Opinie, Nieuws, Politiek, Racisme, België, Politieke partijen, Opinie, Tmd, Belgische politieke toestand, Kapitalisme, Communautaire problemen, Wereldbeeld, Populisme, Complexiteit van identiteiten, Politieke ideologie, Fetisjisme, Individuele vrijheid, Symptoom, Soixanthuitards, Socialistische ideologie, Totalitair regime, Fetisj, Non-ideologie, Populistisch nationalisme, Simpele oplossingen, Identiteitsproblemen, Cynicus - Ignaas Devisch

De fetisj van ‘de Franstaligen’

Een opvallend gegeven bij het stemgedrag in België (maar ook daarbuiten) is dat vele kiezers de afgelopen decennia blijkbaar vlotjes de overstap konden maken van links naar (uiterst) rechts, maar dat omgekeerd dit fenomeen uiterst zeldzaam voorkomt. Prof. Ignaas Devisch analyseert het fetisjisme van de Belgische politiek.

donderdag 14 april 2011 15:35

Kent u iemand die eerst voor Vlaams Belang heeft gestemd en daarna naar Groen! is overgelopen? Of kent u iemand die jarenlang socialist of sociaaldemocraat was, maar nu een N-VA’er is in hart en nieren? Juist.

Van links naar rechts

In een tijdperk dat sinds enige tijd beweert het einde van de ideologieën te vieren, is dit feit des te opvallender. Indien er geen politieke ideologieën meer zouden bestaan, zou de overstap van rechts naar links dan in principe niet even vlot moeten verlopen?

Ter verduidelijking: onder ‘politieke ideologie’ versta ik een geheel aan voorstellingen en denkbeelden dat de werkelijkheid op een welbepaalde manier interpreteert en voorstelt en van daaruit in staat is om mensen rondom zich te mobiliseren rond specifiek gedefinieerde doelen.

Na de val van de Berlijnse muur leek het even alsof iedereen ervan overtuigd was dat we daarvan verlost waren en dat politiek nog louter een kwestie van het juiste management betekende. Zelfs het einde van de politieke geschiedenis werd afgekondigd, getuige het boek van Francis Fukuyama dat toen opgeld maakte: Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (1992).

Ondertussen weten we beter. Immers, indien er geen ideologie meer zou bestaan, zou de keuze voor een politieke partij alleen nog afhangen van de voorkeur voor een bepaalde stijl waarmee we de samenleving managen. Dat dit niet het geval is, is een van de vele symptomen die de conclusie over het einde van de ideologieën of dat van de politiek tout court, onderuit haalt.

Dat is meteen een eerste belangrijke vaststelling, bijna te vanzelfsprekend om te vermelden maar tegelijk bijzonder cruciaal voor heel wat maatschappelijke discussies zoals we ze vandaag voeren: er bestaan wel degelijk nog politieke problemen. Daarmee bedoel ik: niet alle actuele problemen zijn economisch, ethisch of communautair van aard en doen alsof dat niet zo is, is al een ideologische en dus politieke optie.

“Er bestaan wel degelijk nog politieke problemen. Daarmee bedoel ik: niet alle actuele problemen zijn economisch, ethisch of communautair van aard en doen alsof dat niet zo is, is al een ideologische en dus politieke optie”

Bijzonder veel fundamentele vraagstukken vereisen principiële politieke keuzes en de ideologie van waaruit een partij vertrekt, bepaalt in principe de aard van de politieke keuzes die men maakt of de compromissen waartoe men (niet) bereid is.

Bijvoorbeeld: vallen we Libië binnen of niet, mogen de prijzen van elektriciteit nog verder stijgen of niet, moeten we meer of minder geld spenderen aan cultuur, bouwen we eindelijk een netwerk van openbaar vervoer uit rond  Brussel of niet, etc.? Ik som maar enkele van de vele actuele politieke vraagstukken op.

Daartegenover staat het gegeven dat in België sinds 2007 een onmiskenbare teneur bestaat om zowat alle politieke problemen te herleiden tot communautaire problemen.

Politieke debatten – zeker wat het federale niveau aangaat – worden herleid tot of uitsluitend benaderd vanuit een communautaire invalshoek. Deze evolutie is van die aard dat we gerust kunnen spreken van een expliciete vorm van populisme waaraan meerdere partijen in dit land zich laven: het herleiden van de complexiteit van politieke problemen tot één obstakel of oorzaak, het antwoord op die problemen tot één ultieme beslissing, en de pertinente weigering om in het publieke debat te informeren over de veelzijdigheid of complexiteit van politieke problemen.

“Deze evolutie is van die aard dat we gerust kunnen spreken van een expliciete vorm van populisme waaraan meerdere partijen in dit land zich laven”

Aan deze zijde van de taalgrens wordt het kiesvolk bijvoorbeeld voorgehouden dat de hele Vlaamse bevolking nu al jarenlang door een Franstalige elite wordt onderdrukt of tegengewerkt en dat vooral de ‘gewone man’ daarvan de dupe zou zijn en dat dit nu eindelijk eens moet ophouden.

Fetisjisme

Doordat dit populisme laat uitschijnen dat er geen niet-communautaire politieke problemen meer bestaan, is het in staat om zich te profileren als een non-ideologie, als een politieke stroming die zich niet langer met politiek hoeft bezig te houden aangezien de problemen vandaag van louter communautaire aard zouden zijn.

Zo plaats je jezelf handig – lees: populistisch – in de markt en het getuigt van veel strategisch inzicht om dat zo efficiënt te doen. Dit populisme functioneert daarenboven op een fetisjistische manier, in casu is ‘de Franstaligen’ de fetisj waarrond de dominante politieke ideologie in Vlaanderen vandaag gecentreerd is. Wat bedoel ik hiermee?

Een ‘fetisj’ is een idee of een object dat ons toelaat de confrontatie met de harde realiteit aan te kunnen door die realiteit op iets anders af te wenden en op basis daarvan te ‘verklaren’ waarom de dingen fout lopen.

“Een ‘fetisj’ is een idee of een object dat ons toelaat de confrontatie met de harde realiteit aan te kunnen door die realiteit op iets anders af te wenden”

Bijvoorbeeld ‘de Jood’ was voor de Tweede Wereldoorlog de fetisj van het antisemitisch fascisme: de Jood was de schuld van alles wat fout loopt in de wereld en dus biedt hij als fetisj tegelijk een verklaringsmodel en een troost: we weten wat er fout is, nu enkel nog dit kwade uitroeien en we zijn er. Een fetisj vermijdt bijgevolg een confrontatie met de echte problemen door ze af te wenden op iets anders.

Niet elke ideologie genereert een fetisj en al zeker niet zo grotesk als de Jood dat tijdens de vreselijke dagen van het nationaal-socialisme was. Evengoed kan een ideologie te maken krijgen met een symptoom, met iets dat wijst op een tekortkoming van iets anders en waarvan men meestal poogt om dit tekort toe te dekken en dus het symptoom te negeren.

Indien we bijvoorbeeld uitgaan van een kapitalistische ideologie en stellen dat individuele vrijheid van en gelijke kansen voor elkeen vanzelf zal leiden tot welvaart voor de hele samenleving, dan hebben we te maken met een aantal lastige symptomen: de armoede, de werkloosheid, de kloof tussen arm en rijk, stuk voor stuk symptomen die veelal worden gelegitimeerd door te stellen ‘dat we er nog niet zijn’ of ‘dat de vrije markt eerst helemaal vrij moet zijn’.

Kortom, het symptoom wordt weggelachen door het verdwijnen ervan in de toekomst te plaatsen. Nu is er nog wat hinder, maar als de gedachte zich helemaal heeft ontplooid, dan is het welzijn voor allen nabij.

“Kortom, het symptoom wordt weggelachen door het verdwijnen ervan in de toekomst te plaatsen”

Indien een symptoom blijft groeien, komt er natuurlijk wel een moment waarop zelfs de ‘believers’ moeten toegeven dat er echt wel een probleem is en dit in de meest radicale zin van het woord: een probleem dat erop wijst dat de ideologie niet langer werkt.

Zo heeft een hele generatie soixanthuitards met de val van de Berlijnse Muur definitief zijn geloof in het socialistische ideologie afgezworen. De strijd was gestreden en het verlies was niet langer te miskennen omdat de symptomen te groot waren. In een totalitair regime zal men er natuurlijk alles aan doen om alsnog elk symptoom te negeren of boudweg het bestaan ervan te ontkennen.

Het regime van Khaddafi is daar een sprekend voorbeeld van. Terwijl het halve land betoogt, stelt de grote leider de vraag: “welke betogingen? Er zijn geen betogingen!”. Een vorm van politiek psychose.

Of toen in Irak het regime van Saddam Hoessein definitief viel, werd door de woordvoerder ervan glashelder ontkend dat de Amerikanen zijn land waren binnengevallen, en dit nota bene terwijl je tijdens datzelfde interview op de achtergrond de mortierinslagen kan horen. Dat is zoveel als zeggen dat je geen honger hebt terwijl je maag luidop knort.

Terug naar de fetisj, want die functioneert anders dan een symptoom. De fetisjist zal nooit beweren dat hij geen honger heeft terwijl zijn maag knort; hij zal alleen de oorzaak ervan in de schoenen van de fetisj afschuiven en zelfs al heeft hij geen honger, zal hij alsnog de fetisj aanwijzen als oorzaak van mogelijk toekomstige honger.

In tegenstelling tot een ideologie die symptomen genereert, heeft een ideologie die vertrekt vanuit een fetisj geen last van de fetisj zelf. Wel integendeel, de fetisj voelt juist goed aan aangezien het duidelijk het wereldbeeld structuur geeft en alle tekorten ervan ‘verklaart’.

“Wel integendeel, de fetisj voelt juist goed aan aangezien het duidelijk het wereldbeeld structuur geeft en alle tekorten ervan ‘verklaart’”

Of nog anders gesteld: een fetisjistische ideologie heeft geen last van haar eigen ideologie en daarom slaagt ze er ook zo goed in om zich als een non-ideologie te profileren.

Terwijl bijvoorbeeld een totalitair regime er alles aan doet om de symptomen van zijn mislukking te maskeren of ze van een andere betekenis te voorzien, zal een fetisjerende ideologie hiervan geen hinder ondervinden. Het symptoom wijst op een hardnekkig en moeilijk te maskeren feit, terwijl een fetisj als het ware in de lucht zweeft en helemaal niet ongerust is dat iemand met feitelijkheden of interpretaties de fetisjist probeert te overtuigen van zijn ongelijk: immers, de fetisjist weigert juist te kennen, of beter, te erkennen wat hij weet of zou kunnen weten.

Populistisch nationalisme maar ook racisme zoals we het vandaag kennen, is een sprekend voorbeeld hiervan. Denk aan de jarenlange pogingen ter linkerzijde om de aanhangers van het Vlaams Belang ervan te overtuigen dat niet alle vreemdelingen slecht zijn, dat velen onder hen wel degelijk geïntegreerd zijn, dat de criminaliteitscijfers ook positieve tendensen in zich herbergen, of dat indien we luisteren naar het verhaal van de vreemdeling, we hem dan beter zullen leren kennen, etc.

“Populistisch nationalisme maar ook racisme zoals we het vandaag kennen, is een sprekend voorbeeld hiervan”

Al die pogingen zijn verloren moeite geweest, want het niet onder ogen willen zien van feiten is nu juist de reden waarom een populist is wat hij is: zijn fetisj mobiliseert hem en vele anderen, rondom de angst die er heerst over pakweg ‘vreemdelingen’, ‘toegenomen onveiligheid’, ‘islamisering’ of andere slogans, en laat vervolgens toe om vanuit die fetisj deze problemen niet werkelijk onder ogen te hoeven zien, maar ze aan de fetisj toe te schrijven: ‘het is allemaal de schuld van…’.

Het lastige aan de fetisjist is daarom dat je hem of haar met een politieke discussie over ‘de feiten’ nooit van zijn standpunt zal kunnen afbrengen. Het doet er in feite niet toe of de fetisj een feitelijke grondslag heeft; zolang ze mobiliseert, werkt ze. Natuurlijk heeft ze om te werken een feitelijke aanleiding nodig die meestal gevoelsmatig kan worden gevoed, maar of die feiten echt zijn bewezen, is eerder bijzaak.

Deze feiten zijn er natuurlijk ook nooit zomaar: indien uit een nieuw onderzoek blijkt dat bepaalde minderheidsgroepen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers zal de ene strekking dit aanhalen om te zeggen dat deze groep sociaal is achtergesteld en om een grotere aandacht vraagt, terwijl een andere fractie dit juist zal aangrijpen om te stellen dat zij al lang wisten dat bepaalde groepen ‘van nature’ uit zich crimineler gedragen dan anderen en dat de cijfers hen nu eindelijk gelijk geven.

“Abstracter geformuleerd: een fetisj is de belichaming van een leugen die ons toelaat de waarheid – de feitelijke werkelijkheid – niet onder ogen te hoeven zien”

Abstracter geformuleerd: een fetisj is de belichaming van een leugen die ons toelaat de waarheid – de feitelijke werkelijkheid – niet onder ogen te hoeven zien. Dat kan zeer constructief zijn op individueel niveau om bijvoorbeeld een trauma of het verlies van een dierbare te verwerken (je bewaart een foto en zet die op de kast zodat het lijkt alsof de dode toch nog ergens bij je is), maar op politiek vlak is het meestal linke soep.

Wie uitgaat van een fetisj negeert ten dele de werkelijkheid om vervolgens met die gefilterde kijk op de wereld bepaalde complexe processen eenvoudig te ‘verklaren’.

‘De Franstaligen’

Het heeft er alle schijn van dat voor het populistisch nationalisme dat vandaag in Vlaanderen hoge toppen scheert, ‘de  Franstaligen’ de ultieme fetisj is geworden.

‘De Franstaligen’ is een krachtig punt waarrond bijzonder veel mensen zich electoraal laten mobiliseren en daarmee datzelfde populisme in staat stelt om alles wat er fout loopt in België  – in laatste instantie is dat natuurlijk België zelf – van daaruit te verklaren.

Probeer eens in een gezelschap uit te leggen dat je tegen de splitsing van BHV bent omdat dit volgens jou zijn doel – met name het tegengaan van verfransing – zal voorbij schieten; je krijgt de banbliksems over je heen.

Welke feiten je ook aandraagt, het moet en zal worden gesplitst omdat het moet en zal worden gesplitst. De fetisjist heeft doorgaans weinig last van deze petitio principii (cirkelredenering).

Sinds enkele jaren is de mobiliserende kracht van deze fetisj sterk toegenomen. Een gemiddeld onderzoek over welk gedrag dan ook wordt in de media niet uitgelegd als “zoveel procent van dit in vergelijking met zoveel van dat”, maar “in Vlaanderen dit en Wallonië dat”; alles wat fout loopt bij justitie of in de gezondheidszorg is ‘de schuld van’; trage besluitvorming: ‘de schuld van’; sociale problemen: ‘de schuld van’.

De slogan dat het communautaire een sociaal probleem is, vat het in die zin goed samen: alles waarmee ‘de Franstaligen’ kan in verband worden gebracht, staat stilaan voor synoniem voor problematisch.

“Alles wat fout loopt bij justitie of in de gezondheidszorg is ‘de schuld van’; trage besluitvorming: ‘de schuld van’; sociale problemen: ‘de schuld van’”

Anders gezegd, de fetisj ‘de Franstaligen’ laat toe om de aandacht van de werkelijke aard van bepaalde problemen te verschuiven en af te wentelen op anderen, los van het feit of dat soms terecht is of niet. Politici of andere figuren die deze fetisj belichamen – ‘madame non’, bepaalde journalisten van Le Soir, etc – worden van daaruit ook gretig bestempeld als van nature slechte of onwillige of zelfs gevaarlijke mensen.

Zoals gezegd, door die mobiliserende kracht van die fetisj slaagt het populistisch nationalisme in Vlaanderen er in zich als een non-ideologie te presenteren.

“Anders gezegd, de fetisj ‘de Franstaligen’ laat toe om de aandacht van de werkelijke aard van bepaalde problemen te verschuiven en af te wentelen op anderen, los van het feit of dat soms terecht is of niet”

Terwijl de gewone politieke partijen zouden leuteren over futiele politieke zaken zoals een meer efficiënte justitie, een werkende gezondheidszorg of het verhogen van de koopkracht, slaagt het populisme erin zich daar vanuit een buitenpolitieke plaats probleemloos aan te onttrekken én tegelijk te beweren dat het voor alle problemen de oplossing in huis heeft. Immers, alle sociale en politieke problemen zijn nu eenmaal communautaire problemen, en wie dat niet zou inzien, leeft nog in een andere (politieke) tijd.

Waarom nog bakkeleien over welke justitie indien je het probleem kan ‘oplossen’ door justitie eenvoudigweg uit de handen van de  Franstaligen weg te halen? Door politieke problemen als identiteitsproblemen te articuleren en er vervolgens een fetisj aan vast te knopen, lijkt het alsof er eenvoudigweg geen politieke problemen meer bestaan, maar enkel nog duidelijk oplosbare identiteitskwesties.

Welke politiek? Welke identiteit?

Deze cocktail van populisme en fetisjisme is politiek gezien dramatisch. Niet alleen verhindert het ons een klare kijk te hebben op de problemen waarmee we te maken hebben, doordat deze problemen vanuit een buitenpolitieke imperatief worden aangestuurd – eerst de identiteit, dan de rest – wordt gesuggereerd dat eens die identiteit zou af zijn, daarmee ook alle problemen van de baan zouden zijn.

“Deze cocktail van populisme en fetisjisme is politiek gezien dramatisch”

Alle politieke departementen dienen vervolgens zo te worden gerangschikt, dat ze de Vlaamse zaak ondersteunen of zelfs actief uitdragen: cultuur, sport, sociale zekerheid, justitie, et cetera, het zijn stuk voor stuk politieke dilemma’s die voortaan worden samengebald met het oog op dat ene doel.

Dit terwijl pas dan natuurlijk politiek nog moet van start gaan: welke identiteit verkiezen we, welke sociale zekerheid willen we, wat is de plaats van een vakbond in de samenleving, mag politiek zich met cultuur bemoeien; allemaal te overwegen politieke keuzes, eerder dan ze vanzelf zouden opgelost raken door ze naadloos in te schakelen in een identiteitsdiscours.

Samengevat, door zich te bedienen van de fetisj ‘de Franstaligen’ leidt het populistisch nationalisme ons om de tuin: het voert nauwelijks beleid maar stelt het uit door te doen alsof eens de fetisj ten gronde is gericht, er niet langer echte problemen zouden bestaan.

Om zich vooral niet te verbranden aan bepaalde keuzes die we zouden kunnen omschrijven als ideologisch of kortweg politiek, is de voornaamste strategie van deze ideologie erop gericht om elke vorm van politieke profilering uit te stellen.

Indien per ongeluk een standpunt wordt ingenomen dan lijkt het zo onwezenlijk of ondoordacht dat het haast als een ‘slip of the tongue’ geboekstaafd kan worden.

“Samengevat, door zich te bedienen van de fetisj ‘de Franstaligen’ leidt het populistisch nationalisme ons om de tuin: het voert nauwelijks beleid maar stelt het uit”

Dat klinkt cynisch maar niet toevallig is degene die het populisme aanstuurt ook vaak een cynicus: in tegenstelling tot vele aanhangers ervan, is hij of zij zich veel scherper bewust van de feitelijke lichtheid van zijn ideologie, maar kiest hij er niettemin voor om te doen alsof hij er in gelooft.

Waarom? Omdat het electoraal lonend is dat te doen. Cynisme is bijgevolg de democratische nageboorte van een huwelijk tussen populisme en opportunisme.

Dat deze fetisj vandaag bijzonder krachtig werkt, is duidelijk. Tot nu toe is er geen enkele politieke fractie in Vlaanderen die in staat is om er een ander verhaal tegenover te plaatsen. Nochtans, er zijn tal van mogelijkheden.

“Cynisme is bijgevolg de democratische nageboorte van een huwelijk tussen populisme en opportunisme”

Zoals aangegeven, helpt het natuurlijk niet om een fetisj te bestrijden door te willen uitleggen dat de wereld veel complexer of anders is dan wordt voorgehouden.

Veeleer kan de strategie erin bestaan dat je met andere politieke keuzes wel degelijk problemen kan oplossen, dat je met sociaal overleg ook communautaire moeilijkheden tot een goed einde kan brengen.

Momenteel proberen vele partijen een soort van een afgezwakt populisme te presenteren, zoals dat ook met de opkomst van het Vlaams Blok het geval was: allemaal een beetje extreemrechts, en we komen er wel.

Het tegendeel is waar en je haalt er zeker geen stemmen mee. Het is niet door het asielbeleid te verstrengen dat iemand niet langer extreemrechts stemt; wel door aan te tonen dat er meer problemen bestaan dan dat, dat dit probleem anders kan worden opgelost, of dat door dit probleem je uitsluitende aandacht toe te vertrouwen, je veel andere problemen genereert die zich langzaam maar zeker opstapelen.

Zoals toen ‘de vreemdeling’ de fetisj was zo heeft het nu met ‘de  Franstaligen’ ook totaal geen zin – lees: het genereert geen electoraal effect – om zelf een beetje nationalistisch te zijn.

Door daarentegen andere keuzes voor te leggen, toon je aan dat er inderdaad moeten keuzes worden gemaakt, dat die ingegeven worden door bepaalde politieke overtuigingen en dat politiek draait rond de botsing van overtuigingen en niet zozeer rondom het opbouwen van een gedeelde identiteit die dan als een wonderlamp van Alladin kan worden aangesproken zodra een probleem zich zou voordoen.

“Politiek draait rond de botsing van overtuigingen en niet zozeer rondom het opbouwen van een gedeelde identiteit”

Kortom, populisme kun je enkel bestrijden door aan politiek te doen en niet door zelf populist te worden. Door duidelijk te maken dat problemen zich op een politiek niveau stellen en we deze niet zomaar oplossen door allen van dezelfde ‘inclusieve’ identiteit uit te gaan, bied je aan een kiezerspubliek minstens een keuze tussen welbepaalde politieke ideologieën. Dat is nu nauwelijks nog het geval.

Niemand durft nog tegen de fetisj ingaan omdat ze vandaag zo mobiliserend werkt, maar zoals we zien met de neergang van het Vlaams Belang is het alleen door een ander verhaal te blijven vertellen, dat je finaal gezien mensen (eventueel) kan aanspreken.

“Niemand durft nog tegen de fetisj ingaan omdat ze vandaag zo mobiliserend werkt”

Trouwens, in Wallonië is ‘les Flamands’ eenzelfde fetisj geworden, dus mijn analyse kan evengoed daarop worden toegepast, maar aangezien ik in het Vlaamse gedeelte van dit land woon, heb ik me op het Vlaamse discours toegespitst.

En ter verduidelijking: ik ben evenmin blind voor de politieke problemen die wel degelijk het gevolg zijn van communautaire onwil. Maar laat ons ten minste aan politiek doen, dan weten we opnieuw over welke problemen het nu in feite gaat. 

Ignaad Devisch

Prof. dr. Ignaas Devisch is professor in ethiek, filosofie en medische filosofie. Hij is verbonden aan de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool in Gent.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!