Nieuws, Cultuur, België, Documentaire, Recensie, Antwerpen Centraal, Peter Krüger, Belgische treingeschiedenis, Johan Leysen, Autobiografisch geheugen, Jodenbuurt, Nostalgie, Magisch-realistisch universum -

‘Antwerpen Centraal’: autobiografische geheugen van een spoorwegkathedraal

Begin mei beleefde de documentaire 'Antwerpen Centraal' (2011) van Peter Krüger zijn Belgische publieksdebuut op het Docville Festival in Leuven. Bijzonder aan de film is niet alleen hoe hij het geheugen van het Antwerpse hoofdstation visualiseert.

vrijdag 13 mei 2011 10:40
Spread the love

Hij plaatst ook het documentairegenre op zich in een nieuw licht, en won al de Grand Prix in Montréal, op het 29ste Festival International du Film sur l’Art (FIFA).

In de langspeelfilm Antwerpen Centraal gidst het hoofdpersonage, gespeeld door Johan Leysen, de kijker door het autobiografische geheugen van de Antwerpse spoorwegkathedraal.

Bijna twee eeuwen Belgische treingeschiedenis worden in die mentale en fysieke reis doorwandeld: via archiefmateriaal van Leopold II en het koloniale verleden, via de grote migratiestroom in het begin van de twintigste eeuw en het verval na de Tweede Wereldoorlog, tot de wederopstanding van het treinstation vandaag.

Dat historische filmmateriaal wisselt Peter Krüger af met nieuw geschoten en geanimeerde beelden.

Het geeft een tijdreis die noch rechtlijnig, noch chronologisch verloopt, maar drie onderscheiden filmische tijdsniveaus aan en in elkaar schakelt: een historisch, een hedendaags en een poëtisch-metafysisch niveau.

Krüger slaagt erin die niveaus associatief en gevoelsmatig te verbinden, door de tijd op te vatten als een continuüm van naast elkaar gerangschikte herinneringen die in de architectuur van het gebouw ingesleten liggen.

Reizen door het bekende 

Om die verschillende niveaus aaneen te rijgen, heeft de regisseur een beroep gedaan op een centrale figuur: de reiziger. Diens indrukken vormen de bril waarmee de regisseur de wereld van het station en zijn geschiedenis herbekeken heeft.

Peter Krüger liet zich daarvoor inspireren door de roman Austerlitz van de Duitse auteur W.G. Sebald, waarin een schrijver in het station arriveert en Austerlitz ontmoet: een historicus die uitleg geeft over het station.

Trouw aan het boek wordt ook in Antwerpen Centraal de historische en alledaagse wereld van het treinstation geopend, door de ogen van de reiziger. De reiziger ziet en observeert wat op het eerste gezicht aan de kijker onttrokken blijft. Het geheugen dat zo tot leven komt, blijkt een rijke kluis van goed bewaarde geheimen.

Er is de koepel geïnspireerd door het station van Luzern, die binnenin een kopie is van het Pantheon van Rome. Er zijn de wapenschilden in de inkomhal, met onder meer de staf van Mercurius, god van handel en verkeer.

Er is ook de invloed van Leopold II, met zijn initialen als vergulde ornamenten, en de stenen leeuwen die wijzen op zijn fascinatie voor Afrika.

Krüger voegt op gepaste wijze humor in, wat de last van de turbulente geschiedenis van het station verlicht en in een ander kader plaatst. De marmeren mozaïekvloer die de gids bewondert, wordt het patroon voor een hinkelspel van een meisje uit het verleden dat opdoemt in het heden. Alles komt samen in de magisch-realistische verbeelding van de reiziger, die intussen voort schrijft aan de kroniek van zijn eigen leven.

Soms letterlijk, door op het terras van Café Royal zijn gedachten en indrukken neer te schrijven. Soms figuurlijk, door zijn observaties te toetsen aan zijn eigen herinneringen. Die persoonlijke geschiedenis geeft aanleiding tot een metafysisch universum, met filosofische, antropologische en poëtische mijmeringen over zowel historische en alledaagse gebeurtenissen als over universele thema’s, over tijd en ruimte.

Geheugen als materie

Ook omringende locaties als de Zoo en de Jodenbuurt blijken in Antwerpen Centraal van nature innig verbonden met het station. Aangezien de Zoo niet enkel historisch, maar ook magisch-realistisch in beeld wordt gebracht, eisen dieren als de leeuw, de uil en de pauw hun rechtmatige plaats op in het station.

Ze worden metaforen voor gebeurtenissen uit het verleden die zich opnieuw lijken te materialiseren op doek. Zo komt plots een van de klauwende leeuwen vanop de stationsgevel vervreemd door de lege hal lopen, nadat het veiligheidspersoneel door het sluiten van de deuren het station ook heeft afgesloten van de alledaagse realiteit.

Zijn isolement tussen de vier muren van de hal, zijn apathische indruk: ze symboliseren de vergane glorie van een koloniaal verleden. Wat hebben Leopold II en het koningshuis nog te betekenen? Horen zij nog thuis in dit heden?

Van andere gebeurtenissen lijkt echter geen enkel spoor meer te bestaan. Niet alles in het treinstation is als geheugen van de tijd in zijn architectuur gegrift. Wat we willen onthouden, toont zich in het gebouw, in zijn ornamenten en in het schoonmaakpersoneel of de conducteurs die er dagelijks werken. Wat we willen vergeten, blijkt gewist.

Krüger brengt die vergeethoeken van het autobiografische geheugen weer tot leven, door de reiziger richting de catacomben van het station te sturen. Film wordt hier gebruikt als verweermiddel tegen het vergeten. De aanwezigheid van de Joodse gemeenschap in de directe buurt van Antwerpen-Centraal biedt de kijker een blik op een zwarte pagina in de geschiedenis van het station: zijn rol in de Jodendeportatie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De reiziger die het station aftast op en ondervraagt over zijn verleden, maakt van het collectieve geheugen een kapstok om ook andere, schijnbaar vergeten herinneringen opnieuw uit de plooien van de geschiedenis te halen.

Heimwee en verlangen

De hele film door ligt er over de mimiek en de expressieve ogen van de reiziger een opmerkelijke nostalgie, een gevoel van weemoed over alle vergankelijkheid. Het station wordt een vat van herinneringen, gevuld door de tijd, waaraan de reiziger niet kan terugdenken zonder gegrepen te worden door die zeurderige pijn. Die heimwee gaat echter over in verlangen, omdat Krüger de tijd op een continuüm plaatst.

Verleden, heden en toekomst lopen parallel. Zo kan de reiziger verlangen naar een verleden dat niet noodzakelijk ongedaan werd gemaakt door de tijd. De herinneringen aan vroeger gaan over in de hedendaagse werkelijkheid. De nostalgie naar een onbereikbaar verleden gaat hand in hand met het verlangen dat verleden opnieuw te beleven.

Om tijd en ruimte aanschouwelijk te maken op het historische, reële en metafysische niveau – zelf ingepast in een magisch-realistisch universum – gebruikt de regisseur niet alleen een uitgekiende beeldmontage.

Er is ook de nadrukkelijk aanwezige muziek van Walter Hus. Zijn compositie doet het station galmen van de geluiden die het eeuwenlang heeft vastgehouden. Daardoor helpt de muziek niet alleen het geheugen te conserveren, maar is ze ook in staat om herinneringen van de reiziger te reproduceren. In Antwerpen Centraal plooit de soundscape de (on)zichtbare tijdsgroeven van het station weer open, terwijl de montage de werking van het geheugen, van onthouden en vergeten, aan de kijker onthult.

De grote verdienste van Peter Krüger ligt in de aflevering van een tijdsdocument dat niet alleen voortbouwt aan het geheugen van het treinstation, door het beeldarchief uit te breiden, maar dat er ook meteen deel van uitmaakt.

Die dubbelslag – het losweken én tot leven brengen van herinneringen – maakt van Antwerpen Centraal een filmdocumentaire die het proces van herinneren treffend exploreert.

Peter Van Goethem

Peter Van Goethem is filmredacteur van rekto:verso.

Antwerpen Centraal is te zien vanaf 4 mei in Antwerpen (Cartoons – Metropolis) en 5 mei in Gent (Studio Skoop). In Leuven (Kinepolis) werd de film op 9 en 10 mei vertoond.

In september is de film opnieuw te zien in Turnhout (Warande) en komt een tweede release met de Frans ingesproken versie uit, onder andere in Brussel (Bozar). In oktober wordt de film vertoond op het Architecture and Design Film Festival, New York.

take down
the paywall
steun ons nu!