Foto Zwartepanter.be
Cultuur, België, Recensie, Schilderkunst, Antwerpen, Marc Kennes, De Zwarte Panter -

Expo – Verf & Vlees in De Zwarte Panter

De schilder-graficus Marc Kennes toont vroeg en recent werk in de Antwerpse galerie De Zwarte Panter. Dit kunstenaarsnest ontstond eind 1968, nabij de Grote Markt op initiatief van Adriaan Raemdonck, zelf kunstenaar, in samenwerking met gelijkgestemden, zoals Fred Bervoets.

zondag 13 maart 2011 12:20

Twee jaar na de oprichting verhuisde De Panter naar het voormalige St.-Julianusgasthuis aan de Hoogstraat. Adriaan wijdde zich van dan af volledig aan zijn galerie en kunstenaars.

Zoek het duistere

Kennes stelde al acht keer tentoon in de galerie, waar zijn werk er thuis is. Hij is een schilder pur sang, zoals de meeste kunstenaars die er exposeren. De Zwarte Panter is nu de oudste nog actieve galerie voor hedendaagse kunst in Vlaanderen. Ze is meer dan een tentoonstellingsruimte in een schitterend historisch gebouw, eigendom van het OCMW. Ze is al veertig jaar een turbulent toevluchtsoord voor “de familie” van kunstenaars en de minnaars van hun werk. Het piepkleine kroegje achter het voormalige altaar van de kapel vertelt een geschiedenis van triomf en pijn.

Marc Kennes titelt zijn expo “Requiem voor M.” Het is een eerbetoon aan zijn moeder, overleden aan kanker. Terwijl Fred Bervoets (67), als het bekendste gezicht van De Zwarte Panter, uit het arbeidersdorp Burcht op de linker oever van de Schelde komt, groeide Marc Kennes op in Boom, aan de Rupel. Ze lieten hun jeugd nooit los. “Ga op zoek naar de duistere kant van de mens”, zegt Kennes. Dat doen beiden en ze bleven ver van de modieuze, postmodernistische, pseudo-intellectuele conceptuele kunst. De Zwarte Panter geeft het artistiek “werkvolk” een podium.

Hoogten, dalen

Toen de Neue Wilde pas rond 1980 de verf nadrukkelijk centraal stelden, was De Zwarte Panter nooit anders geweest dan een bastion van schilders waar de verf van de muren droop. Bij hen was het persoonlijke politiek en het politieke persoonlijk, met nadruk op het eigen turbulente leven met grote hoogten en diepe dalen.

Op de VRT-site deredactie.be zegt Marc Kennes: “Ik heb een vrij traumatische jeugd gekend. Ik ben opgegroeid tussen de steenbakkerijen van Boom. Thuis kenden we geen cultuur, geen boeken … alleen maar ruigheid en marginaliteit. De roman ‘De helaasheid der dingen’ … bij ons was het erger. Drank en slaag waren er meer dan eten.” Hij stelt dat zonder bitterheid vast. Ruigheid en pijn bleven een constante in zijn werk.

Het Hellegat

Gert Junes zegt in de catalogus bij deze expo : “Het Hellegat is de geografische plek in Niel, bij Boom, waar de Hellebeek uitmondt in de Rupel. Deze plek is niet ver vanwaar Marc als kleine jongen de eerste stappen zette in de plaatselijke Academie, maar verwijst evenzeer naar de hel, het kolkende ‘inferno’, waar veel protagonisten uit Marc’s rijke verbeelding steeds in blijven terechtkomen.”

De kunstenaar: “Een schilderij maken is bij mij een proces van een half jaar tot een jaar, voor het zijn definitieve vorm heeft. Het lijkt spontaan geschilderd, maar het is heel sterk gecontroleerd. Een heel gecontroleerd toeval.” Op de tentoonstelling zei hij ons: “Ik werk mijn hele leven teruggetrokken aan deze schilderijen en grafiek. Nu ben ik waar ik moet zijn, denk ik. En kan ik verder.” Een kunstenaar is in zijn hoofd dag en nacht met zijn werk bezig. Nine to five bestaat niet.

Kunstenaars met anderen vergelijken heeft iets oneerlijks. Ze beïnvloeden mekaar, pikken links en rechts wat thema’s en technieken, maar zijn als het goed is geen epigonen van … Alle kunstenaars zijn vertellers. “Fredje” Bervoets is uitgesproken narratief. Hij schildert en etst zijn leven, zijn biografie, zijn omgeving. Tal van surrealisten vertellen met uiteen lopende technieken en stijlen gelaagde verhalen.

In abstractie zit het verhaal

Met narratieve kunst is niets mis, Ensor was er een grootmeester in. Om van Jeroen Bosch nog te zwijgen. Marc Kennes is in de ban van de Spanjaard Goya (1746-1828) die vervolgd werd door de inquisitie.  Menselijke oertypes en de Romeins en Griekse mythologie inspireren de Antwerpse kunstenaar. Vooral vrouwelijk naakt kleurt exhibitionistisch zijn wereld. Verf en vlees.

Het werk van Marc Kennes is uit het leven gegrepen, maar geen realistische illustratie er van. Het overtreft het anekdotische. In zijn gehele levenswerk herkennen we een continuïteit. Bekijk een selectie van zijn werk van ’83 tot nu: www.marc-kennes.be/nl/werken.htm

Op deredactie.be: “Mijn hoofd is altijd in chaos, een chaos die ik voortdurend filter. Het is de grote gelaagdheid. Soms stapel ik – transparant schilderend – 20 tot 50 lagen op elkaar. Binnen de abstractie zit het verhaal en dat beeld komt na lange kijken naar boven.” En :“Ik werk op de grond en maak bij het schilderen graag gebruik van de drippingtechniek waarbij ik verf gecontroleerd – en soms ook gecontroleerd toevallig – op het doek laat druppelen.” Zo geeft de kunstenaar enig inzicht in zijn techniek.

Afpellen als een ui

Zijn schilderijen blijven naar verf ruiken, ook als ze droog zijn of op foto te zien. Een volbloed schilder. De dichteres Inge Braeckman zegt het aldus: “Telkens weer slaagt hij er in de emotie te “verlaten”, ze picturaal te “vertalen” en ze te abstraheren naar de verf, de schilderkunst”. Materieel en inhoud die in die tientallen lagen verf te ontdekken valt, die de verkennende beschouwer als een ui kan afpellen.

Marc Kennes in De Zwarte Panter. Hoogstraat 70-72-74. 2000 Antwerpen. Open do, vr, za. en zondag van 13.30 uur tot 18.00 uur.

Info: www.dezwartepanter.com 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!