deelname aan protesten maar ook Amnesty International en Human Rights Watch brachten hierover dit jaar rapporten uit. Sinds 2006 werden duizenden kinderen, sommigen nauwelijks 12 jaar oud, vervolgd onder de anti-terrorismewetgeving wegens hun vermeende deelname aan pro-Koerdische betogingen.

Na hun arrestatie werden de kinderen in detentiecentra voor volwassenen opgesloten zonder dat ze contact konden maken met hun advocaten of hun familie. Eens zij in staat van beschuldiging werden gesteld, werden vele kinderen verschillende maanden tot zelfs langer dan een jaar in voorhechtenis geplaatst. Tijdens de detentieperiode hebben de kinderen geen toegang tot onderwijs, gezondheidsfaciliteiten of ontspanning. De kinderen getuigen van mishandeling en foltering. Bovendien schendt de Turkse staat op deze manier de vrijheid van meningsuiting, die ook voor kinderen geldt. Participatie is één van de drie kernprincipes van het Kinderrechtenverdrag.

In juli 2010 wijzigde de Turkse regering de wet om de vervolging van minderjarige betogers onder de anti-terrorismewetgeving te voorkomen. De veroordelingen van kinderen volgens de anti-terrorismewetgeving zouden dan ook nietig verklaard moeten worden. De kinderen die in het kader van andere wetten werden vervolgd, moeten nu in jeugdrechtbanken berecht worden en niet meer in de Speciale Rechtbanken voor Zware misdaden. Ondanks deze positieve stap, werden vele kinderen nog niet vrijgelaten omdat de overdracht van de dossiers naar de jeugdrechtbanken zeer traag loopt. In bepaalde provincies is er ook een tekort aan jeugdrechtbanken.

Deze kinderen zijn vaak diezelfde kinderen die na een gedwongen migratie, die gepaard gaan met trauma’s voor de families, terechtkwamen in de armoede van grote steden zoals Diyarbakir. En zo is de vicieuze cirkel rond: geweld – vluchten –armoede – geweld…

Interparlementaire Werkgroep voor de Koerden en BDP sturen kinderrechtengezant naar Turkije

Al deze dingen weten we uit verslagen van gerespecteerde internationale mensenrechten – en kinderrechtenorganisaties. De Interparlementaire Werkgroep voor de Koerden stuurt nu in samenwerking met de BDP (Vrijheid en Democratie Partij) een afgevaardigde naar het zuidoosten van Turkije om na te gaan hoe al die aanbevelingen zoveel mogelijk omgezet kunnen worden naar de praktijk. Omdat voor elkaar te krijgen is immers meer nodig dan goede bedoelingen. Europese, nationale en lokale overheden zullen stevig politiek werk moeten leveren.

De aanbevelingen van het rapport van KHRP worden daarbij in het achterhoofd gehouden. In de eerste plaats moet de plaats van het Koerdisch conflict in de benarde situatie van de kinderen erkend worden om de problemen bij de wortel aan te pakken. Welke de levensdomeinen ook zijn waarop de rechten van de kinderen geschonden worden, economisch, juridisch, enz, de oplossing ligt steeds in een vreedzame oplossing van het conflict. Tegelijkertijd zal een duurzame oplossing van het conflict sowieso hand in hand moeten gaan met het beschermen van de rechten van kinderen, waardoor die kunnen uitgroeien tot evenwichtige vrouwen en mannen die zich inzetten voor het vredesproces.

Daarvoor moet er gewerkt worden aan het versterken van niet gouvernementele organisaties die zich specialiseren in kinderrechten. Die moeten er voor zorgen dat de grote kloof tussen wetgeving en praktijk gedicht wordt in samenwerking met de lokale en nationale overheden.

De Europese Unie heeft hierbij de taak om kinderrechten van dichtbij en continu te monitoren en financieel te ondersteunen. De fondsen van het ‘European Instrument for Democracy and Human Rights’ en de ‘Instrument for Pre-Accesion Assistance’ kunnen daarvoor aangewend worden. Deze goede voornemens werden al in verschillende beleidsdocumenten van de Unie vermeld.

De kinderrechtengezant zal regelmatig rapporteren over de situatie ter plaatse en in samenwerking met de BDP en de IWK in contact treden met de bevoegde Europese beleidsmakers en NGO’s. Ter plaatse zal de gezant kinderrechtenactoren adviseren en ondersteunen bij beleidswerk en fondsenwerving.


Nina Henkens is lid van de interparlementaire werkgroep' 'waarnemend'

 

 

 


* THE SITUATION OF KURDISH CHILDREN IN TURKEY, Fact finding mission and research report, Kurdish Human Rights Project, januari 2010, http://www.nrc.ch/8025708F004CE90B/%28httpDocuments%29/4A0EEC99415FD7F8C12577270046C020/$file/The+Situation+of+Kurdish+Children+ONLINE1.pdf

* http://zaroken.blogspot.com/ : Blog van de kinderrechtengezant

* FIELD VISIT REPORT ON CHILDREN DEEMED TO BE TERRORIST OFFENDERS FOR PARTICIPATING IN DEMONSTRATIONS, Unicef, 2009

* CHILDREN ARE NOT TERRORISTS! Ngo report to the Committee on the Rights of the Child on Juvenile justice and armed conflict in Turkey, Justice fort Children Initiative in Turkey, april 2009

* ALL CHILDREN HAVE RIGHTS, End unfair prosecutions of children under anti terrorism legislation in Turkey, Amnesty International, 2010

Nieuws, Wereld, Ontwikkeling, Turkije, Koerden, Pkk, Koerdistan, Terrorisme, Ongelijke ontwikkeling, Infrastructuurprojecten, Diyarbakir, Erdogan, AKP, Anatolië, GAP, Gewapende strijd -

Turks Koerdistan nog steeds onderontwikkeld gebied

De Koerden genieten weinig faam, en als er al over hen gesproken wordt, is het meestal in weinig flatterende termen zoals 'terroristen of separatisten'. Maar er is meer aan de hand. Nina Henkens bericht vanuit Diyarbakir.

vrijdag 20 mei 2011 19:15
Spread the love

De Koerdische regio is chronisch onderontwikkeld. Het gewapende conflict dat de laatste jaren sterk in intensiteit is afgenomen, heeft desastreuze gevolgen gehad voor de welvaart in het oosten van Turkije.

Ook internationale, neoliberale hervormingen waren niet bevordelijk voor duurzame ontwikkeling. De pogingen van de Turkse regering om te investeren in de regio over de hoofden van de bevolking heen hebben weinig of geen resultaat.

Onderontwikkeling

De – hoofdzakelijk – Koerdische provincies van het oosten en zuidoosten zijn de minst ontwikkelde provincies van Turkije. Het verschil met het westen van het land is zo groot dat – wat inkomensongelijkheid betreft – Turkije de tweede plaats inneemt in de lijsten van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

Volgens een rapport van de Wereldbank uit 2001 “neemt de ontwikkeling af van het westen van Turkije naar het oosten ervan. Dit zelfs in die mate dat westelijk Turkije gelijkgesteld kan worden met een West-Europees land, terwijl het oosten in veel aspecten overeenkomt met een ontwikkelingsland.” Zo’n 60 procent van de bevolking leeft er onder de armoedegrens.

Het conflict tussen de Turkse staat en de PKK

Er zijn verschillende redenen voor de onderontwikkeling van de Koerdische gebieden, maar de belangrijkste reden is het gewapende conflict dat sinds de jaren tachtig heerst tussen de Turkse staat en de rebellen van de pro-Koerdische PKK.

Het conflict had een verwoestend effect op de landbouw, de belangrijkste inkomstenbron van de regio. Het Turkse leger vernielde zo’n 3.500 dorpen in zijn strijd tegen de PKK. De dorpsbewoners verloren hiermee hun land, vee, bezittingen, huizen, kortom, hun levensonderhoud. Zij vluchtten naar de steden waar nu een steeds groter wordende groep ongeschoolde landbouwers probeert te overleven.

Veel Koerdische vluchtelingen staan, ondanks de Turkse compensatiewetten en terugkeerprogramma’s, weigerachtig om terug te keren naar hun dorpen. Een belangrijke hindernis is de aanwezigheid van dorpswachters, die door de staat betaald en bewapend worden om de PKK en hun sympathisanten te bestrijden.

Invloed van internationale ontwikkelingen

Ook internationale ontwikkelingen dragen bij aan de verarming van de Koerdische gebieden. Na de oliecrisis in de jaren zeventig voerde Turkije neoliberale hervormingen door in ruil voor de steun van de Wereldbank, van het IMF (Internationaal Monetair Fonds) en van de OESO. Dat had dan weer als gevolg dat de steun aan de regio werd afgebouwd.

Daarbij zorgde een exportgerichte economische politiek, geleid door de Staats Planning Organisatie in Ankara, voor een snelle ontwikkeling van industriegebieden in het westen. Dit ging dan weer ten nadele ging van de landbouwsector, die hoofdzakelijk in het oosten terug te vinden is.

Het gewapende conflict had en heeft nog steeds verschillende negatieve gevolgen voor het ontwikkelingswerk in de Koerdische regio’s, volgens een anonieme staatsambtenaar: “Voor lange tijd werd het investeren in de regio beschouwd als kant kiezen. Turkse investeerders werden veelal gezien als handlangers van de terroristen, terwijl Koerdische investeerders dan weer beschouwd werden als collaborateurs met de overheid.”

Verschillende initiatieven maar geen vooruitgang: ontwikkeling voor wiens profijt?

Zowel op nationaal als internationaal vlak worden initiatieven ondernomen om de ontwikkeling op gang te trekken maar cijfers duiden aan dat er bitter weinig vooruitgang geboekt wordt.

Het belangrijkste Turkse initiatief tot nu toe is het ‘Plan voor Zuidoost Anatolië’ (GAP) dat gelanceerd werd in de jaren tachtig. Oorspronkelijk had de GAP tot doel om land te irrigeren en elektriciteit op te wekken via de bouw van 22 dammen en waterkrachtcentrales. Na verloop van tijd werden ook investeringen in landbouw, transport, onderwijs, gezondheidszorg en sociale projecten op de agenda gezet.

De lokale bevolking werd hierover – buiten een aantal organisaties van zakenmensen uit de regio – op geen enkele manier geconsulteerd.

Tot nu toe werd 15 procent van de vooropgestelde hoeveelheid land geïrrigeerd en 75 procent van de investeringen in energieopwekking gerealiseerd. Dat de opwekking van elektriciteit hogere prioriteit krijgt is volgens critici het bewijs dat GAP niet werd opgezet in het belang van de plaatselijke bevolking, maar wel in dat van de rest van het land.

De consumptie van elektriciteit is immers veel hoger in het geïndustrialiseerde westen – het verbruik van elektriciteit in het zuidoosten ligt op 38 procent van het nationale gemiddelde. Bovendien creëert de energiesector weinig jobs en verjagen de geplande dammen – weeral – de lokale bevolking uit hun dorpen.

Voorts gaat het GAP-plan volledig voorbij aan de historische en politieke context van de regio – wat voor vele Koerden een doorn in het oog is. Het woord ‘Koerden’ wordt niet één keer gebruikt en de gevolgen van het gewapend conflict zoals gedwongen migratie, dorpswachters en in beslagname en diefstal van eigendommen worden niet in rekening genomen.

Gevolg van het conflict Turkse staat – PKK: neokolonialistische praktijken

Erdal Balsak is lid van de coördinerende groep van het Mezopotamya Sociaal Forum, die een hele reeks sociale organisaties, vakbonden, NGO’s en lokale overheden vertegenwoordigt.

Volgens hem functioneert het gewapend conflict vandaag als een facilitator voor neokolonialistische praktijken en overnames door multinationals van de Koerdische gebieden, vermomd als ontwikkeling.

“Nadat de dorpelingen naar de steden vluchtten, hadden de dorpswachters vrij spel om het achtergelaten land te stelen en in beslag te nemen. In de laatste jaren zagen we de komst van verschillende multinationals naar de regio. Maar de oorspronkelijke eigenaars zijn vaak ook zeer snel om hun land te verkopen aan de eerste bieder.”

“De oorlog heeft de emotionele en psychologische band tussen mensen en hun land gebroken. Een ander probleem dat we waarnemen is dat de nieuwe ontwikkelingsagentschappen liever samenwerken met de grootgrondbezitters. Hun landbezit stamt uit de tijd van de clans (ticaret). Sommige clanhoofden hebben nooit enig verzet getoond tegen de staat vanwege economische belangen en zijn er rijk van geworden.”

“Hoewel de regio, met zijn vruchtbaar land en relatieve stabiliteit op dit moment een heleboel ontwikkelingsperspectieven biedt, is die ontwikkeling in werkelijkheid echter een nieuwe vorm van kolonialisme. Het wordt georganiseerd op een manier die zelfbeschikking en mensenrechten in de kiem smoort.”

Sociale projecten gericht tegen het Koerdisch verzet

Een goed voorbeeld van hoe een centralistisch bestuur en de nauwelijks verborgen afkeer voor alles wat pro-Koerdisch is in gemiste kansen resulteert, zijn de projecten van Sodes.

Sodes maakt deel uit van het GAP-programma en is er op gericht sociale projecten te ondersteunen. Het geld wordt verdeeld door de gouverneur van de desbetreffende GAP-provincie.

Gouverneurs worden in Turkije niet verkozen, maar aangesteld door de centrale regering in Ankara. De Sodes-statistieken van 2008 en 2009 voor de provincie Diyarbakir tonen aan dat van de 125 projecten 93 projecten worden uitgevoerd door centrale – niet verkozen – administratieve overheden.

Vier projecten gingen naar gemeentebesturen die in de handen zijn van de pro-Koerdische partij BDP. De rest van de projecten werden uitbesteed aan middenveldorganisaties zoals Kamers van Koophandel en vakbonden.

De inhoud van de projecten doet regelmatig de wenkbrauwen fronsen, vooral bij de pro-Koerdische NGO’s, die ondertussen voort werken zonder projectsubsidies. Zij halen hun werkingsmiddelen vooral uit particuliere giften en inzamelacties van de Koerdische diaspora in Europa.

Hoewel sommige projecten duidelijk beantwoorden aan de behoeften van de lokale bevolking, zoals alfabetiseringsprojecten voor vrouwen of projecten voor andersvaliden, lijken daarentegen vooral de projecten voor jongeren en kinderen erop gericht de aandacht af te leiden van het overheersende pro-Koerdische klimaat in de regio.

Maar liefst zes van die projecten (met de klinkende titels ‘Ontdek je land!’ ‘Ik houd van mijn land dus ik reis door mijn land’) bestaan er uit om kinderen en jongeren kennis te laten maken met de niet-Koerdische regio’s.

Een ander project, ‘Klim naar de toekomst’, geeft meer dan 75.000 euro aan de politie, die met regelmaat van de klok zeer gewelddadig optreedt tegen minderjarige betogers, om daarna te gaan muurklimmen met weer andere jongeren.

Pro-Koerdische mandatarissen worden stiefmoederlijk behandeld door Ankara

Hoewel de Koerdische beweging er de laatste jaren in geslaagd is om een legitieme en sterke politieke beweging uit te bouwen in het zuidoosten, krijgt deze vanwege het centralistisch bestuur bijna geen toegang tot middelen om aan de noden van hun kiezers tegemoet te komen.

In 2005 presenteerde de burgemeester van Diyarbakir, Osman Baydemir, een lijstje met klachten aan het adres van eerste minister Erdogan.

Volgens Baydemir stak de Turkse overheid, en meer bepaald de Staats Planning Organisatie, op zeven verschillende gelegenheden een stokje voor buitenlandse investeringen in zijn stad: de renovatie van de Tigrisvallei was ‘onnodig’, buitenlandse tandartsen die vrijwillig hun dienst kwamen aanbieden, werden visa geweigerd, enz.

Deze voorbeelden duiden op een jammerlijk democratische deficit in het zuidoosten, waar lokale pro-Koerdische overheden met vaak een overgrote meerderheid van de stemmen verkozen worden, maar waar de politieke en financiële macht in de handen blijft van de centraal aangestelde gouverneurs,wat de economische ontwikkeling sterk belemmert.

Nurcan Baysal is ontwikkelingsexperte in Diyarbakir. Zij merkt op dat het ontwikkelingspotentieel van de lokale overheden onbenut blijft. “De gemeentebesturen in het zuidoosten beschikken over een pak minder inkomsten als die in het westen als gevolg van een gebrek aan middelen en investeringen bij de eigen bevolking. Een vicieuze cirkel van onderontwikkeling en onderinvestering dus. Maar er kan niet gezegd worden dat de huidige regering geen enkel initiatief neemt om armoede en onderontwikkeling te bestrijden.”

Het is dankzij de AKP-regering dat alle Turkse dorpen nu water en wegen hebben, ook in de Koerdische gebieden. Het Green Card-systeem, dat gratis gezonheidszorgen geeft aan mensen onder een bepaald armoedeniveau, hebben zij fors uitgebreid.

Maar als we de overheidsteun van iets dichterbij bekijken, vooral de sociale projecten in de steden, zien we dat die niet altijd neutraal is. Materiële steun zoals kolen kunnen gemakkelijk geweigerd worden als één van de familieleden lid is van een ‘terroristische groep’.”

Ontwikkelingsagentschappen

Een manier om tegemoet te komen aan de kloof tussen het centraal en lokaal beleid zijn de lokale ontwikkelinsgsagentschappen. Met hun gedecentraliseerde, plaatselijke implementatie en raad van bestuur bestaande uit zowel burgemeesters, gouverneurs, NGO’s en Kamers van Koophandel, zijn ze een precedent in Turkije.

Ilhan Karakoyun, de secretaris-generaal van het Karacodag Agentschap dat opgericht werd in 2008 en bevoegheid heeft over de provincies Diyarbakir en Sanliurfazijn, meent dat de ontwikkelingsagentschappen niet het gevolg zijn van de hervormingen die de EU Turkije oplegt in het kader van het toetredingsproces.

“Sommige mensen denken dat alles wat goed is uit Europa komt, maar dat is niet zo.” Karakoyun gelooft sterk in het economisch potentieel van de regio. “We beschikken over een grote jonge bevolking, vruchtbare gronden en dankzij de huidige regering hebben we goede banden met de buurlanden Irak, Iran en Syrië.”

Als hem gevraagd wordt of zijn agentschap een speciale strategie toepast om ontwikkelingswerk te doen in een postconflictregio, ontkent hij dat er ooit een gewapend conflict plaatsvond in de twee provincies.

”Een gewapend conflict heeft hier nooit plaatsgevonden, maar ons werk wordt wel verstoord door ‘terroristische’ aanslagen. De migratie die we hier zien is het gevolg van een natuurlijk proces, net zoals in de rest van Turkije. Het is erg moeilijk om de mensen in hun dorp te houden.”

Er bestaat in de Koerdische regio van Turkije een strijd om middelen, identiteit en vooral, de erkenning van de waarheid hierrond.

Op 12 juni, tijdens de nationale verkiezingen, zal die strijd tot zijn hoogtepunt komen.

Nina Henkens

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!