Cultuur, Recensie, Wereldmuziek, CD-bespreking, Tamikrest -

Luisterpost: Tamikrest ‘Toumastin’

Wereldmuziek wordt vaak afgedaan als een etiket voor exotische folkmuziekjes uit verre landen. Dat groepen uit de niet-westerse sferen ook muziek op het scherp van de snee kunnen maken, dat bewijst dan weer het fijne gezelschap Tamikrest. Malinese touaregs en leveranciers van de fijnste Desert Blues.

vrijdag 29 april 2011 08:27
Spread the love

Wij zijn al fan van Tamikrest sinds hun eerste plaat ‘Adagh’ en hun passages als voorprogramma van die andere wonderlijke woestijnband Tinariwen. Tamikrest is van dezelfde loot als Tinariwen, enkel wat jonger en iets avontuurlijker, wat bewezen wordt door hun tweede cd ‘Toumastin’. 

Stel je John Lee Hooker voor, ergens verloren in het noordwesten van de Sahara. Want daarvandaan – 2000 km ten noorden van Bamako – komt het gezelschap, meer bepaald uit de stad Kidal. Elektriciteit voor hun gitaren is er niet zo vanzelfsprekend, want die moet daar komen van generatoren. 

Op een wonderlijke wijze hoor je de roots van de grootmeesters van de elektrische blues (en alle Britse bluesboomers natuurlijk ook) in de muziek van Tamikrest. Het enige wat er verschilt zijn de frisse melodieën en de taal waarin gezongen wordt: Tamaschek. 

Het grappige is dat de leden zelf (met als leider Ousmane Ag Mossa ) invloeden als de traditionele Tuaregmuziek, Jimi Hendrix en Bob Marley aangeven. De muziek heeft een tijdloze basis en is geworteld in diverse tradities, maar tegelijk refereert ze ook naar dub, chanson, psychedelische muziek en trance-achtige funk. Het resultaat is dan ook geheel eigentijds. 

De plaat begint met een paar mannenstemmen en dan barst de wiegende kamelenfunk van ‘Fassous Tarahnet’ los. Stel je voor dat de legendarische seventies gitaargroep Television in de woestijn was terechtgekomen, met als toetje de dubbele samenzang (mannen- en vrouwenstemmen) die de muziek in een totaal andere context plaatst. Ook ‘Aratan N Tinariwen’ is een soort van sluipende rocksong met wijdse achtergrondvocalen die de muziek ergens tussen de grotestadssoul en de Afrikaanse woestijn doen opduiken. Het kan echter ook akoestisch. Op het instrumentaal pareltje ‘Addektegh’ weven de gitaristen rustige lijnen door elkaar en kan de luisteraar melancholisch haast niet anders dan aan de woestijnhemel denken.

Afsluiter ‘Dihad Tedoun Itran’ verwijst naar de openingstonen van de plaat en is een song die gerust op een plaat van Nick Cave terecht kan, met zijn trage viool (gespeeld door Matjaz Sekne), roffelende drums en donkere bas. Misschien dat de groep bij een volgende plaat nog iets assertiever met de invloeden moet omgaan, maar voorlopig is de vaststelling dat  ze al behoorlijk van onder de vleugels van Tinariwen uitgegroeid zijn, de belangrijkste. Voor wie in zijn blues graag wat woestijnzand wil een aanrader.

Beoordeling: +++1/2

(Glitterhouse/Munich)

take down
the paywall
steun ons nu!