Erdogan kan Assad niet laten vallen
Nieuws, Wereld -

Erdogan kan Assad niet laten vallen

ANKARA — Turkije volgt de gebeurtenissen in Syrië met argusogen. Ankara is vooral bezorgd over de Koerdische bevolking in Syrië. Als het regime in Syrië zou vallen, kunnen deze Koerden zich aansluiten bij de miljoenen etnische Koerden in Turkije, Iran en Noord-Irak en een eigen staat claimen.

woensdag 30 maart 2011 13:10

De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan en de Syrische president Bashar al-Assad hadden  afgelopen weekend dagelijks telefonisch contact. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoglu, bood zijn Syrische collega Walid al-Moualem steun aan bij een eventueel hervormingsproces dat zou moeten leiden tot een democratisch regime.

In Syrië is het al enkele weken onrustig. De onrust verspreidde zich vanuit Daraa, in het zuidwesten van het land, naar grotere steden zoals Latakia, een havenstad dichter bij de Turkse grens. Ongeveer honderd demonstranten kwamen om bij betogingen en honderden anderen raakten gewond bij confrontaties met de Syrische veiligheidsdiensten.

Een grote zorg voor Turkije is de Koerdische bevolking in Syrië van 1,4 miljoen mensen. Als het regime van Assad valt, bestaat de kans dat deze Koerden zich voegen bij de ongeveer 15 miljoen etnische Koerden in Turkije, de 7 miljoen Iraanse Koerden en de zes miljoen Koerden in Noord-Irak en een onafhankelijke staat eisen.

Om voorbereid te zijn op een dergelijke ontwikkeling, vormden Ankara en Damascus in 2009 een Hoge Strategische Samenwerkingsraad (HSCC). In april 2010 hielden ze hun eerste gezamenlijke militaire oefening.

Sinds 1978 heeft Turkije een gewapend conflict met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een separatistische organisatie die door Turkije, de Europese Unie en de VS als terroristisch wordt bestempeld. De vijandigheden leidden tot de dood van zo’n 40.000 Turkse militairen en politieagenten, PKK-strijders en burgers. Ongeveer 30.000 mensen raakten gewond door de strijd en naar schatting 17.000 mensen worden vermist. Miljoenen Koerden raakten ook ontheemd door de oorlog.

Onverzettelijk

Koerdische autonomie ligt gevoelig in de publieke opinie in zowel Turkije als in Iran en Syrië.  De huidige regimes in Teheran en Damascus zijn onverzettelijk als het gaat om Koerdische vrijheden. De regering-Erdogan, die aan de macht is sinds 2002, ging een dialoog aan met de Turkse Koerden, om culturele autonomie mogelijk te maken. Na de verkiezingen van dit jaar kan dat proces mogelijk uitmonden in de overdracht van sommige bestuurlijke verantwoordelijkheden aan lokale bestuurders. Nationalistische oppositiepartijen en het leger zijn daar echter tegen.

Dat Turkije zich ongemakkelijk voelt bij de onrust in Syrië, heeft ook te maken met economische en geopolitieke kwesties. Na een lange periode van kille relaties en incidentele dreigingen met gewapend ingrijpen, wisten Assad en Erdogan een goede relatie te ontwikkelen nadat in 1998 oude disputen waren opgelost. Beide landen zien samenwerking als een belangrijk middel om pan-Koerdische aspiraties in de kiem te smoren en Israël en Iran op afstand te houden.

De Turkse premier bevestigde maandag tegenover journalisten dat hij er bij de Syrische president op had aangedrongen om een verzoenende houding aan te nemen ten opzichte van zijn volk.

“We hebben Assad geadviseerd om positief te reageren op de al jarenoude verzoeken van het volk. Een hervormingsgezinde houding kan Syrië helpen de problemen eerder te boven te komen”, zei Erdogan. “Ik heb geen ‘nee’ gehoord als antwoord”, zei hij, en hij voegde daaraan toe te verwachten dat de hervormingen nog deze week aangekondigd worden door Damascus.

Repressief bewind

Het Syrische bewind regeert al lange tijd met ijzeren vuist en probeert zo de macht bij de regerende Baathpartij te houden. Hafez al-Assad, de vader van de huidige president en leider van de coup die de partij in 1963 aan de macht bracht, riep daarbij onmiddellijk de noodtoestand uit. Daardoor werden bijna alle burgerlijke vrijheden ingeperkt. De noodtoestand is vandaag nog steeds van kracht.

De Baathpartij wordt gedomineerd door Alevieten, een sjiïtische stroming die op gespannen voet staat met de soennitische beweging in Syrië. Hafez al-Assad onderdrukte in 1982 op gewelddadige wijze een opstand van de soennitische Broederschap. Daarbij kwamen 20.000 rebellen om.

Amnesty International heeft Syrië herhaaldelijk genoemd als land met de meest repressieve wetten in het Midden-Oosten. In een poging de rust te herstellen, bood Bashar al-Assad vorige week aan om de noodwetgeving aan te passen en de vorming van nieuwe partijen toe te staan. Het gebaar werd echter verworpen door de demonstranten, die een volledige democratisering van het systeem eisen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!