Total België betaalt de volgende vijf jaar geen belastingen op de ingevoerde olie, ter waarde van 6,5 miljard euro in 2009 (bron Knack)
Nieuws, Politiek, België, Fiscale fraude, Fiscus, Fiscale ontduiking - Ingrid Van Daele

Geen artificiële constructie?

Ondanks de mooie woorden van de G20 over een verstrenging van de controle op belastingparadijzen, drukten enkele topambtenaren van Financiën vorige zomer een buitengewoon gunstige beslissing door voor de transfers van Total België naar de Bermuda-eilanden. Er werd zelfs een bestaande circulaire aangepast om het akkoord veilig te stellen.

dinsdag 8 maart 2011 13:21

Eind oktober 2010. Op de kantoren van verschillende topambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt zenuwachtig overlegd. Véronique Tai, de voorzitster van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken (DVB) – de rulingdienst van Financiën, zeg maar – heeft op 6 juli 2010 een buitengewoon gunstige ruling afgesloten voor Total België, het vroegere Petrofina, voor zijn transfers naar belastingparadijs de Bermuda-eilanden.

Zeker, de rulingdienst, die in 2002 onder Didier Reynders (MR) werd opgericht om het investeringsklimaat te verbeteren, heeft de bevoegdheid om akkoorden te sluiten met bedrijven over hun toekomstige belastingen. Zo weten ze waar ze aan toe zijn. Maar de regeling voor Total, die op zijn zachtst gezegd bijzonder mild uitvalt, doet vragen rijzen.

Op 25 oktober valt immers een brief in de bus van Jean-Marc Delporte, adjunctadministrateur-generaal van de belastingen en van Carlos Six, dienstdoend administrateur-generaal van de fiscaliteit. Daarin vraagt Véronique Tai (van MR-signatuur) of beide heren alstublieft de circulaire van 22 oktober 2010 over de verstrenging van de controle van betalingen aan belastingparadijzen zouden willen aanpassen. Anders zou de afspraak met Total, waarvan Albert Frère in Frankrijk de grootste aandeelhouder is, in gevaar komen.

De belastingparadijzen: daar draait het allemaal om in dit verhaal over Total. Total België, het vroegere Petrofina, heeft een grote raffinaderij in de haven van Antwerpen. De ruwe olie daarvoor koopt het niet in Saudi-Arabië of een andere golfstaat, maar bij een dochteronderneming op de Bermuda-eilanden: Total International Ltd, kortweg TIL. Omdat er geen olie uit de grond komt op de Bermuda’s, moet TIL de ruwe petroleum elders aankopen. Dat gebeurt bij de eigen productiefilialen van de Total Groep, of bij derden in olieproducerende landen op basis van langetermijncontracten. Voor België gaat het over grote hoeveelheden. In 2009 kochtTotal België voor zijn raffinaderij in Antwerpen ruwe olie bij TIL op de Bermuda’s voor een waarde van 6,5 miljard dollar.

Al jaren koopt Total België zijn olie aan op de Bermuda-eilanden. Maar toch vraagt Total (Petrofina NV) in de zomer van 2010 een akkoord – een ruling – aan voor toekomstige activiteiten. De vraag luidt, of Total België zijn betalingen voor ruwe olie aan de Bermuda’s van zijn omzetcijfers kan aftrekken als beroepskosten. Moet het
met andere woorden voor de komende vijf jaar belastingen betalen op die bedragen? Letterlijk luidt de vraag van Total, in het akkoord van 6 juli 2010, of ‘de betalingen door het bedrijf PETROFINA NV aan het bedrijf naar Bermudaans recht TOTAL INTERNATIONAL Ltd, die zullen aangegeven zijn conform artikel 307, § 1, alinea 3, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, niet zullen verworpen worden als beroepskosten van PETROFINA, op basis van artikel 198, alinea 1, 10°, van dezelfde code, omdat ze zijn uitgevoerd in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen aan een persoon die geen artificiële constructie is’.

Nee, ze zullen niet verworpen worden, klinkt het in het akkoord. Total zal daarop met andere woorden geen belastingen hoeven te betalen. De Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) gaat er immers van uit, zo gaat het verder, dat de activiteiten op de Bermuda’s ‘werkelijk en oprecht zijn’ en ‘geen artificiële constructie’ vormen.’

Maar klopt dat ook? Het is een vraag die ook bepaalde topambtenaren zich schijnen te stellen. Zij zijn bovendien ontstemd omdat, tegen de regels in, over de rulingaanvraag niet is overlegd met de fiscale administratie. Nochtans betreft het een belangrijke discussie, die mee zal bepalen hoe ver de fiscus mag gaan in zijn strijd tegen de internationale belastingontduiking en -ontwijking.

De topambtenaren begrijpen niet hoe het kan dat de Dienst een dergelijke afspraak heeft kunnen maken met Total. Op basis van deze ruling zou de fiscus Total voor zijn transfers naar de Bermuda’s de komende jaren immers zo goed als ongemoeid moeten laten. Vijf jaar lang zou hij moeten accepteren dat het bedrijf met deze betaalwijze aan de Bermuda’s niet aan belastingontwijking zou doen in België. En dat doet veel wenkbrauwen fronsen.

Italiaans precedent

Voor de rulingdienst is er schijnbaar geen vuiltje aan de lucht. De transacties zijn echt, argumenteert Tai. Want het gaat om concrete olieleveringen die aan tal van douaneformaliteiten onderworpen zijn – ook al vloeit er geen liter olie van of naar de Bermuda-eilanden… Trouwens, zo luidt het in het akkoord, er bestaat een Italiaans precedent uit 2003. De Italiaanse fiscus heeft daarbij wel degelijk aanvaard, schrijft ze, dat de transacties met de Totalbedrijven op de Bermuda’s echt zijn. Is het dan, besluit Tai, wel noodzakelijk dat Total zijn aloude contracten met petroleum bedrijven zoals Saudi Aramco of Qatar Petroleum in gevaar brengt om een aankoopfiliaal op de Bermuda’s naar een nietfiscaal paradijs te verhuizen?

Toch is het ook een feit, dat het Bermudaanse TIL noch eigen personeel noch eigen materieel bezit, wat de substantie van het bedrijf wel zeer twijfelachtig maakt. Het personeel en het materieel worden geleverd door de Groep Total in Frankrijk en door een Zwitserse dochteronderneming. De vraag blijft dus: vanwaar de omweg langs de Bermuda’s?

Zo blijft het ook onduidelijk waarom een bedrijf plots een ruling aanvraagt voor een activiteit die al jaren bestaat, terwijl de Dienst Voorafgaande beslissingen zich enkel kan uitspreken over nieuwe investeringen en activiteiten.

Mogelijk is Total gealarmeerd door eenreeks artikelen uit de programmawet van 23 december 2009. Die verplichten bedrijven vanaf aanslagjaar 2010 betalingen aan belastingparadijzen aan te geven. Een verplichting die er kwam na een reeks beslissingen door de G20 in 2009 over belastingparadijzen. Het doel is de controles van belastingdiensten efficiënter te maken. Doordat de bedragen moeten worden aangegeven, verliezen de controleurs niet langer tijd met het opsporen van de geldstromen. Ze kunnen zich volledig concentreren op de controle van de legitimiteit van de betalingen. Maar dankzij het rulingakkoord is de legitimiteit voor Total voor de toekomst zogoed als vastgelegd, en kan ze nog amper betwist worden. De beslissing holt de nieuwe wet op een verstrenging van de controles op fiscale paradijzen daarmee volledig uit.

De rulingdienst lijkt dat in de laatste paragrafen van het akkoord nog te willen tegenspreken. De dienst wil aantonen dat het akkoord wel degelijk gegrond is, en dat Total niet de bedoeling heeft om belastingen te ontwijken. Ze haalt historische redenen aan – TIL bestaat al sinds 1957 – en heeft het heel vaag over ‘motieven die eigen zijn aan de sector’. En in het allerlaatste puntje merkt ze plots op dat ‘het Bermudaanse Total-filiaal TIL sowieso belastbaar is in Frankrijk. Daar geldt immers het regime van fiscale consolidatie van de Groep Total’, zegt ze, wat betekent dat de resultaten van moeder- en dochtervennootschappen voor de fiscus bij elkaar worden gevoegd. En ‘dus’, concludeert ze, ‘doet de Franse Groep Total via TIL op de Bermuda’s niet aan belastingontwijking’.

Helaas, de woorden van DVB zijn nog niet helemaal koud, of de Franse pers pakt al uit met de kop: ‘Ondanks recordwinsten van 8,3 miljard euro in 2009, betaalt Total geen belastingen in Frankrijk.’ Het is de Franse krant Journal Du Dimanche (van 19 december 2010) die het als eerste uitbrengt. De Groep Total, die alle winst consolideert, ook die van Total België en van de twee bedrijven op de Bermuda’s, betaalt geen belastingen. Total is daarmee, samen met Danone, Suez, Essilor en Saint-Gobain, een van de grote bedrijven op de Franse beursindex CAC 40 die belastingvrij zijn. Dat ditzelfde bedrijf herstructureringen aankondigt in zijn raffinaderijen, vooral in Frankrijk, om de kosten te drukken omdat de raffinageactiviteiten verliesgevend zijn, klinkt in die context bijzonder cynisch.

Beveiliging

Total is geen klein bedrijf. De Franse groep is de vierde oliegroep ter wereld, zijn grootste aandeelhouder is de Waalse investeerder, Albert Frère, met vier procent van het aandelenkapitaal. Die verkocht Petrofina in 1998 aan Total, dat kort daarop sectorgenoot Elf overkocht. De Groep Total is beursgenoteerd in Parijs en in New York.

Ook in België is Total nog steeds een kanjer. Een van de grote bedrijven die door de Belgische fiscus in de watten worden gelegd, en dat is kennelijk niet nieuw. Zo heeft de FOD Financiën Total, in zijn handel met de Bermuda’s, blijkbaar nooit gecontroleerd op de toepassing van verrekenprijzen, ook wel transfer pricing genoemd. Verrekenprijzen ontstaan wanneer filialen van een multinationaal bedrijf onderling handel drijven, waarbij ze hun geldstromen zo regelen dat ze optimaal genieten van lokale belastingvoordelen. Daarbij moet het concurrentieprincipe gerespecteerd worden. En, toegegeven, voor de oliemarkt is de berekening een complexe zaak. Maar de FOD Financiën heeft de oefening blijkbaar niet gemaakt. Een circulaire van 2006 (AOIF 40/2006) beveelt controles naar verrekenprijzen nochtans expliciet aan bij rechtstreekse of onrechtstreekse betalingen aan belastingparadijzen.

Total zit op rozen. Alles wordt kennelijk in het werk gesteld om het bedrijf het zo makkelijk mogelijk te maken. Herinner u de brief van Véronique Tai aan Jean-Marc Delporte en Carlos Six van 25 oktober. ‘Voeg een paragraaf toe aan de circulaire van 22 oktober’, vraagt ze daarin. Die paragraaf moet de nodige manoeuvreerruimte bieden aan de DVB om haar beslissing toe te laten.

Op enigszins dwingende toon voegt Véronique Tai er nog een noot aan toe: ‘Vermeld niet dat de paragraaf wordt toegevoegd in functie van de ruling n° 2010.307 van 6 juli 2010’ – het nummer van de ruling voor Total. Tegen de gangbare regels in is die ruling niet gepubliceerd, en dus moet hij geheim blijven.

Delporte en Six doen wat hen wordt gevraagd. Op 30 november 2010 verschijnt de nieuwe circulaire over  betalingen aan belastingparadijzen (AFZ nr13/2010 – circulaire nr. CI RH. 421/607.890 (AAF64/210)). Zonder vermelding van het rulingnummer. En met de extra paragraaf. Het betreft de paragraaf omtrent ‘ artificiële constructies’ waar een negental regels worden bijgeschreven.

Daarin staat, dat de betrokken vennootschap, in dit geval Total, kan worden vrijgesteld van het bewijzen van de echtheid van de verrichtingen. Op voorwaarde dat enerzijds kan worden vastgesteld dat de betalingen ‘de compensatie zijn van reële en werkelijke verrichtingen’. Anderzijds, wanneer duidelijk is, dat ‘het kader waarin de verrichtingen werden uitgevoerd geen middel is geweest om te ontsnappen aan de Belgische inkomstenbelasting’. Met die extra formuleringen moet DVB met betrekking tot de beslissing over Total kunnen wegkomen. Wie druk heeft uitgeoefend om dat allemaal voor elkaar te krijgen, is nog niet bekend.
 

Dit artikel verscheen in Knack van 2 maart 2011

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!