Opinie, Nieuws, Milieu, België, Milieu, Elektriciteitsnetwerk, Kerncentrales, Duurzame energie, Windenergie, Stroompannes, Stroomtekorten, Lichtvervuiling, Nacht van de Duisternis, Energievoorziening, Kleinschalige energiecentrales, Noodverlichtingsplan, Autosnelwegen, ABLLO - Erik Rombaut (ABLLO vzw )

Openhouden van oude kerncentrales is probleem, niet de oplossing

Iedereen beseft zo langzamerhand dat onze energieconsumptie voor geweldige milieuproblemen zorgt: global warming en global dimming dreigen het klimaat ernstig te verstoren, radio-activiteit vormt een immens gezondheidsrisico.

woensdag 23 maart 2011 14:55

Bovendien vrezen velen dat we in de toekomst steeds meer met stroompannes te maken zullen krijgen. Daarover ging ook de Panorama-uitzending van 6 maart 2011: ‘Watt een kluwen’. 

Stroompannes door stroomtekorten?

Het wordt de laatste tijd erg trendy om de milieubeweging te verwijten dat ze naïef pleit voor doorgedreven rationeel energiegebruik. Of dat ze gelooft in een mix van gedecentraliseerde kleinschalige energiecentrales (warmtekrachtkoppeling, windturbines, zonne-energie, biomassa en biogas uit biomassa, kleinschalige waterkracht, …) als oplossing voor de energieproblematiek.

Volgens deze kritiek zou de energiesector daardoor afstevenen op tekorten en calamiteiten en zou de geplande sluiting van kerncentrales, een garantie zijn voor grote stroompannes en bevoorradingsproblemen.

De milieubeweging denkt echter dat precies het vasthouden aan grootschalige centrales, inclusief de onveilige kernenergie, de risico’s op grootschalige stroompannes sterk vergroot. Bovendien zullen de voorspelde klimaatwijzigingen grootschalige energieopwekking bemoeilijken.

Zo ging de droge zomer van 2003 op talrijke plaatsen in Europa al gepaard met gebrek aan koelwater voor de grote (kern)energiecentrales (langs de Po en de Donau, bijvoorbeeld). Smeltende gletsjers bedreigen grote hydrocentrales en de toenemende risico’s op orkanen bedreigt de olie-industrie onder meer in de Golf van Mexico.

Kortom, zowel voorstanders als de tegenstanders van grootschalige energieopwekking verwijten elkaar toenemende risico’s op toekomstige grote stroompannes te veroorzaken. Vandaar dat het voor iedereen goed zou zijn ons daar goed op voor te bereiden.

Noodverlichtingsplannen

Als één van de vele mogelijke maatregelen stelt ABLLO vzw voor de overheid en de privésector te verplichten tot de opmaak en het uittesten van noodverlichtingsplannen.

Noodverlichting kan worden ingezet om (tijdelijke) problemen met het opgesteld energievermogen op te vangen. Noodverlichting kan ook interessant zijn om na een ramp, de verlichting met een beperkt vermogen opnieuw op te starten, waardoor overbelasting op een tijdelijk nog onvolledig hersteld netwerk wordt vermeden.

Daardoor worden mogelijk ook kettingreacties vermeden waarbij steeds meer centrales door overbelasting zouden uitvallen, als dominostenen. Daardoor wordt vermeden dat de bevolking langdurig in werkelijk aardedonkere situaties terechtkomt (zoals dat in november 2005 in Duitsland gebeurde, naar aanleiding van onverwacht hevige sneeuwval).

De overheid én de privésector zouden alle schakelingen moeten voorzien om in noodsituaties onmiddellijk op die noodverlichting te kunnen overschakelen. Vuistregels zijn: volledig uitschakelen van alle klemtoonverlichting op gebouwen en van alle reclameverlichting, doven van alle autosnelwegverlichting, straatverlichting reduceren tot enkel de gevaarlijke plekken (kruispunten), doven van alle verlichting op parkeerterreinen, doven van alle verlichting in leegstaande kantoorgebouwen en overheidsinfrastructuur, stationsemplacementen, …

Een noodverlichtingsplan zou bijvoorbeeld minimaal 10 procent tot zeer lokaal maximaal 25 procent van de bestaande verlichting kunnen laten branden.

Ook na kernrampen (zoals in Tsjernobyl en nu ook in Fukushima in Japan) moet elders in het land het stroomgebruik drastisch worden beperkt. Dat werd ook in Japan pijnlijk duidelijk.

Noodverlichtingsplannen zouden daarbij kunnen helpen. Gemeenten waar zo een noodverlichtingsplan operationeel is, hoeven dan niet te worden afgekoppeld van het stroomnet bij eventuele stroomtekorten (iets waarvan in de Panorama-uitzending van 6 maart door Elia gewag werd gemaakt). Ook Japan zou baat hebben (gehad) bij noodverlichtingsplannen.

Jaarlijks zou het verplichte testen van het plan kunnen gebeuren tijdens de ‘nacht van de duisternis’. Zo kan de operationaliteit worden getest, en kan iedereen wennen aan deze donkerdere situatie. Bij echte calamiteiten kan zo paniek en angst worden beperkt.

Maar vooral kan de belasting op de centrales worden beperkt, zodat werk aan heropstart en herstel van de problemen niet wordt bemoeilijkt. Intussen zijn er alvast andere maatregelen mogelijk, verlichten op halve kracht bijvoorbeeld.

Verlichten op halve kracht, het voorbeeld van de E34 tussen Stekene en Vrasene

Sinds november 2003 werd naar aanleiding van de nacht van de duisternis een proefproject opgestart. Sindsdien brandt er slechts de helft van de lampen op dit snelwegtraject. Tussen middernacht en 6 uur zijn de lampen er trouwens allemaal uit. Dat proefproject verloopt zonder de minste problemen, al meer dan zeven jaar lang.

De proef werd ingesteld op vraag van ABLLO vzw en de Wase sterrenkundige vereniging Antares. Dat is dus een krachtig pleidooi om dit halvekrachtregime over heel het land in te stellen én natuurlijk ook om de versleten 2.600 verlichtingspalen (onder meer langs de E19 tussen Antwerpen en Brussel) niet te vervangen.

Overheidsgeld verdient een betere bestemming dan om lichthinder te produceren, het herstel van onze wegen bijvoorbeeld.

Het openhouden van oude kerncentrales is het probleem, niet de oplossing

Doordat ons Belgisch elektriciteitssysteem voor meer dan de helft gedomineerd wordt door productie uit kernenergie, is er een probleem. Dat lijkt goed op het Spaanse probleem van 2009.

Op 8 november 2009 produceerde Spanje de helft van zijn elektriciteitsverbruik uit windenergie. Tussen 3.20 uur en 20.40 uur produceerden de Spaanse windgeneratoren samen 11.500 megawatt elektriciteit, wat overeenkomt met de productie van 11 kernreactoren. Op 24 februari 2010 leverden de Spaanse windturbines zelfs 12.902 megawatt elektriciteit. Helaas kon niet al die ‘schone’ Spaanse windenergie die week gebruikt worden.

Kerncentrales leveren namelijk constant dezelfde hoeveelheid elektriciteit, dag en nacht (ze kunnen niet ‘zachter’ gezet worden). Ze hielden het Spaanse stroomnet ‘bezet’. Hierdoor moesten honderden windturbines voor uren stilgelegd worden en ging er zo gedurende verscheidene uren meer dan 800 MW schone windenergie verloren.

In tegenstelling tot windenergie, en in mindere mate ook gas- en steenkoolcentrales, kunnen kerncentrales niet geregeld worden. Willen we hernieuwbare energiebronnen voort laten groeien, dan staat kernenergie in de weg, zeker in België (en ook in Frankrijk en Slovakije).

Door het langer openhouden van onze kerncentrales zullen in de toekomst geregeld windmolens moeten worden stilgelegd!!

Jenny De Laet

Erik Rombaut , secretaris van ABLLO vzw   (Actiecomité tot Beveiliging van het Leefmilieu op de Linkeroever en in het Waasland.) en  docent aan Sint-Lucas in Brussel en Gent

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!