Tiburce Koffi: "Ik zal er geen doekjes om winden: weinig vind ik zo walgelijk als de reflex van, wat heet, 'de Afrikaanse intelligentsia', om het Westen steeds weer van alle kwalen van ons continent te beschuldigen"
Nieuws, Wereld, Afrika, Politiek, Neokoloniale belangen, Nationalisme, Geweld, VN, Tmd, Soevereiniteit, Presidentsverkiezingen, Kolonialisme, Burgeroorlog, Xenofobie, Ivoorkust, Alassane Ouattara, Laurent Gbagbo, Afrikaanse Unie, ECOWAS, Populisme, Patriottische jeugdmilities, Verkiezingsfraude, Ivoirité, Tiburce Koffi, Intellectuelen, Waardigheid -

Ivoorkust: intellectuelen slaan de bal mis

Wie ex-president Laurent Gbagbo verdedigt in naam van de strijd tegen het neokolonialisme, begaat een grote vergissing, vindt de Ivoriaanse schrijver en journalist Tiburce Koffi.

woensdag 20 april 2011 13:10
Spread the love

De crisis in Ivoorkust verdeelt de Afrikaanse intellectuelen ruwweg in twee kampen: het ene kamp neemt het op voor de verkozen president Alassane Ouattara, het andere verdedigt Laurent Gbagbo, de voormalige president die de verkiezingen verloren heeft, maar zich tot op het laatste ogenblik, als een vleermuis aan een boomtak, aan de macht vastklampte.

Vooral over die laatste zienswijze valt veel te zeggen. Vreemd genoeg schaarden heel wat befaamde intellectuelen zich achter dat standpunt, veelal – en dat is geen onbelangrijk detail – buitenlanders, zoals de Kameroeners Célestin Monga en Achille Mbembé, en de Guineeër Tierno Monenembo. Tot zover: geen probleem.

Opmerkelijk genoeg echter, mondden hun bijdragen bijna allemaal uit in even ongehoorde als misplaatste schimpscheuten richting Frankrijk, het Westen in het algemeen, en de internationale gemeenschap.

Deze mensen schermen graag met ideeën als Gbagbo’s panafrikanisme, de principes van niet-inmenging en nationale soevereiniteit, de invloed van Frankrijk op zijn ex-kolonies, en het imperialisme, natuurlijk. Als we hen mogen geloven, dient het voormalige Ivoriaanse staatshoofd als zoenoffer voor het Westen, dat het gemunt zou hebben op deze held, deze vrijheidsstrijder, deze verdediger van de waardigheid van Afrika.

“Als we hen mogen geloven, dient het voormalige Ivoriaanse staatshoofd als zoenoffer voor het Westen, dat het gemunt zou hebben op deze held, deze vrijheidsstrijder, deze verdediger van de waardigheid van Afrika”

Dat alles is niets meer dan een achterhoedegevecht: geen gevecht tegen onze eigen misdragingen, maar tegen de andere, en die andere is, vanzelfsprekend, de blanke, het Westen, het imperialisme. Erg onrustwekkend vind ik dat.

Niet de ontknoping van onze crisis baart me zorgen: ik ben er vrij zeker van dat we een oplossing zullen vinden die elkeen ten goede komt. Waar ik wel voor vrees, is voor de kwaliteit en de rijkdom van het intellectuele debat over de huidige toestand van mijn land.

Het Westen als bron van alle kwaad

Ik zal er geen doekjes om winden: weinig vind ik zo walgelijk als de reflex van, wat heet, ‘de Afrikaanse intelligentsia’, om het Westen steeds weer van alle kwalen van ons continent te beschuldigen.

Wat is er eigenlijk uitzonderlijk aan de crisis in mijn land? Een weggestemd, zwart-Afrikaans staatshoofd weigert de macht aan de rechtmatig verkozene af te staan; dat voormalige staatshoofd heeft een leger in dienst, milities die tegen een ‘internationaal complot’ fulmineren om hun privileges veilig te stellen, een voorkeursbehandeling die de leider hen bewust toegekend heeft om de verkiezingsvervalsing die hij had voorzien sinds hij in 2000, door middel van een zorgvuldig voorbereide volksopstand, aan de macht kwam.

Wat is er in de tropen eigenlijk nieuw aan zulke toestanden, aan zo’n alledaagse, haast gewone toestanden, die zo kenmerkend zijn voor de politiek van ons continent, en telkens weer uitmonden in een tragische patstelling?

Want Gbagbo is natuurlijk niet de eerste. Tal van anderen gingen hem voor: Robert Mugabe (de president van Zimbabwe), José Eduardo Dos Santos (al sinds 1979 de leider van Angola), Mwai Kibaki (het Keniaanse staatshoofd), Mamadou Tandja (de vroegere president van Niger, tevens bekend om zijn schurkenstreken die hij met de grondwet uithaalde), en ga zo maar door.

Telkens weer voeren de usurpatoren dezelfde argumenten aan: het zijn de blanken, die imperialisten, die neokolonialisten, die smeerlappen, die racisten, die hen van de macht willen verdrijven, om de hand te leggen op de rijkdommen van hun land. Zozo, ik wist niet dat onze landen zo rijk waren, dat het gulzige Westen er jaloers op is.

Rijk, onze landen? Die soevereine staten die om de haverklap jengelend bij de internationale financiële instellingen komen aankloppen, op zoek naar hulp om erkend te kunnen worden als HIPC (Heavily Indebted Poor Countries, dus arme landen met veel schulden)?

Hoe soeverein! In Afrika wordt zelfs feest gevierd en worden televisiereportages gedraaid als de een of andere vrijgevige ambassade onze mensen enkele latrines schenkt. Wat is Afrika toch rijk!

Nee, ik wist niet dat Zwart-Afrika zo welvarend was, dat Afrika, waar verpauperde menigtes dagelijks te maken hebben met tekorten, voortdurende onveiligheid, ondervoeding, een gebrek aan scholing, analfabetisme, armoede en op het einde een onwaardige dood.

Wel, onze landen zijn dus rijk. Zeg mij dan eens, afschuwelijke zwarte leiders die jullie volk in zulk een aanstootgevende ellende doen blijven leven: waarom delen jullie die rijkdom dan niet met iedereen, zoals het hoort?

“Zeg mij dan eens, leiders die jullie volk in zulk een aanstootgevende ellende doen blijven leven: waarom delen jullie die rijkdom dan niet met iedereen, zoals het hoort?”

Wagens, kastelen en veiligheid zijn er voor de enen (de grote baas, zijn verwanten, zijn schoonfamilie, zijn stam), en ellende en een onverwachte dood voor de anderen: de intellectuelen die het niet op een akkoordje met de macht willen gooien vanwege hun geweten, jongeren die geen deel uitmaken van een militie, de grote menigte mensen zonder toekomst – een hele kudde armoezaaiers die zichzelf moeten behelpen om te overleven.

Schandelijk bedrog

Daar staan ze dan, de grijpers van de macht, gehuld in hun zorrokostuum: zij zijn de grote vrijheidsstrijders, de verdedigers van de door de blanken onderdrukte Afrikaanse volkeren, van de Afrikaanse waardigheid die door het Westen met de voeten wordt getreden.

Verbeten guerrillastrijders tegen het imperialisme zijn het, voorbodes van het Panafrikanisme, het socialisme, en alle dieptreurige en behekste ‘ismes’ die ons alleen maar van de essentie afleiden: onze eigen tekortkomingen en schandvlekken erkennen en bestrijden.

Tal van Afrikaanse intellectuelen hebben blijkbaar genoeg aan het potsierlijke messianisme waarmee de Afrikaanse staatshoofden zich zo graag tooien, om te kunnen besluiten dat die leiders, verstokte antidemocraten, notoire autocraten, door criminelen omringde dictators, de staatshoofden zijn wier zaak ze moeten verdedigen. Waar gaan we naartoe? Hoe en waarom vergissen zij zich zo schromelijk van strijd? De Kameroener Marcel-Duclos Efoudebe, heeft het bedrog goed doorprikt. Leest u maar mee:

“Hoe is het in godsnaam mogelijk dat zelfs zulke schofterige kerels als Khaddafi (Libië), Déby (Tsjaad), Bongo (Gabon), Mugabe (Zimbabwe) en soortgenoten, voor heel wat Afrikanen helden worden van zodra ze het neokolonialisme ‘bestrijden’? Dat tart toch alle verbeelding!”  (…)

“Een mens zou er vragen door gaan stellen, ogenschijnlijk banale vragen, als: is het dan echt zo moeilijk om een schoft te zeggen, dat hij een schoft is? Een schoft de waarheid zeggen, is dat werkelijk zo ingewikkeld? En waarom is het zo makkelijk het Westen ervan langs te geven, als het zonneklaar is dat de Zimbabwaanse crisis in essentie de schuld van Mugabe is?”

“Waarom krijgen sommigen van mijn landgenoten het zo warm als ze de waarheid moeten zeggen? Waarom vertaalt dat ongemak zich in sympathie voor een dictator? Kortom: hoe kan men zich zo deerlijk van tegenstander vergissen? Het antwoord is duidelijk: als onze meest cynische dictators de ‘nationalistische’ snaar bespelen, doen ze dat enkel en alleen omdat ze begrepen hebben dat dat de enige strategie is die hen verzekert van de – uitgesproken of onuitgesproken – ruggensteun van een aanzienlijk deel van de Afrikaanse bevolking, en zelfs van de Afrikaanse intelligentsia.”

Gevaarlijk nationalisme

Bovenstaande tekst vormt de perfecte illustratie voor wat nu in Ivoorkust aan de gang is. Monga, Mbembe, Beyala, Monemombo en anderen vergeten, al dan niet opzettelijk, dat het regime van Gbagbo verre van pan-Afrikaans te noemen was. Integendeel: het cultiveerde een extreme vreemdelingenhaat, een uiterst gevaarlijk en chauvinistisch nationalisme.

“Gbagbo 100% pour la Côte d’Ivoire”, luidde één van zijn campagneslogans. De verborgen boodschap achter deze propagandatekst is duidelijk: 100%, cent pour cent, dat lijkt verdacht veel op sang pour sang, ‘bloed om bloed’. Bloed, dat deze man en zijn regime steeds opnieuw vergoten hebben om de macht in handen te kunnen houden.

“Het regime van Gbagbo was verre van pan-Afrikaans te noemen. Integendeel: het cultiveerde een extreme vreemdelingenhaat, een uiterst gevaarlijk en chauvinistisch nationalisme”

“Ik ben bereid te sterven om Ivoorkust te verdedigen”, schreeuwt de idiote nationalist Gbagbo. Maar wie heeft ooit gezegd dat ons land in gevaar was? Het enige gevaar dat Ivoorkust bedreigt, heet wel degelijk Laurent Gbagbo. Wat hij in werkelijkheid riep, was: “Ik klamp me vast aan de macht”, en “Alassane Ouattara zal over mijn lijk het presidentiële paleis moeten binnenstappen.”

“Bloed om bloed voor Ivoorkust!” De gevaarlijk giftige, verwrongen versie van de Ivoriaanse identiteit, gecreëerd door Gbagbo, zijn medestanders en zijn voorgangers. Die Ivoriaanse identiteit, die in tegenstelling tot wat onder Gbagbo’s voorganger Bédié het geval was, door Gbagbo en zijn regime, met hun verering van de natie en een ‘zuivere afkomst’, een vreselijk xenofobe en schurkachtige invulling heeft gekregen, die onwillekeurig aan nazipraktijken deed denken.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de gemanipuleerde bevolking de tegenstanders van Gbagbo als ‘kandidaten van het buitenland’ ziet – het zijn de woorden van Gbagbo zelf.

Door de woorden ‘kandidaten’ en ‘buitenland’ bijeen te plaatsen, worden ze makkelijker met elkaar in verband gebracht. De massa heeft al snel een oordeel klaar: die kandidaten moeten wel buitenlanders zijn!

De fanatieke, verblinde en gemanipuleerde aanhang van Gbagbo kan daardoor al haar haat, frustratie en verbittering, die nochtans net door het onhandige beleid van Gbagbo veroorzaakt is, op Bédié en Ouattara richten. Marcel-Duclos Efoudebe merkt dan ook terecht op: “Dat Alassane Ouattara voorgesteld wordt als ‘de kandidaat van het Westen’, volstaat voor hen om van Laurent Gbagbo een heilige te maken.”

Ook Célestin Bedzigui, een andere Kameroener, hekelt die situatie. In zijn schitterende artikel, met als titel Gbagbo, ce désormais personnage de cirque (nvdr: vrij vertaald: Hoe Gbagbo een clown werd), verwoordt hij de toestand erg helder: “(…) omdat Ouattara toevallig een hoge functie bekleed heeft bij het IMF, moet hij door sommigen blijkbaar voorgesteld worden als een agent van het neokolonialisme, die geen verkiezing mag winnen.”

Volgens Gbagbo en de zijnen “speelt de internationale gemeenschap, met inbegrip van de Afrikaanse Unie en de ECOWAS (Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten), louter en alleen omdat ze Ouattara als overwinnaar en rechtmatige president van Ivoorkust erkent, de rol van slippendrager van het neokolonialisme, met als enige doel de macht over Ivoorkust naar zich toe te trekken.”

Hij besluit: “Het wordt stilaan duidelijk dat sommigen zich met graagte laten bezweren door mantra’s over ‘de schande van het neokolonialisme’, die alle mogelijke vormen van denkluiheid blijkbaar legitimeren, en hun een pijnlijke kritische analyse besparen. Deze mensen houden zich plots van de domme over de invloed die de politieke machthebbers in de tropische democratieën van Franstalig Afrika (Kameroen, Gabon, Congo-Brazzaville en dies meer) uitoefenen op de plaatselijke rechtsinstellingen als het Grondwettelijk Hof en andere hoge rechtbanken.”

“Ze vinden die instellingen plots de onpartijdigheid en de objectiviteit zelve. Al die mensen – en zeker de Kameroeners onder hen, die per slot van rekening, in een systeem leven dat een doorslag is van dat in Ivoorkust – getuigen, met alle respect, van een vreselijke naïviteit, ja, zelfs van een onvergeeflijke kinderachtigheid.”

Nationale soevereiniteit en de Afrikaanse waardigheid

Twee andere drogredenen die sommige Afrikaanse intellectuelen aanvoeren, zijn de bescherming van de nationale identiteit, en die van de Afrikaanse waardigheid. Blijkbaar vinden zij dat een zwarte Afrikaanse leider zich in de naam van de ‘nationale soevereiniteit’ en de ‘Afrikaanse waardigheid’ alles kan permitteren: de staatskas plunderen, de pers monddood maken, de bevolking uitzuigen, en wat nog het ergste is, al wie protesteert, af te maken.

Want laat ons eerlijk zijn: wat is in Afrika het leven van een enkeling waard? Weinig of niets. “Komaan, Tiburce, wat hebben jij en je vriend Venance Konan (*) toch tegen Gbagbo? Tenslotte maakt Gbagbo minder mensen af dan heel wat andere Afrikaanse staatshoofden”, zei me ooit een goede en eerlijke Franse journalist.

Ik wist dat hij me uit mijn tent wilde lokken, maar zijn woorden leken nergens op: “Gbagbo maakt minder mensen af”. Hij maakt minder mensen af, minder dan deze of gene, dus we moeten hem aanvaarden, want hij is de minst misdadige van allemaal. En zo worden onze staatshoofden beoordeeld volgens het aantal mensen die door hen zijn doodgemaakt. Mooi is dat.

“En zo worden onze staatshoofden beoordeeld volgens het aantal mensen die door hen zijn doodgemaakt. Mooi is dat”

Ik herinner me de woede-uitbarsting van de Guineese schrijver Tierno Monenembo op Radio France Internationale (RFI), vlak na de schietpartij in het Stade du 28 Septembre, in de hoofdstad Conakry, in september 2009. Tierno schreeuwde als een gekwetst dier. Hij haalde uit naar het misdadige regime van Dadis Camara, die op de menigte betogers had laten schieten.

Zijn reactie was gezond, zelfs weldadig, en wij Ivorianen, de mensen van de VN, en de hele internationale gemeenschap vielen hem bij in zijn verontwaardiging over de gruweldaden van de hyena van Conakry.

Maar nu, met de crisis in Ivoorkust, is diezelfde Tierno zo briljant om het, zij het subtiel, op te nemen voor Gbagbo, de hyena van Cocody (nvdr: Cocody is de luxewijk in Abidjan waar onder meer het presidentieel paleis ligt), die de kinderen van Ivoorkust laat beschieten, en de macht onrechtmatig in handen houdt; hij veroordeelt de VN, die door de verkiezing van Ouattara te erkennen, “Afrika herkoloniseert”; hij hekelt de internationale gemeenschap die de dictator van Abidjan aanpakt; hij haalt zijn afkeer van inmenging aan, roept de nationale soevereiniteit in, enzovoort. Is het bloed van de Guineeërs voor hem soms belangrijker dan dat van de Ivorianen?

Sékou Touré, de eerste president van Guinee, beriep zich op de strijd tegen Frankrijk en het imperialisme. Ik meen te weten dat diezelfde Tierno destijds het Guinee van die ‘moedige strijder’ ontvlucht is, en een toevluchtsoord vond in Ivoorkust – het Ivoorkust van toenmalig president Félix Houphouët-Boigny.

Ook Dadis Camara verdedigde naar eigen zeggen de Afrikaanse waardigheid, en verklaarde zichzelf tot de ‘messias van Guinee’. Waarom heeft Tierno die ‘nobele strijd’ van Dadis niet gesteund? Waarom ontzegde hij Dadis Camara het soevereine recht de macht te grijpen en, in alle soevereiniteit en Afrikaanse waardigheid, op de menigte te schieten?

En, nog steeds wat Tierno betreft: waarom leeft hij eigenlijk in Europa, laat hij zijn boeken uitgeven door Europese uitgevers, ontvangt hij met plezier Europese literaire prijzen uit de handen van die vreselijke westerse mogendheden? Waarom komt hij niet in Afrika wonen, dat mooie Afrika? Waarom komt hij hier niet meevechten in de grote vrijheidsstrijd tegen het Westen, de VN, en soortgenoten, aan de zijde van die doorluchtige strijders-voor-de-Afrikaanse-waardigheid, als daar zijn, Gbagbo en Mugabe?

Waarom blijven Tierno, en bij uitbreiding, al die Afrikaanse intellectuelen die het Westen zo gretig aanpakken, niet in Afrika om er hun gulle ideeën voor ons continent te ontwikkelen en in de praktijk te brengen, veeleer dan een veilig onderkomen te zoeken bij die ‘vreselijke blanke mannen’, om van de weldaden van hun erfvijand te genieten?

Vage, overjaarse meningen

Het weze duidelijk: de crisis in Ivoorkust vormt voor bepaalde Afrikaanse intellectuelen de ideale gelegenheid om vage, overjaarse meningen nog eens op te poken. Ze veroordelen het Westen onherroepelijk als de onrustzaaier in Afrika, en drukken nogmaals hun complexen uit, die dateren van in de kolonisatieperiode, maar die hun omgang met de blanken nog steeds bepalen. Een onvolwassen, psychosomatische crisis is het.

“Ze veroordelen het Westen onherroepelijk als de onrustzaaier in Afrika, en drukken nogmaals hun complexen uit, die dateren van in de kolonisatieperiode, maar die hun omgang met de blanken nog steeds bepalen”

“De VN hoort niet te beslissen wie in een land tot staatshoofd verkozen wordt, en wie niet”, zegt Tierno nog. Niet mee eens, meneer prix Renaudot (een prijs die, nota bene, door het Westen in het leven is geroepen, die door de VN erkend is, maar die u toch met veel trots bent gaan afhalen): niet de VN heeft bepaald wie president van Ivoorkust zou worden, ze heeft alleen de keuze die het Ivoriaanse volk in het stemhokje heeft gemaakt, bekrachtigd. Zo simpel als wat. Democratie heet zoiets.

Als we de uitslag van de verkiezingen telkens verwerpen, hoe gaan we dan onze staatshoofden kiezen? Met de wapens in de hand? Zijn wij, Afrikanen, dan veroordeeld om in dat tijdperk van geweld te blijven steken? Kennen wij alleen oorlog als middel om macht te verwerven? Is nationale soevereiniteit het voorrecht van het staatshoofd, of van het volk?

Wat die laatste vraag betreft, heb ik de indruk dat sommige Afrikaanse intellectuelen in een spijtige verwarring verkeren. Deze ‘soevereinisten’ vatten soevereiniteit op als een absoluut, goddelijk recht, dat aan de vorst wordt toegekend. Gbagbo en ‘zijn’ Grondwettelijk Hof (dat bemand wordt door zijn vrienden, kameraden en volgelingen – mensen dus, die aan hem verknocht zijn) hebben het onaantastbare recht de uitslag van de stembusgang te verwerpen en zelf de persoon te kiezen en aan te duiden die het lot van het land in handen krijgt.

“Deze ‘soevereinisten’ vatten soevereiniteit op als een absoluut, goddelijk recht, dat aan de vorst wordt toegekend”

Ik, van mijn kant, vind het verstandiger die soevereiniteit aan het volk toe te wijzen; en in een democratie drukt het volk die soevereiniteit in de stembus uit. Ons volk, het volk van Ivoorkust, heeft één van de kandidaten tot president verkozen. Zijn naam is Alassane Ouattara. Iedere andere interpretatie van de kwestie is een betekenisloze heksendans geworden.

U hoort het goed: ik weiger onomwonden het begrip ‘nationale soevereiniteit’ te interpreteren als een vrijbrief voor de leider om zijn volk te onthoofden en de macht te grijpen; ik weiger het te zien als een recht om te tiranniseren en te doden, zoals sommige Afrikaanse intellectuelen dat om geheimzinnige of slechte redenen wel doen.

Ik zeg ‘neen’ tegen de bedrieglijke cultus rond de Afrikaanse waardigheid, rond de grootsheid van Afrika, de eer van ‘ons ras’, en al die andere vage denkbeelden met een luchtje, waar zo overduidelijk een kolonisatiecomplex achter verscholen zit, dat complex dat ons collectief blijft achtervolgen, dat verderfelijke complex dat op het redeneervermogen van heel wat Afrikaanse denkers parasiteert, en het verlamt wanneer zij onze politieke tragedies proberen te interpreteren.

Nee, mijne heren, de ‘zwarte zaak’ ligt elders. Wie het Westen en de blanken verantwoordelijk blijft houden voor alle kwalen die ons continent doormaakt, blijft tevens de zwarte Afrikanen als grote kinderen beschouwen, grote, onschuldige kinderen, mensen zonder vermogen om zelf beslissingen te nemen of de wereld te veranderen.

“Wie het Westen en de blanken verantwoordelijk blijft houden voor alle kwalen die ons continent doormaakt, blijft tevens de zwarte Afrikanen als grote kinderen beschouwen, mensen zonder vermogen om zelf beslissingen te nemen of de wereld te veranderen”

De meest doeltreffende manier om de Afrikaan te infantiliseren en hem te beletten zijn intrede te doen in de geschiedenis, is hem te blijven afschilderen als een slachtoffer van de westerse mogendheden. Laat ons de verantwoordelijkheid over onze wandaden, onze ontsporingen, onze schandvlekken en onze troeven dus opnemen – want ja, troeven hebben wij ook. Laat ons op die troeven voortbouwen, en het spookbeeld van de boze blanke in onze geesten doen vervagen.

Tiburce Koffi

Tiburce Koffi (°1955, Bouaké, centraal-Ivoorkust) is een bekende Ivoriaanse schrijver, dramaturg, blogger en journalist. Zijn theaterstuk ‘Le Paradis infernal’ werd in 1996 bekroond met de prijs Gabriel Germinet van Radio France Internationale (RFI).

Hij verzorgde een tijdlang het literaire televisieprogramma ‘Plein Page’ op de nationale zender RTI. Hij heeft zich altijd fel uitgesproken tegen het eng-nationalisme en populisme dat de laatste jaren furore maakte in Ivoorkust met het vage begrip van de ivoirité, en zich richtte tegen buitenlanders, gekoppeld aan een anti-Frans en antikoloniaal discours.   

Hij schreef dit opiniestuk op 12 april 2011, de dag na de arrestatie van Gbagbo, onder de titel ‘Côte d’Ivoire: la faillite des intellectuels’ dat verscheen op de website SlateAfrique:
http://www.slateafrique.com/1379/pourquoi-des-intellectuels-africains-soutiennent-gbagbo

(*) Venance Konan is een Ivoriaanse journalist. Hij schreef onlangs dit stuk over de enorme uitdagingen die Ouattara wachten:

Alassane Ouattara face à ses créanciers
Le président élu de Côte d’Ivoire, Alassane Ouattara, devra payer ses créanciers au moment de la victoire finale: alliés, ralliés, militaires, France et ONU. Par Venance Konan

http://www.slateafrique.com/1277/alassane-ouattara-face-a-creanciers

L’ivoirité, de morts en résurrections
Gbagbo se présente comme un «pur» Ivoirien alors que Ouattara serait un «étranger». Les affrontements violents en Côte d’Ivoire se nourrissent de ce concept d’ivoirité, qui a pourtant beaucoup varié ces dernières décennies.

http://www.slateafrique.com/791/ivoirite-morts-resurrections

(vertaling uit het Frans door Jeroen Veereman)

Andere teksten van Tiburce Koffi over de toestand in Ivoorkust: zie links hieronder.

take down
the paywall
steun ons nu!