Op camerabeelden in het Centraal Station werden de vermoedelijke jeugdige daders van de moord op Joe Van Holsbeeck aangeduid (12 april 2006)
Opinie, Nieuws, Samenleving, België, Opinie, Justitiebeleid, Moordzaken, Criminaliteitscijfers, Jeugdcriminaliteit, Joe Van Holsbeeck, Jeugdbescherming, Criminologie, Delinquenten, Jeugdbeschermingsrecht, Maatschappelijke context, Agentschap Jongerenwelzijn, Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek (NICC), Jeugdrechtbank - Diederik Cops, Gie Deboutte, Eef Goedseels

Jeugdcriminaliteit: cijfers en opinies uit de bocht?

12 april: vijf jaar geleden werd Joe Van Holsbeeck in het Brusselse Centraal Station met enkele messteken vermoord om een banale MP3-speler. De ‘verjaardag’ van deze dramatische, maar gelukkig nog steeds uitzonderlijke gewelddaad nodigt uit tot reflectie en bezinning.

woensdag 13 april 2011 12:55
Spread the love

Sommigen grijpen dit feit en de verdere afhandeling ervan aan om hun mening te geven over de (in hun ogen falende) aanpak van (het toenemend aantal) jonge delinquenten. 

Schiet jeugdbeschermingsrecht te kort?

In een opgemerkt analyseartikel op de website deredactie.be argumenteert Leo Stoops boudweg dat het jeugdbeschermingsrecht, zoals het tot op heden van toepassing is in ons land, naar vorm en inhoud te kort schiet om het fenomeen jeugddelinquentie van antwoord te dienen. Hoewel preventie prioritair blijft, steekt Stoops zijn sympathie voor een toekomstig jeugdsanctierecht niet onder stoelen en banken.

Naast enkele cijfers vermeldt hij een aantal belangrijke maatschappelijke oorzaken zoals het toegenomen aantal gebroken families, illegaliteit en de etnisch-culturele afkomst van jongeren. Hoewel hierbij heel wat kanttekeningen kunnen worden geplaatst, willen we in deze reactie enkel ingaan op de centrale stelling van het opiniestuk, met name dat de jeugdcriminaliteit blijft stijgen.

Stoops merkt terecht op dat er een gebrek is aan betrouwbare cijfers. De resultaten van een baanbrekend onderzoek van het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek (NICC) uit 2008 worden nogal vlot opzij geschoven en geruild voor recentere cijfers in ‘Justitie in Cijfers’ (2010). 

Nochtans concludeert het eerstgenoemde onderzoek dat er in de periode 1969-2005 veeleer sprake was van een licht dalende tendens. Jongeren worden verhoudingsgewijs overigens van niet meer misdrijven verdacht dan volwassenen. Opmerkelijk is overigens hun relatief beperkte betrokkenheid bij de meest gewelddadige feiten (moord, doodslag of de poging daartoe).

Cijfers vragen om nuancering

De cijfers uit ‘Justitie in Cijfers’ die Stoops aanwendt voor zijn argumentatie vragen om een bijkomende nuancering en wel in drie opzichten. Ten eerste hebben die cijfers betrekking op een periode van vier jaar en niet van één jaar, zoals Stoops beweert.

Ten tweede gaat Stoops voorbij aan de grote toename van het aantal POS-zaken (+ 17 procent). De voorleidingen voor de jeugdrechtbank stijgen m.a.w. vooral omdat steeds meer jongeren te maken hebben met een problematische opvoedingssituatie (echtscheidingen, gebrek aan veilige en stabiele opvoedingsomgeving, …).

Volgens het Agentschap Jongerenwelzijn kregen in 2006 acht keer meer jongeren bijzondere hulp vanwege hun problematische opvoedingsomgeving.

Ten derde blijkt, wanneer gekeken wordt naar de situatie per gerechtelijk arrondissement, dat er zeker niet kan worden gesproken van een consistente evolutie in de richting van ‘meer jeugddelicten’.

Geen lineaire toename

Zonder rekening te houden met de nauwgezetheid bij de registratie is er  – met uitzondering van Luik en Turnhout – op de meeste plaatsen (cf. Brussel, Antwerpen, Gent en Charleroi) sprake van fluctuerende cijfers en dus niet van een lineaire toename van het aandeel jeugddelinquenten binnen de  leeftijdsgroep van 12- tot 18-jarigen.

In een gedegen analyse mogen deze laatste nuanceringen wat ons betreft niet ontbreken. ‘Naakte cijfers’ klinken ongetwijfeld sensationeler, maar vragen om inkleding.

Onze bedoeling was er op te wijzen dat cijfers nooit voor zich spreken. Om de betekenis ervan juist te kunnen inschatten, is er nood aan een gedegen context die toelaat de kwaliteit en de beperkingen ervan te kunnen inschatten.

Een politiek en maatschappelijk debat aangaan onder de noemer ‘Jeugdcriminaliteit blijft stijgen’ mag politiek en maatschappelijk aanlokkelijk zijn, het laat niet toe om naar goeddunken cijfers uit hun context te halen en op basis daarvan simplistische conclusies te trekken.

Het debat over jongeren die dader en slachtoffer zijn van geweld of andere misdrijven verdient beter.

Diederik Cops, Gie Deboutte en Eef Goedseels

Diederik Cops, Gie Deboutte en Eef Goedseels zijn
wetenschappelijke medewerkers van het Leuvens Instituut voor Criminologie (KU Leuven).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!